Burgers, bedrijven of organisaties die algemene of collectieve belangen behartigen kunnen belanghebbenden zijn bij besluiten waarbij een boete wordt opgelegd aan een ander. Ook als zij niet om handhaving hebben gevraagd. Dat is de uitkomst van een uitspraak van de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 april 2026. 

Belanghebbende

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn geen afzonderlijke regels opgenomen die de positie van derden regelt bij procedures voor de totstandkoming van boetebesluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak gaat er daarom vanuit dat de wetgever heeft willen aansluiten bij de bepalingen over belanghebbendheid die in de Awb zijn opgenomen. Als derden dus willen deelnemen aan een procedure over een boetebesluit, dan zal moeten worden vastgesteld of zij belanghebbende zijn in de zin van de Awb. Het is niet vereist dat zij eerder een handhavingsverzoek hebben ingediend. Op dit punt wijkt de Afdeling bestuursrechtspraak af van de conclusie van de advocaat-generaal.

Rechtstreeks

Dit betekent dat in elk concreet geval onder meer zal moeten worden vastgesteld of er een oorzakelijk en dus rechtstreeks verband is tussen het belang van een derde en het boetebesluit. De bestraffende aard van de bestuurlijke boete staat daaraan niet in de weg. Een boete kan – naast leedtoevoeging – ook gevolgen hebben die te maken hebben met de gewenste beëindiging van de overtreding. Die gevolgen kunnen onder omstandigheden de belangen van anderen raken. Als dat het geval is, hebben zij een rechtstreeks belang bij het boetebesluit.

Gevolg uitspraak

Als belanghebbenden deelnemen aan de procedure over een boetebesluit kan dat gevolgen hebben die op gespannen voet staan met de waarborgen die een overtreder in de procedure heeft op grond van (inter)nationale regels. De Afdeling bestuursrechtspraak wijst erop dat voor de oplossing van in ieder geval een deel van deze gevolgen kan worden aangesloten bij bestaande regelingen in de Awb, bijvoorbeeld op het punt van beperkte kennisneming van stukken door derden.

Terugkoppeling aan de wetgever

Het is aan de wetgever om te beoordelen of zij bepaalde gevolgen over de toelating van derden in procedures over boetebesluiten onwenselijk vindt. Als dat het geval is, is het ook aan de wetgever om te bezien of, en zo ja op welke wijze die gevolgen kunnen worden beperkt of voorkomen.

Concrete zaak

De uitspraak is gedaan in een zaak over een bestuurlijke boete die de Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft opgelegd aan een transportonderneming vanwege het overtreden van de regels over rusttijden voor chauffeurs. De boetezaak werd mede aan het rollen gebracht door een onderzoek van FNV. FNV wilde vervolgens betrokken blijven bij het boetebesluit, maar volgens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat was de vakbeweging geen belanghebbende. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot het oordeel dat FNV wel belanghebbende is bij het boetebesluit.

Bron: Raad van State

Laatste nieuws