Op 14 en 15 mei 2026 vindt in Chişinău, de hoofdstad van Moldavië, een ministeriële conferentie van de Raad van Europa plaats. Tijdens deze bijeenkomst staat de aanneming van een politieke verklaring over mensenrechten en migratie centraal. In aanloop naar de conferentie roept het College voor de Rechten van de Mens de Nederlandse regering op om zich nadrukkelijk te blijven inzetten voor het Europees systeem van mensenrechtenbescherming en voor de onafhankelijke positie en het gezag van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De aanleiding voor deze oproep is dat sommige lidstaten van de Raad van Europa ervaren dat hun migratiebeleid te weinig ruimte krijgt. Dit speelt vooral bij irreguliere migratie en bij de uitzetting van vreemdelingen die ernstige strafbare feiten hebben gepleegd. Daarbij wordt vaak verwezen naar de rechtspraak van het Europees Hof over het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling en over het recht op privé- en gezinsleven. Andere lidstaten benadrukken echter dat het Hof staten al aanzienlijke beleidsvrijheid laat en dat de grenzen die het mensenrechtenrecht stelt voortvloeien uit de fundamentele waarden die het EVRM beschermt. Volgens hen mag een discussie over migratie onder geen beding leiden tot het ondermijnen van het gezag van het Hof of tot een verlaging van het beschermingsniveau van mensenrechten.

Voor het College staat vast dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van essentieel belang is voor de democratische rechtsstaat. Het Verdrag beschermt uiteenlopende basisrechten waar burgers dagelijks gebruik van maken, zoals de vrijheid van meningsuiting, het eigendomsrecht, bescherming tegen huiselijk geweld en de demonstratievrijheid. Deze rechten zijn in Nederland verankerd in nationale wetgeving en worden door de rechter beschermd. Het gezamenlijke Europese minimumniveau wordt uiteindelijk bewaakt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat fungeert als vangnet wanneer nationale rechtsbescherming tekortschiet.

Dat vangnet is ook voor Nederlanders van grote waarde gebleken. In Straatsburg hebben onder meer nabestaanden van de MH17-ramp, journalisten, patiënten en ondernemers met succes bescherming gezocht en gekregen. Die rechtsbescherming is volgens het College onvervangbaar. Zonder het Europees Hof kan de Nederlandse rechtsstaat, net als die van de andere verdragsluitende staten, niet goed functioneren. Ook de Nederlandse regering heeft zich hieraan gecommitteerd door in het coalitieakkoord te benadrukken pal te blijven staan voor westerse vrije waarden en mensenrechten.

Het College erkent dat het vanzelfsprekend en legitiem is dat verdragsstaten met elkaar in gesprek gaan over het EVRM. Sinds de totstandkoming van het Verdrag in 1950 is dat ook regelmatig gebeurd, onder meer via de aanneming van protocollen en politieke verklaringen ter versterking van het Verdrag en het Hof. Een recent voorbeeld is de top in Reykjavik in 2023, waar Europese leiders hun inzet voor democratie, rechtsstaat en mensenrechten opnieuw bevestigden in het licht van de Russische inval in Oekraïne.

Wat de huidige onderhandelingen rond de Verklaring van Chişinău volgens het College zorgelijk maakt, is dat sommige staten de indruk wekken het beschermingsniveau van fundamentele rechten te willen verlagen en het gezag van het Europees Hof ter discussie te stellen. Dat heeft geleid tot brede zorgen bij mensenrechtenorganisaties, wetenschappers, nationale mensenrechteninstituten en bij de Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa. Ook het Europese netwerk van nationale mensenrechteninstituten heeft hierover een gezamenlijke verklaring uitgebracht, die door het College is onderschreven.

Het College volgt de onderhandelingen nauwgezet en verwacht van de Nederlandse regering, die traditioneel een actieve en constructieve rol binnen de Raad van Europa speelt, dat zij zich zowel in de aanloop naar als tijdens de conferentie in Chişinău inzet voor het behoud van het Europese mensenrechtensysteem. Cruciaal is dat de uiteindelijke Verklaring van Chişinău geen afbreuk doet aan de betekenis van het EVRM voor democratie, rechtsstaat en mensenrechten, de onafhankelijkheid en het gezag van het Europees Hof erkent en het Hof volledig respecteert in zijn taak om het Verdrag te interpreteren en toe te passen. Daarnaast moet worden onderstreept dat mensenrechten toekomen aan iedereen, zonder discriminatie, dat staten verplicht zijn deze rechten te waarborgen voor eenieder onder hun rechtsmacht, dat het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling absoluut is en dat het Hof bij de toepassing van het recht op privé- en gezinsleven al ruime beleidsvrijheid laat aan de verdragsstaten in lijn met het subsidiariteitsbeginsel.

De conferentie in Chişinău vormt daarmee een belangrijk ijkpunt. Zij zal laten zien of Europese staten blijven vasthouden aan een sterk en effectief mensenrechtensysteem dat burgers al decennia lang bescherming biedt, of dat zij bereid zijn dat fundament te verzwakken.

Eerder over de conferentie in Chişinău in NJB 2026/801 afl. 15: Nederland op weg naar Chișinău; Over de Raad van Europa en migratierechtspraak

Bron: College voor de Rechten van de Mens

Laatste nieuws