De Afdeling bestuursrechtspraak heeft besloten dat de Dienst Toeslagen voorlopig geen dwangsommen hoeft te betalen wanneer zij te laat beslist op aanvragen van ouders die compensatie vragen voor hun werkelijke schade in de toeslagenaffaire. Deze tijdelijke regeling geldt tot 3 juni 2027. Wel blijft het uitgangspunt dat, als een rechter uitspraak heeft gedaan, de dienst binnen twee weken alsnog een besluit moet nemen.

Aanleiding voor dit besluit is de ernstige vertraging in de afhandeling van deze dossiers. De Afdeling constateert dat het systeem vrijwel tot stilstand is gekomen, waardoor het op dit moment niet mogelijk is om een zinvolle en haalbare beslistermijn vast te stellen. Eerder opgelegde dwangsommen hebben bovendien niet geleid tot een versnelling van de besluitvorming. Integendeel: procedures over het uitblijven van beslissingen lijken het proces juist verder te vertragen, omdat zij capaciteit wegnemen die nodig is voor de inhoudelijke beoordeling van aanvragen.

De rechterlijke instantie onderkent dat deze situatie zwaar weegt voor gedupeerde ouders, die al lange tijd in onzekerheid verkeren. Veel van hen ervaren frustratie en een gevoel van machteloosheid doordat beslissingen uitblijven en het systeem onvoldoende functioneert. Toch wijst de Afdeling erop dat een dwangsom bedoeld is als prikkel voor de overheid om sneller te handelen, en niet als vorm van schadevergoeding. In de huidige omstandigheden blijkt die prikkel niet effectief en zelfs contraproductief.

De achterstanden zijn aanzienlijk: ouders wachten gemiddeld al meer dan twee jaar op een besluit over hun compensatie. Als er niets verandert, kan het volgens de huidige prognoses nog circa achttien jaar duren voordat alle aanvragen zijn afgehandeld.

Om de situatie te verbeteren, zet de Dienst Toeslagen in op alternatieve vormen van herstel, zoals trajecten via Stichting (Gelijkwaardig) Herstel en MijnHerstel. Deze routes leiden doorgaans tot afspraken tussen partijen in de vorm van een vaststellingsovereenkomst. De Afdeling plaatst hier echter kritische kanttekeningen bij. Deze werkwijze wijkt af van de wettelijke systematiek, waarin is bepaald dat de Dienst Toeslagen een besluit neemt op basis van advies van de Commissie Werkelijke Schade. In de praktijk wordt die commissie slechts beperkt ingezet.

Daarnaast signaleert de Afdeling dat ouders vaak richting deze alternatieve trajecten worden gestuurd, terwijl zij niet altijd over voldoende informatie beschikken om een weloverwogen keuze te maken. Ook lijkt de focus in die trajecten eerder te liggen op standaardvergoedingen dan op volledige compensatie van de daadwerkelijk geleden schade. Volgens de Afdeling zou een dergelijke koerswijziging alleen mogelijk zijn na aanpassing van de wet. Bovendien ontbreekt het aan duidelijke gegevens om vast te stellen of deze alternatieve aanpak op de lange termijn effectief is.

De uitspraak ziet uitsluitend op aanvragen voor vergoeding van werkelijke schade binnen de hersteloperatie toeslagen. Voor andere onderdelen van deze regeling blijven eerdere rechterlijke uitspraken over beslistermijnen onverminderd van kracht.

Bron: Raad van State 

Laatste nieuws