De scriptie als afsluitend bachelor- en masterexamen vecht voor haar voortbestaan. Door de enorme progressie van AI kan namelijk steeds moeilijker worden gegarandeerd dat studenten het belangrijkste werk daaraan zelf verrichten. Daarbij gaat het om het formuleren van de vraagstelling, het bedenken van de structuur, het argumenteren, het gebruik van relevante literatuur en het taalgebruik. Zelfstandig werken is een belangrijk vereiste om het didactische doel van de scriptie te bereiken en deze waardevol te laten zijn als toets van de kennis en vaardigheden van een student. De mogelijke inzet van AI ondergraaft dat in belangrijke mate.
Maar het gaat om meer, zoals Ybo Buruma treffend verwoordde bij de uitreiking van de NJV-scriptieprijs 2026: ‘Ik kan in dat verband over lichtvaardig gebruik van AI bij het schrijven van een scriptie slechts zeggen: wat een sukkels, wat missen ze veel. Ze denken dat het gaat om het resultaat, of zelfs het bureaucratisch nuttige papiertje, maar ze missen dat gevoel dat het echte leven maakt – dat gevoel dat je leeft door dat enthousiasme, die aandrang, die inspiratie of gewoon maar die egoïstische trots die opkwamen dankzij het schrijven. Dat missen degenen die te veel gebruik maken van AI.’
Universiteiten doen er veel aan om de scriptie als waardevol instrument te behouden. Daarbij zijn zij op zoek naar het waarborgen van het voldoende zelfstandig en zorgvuldig werken zonder daarbij het gebruik van AI geheel te willen verbieden. De invulling van het fraudebegrip uit de onderwijs- en examenregelingen speelt daarbij een belangrijke rol. Een digitale rondgang langs verschillende universiteiten leert dat er nog geen uitgekristalliseerde regels bestaan. Wel vertonen de richtlijnen voor scriptiestudenten grote gelijkenissen. Daarin staat het verbod van plagiaat en het belang van transparantie over het gebruik van AI voorop. Een door AI gegenereerde tekst presenteren als eigen werk wordt gezien als plagiaat. Daarnaast wordt er gewezen op het risico dat AI onbetrouwbare resultaten kan genereren en dat steeds moet worden gecontroleerd of de output klopt.
Ondertussen is de handhaving van de AI-fraudenorm met betrekking tot scripties geen sinecure. Het ontdekken van onjuist AI-gebruik is lastig en bovendien heel tijdrovend. Een probleem dat alleen maar groter wordt naarmate AI-systemen geavanceerder worden. Bovendien moet fraude buiten redelijke twijfel komen vast te staan wil er een sanctie opgelegd kunnen worden, hetgeen de handhaving verder bemoeilijkt. Vaak leiden fouten met bronvermeldingen of citaten tot een vermoeden van AI-fraude maar deze staat daarmee geenszins vast. Drie recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak illustreren dit en laten zien hoe genuanceerd er te werk moet worden gegaan. Bij het onjuist of onvolledig vermelden van bronnen zijn volgens de Afdeling de omvang en de ernst daarvan van belang. Ook speelt een rol of de student een plausibele verklaring heeft gegeven voor het onjuist vermelden van de bronnen. Er moet naar het oordeel van de Afdeling een onderscheid worden gemaakt tussen fraude en onzorgvuldigheid. Fraude kan leiden tot het opleggen van een maatregel door de examencommissie zoals het uitsluiten van het onderwijs; bij onzorgvuldigheid kan de examinator daaraan alleen gevolgen verbinden voor het cijfer (ECLI:NL:RVS:2026:4744).
Toepassing van dit toetsingskader door de Afdeling bestuursrechtspraak leidt in twee van de drie bedoelde zaken tot de vaststelling dat fraude aan de orde was. In de eerste zaak had een student AI gebruikt om de volledige bronnenlijst te genereren, met verzonnen bronnen tot gevolg. Zij had bovendien de verplichte AI-verklaring niet ingeleverd. Daarom bleef de fraudevaststelling overeind (ECLI:NL:RVS:2026:4745). In de tweede zaak ontkende een student AI-gebruik, maar diens verklaringen (tijdsdruk, dyslexie, aantekeningen) overtuigden niet. Hoewel direct bewijs ontbrak, werd geoordeeld dat fraude buiten redelijke twijfel was (ECLI:NL:RVS:2026:4720). In de derde zaak had een student ChatGPT gebruikt om zijn bronnenlijst te herordenen. Hij kon echter aantonen dat de oorspronkelijke lijst correct was en dat de bronnen bestonden. Daarom was de conclusie van de Afdeling dat het om een slordige fout ging en niet om fraude (ECLI:NL:RVS:2026:4744).
Hoe verder? Doel moet zijn om AI op een verantwoorde en kritische manier in de (rechts)wetenschap en -praktijk te integreren; het proberen uit te bannen daarvan is een heilloze weg. Studenten moeten ook met dat doel voor ogen worden opgeleid. Daarvoor is kennis over en ervaring met de werking van AI onontbeerlijk. Maar dat geldt ook voor eigen, parate rechtskennis en daarbij behorende (onderzoeks)vaardigheden. Zonder dat laatste kunnen AI-hallucinaties niet worden herkend en kan er van betrouwbaar juridisch werk geen sprake zijn. Echter juist het bestaan van AI kan ertoe leiden dat die parate kennis van het recht en het niveau van vaardigheden afnemen omdat studenten, onderzoekers en praktijkjuristen daarvoor steeds meer op AI leunen. Veilig AI-gebruik vereist daarom dus dat bij de opleiding van juristen het verkrijgen van parate kennis van het recht en adequate vaardigheden worden gewaarborgd. Bijvoorbeeld door het afnemen van bepaalde examens zonder dat daarbij AI mag of kan (mondelinge tentamens) worden gebruikt.
Gelet daarop is het temeer van groot belang streng te handhaven op AI-fraude bij scripties. Dat wordt overigens vergemakkelijkt omdat er inmiddels AI-detectieprogramma’s beschikbaar zijn die zo effectief en betrouwbaar zijn dat daarmee heimelijk AI-gebruik in vrijwel alle gevallen kan worden opgespoord. Daarbij helpt dat artikel 50 van de AI-verordening sinds kort AI-ontwikkelaars verplicht hun output te watermerken (NRC 5/6 september 2026, E3). Universiteiten zouden daarvan op zo kort mogelijke termijn structureel gebruik moeten gaan maken, waarbij de uiteindelijke beslissing over fraude natuurlijk aan de examinator is. Zo kan ook het grote gemis, waarover scheidend NJB-redacteur Ybo Buruma sprak, worden voorkomen. En dat gun je iedere student.
Dit Vooraf is verschenen in NJB 2026/1564, afl. 28.
Afbeelding: Shutterstock