De regels voor de omgang met zogenoemde verschoningsgerechtigde informatie sluiten onvoldoende aan bij de huidige digitale praktijk. Daardoor kunnen strafrechtelijke onderzoeken aanzienlijke vertraging oplopen. De Rechtspraak ondersteunt daarom een modernisering van de huidige werkwijze. Dat blijkt uit een wetgevingsadvies van de Raad voor de rechtspraak over het wetsvoorstel voor de Tweede Aanvullingswet Nieuw Wetboek van Strafvordering. Daarbij benadrukt de Raad dat de rechtsbescherming van verdachten stevig moet blijven gewaarborgd.
Verschoningsgerechtigde informatie betreft onder meer vertrouwelijke communicatie tussen advocaten en cliënten en tussen artsen en patiënten. Deze informatie mag niet worden gebruikt in een strafzaak tegen een verdachte.
Wanneer politie en Openbaar Ministerie tijdens een onderzoek op dergelijke gegevens stuiten, is het momenteel de taak van de rechter-commissaris om deze informatie te beoordelen, te filteren en zo nodig buiten het strafdossier te houden. Daarmee wordt voorkomen dat vertrouwelijke communicatie onderdeel wordt van het strafproces.
Volgens de Raad is deze werkwijze door de digitalisering steeds moeilijker uitvoerbaar. De hoeveelheid beschikbare data groeit sterk en bevindt zich vaak verspreid over verschillende systemen en gegevensdragers. Het beoordelen en filteren van deze grote hoeveelheden data vergt veel tijd en capaciteit.
Met name in complexe fraudezaken, waarbij bijvoorbeeld advocaten, notarissen en artsen betrokken zijn, kan dit leiden tot forse vertragingen. In sommige gevallen duurt het jaren voordat gegevens kunnen worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam, waardoor het opsporingsonderzoek grotendeels stil komt te liggen.
De Rechtspraak begrijpt daarom dat het kabinet voorstelt de verantwoordelijkheid voor het filteren van verschoningsgerechtigde informatie niet langer bij de rechter-commissaris te leggen. In het wetsvoorstel wordt deze taak ondergebracht bij het Openbaar Ministerie, zoals ook in het verleden het geval was.
Tegelijkertijd wijst de Raad op de risico’s die deze wijziging met zich kan brengen. Er moeten voldoende waarborgen bestaan om te voorkomen dat het Openbaar Ministerie zonder rechterlijk toezicht onderzoek doet in datasets die mogelijk vertrouwelijke informatie bevatten.
De Raad staat positief tegenover de voorgestelde regeling, maar roept de wetgever op om bij de verdere uitwerking scherp oog te houden voor de rechtsbescherming van verdachten. Volgens de Raad moet de balans tussen een effectieve strafrechtspleging en de bescherming van fundamentele rechten zorgvuldig worden bewaakt.
Bron: de Rechtspraak