De Raad van State en het fiscale wetgevingsproces

Het proefschrift van Tjeerd Hoekstra bevat een rechtshistorisch onderzoek naar de rol van de Raad van State in het fiscale wetgevingsproces aan de hand van de adviezen die dit hoge college van staat uitbracht bij de totstandkoming van fiscale wetgeving in de periode 1964-2003. Aan de hand van het in die periode door de Raad gehanteerde toetsingskader, waarbij voorstellen werden onderworpen aan een beleidsanalytische, juridische en wetstechnische toets, is een uitgebreide analyse uitgevoerd van de wijze waarop de Raad van State invulling gaf aan zijn adviserende taak. Ook is de bereidheid om vanuit het Ministerie van Financiën uitvoering te geven aan de adviesopmerkingen van de Raad van State in kaart gebracht. Een van de bevindingen is dat de Raad in de onderzochte periode kwam tot steeds zwaardere kritiek op de ter advisering voorgelegde voorstellen voor fiscale wetgeving. Opmerkelijk is dat uit het onderzoek ook blijkt dat naarmate de kritiek van de Raad fundamenteler werd, de bereidheid van het ministerie om adviesopmerkingen over te nemen juist afnam. Voorts constateerde de onderzoeker dat de Raad voor zichzelf als adviseur steeds minder als taak zag weggelegd het uitschrijven van allerhande wetstechnische verbeteringen. Zo was in de onderzochte periode sprake van een forse afname van het percentage wetstechnische adviesopmerkingen, terwijl nu juist deze opmerkingen de meeste weerklank vonden bij het Ministerie van Financiën. Meer in het bijzonder is aandacht besteed aan de vraag of de wijze van adviseren door de Raad van State veranderde doordat met ingang van 1 mei 1980 de adviezen openbaar werden gemaakt en dus niet langer binnen de boezem van de Raad en regering bleven. Ook is nagegaan of het al dan niet openbaar zijn van adviezen van invloed was op de wijze waarop er door de bewindslieden van het Ministerie van Financiën werd gereageerd op de adviesopmerkingen. Tot slot is in deze studie aandacht besteed aan de omstandigheid dat de Raad van State in de onderzochte periode werd gepasseerd in het geven van advies, terwijl een adviesaanvraag passend en wellicht zelf geboden zou zijn geweest (‘ontbrekende advisering’) én de modus operandi die de Raad vond om desondanks adviesopmerkingen te maken (‘aanvullende advisering’).

Hoekstra promoveerde op 15 juni 2026, aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Promotor: prof. mr. Jaap Bellingwout, copromotor: mr. Rens Pieterse.  


Tjeerd Hoekstra
De rol van de Raad van State in het fiscale wetgevingsproces. Een onderzoek naar de adviezen van de Raad van State bij de totstandkoming van fiscale wetgeving in de periode 
1964-2003


Uitgegeven door EON Pers Amstelveen

Over de auteur(s)