Vorige week vierden we de vrijheid. Een dag eerder, op 4 mei, werd uren voor het van start gaan van de Nationale Herdenking, het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam beklad. ‘Schandalig’ en ‘onbegrijpelijk’, aldus minister-president Jetten.
Drie dagen later, op 7 mei, ging er een vuurwerkbom af op het partijkantoor van zijn partij, D66. Door de brievenbus gegooid, terwijl er zeker dertig Jonge Democraten aanwezig waren. Die konden door een achterdeur het pand verlaten – met in het achterhoofd een eerder incident bij het partijkantoor afgelopen september.
In een ingezonden brief noemde een Telegraaf-lezer (die volgens Sander Schimmelpenninck overigens door de krant zou zijn bedacht1) de aanslag ‘niet goed te praten’, maar ook ‘niet verwonderlijk’. ‘De bevolking is zwaar ontevreden, voelt zich belazerd door kabinet-Jetten, dat totaal niet levert en slechts partijpolitiek bedrijft. Dit kabinet heeft geen bestaansrecht. En daardoor komt de bevolking in opstand. Wie niet horen wilt, moet het uiteindelijk voelen.’2
Ook in Loosdrecht rinkelde het glas. Vanwege de komst van een noodopvang voor asielzoekers in een leegstaand voormalig gemeentehuis, is het daar al weken onrustig. De politie werd bekogeld met stenen en zwaar vuurwerk, de ME moest meerdere keren ingrijpen. Intussen werd een man veroordeeld tot een celstraf van enkele weken nadat hij met stoeptegels de ruiten van het gemeentehuis had ingegooid, en kinderen aanmoedigde datzelfde te doen.3
De geweldpleger kwam niet uit Loosdrecht, maar uit Ermelo. Dat protesten tegen de komst van AZC’s of andere vormen van opvang van asielzoekers als een magneet werken op raddraaiers van elders, is geen nieuw fenomeen. Ook het extreemrechtse netwerk Identitair Verzet, zo bleek vorige week uit onderzoek van de Stichting Justice for Prosperity, is terug van weggeweest en onderdeel van demonstraties als die in Loosdrecht (of IJsselstein, of Apeldoorn).4 Ook op bepaalde politici hebben die trouwens een bijzondere aantrekkingskracht. Zowel Gidi Markuszower als Mona Keijzer kwamen naar Loosdrecht om de acties daar te ondersteunen. Lidewij de Vos was aanwezig bij het protest waarbij de ruiten van het voormalige gemeentehuis werden ingegooid, dat zij vervolgens in de media als ‘vreedzaam’ bestempelde.
Liever kapotmaken wat je zegt lief te hebben, dan accepteren dat het niet (alleen) van jou is. In haar recente boek Dieser Drang nach Härte. Über den neuen Faschismus (S. Vischer Verlag, 2026) komt de Duitse filosofe Eva von Redecker met een nieuwe analyse van het fascisme. Tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is dit, aldus Von Redecker in een interview, nodig omdat – in elk geval in Duitsland – enerzijds iedereen ‘de ander’ al snel een ‘Nazi’ vindt, maar anderzijds het label ‘Fascismus’ dermate beladen is dat het gebruik ervan voor fenomenen anders dan het nationaalsocialisme en zijn gruweldaden, steevast voor ongepast wordt gehouden. Terwijl het wel een categorie betreft, die ook in het huidige tijdgewricht betekenis toekomt.5
Volgens Von Redecker is het ‘nieuwe fascisme’ – waarbij zij overigens aangeeft dat het daarbij niet per se en in elke context gaat over het grootste kwaad aller kwaden – niet gemakkelijk te herkennen. Haar definitie ervan vind ik tegen die achtergrond behulpzaam. Het zou bij fascisme gaan om ‘liquidierende Phantombesitzverteidigung’, ofwel de vernietigende verdediging van fantoombezit; een definitie waarin een hele theorie besloten ligt. Zonder te pretenderen daaraan recht te kunnen doen, gaat het volgens mij om een bezit, of eigendom, dat niet reëel is, maar waarbij wel het gevoel heerst dat aanspraken erop worden bedreigd door ‘plunderaars’. En dat die bedreigingen mogen worden beantwoord met geweld tegen de aanvaller, of desnoods gericht op het ‘bezit’ zelf. Met je eigendom mag je immers doen wat je wilt, ook vernietigen.
De boom die tegen kap wordt beschermd door klimaatactivisten die zich eraan vastketenen, of de vrouw die verkracht zou worden door immigranten (of door transgender personen in de dameskleedkamer). Nog liever zaag je hem om, verkracht je haar zelf, dan ruimte te laten aan de vijand. Ik moest ook denken aan voormalig minister Gouke Moes, die onlangs in het nieuws kwam vanwege zijn steun aan een rechtszaak tegen de Staat om de ‘inheemse bevolking’ te beschermen.6 De wens de eigen ‘cultuur, identiteit en leefwijze’ te beschermen heeft ook iets weg van een gefingeerde eigendomsaanspraak. Waar deze uiteindelijk aanleiding wordt voor het uitroepen van een ‘noodtoestand’ die geweld legitimeert, en de bereidheid ‘over lijken te gaan’, is volgens Von Redecker sprake van fascisme.
Over lijken gesproken. In Loosdrecht kreeg het protest tegen de noodopvang afgelopen week de vorm van een rouwstoet. Op een platte kar achter een trekker lag een grafkist met daarop in zwarte letters ‘Democratie’, gevolgd door honderden in het zwart geklede mensen. De ‘vijand’ was in dit spektakel niet zozeer de asielzoeker zelf, maar vooral ‘de asieldwang van het kartel’ die die democratie zou hebben geliquideerd. Uitgaande van een eigen interpretatie van die democratie – de ‘wil van de meerderheid’ of in dit geval misschien zelfs van een (kleine) minderheid? – en een aanspraak daarop die geweld schijnt te rechtvaardigen, doet men daarmee precies dat wat de ander wordt verweten. Net als met die bom door de brievenbus, bij een regeringspartij die niet zou ‘leveren’ en dus moet ‘voelen’. Liever kapotmaken wat je zegt lief te hebben, dan accepteren dat het niet (alleen) van jou is.
Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/907, afl. 17
Afbeelding: ©istock
Voetnoten
1 volkskrant.nl/columns-van-de-dag/de-telegraaf-houdt-zich-niet-bezig-met-het-vertolken-van-onvrede-maar-met-het-creeren-ervan~b151950e/