De Nederlandse Orde van Advocaten onderzoekt mogelijkheden om de regels voor de organisatie van advocatenkantoren te moderniseren. Het doel is kantoren meer ruimte te geven voor samenwerking, innovatie en in beperkte mate externe financiering, zonder dat dit ten koste gaat van de onafhankelijkheid van de advocatuur. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat advocaten binnen een kantoor altijd de eindverantwoordelijkheid behouden voor de uitoefening van hun beroep.

Volgens de Orde sluiten de huidige regels niet altijd meer aan bij de ontwikkelingen binnen de rechtspraktijk. Daarnaast spelen verschillende externe factoren een rol, waaronder het aflopen van het experiment met rechtsbijstandverzekeraars in 2028, de Europese Halmer/Brak-uitspraak uit 2024, de proportionaliteitsrichtlijn en recente onderzoeken van het WODC en de commissie-Winter. Met de voorgestelde hervormingen wil de NOvA komen tot een toekomstbestendig en beter handhaafbaar regelgevend kader.

In het voorgestelde stelsel vervalt het onderscheid tussen de verschillende rechtsvormen waarin advocaten hun praktijk kunnen voeren. In beginsel gaan voor alle kantoren dezelfde uitgangspunten gelden. De concrete uitwerking kan echter verschillen afhankelijk van de gekozen samenwerkingsvorm, bijvoorbeeld op het gebied van toelating, registratie, governance en toezicht.

Een centrale plaats krijgt de zogenoemde ‘staak’: een afzonderlijke organisatorische eenheid waarin alle aan een kantoor verbonden advocaten worden ondergebracht. Deze eenheid krijgt de uiteindelijke zeggenschap over de beroepsuitoefening, de naleving van de kernwaarden van de advocatuur en andere professionele beslissingen. Eventuele externe aandeelhouders of financiers mogen geen beslissende invloed uitoefenen op het werk van de advocaten. De afspraken hierover moeten worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

Daarnaast stelt de NOvA voor om niet alleen individuele advocaten, maar ook advocatenkantoren zelf verantwoordelijk te maken voor de naleving van de beroepsregels. Alle kantoren zouden verplicht worden zich te registreren. Kantoren die willen samenwerken met andere beroepsgroepen of extern kapitaal willen aantrekken, moeten vooraf een toetsing door de NOvA ondergaan. Na goedkeuring worden zij opgenomen in een centraal register.

Ook het toezichtstelsel wordt aangepast. Het toezicht zal zich niet alleen richten op individuele advocaten, maar eveneens op de organisatie als geheel. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de feitelijke zeggenschapsverhoudingen binnen een kantoor en de invloed van eventuele financiers. De NOvA benadrukt dat de beoogde onafhankelijke toezichthouder advocatuur (OTA) hiervoor zo spoedig mogelijk moet worden ingesteld.

De invoering van het nieuwe stelsel is voorzien in verschillende fasen. Eerst worden de voorwaarden rond samenwerking, financiering en governance nader uitgewerkt, waaronder de scheiding tussen eigendom en zeggenschap. Ook wordt beoordeeld of de voorstellen verenigbaar zijn met het mededingingsrecht en het Europese recht. Vervolgens worden de registratieprocedure en het centrale register ontwikkeld en wordt het nieuwe kader juridisch verankerd. Na afstemming met de OTA volgt de implementatie, waarna het stelsel in de praktijk zal worden geëvalueerd en zo nodig verder wordt aangepast.

Bron: Advocatenorde

Laatste nieuws