De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies vastgesteld over het besluit om tijdelijke economische beperkingen in te voeren voor het tegengaan van het in stand houden van de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden.
Het sanctiebesluit introduceert een verbod om goederen te importeren die afkomstig zijn uit de onrechtmatige nederzettingen in de Palestijnse gebieden die door Israël worden bezet. Ook verbiedt het sanctiebesluit om deze goederen in Nederland te kopen en verkopen, en om diensten te verstrekken waarmee de handel in deze goederen wordt gefaciliteerd. Tot slot bevat het sanctiebesluit een verbod op het omzeilen van deze verboden.
Achtergrond hiervan is de handelwijze van Israël met betrekking tot de bezette Palestijnse gebieden. Het Internationaal Gerechtshof heeft in 2024 geadviseerd hoe landen daarmee moeten omgaan. Het Internationaal Gerechtshof adviseerde onder meer dat landen stappen zouden moeten zetten om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onrechtmatige situatie. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft deze oproep herhaald in een resolutie uit 2024. Nederland heeft de afgelopen jaren in Europees verband gepleit voor meer maatregelen tegen de onrechtmatige bezetting, maar daarvoor bestaat nog onvoldoende draagvlak. Daarom stelt de regering nu voor om een nationaal sanctiebesluit vast te stellen. Zij wil op deze manier actief de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevorderen, in lijn met de Grondwet.
Uit de toelichting bij het sanctiebesluit blijkt dat er kanttekeningen zijn geplaatst bij de handhaafbaarheid van de maatregelen. Zo is het volgens de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD), het Openbaar Ministerie en de Douane in de praktijk lastig om de herkomst van goederen te controleren. Daarnaast zouden goederen uit onrechtmatige nederzettingen Nederland kunnen binnenkomen via een ander land van de Europese Unie. Vanwege de internationaalrechtelijke context, het uitblijven van maatregelen op Europees niveau, de door de regering geschetste ontwikkelingen ter plaatse, en vanwege het signaal dat de regering met deze stap wil afgeven, begrijpt de Afdeling advisering de onderbouwing van de regering om nationale sanctiemaatregelen te nemen. Zij merkt wel op dat de toelichting bij het sanctiebesluit maar beperkt ingaat op de vraag hoe met deze kanttekeningen bij de handhaafbaarheid zal worden omgegaan. De Afdeling adviseert de regering om de toelichting hierop aan te vullen. Daarnaast onderschrijft zij de inzet van de regering om zoveel als mogelijk in Europees verband samen te werken. Het ligt voor de hand dat de regering ook in Koninkrijksverband samenwerkt met Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Het sanctiebesluit is zonder internetconsultatie tot stand gekomen. Het uitgangspunt is dat in principe alle wet- en regelgeving in internetconsultatie wordt gebracht. Op basis daarvan kunnen namelijk ook andere perspectieven uit de samenleving worden meegewogen. Dat is vooral van belang bij een onderwerp waarover verschillende inzichten en opvattingen bestaan. De Afdeling advisering vraagt de regering om nader toe te lichten waarom zij heeft gekozen om van een (verkorte) internetconsultatie af te zien.
De Afdeling advisering adviseert de regering dus om nader uiteen te zetten hoe de voorgestelde maatregelen zo goed mogelijk zullen worden gehandhaafd en toe te lichten hoe de keuze af te zien van internetconsultatie zich verhoudt tot het uitgangspunt dat in principe alle wet- en regelgeving in internetconsultatie wordt gebracht. Het advies aan de regering is om hiermee rekening te houden voordat zij een definitief besluit neemt.
Bron: Raad van State