De minister van Asiel en Migratie mag een asielvergunning intrekken als hij erachter komt dat een asielzoeker zijn asielmotief heeft verzonnen en heeft gebaseerd op valse verklaringen. Maar de minister moet daarna wel altijd een deugdelijke herbeoordeling maken of de asielzoeker alsnog in aanmerking komt voor asiel. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in twee uitspraken van vandaag (8 juli 2026) in het zogenoemde ‘Ambroseproject’.
Intrekking terecht, maar herbeoordeling noodzakelijk
De hoogste bestuursrechter stelt vast dat de minister de vergunningen terecht heeft ingetrokken vanwege de onjuiste verklaringen. Tegelijkertijd benadrukt de Raad van State dat daarmee niet is voldaan aan alle wettelijke verplichtingen. De overheid moet vervolgens zorgvuldig beoordelen of de betrokken personen op grond van andere omstandigheden alsnog in aanmerking komen voor asielbescherming.
Verschillende uitkomst voor de gezinnen
In één van de zaken oordeelde de Raad van State dat de herbeoordeling tekortschiet. Het betreffende gezin is niet volledig gehoord over alle relevante onderdelen van het asielrelaas. Daarom moet de minister opnieuw onderzoek doen, het gezin opnieuw horen en vervolgens een nieuw besluit nemen. In de andere zaak was de herbeoordeling volgens de Raad van State wel zorgvuldig uitgevoerd. Daar mocht de minister concluderen dat er geen grond bestond om opnieuw een asielvergunning te verlenen.
Bron: Raad van State