<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><rss version="2.0">
    <channel>
        <title>NJB - Nederlands Juristenblad</title>
        <link>https://www.njb.nl/</link>                <description>Laatste magazine van Kluwer NJB</description>
<generator>Umbraco</generator>
<language>nl-NL</language>
<copyright>Kluwer 2026</copyright>
<webMaster>redactie@njb.nl</webMaster>
<pubDate>Sun, 10 May 2026 07:20:01 GMT</pubDate>
    <item>
        <title>Naar een evenwichtig zekerhedenrecht?</title>
        <author>David Kopalit, Teun van der Linden, Emil Verheul, Frank Verstijlen</author>
    <enclosure url="https://www.njb.nl/media/qs3fxqmd/njbcover-16.jpg" type="image/jpeg" />
        <subtitle></subtitle>
    <pubDate> Wed, 06 May 2026 12:00:00 GMT</pubDate>
        <description><![CDATA[Het voorontwerp <i>Wet modernisering pandrecht en cessie</i> beoogt onder meer het zekerhedenrecht aan te passen aan het digitale tijdperk en de toegang tot financiering – met name voor het mkb – te verbeteren. Door het registratievereiste te vervangen door een vaste dagtekening en het grondslagvereiste grotendeels te schrappen, wil de wetgever de administratieve lasten verminderen en een gelijker speelveld creëren tussen bancaire en non-bancaire financiers. Maar deze hervormingen gaan veel verder dan een technische modernisering. Zij leiden tot een fundamentele systeemwijziging die het evenwicht tussen financiers en handelscrediteuren verder uit het lood zet. De taxatie van de wetgever dat schrapping van het grondslagvereiste leidt tot een <i>level playing field</i> is onhoudbaar. De schrapping zorgt er juist voor dat andere schuldeisers dan de eerste financier – anders dan in het huidige stelsel – in de regel geen enkele kans meer zullen hebben op eersterangs zekerheid op vorderingen op naam.
<p><a class="wk-navigator-link" href="https://www.inview.nl/document/idb095d309eb244936b58e2078c45eabf7?ctx=WKNL_CSL_85" target="_blank">[verder lezen in <strong><span class="wk-letter-green">I</span>n<span class="wk-letter-red">V</span>iew</strong>]</a></p>
]]></description>
    <link>https://www.njb.nl/magazines/njb-16-2026/</link>
    </item>
    <item>
        <title>Mondelinge onderdelen van de civiele procedure - De rol van ervaren procedurele rechtvaardigheid</title>
        <author>Kim G.F. van der Kraats, Kees van den Bos, Anne Janssen</author>
    <enclosure url="https://www.njb.nl/media/qs3fxqmd/njbcover-16.jpg" type="image/jpeg" />
        <subtitle>De rol van ervaren procedurele rechtvaardigheid</subtitle>
    <pubDate> Wed, 06 May 2026 12:00:00 GMT</pubDate>
        <description><![CDATA[In een civiele procedure wordt de mondelinge behandeling (na antwoord), ook wel het hart van de procedure genoemd. Het wettelijk uitgangspunt is dat in principe in alle civiele handelszaken een mondelinge behandeling plaatsvindt. Dat gebeurt echter vaak niet. Ook van de sinds 2017 bestaande mogelijkheid om mondeling eindvonnis te wijzen (in plaats van schriftelijk) maakt de rechter nog maar weinig gebruik. En slechts weinig mensen komen in kantonzaken naar de rolzitting om hun kant van het verhaal mondeling uiteen te zetten (in plaats van schriftelijk). Van de mondelinge elementen in civiele procedures wordt dus maar beperkt gebruik gemaakt. In dit artikel staat de vraag centraal: dragen de mondelinge elementen in de civiele procedure bij aan de ervaren procedurele rechtvaardigheid?
<p><a class="wk-navigator-link" href="https://www.inview.nl/document/ida250a5ab7e974971889db59d8f79015c?ctx=WKNL_CSL_85" target="_blank">[verder lezen in <strong><span class="wk-letter-green">I</span>n<span class="wk-letter-red">V</span>iew</strong>]</a></p>
]]></description>
    <link>https://www.njb.nl/magazines/njb-16-2026/</link>
    </item>
    <item>
        <title>De kosten van de strijd tegen de &lt;i&gt;no-cure-no-pay&lt;/i&gt;-rechtshulp</title>
        <author>Marc Wever, Heinrich Winter, Bert Marseille</author>
    <enclosure url="https://www.njb.nl/media/qs3fxqmd/njbcover-16.jpg" type="image/jpeg" />
        <subtitle></subtitle>
    <pubDate> Wed, 06 May 2026 12:00:00 GMT</pubDate>
        <description><![CDATA[In het debat over <i>no-cure-no-pay</i>-bureaus die onder meer in WOZ- en bpm-zaken optreden is het dominante narratief dat bestuursorganen en rechtbanken worden overweldigd door een eindeloze hoeveelheid zaken van gering belang waarin procederende burgers weinig te winnen hebben. Dat beeld miskent het feit dat deze rechtshulpverleners kunnen voorzien in een reële behoefte aan toegang tot de rechter én het onvermogen van bestuursorganen en rechtspraak om dit soort zaken op effectieve wijze te behandelen. Deze bijdrage bevat een analyse van de problematiek en doet suggesties hoe de voordelen van de <i>no-cure-no-pay</i>-praktijk voor de democratisering van de toegang tot het recht kunnen worden behouden, zonder dat het rechtssysteem vastloopt.
<p><a class="wk-navigator-link" href="https://www.inview.nl/document/id4fe66c4110b149a782e44c4be60c04f3?ctx=WKNL_CSL_85" target="_blank">[verder lezen in <strong><span class="wk-letter-green">I</span>n<span class="wk-letter-red">V</span>iew</strong>]</a></p>
]]></description>
    <link>https://www.njb.nl/magazines/njb-16-2026/</link>
    </item>
    <item>
        <title>Generatieve AI en de herconfiguratie van juridische legitimiteit - Over institutionele roltoedeling, kennisproductie en de transformatie van professionele verantwoordelijkheden</title>
        <author>Wessel Wijtvliet</author>
    <enclosure url="https://www.njb.nl/media/qs3fxqmd/njbcover-16.jpg" type="image/jpeg" />
        <subtitle>Over institutionele roltoedeling, kennisproductie en de transformatie van professionele verantwoordelijkheden</subtitle>
    <pubDate> Wed, 06 May 2026 12:00:00 GMT</pubDate>
        <description><![CDATA[Juridisch werk berust al eeuwen op een ogenschijnlijk vanzelfsprekende verdeling: inhoudelijke expertise ontstaat binnen de beroepsgroep en normatieve legitimiteit wordt verleend via formele roltoedeling. Deze twee pijlers, kennis en mandaat, versterken elkaar en creëren een stabiel institutioneel model waarin juridische handelingen herkenbaar, verantwoord en gezaghebbend zijn. AI verandert die configuratie niet door een mensachtige deelnemer te willen worden, maar door een deel van de kennisproductie uit de beroepsgroep te verplaatsen. Daarmee ontstaat een nieuwe institutionele vraag: niet of AI juridisch kan denken, maar hoe het juridische systeem moet omgaan met een epistemische verschuiving zonder de legitimiteit van diens beslissingen te ondermijnen.
<p><a class="wk-navigator-link" href="https://www.inview.nl/document/iddec7ed8144fe4275974281b8f5547ce6?ctx=WKNL_CSL_85" target="_blank">[verder lezen in <strong><span class="wk-letter-green">I</span>n<span class="wk-letter-red">V</span>iew</strong>]</a></p>
]]></description>
    <link>https://www.njb.nl/magazines/njb-16-2026/</link>
    </item>

    </channel>
</rss>
