De rechtsstatelijke verantwoordelijkheid van de advocaat

Op 21 mei 2026 organiseerde de Amsterdamse Orde van Advocaten, in samenwerking met Lawyers for Lawyers, een seminar in De Rode Hoed, met als onderwerp ’Van Warschau to Washington – lessen in waakzaamheid voor de rechtsstaat’. Iris van Dom­selaar verzorgde de keynote speech waarin zij het voorstel deed om een zesde kernwaarde toe te voegen aan artikel 10a Advocatenwet, te weten ‘Rechtsstatelijkheid’. 

Dat voorstel was niet geheel nieuw. Al in 2006 adviseerde de Commissie Van Wijmen1 de Nederlandse Orde om zo’n zesde kernwaarde in te voeren, onder de aanduiding ’publieke verantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling’. De Nederlandse wetgever kwam direct daarop in actie en diende een concept-wetsvoorstel in tot wijziging van de Advocatenwet, waarin inderdaad in een (toen) nieuw te formuleren artikel 10a Advocatenwet zes kernwaarden voor de advocatuur waren opgenomen.2 De Nederlandse Orde reageerde daarop kritisch per brief van 27 mei 2008 aan de Staatssecretaris van Justitie, mevrouw Albayrak, en betrok het standpunt dat de publieke verantwoordelijkheid van de advocaat geen kernwaarde is. De Orde zag het algemeen belang van een goede rechtsbedeling als een instructienorm voor de Orde zelf. In concreto stelde de Orde voor om kernwaarde zes te schrappen en om in de wet op te nemen: ‘De algemene raad en de raden van toezicht bevorderen in het algemeen belang van een goede rechtsbedeling een behoorlijke uitoefening van de praktijk en zijn bevoegd tot het nemen van alle maatregelen, die daartoe kunnen bijdragen. Zij komen op voor de rechten en belangen [en zien toe op de naleving van de plichten] van de advocaten en vervullen de taken die hun bij verordeningen zijn opgedragen.’ Aldus geschiedde.3 Geen verantwoordelijkheid van de advocaat zelf voor het algemeen belang van een goede rechtsbedeling, maar een nieuw lid 2 in artikel 10a Advocatenwet met niet de verplichting voor de Orde om dat belang te behartigen, maar slechts de taak om in het kader daarvan een behoorlijke uitoefening van de praktijk te bevorderen. Het kan verkeren.

Hoe zit het met de rechtsstatelijke verantwoordelijkheid van de advocaten om ons heen? De solicitors in Engeland en Wales zijn daaraan gebonden in de Principles van de Solicitors Regulation Authority: ‘You act: 1. in a way that upholds the constitutional principle of the rule of law, and the proper administration of justice.’ Daar is geen woord Spaans aan.4 In de International Principles on Conduct for the Legal Profession van de International Bar Association staat in artikel 5: ‘A lawyer shall treat client interests as paramount, subject always to there being no conflict with the lawyer’s duties to the court and the interests of justice, to observe the law, and to maintain ethical standards.’5 En, in grote delen van de Anglo-Amerikaanse wereld geldt dat advocaten officer of the court zijn. De reikwijdte en invulling van dat begrip is echter niet steeds eenduidig, al wordt daaronder wel vaak een zekere medeverantwoordelijkheid voor het functioneren van het rechtssysteem begrepen.

Ik zou menen dat in de huidige tijd, waarin de democratische rechtsstaat niet zelden onder (grote) druk staat, er niet alleen veel voor valt te zeggen, maar misschien zelfs de essentiële en existentiële noodzaak bestaat, om advocaten rechtsstatelijke verantwoordelijkheid te laten dragen. Advocaten functioneren niet alleen in het systeem, maar zijn medeverantwoordelijk voor het bestaan en de goede werking ervan. Als dat systeem wordt aangevallen, dan moeten advocaten helpen om het te verdedigen en overeind te houden. En niet alleen hun beroepsorganisaties, maar (ook) iedere advocaat voor zich: iedere advocaat moet staan voor het voortbestaan van de democratische rechtsstaat.6 Dat kan spanning opleveren met die andere kerntaak van de advocaat, het leveren van rechtsbescherming, maar dat is geen reden om de rechtsstatelijkheid maar daar te laten.7

Gezien de importantie ervan, zou ik er minstens voor willen pleiten om de rechtsstatelijke verantwoordelijkheid niet als zesde kernwaarde in de Advocatenwet neer te leggen, maar als eerste. Die zou als een positieve verplichting kunnen worden vormgegeven: ‘De advocaat gedraagt zich in overeenstemming met de beginselen van de democratische rechtsstaat.’ Maar ook een negatieve verplichting kan: ‘De advocaat onthoudt zich van iedere gedraging die in strijd is met de beginselen van de democratische rechtsstaat.’ Een principiëlere (en te prefereren) mogelijkheid bestaat erin om de aanhef van het huidige artikel 10a Advocatenwet te herformuleren. Die aanhef luidt nu: ‘In het belang van een goede rechtsbedeling draagt de advocaat zorg voor de rechtsbescherming van zijn cliënt. Daartoe is de advocaat bij de uitoefening van zijn beroep: (…)’, en dan volgen de vijf kernwaarden (onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en geheimhouding). Mijn alternatief stelt de kerntaken rechtsstatelijkheid en rechtsbescherming voorop en zou bijvoorbeeld kunnen luiden: ‘De advocaat laat zich leiden door de beginselen van de democratische rechtsstaat en verzorgt de rechtsbescherming van de cliënt. De advocaat is bij de beroepsuitoefening in ieder geval: (…)’.8 Maar wat van de precieze invullingskwesties ook zij, het principe van de rechtsstatelijke verantwoordelijkheid van iedere advocaat dient wat mij betreft nu eindelijk (wettelijk) te worden vastgelegd.

Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/1303, afl. 24

Afbeelding: gegenereerd met AI

Voetnoten


1 Officieel getiteld de Commissie Advocatuur, P.C.E. van Wijmen c.s., Een maatschappelijke Orde, 24 april 2006.

2 Waaronder als zesde ‘het rekening houden met het algemeen belang van een goede rechts­bedeling’. De overige vijf worden verderop nog kort aangeduid.

3 Zij het dat het gedeelte tussen vierkante haken niet zijn weg naar de uiteindelijke wetstekst heeft gevonden.

4 Voor de barristers, die primair zijn gebonden aan de regels van hun Inn, geldt niet een dergelijke bepaling.

5 Maar de Model Code of Conduct for European Lawyers bevat, zie ik het goed, niet een dergelijke verplichting.

6  Op 2 juni 2026 heeft ook Richard Korver zich daarover uitgelaten op nederlandrechtsstaat.nl in zijn bijdrage ‘Rechtsstatelijkheid begint waar het ongemakkelijk wordt. Reactie op het pleidooi voor een rechtsstatelijk weerbare advocatuur.’

7 Tussen de huidige kernwaarden bestaat ook (intrinsieke) spanning, zoals tussen onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Mij dunkt dat de (tucht)rechter daar prima in concreto raad mee weet, ook bij onverhoopte misbruiksituaties.

8 Waarmee, naast meer genderneutrale taal, ook de kernwaarden, als invulling van de kerntaken rechtsstatelijke verantwoordelijkheid en rechtsbescherming, niet-limitatief worden gemaakt.

 

 

Over de auteur(s)
Author picture
Coen Drion
Advocaat bij Jones Day