Volgens de Nationale ombudsman staat het demonstratierecht in Nederland onder toenemende druk. In zijn recente onderzoek signaleert hij dat overheid en politiek zich steeds nadrukkelijker richten op het beheersen van risico’s en het beperken van overlast, wat ertoe kan leiden dat burgers aarzelend worden om daadwerkelijk te demonstreren. Deze ontwikkeling kan een zichzelf versterkend effect hebben: een strengere benadering vergroot de afstand tot demonstranten, waardoor sommige mensen afhaken en anderen juist radicaler optreden. Dat voedt vervolgens opnieuw de neiging van de overheid om nog meer nadruk te leggen op controle.
Sinds het eerdere onderzoek uit 2018 is niet alleen de bestuurlijke aandacht voor demonstraties toegenomen, maar ook de toon van het publieke en politieke debat verhard. Incidenten en verstoringen krijgen vaak veel aandacht, terwijl vreedzame demonstraties de norm blijven. Deze eenzijdige focus beïnvloedt hoe burgers het recht ervaren en kan ertoe bijdragen dat zij zich minder gesteund voelen om hun mening in het openbaar te uiten. Tegelijkertijd vertaalt deze benadering zich in concreet beleid: gemeenten passen regelmatig standaardbeperkingen toe die spanning oproepen met het demonstratierecht, en in Den Haag klinkt steeds vaker de roep om extra regulering via nieuwe wetgeving. De ombudsman plaatst daar vraagtekens bij en wijst erop dat algemene maatregelen die alle demonstranten raken, geen passend antwoord zijn op incidenten die slechts bij een deel van de demonstraties voorkomen.
Hoewel Van Zutphen erkent dat uitwassen zoals rellen en vernielingen een grote maatschappelijke impact kunnen hebben, benadrukt hij dat dergelijk gedrag buiten de reikwijdte van het demonstratierecht valt. Dat recht beschermt het vreedzaam uitdragen van opvattingen en kan niet worden vereenzelvigd met geweld of openbare ordeverstoring.
Daarnaast wijst de ombudsman op tekortkomingen in de rechtsbescherming van demonstranten. Het aantal klachten over politieoptreden neemt toe en een deel van de betroffenen spreekt zelfs van buitensporig geweld. Daarbij bestaat er weinig vertrouwen in een onafhankelijke behandeling van dergelijke klachten. Ook op andere punten schiet de bescherming tekort: demonstranten hebben niet altijd helder welke beperkingen door gemeenten worden opgelegd en hoe zij daartegen juridisch kunnen opkomen. Volgens de ombudsman is juist die mogelijkheid tot toetsing essentieel, omdat zij bijdraagt aan transparantie en het vermogen van de overheid om haar handelen te verbeteren.
Tegen deze achtergrond roept de ombudsman regering en parlement op om het demonstratierecht actief te waarborgen en terughoudend te zijn met nieuwe beperkingen. De bestaande wetgeving biedt volgens hem al voldoende instrumenten om demonstraties in goede banen te leiden en waar nodig proportioneel in te grijpen. Verdere aanscherping van het kader is daarom niet alleen overbodig, maar kan het fundamentele karakter van het demonstratierecht onnodig aantasten.
Bron: Nationale Ombudsman