De burgemeester van Den Haag had een demonstratie van de Partij voor de Dieren in september 2024 niet mogen beperken tot de aanwezigheid van maximaal 10 personen.
De Partij voor de Dieren wilde op maandag 23 september 2024 tussen 15.00 uur en 17.00 uur met 20 personen demonstreren voor de ingang van Decathlon en Intersport, aan de Grote Marktstraat in Den Haag. Met de demonstratie wilde zij aandacht vragen voor de misstanden bij de jacht op kangoeroes, mensen informeren over het gebruik van kangoeroeleer door winkels zoals de Decathlon en Intersport en handtekeningen verzamelen voor een petitie tegen het gebruik en de import van kangoeroeleer.
De burgemeester van Den Haag stelde echter beperkingen aan de demonstratie. Om wanordelijkheden te voorkomen en veilige verkeersstromen te waarborgen, bepaalde hij dat tien personen aan de demonstratie mochten deelnemen. Hij verwees daarvoor naar het demonstratiebeleid, waarin het uitgangspunt staat dat demonstraties van meer dan tien personen in het kernwinkelgebied niet worden toegestaan.
De rechtbank vindt het op zichzelf niet in strijd met de demonstratievrijheid om voor verschillende gebieden als uitgangspunt een maximumaantal demonstranten in beleid op te nemen. Maar de rechtbank stelt vast dat het beleid voor het kernwinkelgebied in Den Haag, gaat over een behoorlijk groot gebied dat erg verschilt per straat of locatie. Het beleid maakt echter geen onderscheid naar locatie in het kernwinkelgebied en ook niet naar de aard of het tijdstip van de demonstratie. Dit terwijl het voor te stellen is dat bij een statische demonstratie op een relatief rustig tijdstip de risico’s niet vanzelfsprekend zijn en niet dezelfde impact hebben op elke locatie binnen het gebied. Waarom in het beleid voor een maximumaantal van tien demonstranten is gekozen, is daarom onduidelijk.
Op het moment dat er in het beleid wordt gekozen voor een heel specifiek aantal waarbij te weinig onderscheid wordt gemaakt naar locatie en tijdstip, is niet uit te sluiten dat er een zogenoemd 'chilling effect' ontstaat. Het beleid kan voor de burgemeester daarom geen houvast bieden om de demonstratie te beperken. De burgemeester heeft daarnaast onvoldoende gemotiveerd dat de omstandigheden op de beoogde locatie maken dat het noodzakelijk was om het aantal demonstranten te beperken tot tien personen.
Bron: rechtspraak.nl