Tien jaar na de invoering van het VN‑verdrag handicap in Nederland blijkt dat mensen met een beperking nog altijd niet vanzelfsprekend volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Ondanks inspanningen van de afgelopen jaren ervaren velen nog drempels op verschillende leefgebieden, zoals werk, zorg, onderwijs en sociale contacten. Uit onderzoek onder ruim 1.800 mensen komt naar voren dat de praktijk nog ver verwijderd is van de ambities van het verdrag.
Een aanzienlijk deel van de respondenten geeft aan dat gelijke kansen niet vanzelfsprekend zijn. Zo ervaart meer dan een kwart ongelijkheid op de arbeidsmarkt en heeft een derde moeite om passende zorg of ondersteuning te vinden. Ook binnen het onderwijs lopen mensen met een beperking tegen obstakels aan, doordat instellingen volgens hen onvoldoende rekening houden met hun behoeften. Daarnaast blijkt dat veel mensen minder deelnemen aan sociale activiteiten dan zij eigenlijk zouden willen, wat bijdraagt aan gevoelens van uitsluiting.
De problemen beperken zich niet tot praktische belemmeringen; ook financiële zorgen spelen een grote rol. Een aanzienlijk deel maakt zich zorgen over de eigen financiële toekomst. Deze onzekerheid heeft vaak meerdere oorzaken, zoals stijgende zorgkosten, afhankelijkheid van uitkeringen en de extra kosten voor hulpmiddelen. Omdat deze factoren gelijktijdig spelen, kunnen de zorgen zich opstapelen en elkaar versterken.
Daarnaast blijkt dat kennis over het VN‑verdrag zelf zeer beperkt is: een grote meerderheid van de mensen met een beperking weet niet precies wat hun rechten zijn. Tegelijkertijd vindt slechts een klein deel dat de overheid voldoende doet om gelijke deelname mogelijk te maken. Ook voelen veel mensen zich onvoldoende betrokken bij beleid en besluitvorming die hen direct raakt, terwijl dit juist een belangrijk uitgangspunt van het verdrag is.
Het College voor de Rechten van de Mens concludeert dat de intenties van het verdrag nog onvoldoende zichtbaar zijn in het dagelijks leven. Hoewel er wel stappen zijn gezet sinds de ratificatie in 2016, blijft daadwerkelijke inclusie achter. Volgens het College is extra inzet nodig om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking niet alleen formeel dezelfde rechten hebben, maar deze in de praktijk ook daadwerkelijk kunnen benutten.