De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft twee nieuwe documenten gepubliceerd die organisaties helpen bij de verantwoorde ontwikkeling en inzet van generatieve artificiële intelligentie (AI). Het gaat om een AVG-handreiking voor ontwikkelaars van generatieve AI-modellen en een praktisch hulpmiddel voor organisaties die generatieve AI willen implementeren en gebruiken.
Met deze publicaties bouwt de AP voort op de eerder gepresenteerde visie op generatieve AI. Daarin schetst de AP hoe generatieve AI veilig, verantwoord en in lijn met grondrechten kan worden ingezet. De nieuwe documenten vertalen deze uitgangspunten naar de praktijk. De handreiking biedt juridische kaders voor ontwikkelaars, het hulpmiddel geeft invulling aan de handreiking en ondersteunt organisaties bij een zorgvuldige implementatie.
Ontwikkeling van generatieve AI vraagt om duidelijke kaders
Generatieve AI biedt maatschappelijke en economische mogelijkheden. Er ontstaan echter ook risico’s voor grondrechten, zoals de bescherming van persoonsgegevens. Organisaties die generatieve AI ontwikkelen of gebruiken en daarbij persoonsgegevens verwerken, moeten voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Met de handreiking en het hulpmiddel wil de AP organisaties ondersteunen om de kansen van generatieve AI te benutten, zonder daarbij de bescherming van persoonsgegevens en andere grondrechten uit het oog te verliezen.
Handreiking: hoe ontwikkel je generatieve AI binnen de AVG?
De handreiking is bedoeld voor organisaties die generatieve AI-modellen ontwikkelen of verantwoordelijk zijn voor de ingebruikname daarvan. Het document geeft een eerste interpretatie van de AVG. Ook beantwoordt het de centrale vraag hoe organisaties generatieve AI-modellen rechtmatig kunnen ontwikkelen en in gebruik nemen.
De handreiking beschrijft onder andere onder welke voorwaarden organisaties persoonsgegevens mogen verwerken, welke grondslagen daarvoor kunnen gelden en welke waarborgen nodig zijn om de rechten van betrokkenen te beschermen. Ook is er aandacht voor onderwerpen als het beheren, opschonen, verrijken en bewaren van data, indirecte dataverzameling en het gebruik van persoonsgegevens bij het trainen van AI-modellen.
De handreiking is gebaseerd op de huidige stand van de techniek en is tot stand gekomen na consultatie van bedrijven, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en andere deskundigen. Daarmee sluit de handreiking aan bij de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen rond generatieve AI.
Praktisch hulpmiddel voor implementatie
Naast de handreiking publiceert de AP een praktisch hulpmiddel voor organisaties die generatieve AI willen aanschaffen, implementeren en gebruiken.
Het hulpmiddel is een checklist die privacy professionals, projectleiders en andere verantwoordelijken helpt om stap voor stap te beoordelen of hun organisatie generatieve AI wil, kan en mag gebruiken. Het is een praktisch instrument om na te gaan welke AVG-verplichtingen van toepassing zijn en welke technische en organisatorische maatregelen nodig zijn om generatieve AI verantwoord te gebruiken.
De AP adviseert organisaties daarbij eerst te onderzoeken of zij generatieve AI kunnen gebruiken zonder persoonsgegevens te verwerken. Is de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk, dan helpt het hulpmiddel organisaties om vanaf het begin rekening te houden met privacy.
Beide documenten zijn gepubliceerd op de website van de AP: