De Onderzoeksraad voor Veiligheid luidt de noodklok over de omstandigheden waarin kinderen verblijven in de asielnoodopvang. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen langdurig worden geconfronteerd met onveilige situaties die een negatieve invloed kunnen hebben op hun ontwikkeling en welzijn. Volgens de raad is deze problematiek niet ontstaan door een onverwachte crisis, maar het gevolg van bestuurlijke keuzes waarbij tijdelijke noodmaatregelen zijn uitgegroeid tot een structurele oplossing.
In het rapport Kinderen in nood. Over het normaliseren van onveiligheid voor kinderen in de asielnoodopvang roept de Onderzoeksraad de minister van Asiel en Migratie op om binnen zes maanden concrete verbeteringen door te voeren. Ongeveer 7.000 kinderen in de asielopvang verblijven momenteel op noodopvanglocaties.
Daarnaast doet de raad een dringend beroep op het kabinet om afscheid te nemen van de voortdurende crisisaanpak en te kiezen voor een stabiel en toekomstbestendig opvangbeleid. De rijksoverheid moet ervoor zorgen dat betrokken organisaties over voldoende middelen beschikken om hun taken goed uit te voeren en actief inspelen op signalen over veiligheidsrisico's. Daarbij is samenwerking vanuit een gezamenlijk belang essentieel.
Voorzitter Chris van Dam benadrukt dat noodopvang nooit als normale situatie mag worden beschouwd. Wat ooit bedoeld was als een tijdelijke oplossing, is uitgegroeid tot een langdurige werkelijkheid voor veel kinderen. Sinds 2021 accepteren het Rijk, het COA en gemeenten steeds vaker locaties die eigenlijk niet geschikt zijn voor langdurige bewoning, zoals leegstaande kantoorpanden, schepen, evenementenhallen en containercomplexen. Volgens Van Dam is daarmee de grens van wat voor kinderen als veilig kan worden beschouwd, overschreden.
De Onderzoeksraad constateert bovendien dat het opvangsysteem inmiddels sterk afhankelijk is geworden van noodopvang. Meer dan 60 % van alle opvanglocaties heeft inmiddels het karakter van noodopvang. Hierdoor worden tijdelijke voorzieningen ingezet om een structureel tekort aan opvangplekken op te vangen.
Hoewel professionals zich dagelijks inzetten om kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen, kunnen zij de fundamentele tekortkomingen van het systeem niet wegnemen. Hun inspanningen zorgen er zelfs voor dat het huidige stelsel blijft functioneren zonder dat de onderliggende problemen worden opgelost. Volgens Van Dam ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de overheid, die ervoor moet zorgen dat de rechten, veiligheid en basisvoorzieningen van kinderen structureel worden gewaarborgd.