Artikelen van Redactie

Deskundige adviezen over de Landsadvocaat
<p>De omvang van de notariële fraude noopt tot een zeer serieuze aanpak door het kantoor van de Landsadvocaat om herhaling hiervan te voorkomen en de dienstverlening voor de Staat veilig te stellen. De Staat acht het van het grootste belang dat de juridische bijstand is ondergebracht bij een kantoor dat integer en transparant handelt. De twee deskundigen is daarom de volgende vraag voorgelegd: wat zijn passende eisen en verantwoordingsverplichtingen op het gebied van praktijkuitoefening en bedrijfsvoering die de Staat als cliënt kan stellen aan (het kantoor van) de Landadvocaat in het licht van de publieke functie van de Staat?<br />De adviezen hebben de bijzonderheid van de relatie tussen Staat en Landsadvocaat beschreven en aangegeven tot welke kwetsbaarheden dat kan leiden voor de Staat. De minister heeft aangekondigd voortvarend met de adviezen aan de slag te willen gaan.</p> <h4>Korte termijn</h4> <p>Op korte termijn zal de Staat de overeenkomst met de Landsadvocaat aanpassen, in aansluiting op de aanbevelingen die betrekking hebben op de nadere eisen in de huidige overeenkomst, en op de structuur, organisatie en inhoud van de diverse contacten met de Landsadvocaat en het kantoor van de Landsadvocaat.<br />De aanbevelingen luiden:</p> <p><em>1. Stel nadere eisen in de huidige overeenkomst</em><br />A. Neem een bepaling op waarin het kantoor aangeeft hoe de risico’s voor de Staat worden geadresseerd.<br />B. Gebruik bij de formulering van die eisen als richtsnoer het inmiddels ontwikkelde ‘raamwerk ter verdere professionalisering’ om de maatregelen te concretiseren, operationaliseren en meetbaar te <br />maken.<br />C. Bepaal specifiek voor taken die de nationale veiligheid raken of betrokken advocaten een veiligheidsonderzoek moeten ondergaan en of het ‘raamwerk ter verdere professionalisering’ voldoende garanties biedt voor de (tijdelijke) opslag van informatie. <br />D. Neem een bepaling op dat namens de Staat onafhankelijke audits kunnen worden uitgevoerd ter zake van de naleving van wet- en regelgeving en met name het risico van fraude en witwassen, <br />integriteitbeleid en databeveiliging.<br />E. Voorzie in de overeenkomst dat binnen het kantoor een ervaren ‘Risk &amp; Compliance Officer’, ‘Security Officer’ en ‘Financial Officer’ deel uitmaken van het Management Team en rechtstreeks <br />rapporteren aan portefeuillehouders in het bestuur die zelf voldoende gekwalificeerd zijn om samen met de andere leden van het bestuur verantwoordelijkheid te dragen en die desgevraagd rapporteren aan de Staat. Stel als eis dat onafhankelijkheid van deze functionarissen is geregeld.<br />F. Maak de facturatie-systematiek rijksbreed meer transparant en voer als Staat zelf ook controles uit (Rijksaccountantsdienst).</p> <p><em>2. Communiceer niet louter juridisch en zaakgericht. </em><br />A. Onderzoek of binnen de rijksoverheid omwille van de effectiviteit en efficiency verbetering mogelijk is qua structuur en organisatie van de diverse contacten met het kantoor van de Landsadvocaat. <br />B. Agendeer regelmatig in regulier overleg niet alleen lopende adviezen en procedures maar maak het gesprek ‘rijker’ door ook te inventariseren hoe het facturatieproces loopt, welke dilemma’s zich hebben voorgedaan in de opdrachten van de Landsadvocaat, of sprake is geweest van potentiële risico’s voor de Staat, welke issues mogelijk spelen bij cliënt- en zaakacceptatie, en of er een cultuur is waar gedrag vanzelfsprekend in overeenstemming is met regels en waarde.</p> <p>Al deze aanbevelingen worden thans in overleg met alle betrokken ministeries uitgewerkt. Deze korte termijn maatregelen hangen specifiek samen met de malversaties bij het kantoor van de Landsadvocaat en worden door de Landsadvocaat zelf ook omarmd. Op onderdelen zal het kabinet bezien of en in welke mate bepaalde maatregelen ook gevolgen moeten hebben voor andere juridische dienstverleners.</p> <h4>Middellange termijn</h4> <p>De besluitvorming over de onderstaande aanbevelingen van prof. Hoogenboom vergt meer tijd, omdat zij ingrijpender zijn voor de organisatie van de Staatspraktijk.</p> <p><em>3. Overweeg de ontkoppeling van de notariaat- en advocatuurfuncties binnen het instituut Landsadvocaat. </em><br />Onderzocht moet worden of het wenselijk is om de notariële en de advocatuurlijke functie ten behoeve van de Staat bij het kantoor van de Landsadvocaat te scheiden, waarbij alle voor- en nadelen dienen te worden afgewogen. De minister zal met het kantoor in gesprek gaan over wat de visie en de aanpak van het kantoor op dit punt wordt en in hoeverre de voorgestelde aanpak de balans op de middellange termijn laat doorslaan naar continuering van de huidige situatie, waarbij uiteraard van belang is of dit voldoende is om de risico’s op malversaties te mitigeren.</p> <p><em>4. Overweeg het instellen van een onafhankelijke Raad van Toezicht voor de Landsadvocaat.</em><br />Het kantoor van de Landsadvocaat heeft de minister bericht als één van de verbetermaatregelen een onafhankelijke Raad van Commissarissen te zullen instellen. Met een dergelijk toezichtsorgaan kan worden geborgd dat de verbetermaatregelen voortvarend worden doorgevoerd en blijvend binnen het kantoor verankerd zijn. De minister gaat in gesprek met de Landsadvocaat over de inrichting <br />van deze Raad van Commissarissen en de wijze waarop de bestendigheid van deze Raad binnen het kantoor van de Landsadvocaat wordt gewaarborgd alsook de wijze waarop de bevindingen van deze Raad van Commissarissen periodiek zouden kunnen worden gedeeld met de Staat.</p> <p><em>5. Overweeg derdengeldrekeningen onder te brengen bij de Staat.</em><br />Prof. Hoogenboom heeft geopperd na te denken over het onderbrengen van derdengeldrekeningen bij de Staat. De minister constateert dat het wettelijk gezien zowel bij de advocatuur, als bij het notariaat thans niet mogelijk is om derdengeldrekeningen elders onder te brengen. Advocaten zijn op grond van de Verordening op de advocatuur verplicht voor het ontvangen van zogeheten derdengelden gebruik te maken van een stichting derdengelden. Deze regels vallen onder het toezicht van de Deken en worden tuchtrechtelijk gehandhaafd. De Landsadvocaat maakt voor dit doel gebruik van de Stichting Beheer Derdengelden Advocatuur Pels Rijcken &amp; Droogleever Fortuijn. De Landsadvocaat heeft de minister laten weten dat jaarlijks een accountantscontrole plaatsvindt op de derdengelden van het kantoor en de Stichting. Hij gaat met het kantoor van de Landsadvocaat bespreken dat een externe accountantscontrole op de derdengelden van het kantoor en de Stichting als de structurele standaard procedure ook voor de toekomst wordt gewaarborgd en op welke manier hierover periodiek verslag kan worden gedaan aan de Staat.</p> <h4>Lange termijn</h4> <p>Een wezenlijke vraag is hoe het kabinet in de toekomst omgaat met de juridische dienstverlening van de Landsadvocaat. Het heeft veel voordelen om het overgrote deel van de juridische dienstverlening te concentreren. Dat neemt niet weg dat deze kwestie aanleiding is om hier nog eens goed naar te kijken. In het verlengde daarvan wijst prof. Hoogenboom erop dat het Koninklijk Besluit vaststelling nieuwe regeling landsadvocatuur uit 1965 in zijn ogen niet meer van deze tijd is op onder andere de gebieden van governance, compliance en databeveiliging. Hij komt daarom tot de volgende aanbevelingen:</p> <p><em>6. Herzie het Besluit vaststelling nieuwe regeling landsadvocatuur 1965 </em><br />In de herziening van het Besluit kunnen de volgende onderwerpen een rol spelen:<br />A. De legitimering voor de huidige situatie. De argumenten van de Staat dienen expliciet te worden gemaakt. <br />B. In de maatschappelijke discussie wordt (on)terecht aandacht besteed aan het periodiek aanbesteden van het instituut Landsadvocaat. De Staat heeft een verantwoordelijkheid om de <br />samenleving uit te leggen hoe de functie van Landsadvocaat wordt ingericht. En waarom is gekozen voor het huidige contract.<br />C. De rol van de landsadvocaat beperken tot procesvoering en gelijktijdig de kwantiteit/kwaliteit van juridische advisering binnen overheidsorganen versterken.<br />D. De functie van Landsadvocaat niet door de markt laten uitoefenen maar door een apart instituut met een eigen reglement en set van eisen over de bedrijfsvoering governance, risicomanagement, <br />compliance, databeveiliging).</p> <p>Daarnaast is beide deskundigen het volgende opgevallen:</p> <p><em>7. Er is geen plan B, mocht de continuïteit van het kantoor in het geding komen.</em></p> <p>De punten 6 en 7 stellen een breder vraagstuk aan de orde, dat gelet op de vele en diverse belangen van de Staat zorgvuldige afweging en besluitvorming binnen het kabinet vergt. Zij raken immers aan de gehele advocatuurlijke praktijk, waar geen scheiding valt aan te brengen tussen procederen en juridische advisering. Ook moet rekening worden gehouden met de behoefte van de Staat aan advisering en procesvoering in soms zeer vertrouwelijke kwesties en de noodzaak te komen tot een zekere mate van uniformiteit in de behandeling van uiteenlopende dossiers. Tevens kan de verhouding tussen de externe en de interne juridische functie bij alle departementen aan de orde zijn. De reactie op deze punten vergt dus nader onderzoek, waarbij de minister ook denkt aan de benoeming van een commissie van deskundigen om het kabinet bij (de technische aspecten van) een of meer van deze vragen behulpzaam te zijn.</p> <p> </p> <p><span style="text-decoration: underline;">Bronnen</span>: </p> <p><a data-udi="umb://media/64df0aec2f9a4b5d85a214b7a25305b8" href="/media/4494/kamerbriefplusadviezenplusdeskundigenplusenplusverbetermaatregelenpluskantoorpluslandsadvocaat.pdf" title="Kamerbrief+Adviezen+Deskundigen+En+Verbetermaatregelen+Kantoor+Landsadvocaat">Kamerbrief van de Minister van VenJ</a><br /><a data-udi="umb://media/4863aff8aaef4c92b4dbce96fb4a2e3a" href="/media/4495/tkplusbijlageplus1plusadviesplusprofplusottervanger.pdf" title="TK+Bijlage+1+Advies+Prof.+Ottervanger">Advies Ottervanger</a><br /><a data-udi="umb://media/e31eeff433604f82ad1da522822453c3" href="/media/4496/tkplusbijlageplus2plusadviesplusprofplushoogenboom.pdf" title="TK+Bijlage+2+Advies+Prof.+Hoogenboom">Advies Hoogenboom</a></p>
21 oktober 2021
Commissie van Venetië over rechtsbescherming en het stelsel van macht en tegenmacht in Nederland
<p>De Commissie van Venetië is van mening dat Nederland op zich een goed functionerende staat is met sterke democratische instellingen en waarborgen voor de rechtsstaat. Hoewel de tekortkomingen in de bescherming van individuele rechten die in de zaak van de Kinderopvangtoeslagen aan het licht zijn gekomen inderdaad ernstig en systemisch zijn en alle takken van de overheid betreffen, lijkt het erop dat de rechtsstaatmechanismen uiteindelijk hebben gewerkt. De rapporten van de Ombudsman, de parlementaire commissie en de aangekondigde wetswijzigingen tonen volgens de Commissie aan dat er verschillende mechanismen in het Nederlandse systeem werkzaam zijn om de rechtsstaat te waarborgen.</p> <p>De casus Kinderopvangtoeslagen betreft het rechtszekerheidsbeginsel, een fundamenteel rechtsstaatvereiste, dat zowel de voorzienbaarheid van regelgeving als het gewettigd vertrouwen van burgers betreft. De regeling kinderopvangtoeslag was zo opgezet dat ouders in eerste instantie geen uitkering, en daarmee een wettelijk recht, kregen maar eerst voorlopige voorschotten kregen waarmee de uitkeringen voorwaardelijk waren. Hoewel een dergelijke juridische structuur aanvaardbaar is, is ze wel kwetsbaar voor misverstanden in de context van sociale uitkeringen, die vaak als wettelijke rechten worden beschouwd. De verwarring over de juridische aard van de kinderopvangtoeslag lijkt te zijn verergerd door het feit dat er op het moment van de aanvraag weinig of geen controle daarop was en dat de verzoeken om terugbetaling pas jaren later kwamen. Verder bevatte de betreffende wetgeving tot juli 2020 geen algemene hardheidsclausule, maar slechts een beperkte. Het is volgens de Commissie de verantwoordelijkheid van de wetgever om ervoor te zorgen dat wetten voorzienbaar zijn en effecten hebben die aan de legitieme verwachtingen van burgers voldoen. Het is ook de verantwoordelijkheid van de wetgever om de efficiëntie eisen van het openbaar bestuur af te wegen tegen de individuele belangen bij rechtszekerheid.</p> <p>Daarom verwelkomt de Commissie van Venetië verschillende nationale initiatieven die al genomen of nog in uitvoering zijn. Veel van deze hervormingen zijn aangekondigd in de brief van 15 januari 2021 van de minister-president aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Deze omvatten onder meer het verbeteren van de kwaliteit van wetgeving door beter rekening te houden met de inbreng van het maatschappelijk middenveld en het ontwikkelen van pilotwetgeving, het verbeteren van de informatiepositie van het Parlement en met name door de praktijk om ‘persoonlijke visies’ te beschouwen als interne documenten die niet met het Parlement hoeven te worden gedeeld af te schaffen. Gezien de complexiteit van de zaak heeft de Commissie van Venetië echter een reeks hervormingen voorgesteld die in verschillende sectoren moeten worden doorgevoerd: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht.</p> <h4>Wetgevende macht</h4> <p>• hardheids- of evenredigheidsclausules moeten in toekomstige wetgeving overal worden overwogen waar dit passend is voor de specifieke doelstellingen van het beleid in kwestie;<br />• nieuwe wetgeving zou wellicht bepalingen kunnen bevatten die algemene basisbeginselen van behoorlijk bestuur in herinnering roepen of herformuleren;<br />• het Reglement van Orde van het Parlement zou kunnen worden gewijzigd om het toezicht op de uitvoerende macht te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door uitbreiding van het recht van parlementsleden tot het organiseren van hoorzittingen en parlementaire onderzoeken, of door ervoor te zorgen dat een vaste commissie specifieke verantwoordelijkheid heeft voor de effectieve toetsing van wetten en hun toepassing op naleving van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de rechtsstaat;<br />• het recht van parlementsleden op onverwijlde volledige informatie op grond van artikel 68 van de Grondwet moet praktisch en effectief worden gemaakt;<br />• zowel commissies als individuele parlementsleden zouden voldoende personeel en middelen moeten hebben voor de controle van regering en wetgeving;<br />• hoewel dit niet via wetgeving kan worden opgelegd, moet het als acceptabel en zelfs normaal worden gezien dat ook parlementsleden van regeringspartijen in de eerste plaats parlementslid zijn en dat deelname door hen aan controle van de regering door het parlement geen daad van ontrouw aan hun (regerings)partij is.</p> <h4>Uitvoerende macht</h4> <p>• De informatievoorziening en -deling binnen de ambtenarij moet tot op ministerieel niveau worden verbeterd, met name met betrekking tot informatie het huidige beleid tegenspreekt of bevraagd;<br />• voor individuele burgers moet de toegang tot relevante informatie worden vergemakkelijkt, de klachtenprocedures moeten eenvoudiger en informeler worden gemaakt en er moet hulp worden geboden bij het indienen van een klacht;<br />• de uitvoerende macht moet zijn instructies over wetgeving herzien en deze waar nodig aanpassen om ervoor te zorgen dat zijn interne beoordeling van de kwaliteit van wetgeving een effectieve controle omvat van de naleving van de basisbeginselen van behoorlijk bestuur en de rechtsstaat, zoals rechtszekerheid, legitiem vertrouwen, non-discriminatie, individuele beoordeling en evenredigheid;<br />• de uitvoerende macht beoordeelt en waarborgt de kwaliteit van wetgeving, zowel bij de voorbereiding van wetgeving die aan het parlement wordt voorgelegd als bij de toepassing van nieuwe wettelijke bepalingen, rekening houdend met allerlei mogelijke scenario's en risico's; dergelijke beoordelingen moeten indien nodig worden herzien;<br />• de uitvoerende macht, de Autoriteit Persoonsgegevens en andere relevante instanties moeten de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie op de voet volgen en er moet rekening worden gehouden met nieuwe ontwikkelingen bij het ontwerp van toekomstige kunstmatige-intelligentiesystemen en wanneer bestaande systemen worden herzien;<br />• sectorale informatie moet breed worden gedeeld binnen de uitvoerende macht om relevante input van ook andere sectoren mogelijk te maken.</p> <h4>Rechterlijke macht</h4> <p>• Er zouden kanalen kunnen worden gecreëerd voor de rechterlijke macht om de andere staatsmachten te attenderen op wetgeving die in de praktijk systemische problemen oplevert;<br />• op basis van een grondige analyse zou kunnen worden overwogen of artikel 120 van de Grondwet moet worden gewijzigd of dat er andere mechanismen voor grondwettelijke toetsing moeten worden ingevoerd.</p> <p>De Commissie van Venetië is er tot slot wel van overtuigd dat de lopende en aangekondigde hervormingen zullen leiden tot een verbetering van de situatie en dat deze een herhaling van de problemen die aan het licht kwamen door de Kinderopvangtoeslagaffaire zullen voorkomen.</p>
21 oktober 2021
Procesafspraken afdoening strafzaak
<p><br />In het op rechtspraak.nl gepubliceerde <a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9953" target="_blank" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9953">proces-verbaal</a> van de zitting valt te lezen dat de voorzitter van de rechtbank zich afvraagt, of het, na ontvangst van de e-mail met onderzoekswensen van de verdediging (125 pagina’s), de goede kant op gaat met de zaak. Hij stelt vast dat het goed mogelijk is dat deze procedure net zo stroperig gaat verlopen, als vele Enchrochat- en Sky-ECC-zaken in het hele land. Zonder een (juridische) kwalificatie aan dat type onderzoeken te willen geven kan, aldus de voorzitter, worden gezegd dat deze en soortgelijke onderzoeken strafvorderlijk a-typisch zijn. Hoe de ontwikkelingen in dat soort zaken zullen verlopen en welke vaststellingen door rechters zullen worden gedaan is nu nog niet te zeggen. Ook is daarom nog niet bekend of en, zo ja, welke rechtsgevolgen aan de orde zijn wanneer enige toerekenbare onrechtmatigheid wordt vastgesteld.<br /><br />De voorzitter heeft zich daarom afgevraagd of de strafrechtspleging in dit soort zaken niet op een alternatieve manier op gang kan worden geholpen. Hij denkt daarbij aan het maken van procesafspraken en legt bij de verdediging en de officier van justitie in de week of het mogelijk is om onderling afspraken te maken over de afdoening van de zaak. Als dat lukt zal de rechtbank bekijken of die afspraken een rol kunnen spelen bij de inhoudelijke behandeling van de zaak. De officier van justitie kan dit nog intern overleggen, omdat dit voorstel misschien breder is dan alleen deze zaak. Ook de raadsman wil hij niet teveel overvallen.<br /><br />De raadsman meldt dat hij met collega’s al eens gesproken heeft over de mogelijkheid om met het officier van justitie in conclaaf te gaan en afspraken te maken maar er zich van bewust is dat daar tot op heden nog geen wettelijke grondslag voor is. Deze mogelijkheid heeft hij ook al met zijn cliënt in z’n algemeenheid besproken. Als de officier van justitie en de verdediging met ‘goedkeuring’ van de rechtbank tot een vergelijk kunnen komen, dan kan de zaak binnen een maand worden afgedaan. Mocht dit niet zo zijn dan is de zaak over 4 á 5 jaar nog niet afgedaan.<br /><br />De officier van justitie stelt: ‘Als de raadsman afspraken omtrent de strafmaat bedoelt, dan sta ik daar voor open. Ik wil ook dat er zaken afgedaan gaan worden. Het Openbaar Ministerie is al langer bezig met het maken van (proces)afspraken. Dit is tot op heden niet gelukt omdat de rechtbank niet akkoord is gegaan. Wel merk ik nogmaals op dat het louter een opportuniteitsafweging is’.<br /><br />Waarop de voorzitter meedeelt dat ‘mochten er uiteindelijk procesafspraken zijn gemaakt waardoor de procedure anders loopt dan nu de verwachting is, de rechtbank zich zal inspannen om op korte termijn een zittingsdatum te plannen. Op die manier kunnen wij ook laten zien dat het sneller dan de reguliere procedure kan. De officier van justitie en de verdediging kunnen procesafspraken maken zonder dat de rechtbank daarbij betrokken wordt. Zodra er vorderingen in deze procesafspraken zijn gemaakt, wil ik verzoeken om de rechtbank daarvan op de hoogte te brengen.’</p>
21 oktober 2021
Ingezonden mededeling: Hybride cursus Omgevingswet: structuur en systematiek
<p><img style="width: 500px; height: 200.09px; float: right;" src="/media/4493/vu-omgevingswet.jpg?width=500&amp;height=200.0895255147717" alt="" data-udi="umb://media/469d626a0bb24e47baf697c9915c9ed8" />De volgende onderwerpen worden behandeld: <br />- het omgevingsplan <br />- de omgevingsverordening<br />- de omgevingsvergunning<br />- maatwerkregels<br />- de omgevingsvisie en het programma hoe deze instrumenten op elkaar doorwerken. <br /><br />Bijzondere aandacht besteden wij aan de mogelijkheden en begrenzingen van uitnodigingsplanologie en het werken met globale plannen en beleidsregels. En natuurlijk komen het overgangsrecht en de bruidsschat aan bod. Met deze cursus hebt u een goede basis om met de Omgevingswet aan de slag te gaan.<br /><br /><a rel="noopener" href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-omgevingsrecht/data-en-contact" target="_blank">Meer informatie en inschrijven</a>.</p> <p> </p> <p><strong>Online informatiesessies over de leergangen</strong></p> <p>- <a href="https://vu-live.zoom.us/meeting/register/tJUkduusqj0qEtRwudIixO6Wbp0s3qLV-iZl?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Financieel-economisch strafrecht</a> donderdag 21 oktober <br />- <a href="https://vu-live.zoom.us/meeting/register/tJAsd-mqpjotG9TYTo1pQ2xxu66mFtUQCYmy?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Pensioenrecht</a> woensdag 3 november<br /><br /><strong>Overzicht VU leergangen die dit najaar starten</strong></p> <p>-<a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-verdieping-contractenrecht?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Leergang Verdieping contractenrecht:</a> start 1 november <br />-<a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-financieel-economisch-strafrecht-handhaving-opsporing-en-verdediging?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Leergang Financieel-economisch strafrecht – handhaving, opsporing en verdediging:</a> start 2 november <br />-<a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-intellectueel-eigendomsrecht?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Leergang Intellectueel eigendomsrecht:</a> start 2 november<br />-<a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-sport-en-recht?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Leergang Sport en recht:</a> start 16 november <br />-<a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/leergang-opleiding-governance-van-samenwerkingsverbanden-voor-overheidsjuristen-en-beleidsadviseurs?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Leergang Governance van samenwerkingsverbanden voor overheidsjuristen en beleidsadviseurs:</a> start 22 november <br /><br /><strong>Overzicht PAO cursussen die dit najaar starten</strong></p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AAanbestedingsrecht">Aanbestedingsrecht</a><br />*Masterclasses aanbestedingsrecht<br />- 25 november: thema n.n.b.<br />NOvA 2 PO/ 2 PWO</p> <p>* Cursus Actualiteiten aanbestedingsrecht<br />woensdag 8 december| NOvA 4 PO, PWO 2</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AArbeidsrecht">Arbeidsrecht</a><br />* Cursus Actualiteiten jurisprudentie onderwijspersoneel<br />dinsdag 16 november| NOvA 4 PO, MfN 4</p> <p>*Cursus Ontwikkelingen in het ontslagrecht<br />donderdag 16 december| NOvA 6 PO, MfN 6</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3ABestuurs%28proces%29recht">Bestuursprocesrecht</a><br />* Cursus Actualiteiten omgevingsrecht<br />maandag 15 november| NOvA 3 PO, PWO 3</p> <p>*Cursus Actualiteiten bestuurs(proces)recht<br />woensdag 8 december| NOvA 4 PO, PWO 4</p> <p>*Cursus Actualiteiten WGR online via Zoom<br />maandag 13 december 2021| NOvA 3 PO, PWO 3</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3ABurgerlijk%28proces%29recht">Burgerlijk(proces)recht</a><br />*Cursus Opstellen en beoordelen van contracten<br />maandag 6 december| NOvA 6 PO, KBvG 6, KNB 6</p> <p>*Cursus Actualiteiten burgerlijk(proces) recht en rechtspleging<br />maandag 20 december| NOvA 4 PO, KBvG 4</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AContractenrecht">Contractenrecht</a><br />*Cursus Opstellen en beoordelen van contracten<br />maandag 6 december| NOvA 6 PO, KBvG 6, KNB 6<br /><br />* Cursus Actualiteiten contractenrecht<br />maandag 13 december| NOvA 4 PO</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AIT%2FIE+en+recht">IT recht</a><br />* Cursus Data en AI<br />dinsdag 23 november| NOvA 4 PO</p> <p>*Cursus Actualiteiten privacy, auteursrecht en internetrecht<br />dinsdag 7 december| NOvA 4 PO</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AMigratierecht">Migratierecht</a><br />* Cursus Actualiteiten vluchtelingenrecht<br />donderdag 2 december| NOvA 6 PO</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AOnderwijsrecht">Onderwijsrecht</a><br />*Cursus Actualiteiten jurisprudentie onderwijspersoneel<br />dinsdag 16 november| NOvA 4 PO, MfN 4</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AOndernemingsrecht">Ondernemingsrecht</a><br />*Cursus Actualiteiten ondernemingsrecht<br />woensdag 15 december 2021 | NOvA 4 PO, KNB 4</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3APensioenrecht">Pensioenrecht</a><br />* Lezingen Actualiteiten pensioenrecht<br />- woensdag 29 september: Partnerpensioen/Zorgplichten<br />- woensdag 1 december: Wet toekomst pensioen<br />NOvA 2 PO</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AStraf%28proces%29recht">Straf(proces)recht</a><br />*Masterclass: De verlening van de TBS<br />woensdag 17 november| NOvA 2 PO</p> <p>*Cursus Actuele ontwikkelingen in het straf(proces)recht<br />dinsdag 21 december| NOvA 4 PO</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy/cursussen-opleidingen?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB#filters=Vakgebied%3AAlgemene+vaardigheden">Professionele vaardigheden</a><br />*Cursus Helder en overtuigend beschikkingen schrijven<br />donderdag 25 november| NOvA 5 PO, KBvG 2, KNB 5</p> <p>*Cursus Juridisch schrijven<br />donderdag 2 en 9 december 2021| NOvA 10 PO, KNB 10</p> <p>*Cursus Juridisch schrijven online via zoom<br />woensdag 8 en 22 december| NOvA 10 PO, KNB 10<br /><br />Meer informatie over de bovenstaande leergangen, cursussen en het inschrijfformulier <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/vu-law-academy?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">vindt u hier.</a><span><br /><br /></span><strong>Cursussen hybride, leergangen op de VU<br /></strong>Omdat er veel vraag is naar zowel cursussen online als ook cursussen op de VU, zullen de cursussen allemaal hybride worden aangeboden. Dit betekent dat u als cursist kunt kiezen of u de cursus live op de VU of live online via Zoom volgt. Alle leergangen bieden we klassikaal op de VU aan vanwege de hoge mate van interactie bij dit type onderwijs en zolang de maatregelen van het RIVM en de VU het toelaten. Indien u om een bepaalde reden het onderwijs niet op locatie kunt volgen, kunt u dit live online via Zoom volgen.</p> <p><a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/meer-over/informatie-over-fysiek-en-online-onderwijs-bij-de-vu-law-academy?utm_source=NJB&amp;utm_medium=Advertorial&amp;utm_campaign=22okt&amp;utm_id=NJB">Meer informatie over fysiek en online onderwijs vindt u op onze website.</a><br /><br /></p> <p><span> </span></p> <p> </p>
21 oktober 2021
Nationale Ombudsman uiterst kritisch over herstel na toeslagenaffaire
<p><br />De rapportage geeft antwoord op de vraag in hoeverre de UHT klachten die burgers indienen over de uitvoering van de hersteloperatie behoorlijk behandelt. De Nationale ombudsman beoogt hiermee de UHT aan te zetten tot verbetering van de klachtbehandeling als – en op de onderdelen waar – deze tekortschiet. Verder gaat de Nationale ombudsman na in hoeverre de aanbevelingen van zijn eerste rapportage zijn opgevolgd. Daarnaast heeft de Nationale ombudsman de UHT tussentijds een aantal knelpunten over de uitvoering van de hersteloperatie aangegeven, die hij tijdens het onderzoek tegenkwam. De knelpunten hebben met name betrekking op de vereisten van voortvarendheid en goede informatieverstrekking. Het doel hiervan is de UHT aan te zetten tot verbetering van de uitvoering.<br /><br /></p> <h4>Klachtbehandeling</h4> <p>In de maanden mei en juni 2021 steeg het aantal klachten dat ouders bij de UHT indienden enorm. Tegelijkertijd is er juist een sterke daling van het aantal afgehandelde klachten. Met als gevolg dat het klachtenteam UHT eind juli een flinke achterstand had opgelopen en de wettelijke behandeltermijn in 28% van de gevallen overschreed. Als het gaat om voortvarendheid is de klachtbehandeling van de UHT in die tijd tekortgeschoten. En ook op andere beoordelingsnormen, zoals open en laagdrempelige toegang en adequate registratie, presteerde de UHT minder dan in de vorige periode.<br /><br /></p> <h4>Knelpunten in de hersteloperatie</h4> <p>De Nationale ombudsman heeft een aantal knelpunten in de uitvoering van de hersteloperatie gesignaleerd. Deze knelpunten zorgden bij de betrokken ouders voor onrust, spanning en frustratie. Daarom heeft de ombudsman deze knelpunten aan de UHT voorgelegd met het verzoek daarop een reactie te geven. Daar kon de UHT niet in alle gevallen een bevredigend antwoord op gegeven. Het belangrijkste knelpunt is volgens de ombudsman dat een concrete planning van de zogeheten 'integrale beoordeling van de herstelverzoeken' ontbreekt. Oftewel: een planning waarmee het voor alle ouders duidelijk wordt wanneer de UHT hun herstelverzoek gaat afhandelen. De UHT is niet met zo'n planning gekomen. Hierdoor weten veel ouders nog altijd niet wanneer zij een eindbeslissing krijgen op hun herstelverzoek. En daarmee is het eind van de tunnel voor veel ouders nog lang niet in zicht.</p> <p>De UHT overschrijdt inmiddels beslistermijnen die wettelijk zijn vastgelegd: eind september 2021 was de maximale beslistermijn voor de integrale beoordeling van ruim 5.700 herstelverzoeken verstreken. Dit geeft grote zorgen voor de mate waarin de UHT zal slagen in haar opdracht en heeft ook een weerslag op de klachtbehandeling. Immers, teleurstelling in de voortgang van het herstelproces zal  onvermijdelijk leiden tot klachten. Het indienen van klachten over de behandelingsduur van de integrale beoordeling biedt geen oplossing. De UHT vindt de klachten terecht, maar de wachttijd voor de ouders wordt daar doorgaans niet korter door. Bovendien wordt het hiermee voor de ouders nog steeds niet duidelijk wanneer zij een eindbeslissing krijgen op hun herstelverzoek. Dat ligt niet aan de klachtbehandeling van de UHT, of aan de klachtbehandelaars, maar aan de complexiteit van het systeem van de hersteloperatie. Hiermee lijkt een parallel te kunnen worden getrokken tussen de fouten die de overheid in de kinderopvangtoeslagaffaire heeft gemaakt, waardoor ouders in de problemen zijn gekomen, en het oplossen van diezelfde problemen: ouders lopen vast, de operatie is complex en verloopt traag.<br /><br /></p> <h4>Wees ruimhartig en voortvarend</h4> <p>De staatssecretaris heeft bekend gemaakt dat de hersteloperatie niet kan worden uitgevoerd met de aanpak die nu wordt gevolgd, en dat er dus geen andere mogelijkheid is dan een andere aanpak te kiezen. De Nationale ombudsman roept op om niet nog meer juridisch ingewikkelde regelingen op te stellen, maar vooral ruimhartig en voortvarend in de uitvoering te zijn. Alles moet er op gericht zijn om de betrokkenen binnen afzienbare termijn – en uiterlijk binnen de wettelijke termijn – duidelijkheid te verschaffen. Dit geldt ook voor de nog vast te stellen regelgeving voor kinderen van gedupeerde ouders, ex-partners van een gedupeerde ouder en gedupeerden van vergelijkbare fouten bij andere toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget). De situatie is ernstig aldus de Ombudsman en vraagt om ingrijpende besluiten en maatregelen.</p>
13 oktober 2021
Gevluchte Venezolanen op Curaçao opgesloten, mishandeld en teruggestuurd
<p><br />Door de humanitaire crisis in Venezuela zijn de afgelopen jaren zeker 5,7 miljoen Venezolanen hun geboorteland ontvlucht, wat dit een van de grootste vluchtelingencrises in de wereld maakt. Curaçao, dat op zo’n 70 km van de Venezolaanse kust ligt, is een van de landen waar Venezolanen naartoe vluchten. Naar schatting leven er nu zo’n 17.000 Venezolanen zonder verblijfsstatus op het eiland.</p> <p>Amnesty International tekende de verhalen op van 22 gevluchte Venezolanen, onder wie ook minderjarigen, die te maken kregen met mensenrechtenschendingen zoals standaard detentie onder onmenselijke omstandigheden, mishandeling, het opzettelijk scheiden van gezinsleden en het onder druk zetten om te tekenen voor uitzetting.</p> <p>In 2018 publiceerde Amnesty International het rapport <a rel="noopener" data-udi="umb://media/b7c5b593ed4849a1987c40a40b4d9ae8" href="/media/4480/opgesloten-en-uitgezet-rapport-ai-2018.pdf" target="_blank" title="Opgesloten En Uitgezet, Rapport AI 2018">Opgesloten en uitgezet</a> waarin de organisatie stevige kritiek uitte op de toen geldende internationale beschermingsprocedure op het Caribische eiland. Ondanks de invoering van een nieuwe procedure in 2019, opgesteld met hulp van de Nederlandse autoriteiten, is de situatie op het eiland volgens Amnesty International nog steeds zwaar onvoldoende. De nieuwe Curaçaose beschermingsprocedure voldoet namelijk niet aan internationale mensenrechtenstandaarden. Venezolanen die de crisis in hun land ontvluchten worden bijvoorbeeld nog steeds standaard gevangengezet voor onbepaalde tijd in de Vreemdelingenbarakken in de gevangenis Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou (SDKK). In detentie worden zij onder druk gezet om in te stemmen met uitzetting naar Venezuela en hebben zij nauwelijks tot geen toegang tot juridische hulp.</p> <p>Bovendien worden de beoordelingsgesprekken voor het beschermingsverzoek gevoerd door dezelfde vreemdelingenpolitie die ook verantwoordelijk is voor het oppakken van mensen zonder verblijfspapieren. Door deze dubbele verantwoordelijkheid bestaat het risico dat een beschermingsverzoek niet onafhankelijk wordt beoordeeld; tot nu toe is nog geen enkel beschermingsverzoek van een Venezolaanse vluchteling gehonoreerd.</p> <p>Amnesty International is zeer bezorgd om het feit dat Curaçao mensen stelselmatig terugstuurt naar Venezuela zonder dat zij een eerlijke en zorgvuldige beschermingsprocedure hebben doorlopen. In Venezuela lopen zij een groot risico op ernstige mensenrechtenschendingen. Dit is in strijd met het internationale ‘non-refoulement’-rechtsprincipe: niemand mag worden teruggestuurd naar een land waar hij of zij vervolging kan vrezen.<br /><br /></p> <h4>Onmenselijke opsluiting</h4> <p>De omstandigheden in de Vreemdelingenbarakken zijn nog steeds onmenselijk. Zo is er sprake van overbevolking, slechte hygiënische omstandigheden, gebrek aan privacy en het gevoel van desoriëntatie door het ontbreken van prikkels. Ook worden sommige gevluchte Venezolanen opgesloten met veroordeelde criminelen in de reguliere gevangenis.</p> <p>Amnesty-onderzoeker Yara Boff Tonella die tijdens het zes maanden durende onderzoek toegang kreeg tot de Vluchtelingenbarakken constateerde dat de Venezolanen die zij kon spreken bijna de hele dag in een kleine cel zaten met maar twee uurtjes toegang tot een luchtkooi. Basismiddelen zoals zeep, tandpasta, shampoo maar ook kleding worden niet verstrekt.</p> <p>Venezolanen vertelden aan Amnesty International dat gevangenisbewakers hen vernederend en inhumaan behandelden. Ze gebruikten fysiek en verbaal geweld, sommige Venezolanen vertelden dat ze naakt kikkersprongen moesten maken van de bewaking. In 2019 schoot de politie met rubberen kogels op een groep Venezolanen die op dat moment in de Vreemdelingenbarakken vastzat. Het opzettelijke en disproportionele geweld dat de politie tegen hen gebruikte en de ernstige verwondingen die dit veroorzaakte, kunnen neerkomen op mishandeling of marteling.<br /><br /></p> <h4>Minderjarigen opgesloten, gezinsleden gescheiden</h4> <p>Curaçao schendt verder de rechten van Venezolaanse kinderen door hen op te sluiten en van hun ouder(s) die op Curaçao verblijven, te scheiden. Amnesty International vond acht gevallen van minderjarigen die opgesloten waren geweest of nog steeds waren in de Vreemdelingenbarakken of in jeugdinstellingen. De Curaçaose overheid herenigde hen niet met hun ouder(s), noch mochten de ouders contact hebben met hun kinderen of hen bezoeken. In plaats daarvan zetten de Curaçaose autoriteiten de kinderen uit, zonder de ouders te informeren. Het opzettelijke en ernstige lijden dat de autoriteiten veroorzaakten door het uitzetten van kinderen en het scheiden van gezinsleden kan in sommige gevallen neerkomen op marteling, aldus Amnesty International.</p> <p>Amnesty International tekent het verhaal op van de zonen van Yusmari. De Kustwacht Caribisch Gebied leverde de twee zonen van Yusmari, toentertijd 15 en 16 jaar oud, over aan de Curaçaose vreemdelingenpolitie, die hen vervolgens opsloot in de Vreemdelingenbarakken. Na twee dagen werden Yusmari’s zonen naar een gesloten jeugdinstelling gebracht. Hun moeder, die al op Curaçao woonde zonder verblijfspapieren, mocht geen contact met haar kinderen hebben of ze bezoeken. Toen ze eindelijk toestemming kreeg en aankwam bij de jeugdinstelling, kreeg ze te horen dat de Curaçaose autoriteiten haar kinderen een paar dagen eerder al hadden uitgezet.<br /><br /></p> <h4>Betrokkenheid van Nederland bij mensenrechtenschendingen</h4> <p>Ondanks alarmerende signalen in de afgelopen jaren over ernstige schendingen van vluchtelingen- en migrantenrechten door de Curaçaose autoriteiten, hebben de Nederlandse autoriteiten volgens Amnesty International hun samenwerking met en steun aan Curaçao juist versterkt, voornamelijk op het gebied van het opsporen, opsluiten en uitzetten van vluchtelingen en migranten. In 2019 hielpen Nederlandse militairen bij het bewaken van een sporthal waar een groep Venezolanen onrechtmatig werd vastgehouden. De Venezolanen werden later hoogstwaarschijnlijk collectief uitgezet zonder dat zij individueel een beschermingsbezoek konden indienen, een schending van het internationale recht.</p> <p>Nederland voorziet de Kustwacht ook van materieel en personeel om mensen te onderscheppen die irregulier per boot proberen aan te komen, ongeacht het hoge risico dat zij vervolgens lopen op mensenrechtenschendingen vanaf het moment dat zij worden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie op land. De Nederlandse autoriteiten hebben niet gezorgd voor bindende mensenrechtenwaarborgen of onafhankelijke toezichtmechanismen om mensenrechtenschendingen door de Curaçaose autoriteiten te voorkomen.</p> <p>Nederland heeft bij het verlenen van ondersteuning ook geen onderzoek gedaan naar vermeende schendingen onder verantwoordelijkheid van de Curaçaose overheid terwijl daar al signalen over waren, onder meer in het Amnesty-rapport uit 2018. Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Raymond Knops, blijft herhalen dat de Nederlandse autoriteiten dit ook niet hoeven te doen, omdat dit de verantwoordelijkheid zou zijn van Curaçao.</p> <p>Amnesty International vindt dat internationale verplichtingen om mensenrechten te respecteren en te beschermen ook gelden als het gaat om samenwerking met en het verlenen van steun aan de Curaçaose autoriteiten.</p> <p>‘Het is onaanvaardbaar dat de Nederlandse overheid de Curaçaose autoriteiten helpt bij het oppakken en opsluiten van Venezolanen die juist op zoek zijn naar veiligheid’, zegt Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland. ‘In plaats van bij te dragen aan het schenden van mensenrechten, zouden de Nederlandse autoriteiten Curaçao moeten helpen bij het bieden van internationale bescherming aan mensen die vluchten.’</p>
12 oktober 2021
Bestuursrechters rechtbanken reflecteren op toeslagenaffaire
<p> </p> <p>De Werkgroep heeft onderzocht hoe rechtbanken in Nederland zijn omgegaan met de kinderopvangtoeslagzaken en welke lessen hieruit voor de toekomst kunnen worden getrokken. Om een goed beeld te krijgen van de rol van de rechtbanken, zijn uitspraken in kinderopvangtoeslagzaken van de rechtbanken uit de periode van 2010 tot en met 2019 geanalyseerd. Daarnaast heeft de Werkgroep gesprekken gevoerd met bestuursrechters in alle rechtbanken van Nederland. Daarin is steeds teruggeblikt op de manier waarop zij kinderopvangtoeslagenzaken hebben behandeld. In die gesprekken is ook - meer in het algemeen - gereflecteerd op de wijze waarop bestuursrechters zouden moeten omgaan met zaken waarin voor burgers grote belangen op het spel staan en onevenredige gevolgen dreigen te ontstaan. Tot slot is gesproken met een groep gedupeerde ouders, met advocaten die gedupeerde ouders hebben bijgestaan en met gemachtigden die namens de Belastingdienst zaken bij de rechtbanken hebben behandeld.<br /><br /></p> <h4>Bevindingen</h4> <p>Uit het onderzoek is gebleken dat de meerderheid van de bestuursrechters de strenge uitleg van de wettelijke regels door de Raad van State heeft gevolgd. Het ging daarbij met name om de zogenaamde ‘alles-of-niets’-uitleg op grond waarvan een ouder in het geheel geen recht op kinderopvangtoeslag had als zij niet kon aantonen dat zij alle kosten voor kinderopvang had betaald. Dit leidde tot de terugvordering van omvangrijke, reeds verstrekte, voorschotten en daarmee ook vaak tot financiële problemen bij ouders. Daarnaast blijkt dat de meeste bestuursrechters weinig ruimte zagen om een minder strikte benadering te kiezen, ook als zij de uitkomst als onevenredig zagen. Een kleine minderheid van de bestuursrechters is wel van de strikte rechtspraak van de Raad van State afgeweken en heeft ouders daarmee meer rechtsbescherming geboden. Dit gebeurde met name bij de rechtbank Rotterdam en de rechtbank Den Haag en soms bij een andere rechtbank. Bij de rechtbank Rotterdam weken bestuursrechters een tijd lang expliciet en consequent af van de ‘alles-of niets’-uitleg van de Raad van State. De rechtbank Den Haag week niet expliciet af van die lijn, maar probeerde in veel gevallen een evenredige uitkomst te bereiken door specifieke op de zaak toegesneden motiveringen. Deze uitspraken werden, als daartegen hoger beroep werd ingesteld, vernietigd en hebben dus geen koerswijziging teweeggebracht. Dit heeft ertoe geleid dat in rechtbankuitspraken steeds minder en vanaf 2015 vrijwel geen afwijking van de strikte uitleg meer voorkwam totdat de Raad van State in 2019 haar koers wijzigde.<br /><br /></p> <h4>Onbehagen</h4> <p>Uit de gesprekken is gebleken dat onder bestuursrechters veel onvrede en onbehagen bestond over de kinderopvangtoeslagzaken, met name in gevallen waarin ouders door kleine administratieve fouten grote geldbedragen moesten terugbetalen. Dat bestuursrechters zich toch zo sterk gebonden achtten aan de strikte uitleg van de hogerberoepsrechter heeft twee redenen.</p> <p>In de eerste plaats dachten veel bestuursrechters ouders valse hoop te bieden met een gegrond beroep. Zij verwachtten dat de Belastingdienst dan hoger beroep zou instellen tegen de beslissing, waarna de ouder alsnog ongelijk zou krijgen: de hogerberoepsrechter hield tenslotte zoals bekend vast aan de strikte uitleg.</p> <p>In de tweede plaats volgden veel bestuursrechters de lijn van de Raad van State omdat zij het van belang vinden dat wettelijke regels in het hele land op dezelfde manier worden toegepast (rechtseenheid) zodat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld (rechtsgelijkheid) en zodat elke burger weet waar hij aan toe is (rechtszekerheid). De rechtspraak in kinderopvangtoeslagzaken heeft uitgewezen dat deze benadering, hoewel begrijpelijk en deels ook legitiem, rechtsbescherming en maatwerk in individuele zaken heeft bemoeilijkt. Daarnaast heeft deze benadering de rechtsvorming mogelijk afgeremd. De hogerberoepsrechter kreeg daardoor op enig moment minder signalen van onevenredige uitkomsten in kinderopvangtoeslagzaken.<br /><br /></p> <h4>Meer maatwerk</h4> <p>Hieruit blijkt dat juist de bestuursrechters bij de rechtbanken een belangrijke taak hebben in zaken waarin voor burgers grote belangen op het spel staan en onevenredig negatieve gevolgen dreigen. In die gevallen zouden zij meer gewicht moeten toekennen aan de rechtsbescherming van het individu dan aan het waarborgen van de rechtseenheid en rechtszekerheid. Daarvoor is nodig dat de bestuursrechter de relevante feiten en de concrete gevolgen van een besluit voor de betrokken burger actief onderzoekt en beoordeelt of deze gevolgen evenredig zijn in het licht van het doel van de wettelijke regel. Als een besluit voor een burger onevenredige gevolgen heeft, moet de bestuursrechters meer maatwerk bieden. Dat wil zeggen dat hij zijn juridische instrumenten inzet om met een grondige en specifiek op die zaak toegespitste motivering tot een voor de burger evenredige uitkomst te komen. Als jurisprudentie van de hogerberoepsrechter daar weinig ruimte voor lijkt te geven is dat geen reden om daarvan af te zien. De Werkgroep roept bestuursrechters dan ook op met dit inzicht aan het werk te gaan en om hierover het gesprek te voeren om zo samen te helpen voorkomen dat burgers in de toekomst opnieuw te maken krijgen met ongekend onrecht zoals zich dat in de toeslagenaffaire heeft voorgedaan.</p>
11 oktober 2021
Statement Europese Commissie naar aanleiding van uitspraak Pools Grondwettelijk Hof
<p>In <a rel="noopener" href="https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/statement_21_5142" target="_blank">reactie</a> bevestigt en herhaalt de Commissie de basisbeginselen van de rechtsorde van de Unie nog maar eens:</p> <p>* EU-recht heeft voorrang op nationaal recht, óók op bepalingen uit de grondwet;</p> <p>* Alle arresten van het EU-Hof van Justitie zijn bindend voor alle autoriteiten in de landstaten, óók voor nationale rechters.</p> <p>* De Commissie zal het arrest van het Poolse Grondwettelijk Hof in detail bestuderen en dan beslissen welke stappen ze verder zal zetten. De Commissie zal niet aarzelen om de bevoegdheden die de Verdragen haar verlenen, in te zetten om de eenvormige toepassing en de integriteit van het Unierecht veilig te stellen.</p> <p>De Europese Unie is een waardengemeenschap en rechtsgemeenschap, die in alle lidstaten moet worden verdedigd. De rechten die Europese burgers op grond van de Verdragen hebben, moeten worden beschermd, ongeacht waar ze leven in de Europese Unie.</p> <p>Het is de taak van de Europese Commissie erop toe te zien dat de rechtsorde van de Unie correct functioneert. Zij zal die opdracht ook in de toekomst ter harte blijven nemen.</p>
8 oktober 2021
Ombudsman opent meldpunt informatieverstrekking na geven tip aan OM
<p>Volgens Nationale ombudsman Reinier van Zutphen hebben burgers niet altijd het gevoel dat hun inbreng serieus wordt behandeld en gewaardeerd. Terwijl het OM hen, met het uitloven van een financiële beloning, wél aanmoedigt om actief informatie te geven. Burgers spannen zich vervolgens in om het OM of de politie op weg te helpen. Maar ondertussen is voor burgers onduidelijk wat er met hun informatie gebeurt, hoe hun tip wordt geregistreerd en beoordeeld en wat er met hun persoonlijke gegevens gebeurt. Ook krijgen burgers vaak geen terugkoppeling, of alleen als ze erom vragen. Maar een burger zou al voor hij een eventuele tip geeft moeten weten waar hij aan toe is volgens de ombudsman. Daarom start hij een onderzoek naar deze praktijken. Hij wil daarmee dat duidelijk wordt welke informatie de burger van het OM of de politie mag en kan verwachten als het OM een financiële beloning aan tipgevers uitlooft. De overheid moet behoorlijk omgaan met (informatie van) burgers. Dat betekent dat burgers van tevoren moeten weten hoe het proces loopt en wat er na afloop gebeurt met hun informatie en gegevens. Tenslotte kan meer duidelijkheid ook bijdragen aan de bereidheid van de burger om in strafzaken rechtstreeks inlichtingen aan het OM of de politie te geven.</p> <p>De ombudsman heeft vanaf 5 oktober 2021 een meldpunt geopend. Hij vraagt burgers met ervaringen rondom informatieverstrekking in deze procedure om zich te melden. De ombudsman kijkt of en hoe deze meldingen kunnen worden meegenomen in het onderzoek. Het meldpunt is <strong>tot en met vrijdag 26 november 2021</strong> bereikbaar via: <a href="mailto:tipgeversprocedure@nationaleombudsman.nl">tipgeversprocedure@nationaleombudsman.nl</a>.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2021/hoe-om-burgers-informeert-bij-uitloven-financiele-beloning-voor-tips" target="_blank">www.nationaleombudsman.nl</a></p>
8 oktober 2021
Hof oordeelt dat box-3 heffing ook na wetswijziging 2017 in strijd is met EVRM (2)
<h4>Box 3-heffing 2015 en 2016 in strijd met artikel 1 EP – ongestoord genot eigendom</h4> <p>De Hoge Raad heeft in zijn <a rel="noopener" href="https://www.navigator.nl/document/ided8640381b9040a4b49a8c2532c962fe/hr-14-06-2019-nr-1705606?anchor=id-6c49437f-ae56-446b-8a22-09e76cd793ea" target="_blank" data-anchor="?anchor=id-6c49437f-ae56-446b-8a22-09e76cd793ea">arresten</a> van 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816, 817, 911, 912, 946, 948 en 949, voor de jaren 2013 en 2014 geoordeeld dat op stelselniveau het door de wetgever in het forfaitaire stelsel van box 3 voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van 4% niet meer haalbaar was voor belastingplichtigen zonder daar (veel) risico voor te hoeven nemen. Niet in geschil was dat dit tevens geldt voor de jaren 2015 en 2016.</p> <p>Daarmee kwam aan de orde of belanghebbende, mede gelet op het toepasselijke tarief, op stelselniveau voor de jaren 2015 en 2016 wordt geconfronteerd met een buitensporig zware last. Hiervoor geldt – gelijk de Hoge Raad heeft geoordeeld voor de jaren 2013 en 2014 – dat indien de belastingdruk in box 3 voor het jaar 2015 of het jaar 2016 hoger is dan het gemiddeld zonder (veel) risico’s haalbare nominale rendement, belastingplichtigen worden geconfronteerd met een buitensporig zware last in box 3 die zich niet verdraagt met het door artikel 1 EP beschermde recht op ongestoord genot van eigendom. Op stelselniveau vormt de heffing van box 3 dus een schending van artikel 1 EP indien het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement voor de onderhavige jaren lager is dan 1,2%.</p> <p>Uit de arresten van 14 juni 2019 volgt voorts dat het gaat om een abstracte toets, namelijk het gemiddeld haalbare rendement op drie beleggingsvormen (spaarrekeningen, Nederlandse staatsobligaties en (termijn)deposito's). Het in concreto behaalde rendement is niet relevant.</p> <p>Dat belanghebbende in 2015 en 2016 zelf een rendement lager dan 1,2% heeft behaald op zijn vermogen, zoals hij heeft aangevoerd, brengt dus op zichzelf niet mee dat de box 3-heffing voor de jaren 2015 en 2016 op stelselniveau een schending van artikel 1 EP vormt.</p> <p>Bij de beoordeling of het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement voor de onderhavige jaren lager is dan 1,2% neemt het Hof de notitie van het Centraal Planbureau ‘Rendementen op spaargeld en staatsobligaties in 2013-2016’ van maart 2020 tot uitgangpunt. De notitie is door de Staatssecretaris van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer bij brief van 24 april 2020.</p> <p>Uitgaande van deze cijfers, berekent het Hof voor het jaar 2015 het gemiddeld haalbare rendement op 1,1%. Voor het jaar 2016 berekent het Hof het gemiddeld haalbare rendement op 0,87%. dat voor zowel het jaar 2015 als het jaar 2016 kan worden vastgesteld dat het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement lager is dan 1,2%. Dit betekent dat de box 3-heffing in voormelde jaren op stelselniveau in strijd is met artikel 1 EP.</p> <h4>Box 3-heffing per 1 januari 2017</h4> <p>Per 1 januari 2017 is artikel 5.2, lid 1, Wet IB 2001 gewijzigd. Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op 1,63% (2017) respectievelijk 0,36% (2018) van het gedeelte van de grondslag sparen en beleggen dat behoort tot rendementsklasse I, vermeerderd met 5,39% (2017) respectievelijk 5,38% (2018) van het gedeelte van die grondslag dat behoort tot rendementsklasse II (forfaitair rendement).</p> <p>Per vermogenscategorie worden voorzichtige beleggers op dezelfde wijze behandeld als minder voorzichtige beleggers, omdat wordt aangesloten bij het gemiddeld bij dat vermogen behorende beleggersprofiel. De wetgever onderkent dat het door belastingplichtigen werkelijk behaalde rendement in zowel positieve als negatieve zin kan afwijken van het forfaitaire rendement dat box 3 hanteert, maar dit is een gevolg van zijn keuze voor een forfaitair rendement. Het maken van uitzonderingen voor bijvoorbeeld grote voorzichtige beleggers of spaarders door middel van een tegenbewijsregeling zou afbreuk doen aan het forfaitaire systeem en zou leiden tot enorme uitvoeringsproblemen.</p> <h4>Box 3-heffing 2017 en 2018 strijd met artikel 14 EVRM – discriminatieverbod</h4> <p>Ingevolge artikel 14 EVRM, in samenhang met artikel 1 EP, is onder andere sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid van gevallen (discriminatie) indien ongelijke gevallen gelijk worden behandeld zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor is. Dit betekent dat een ongerechtvaardigd onderscheid van gelijke gevallen zich voordoet indien het onderscheid geen legitiem doel dient of er geen redelijke, proportionele verhouding bestaat tussen de gebruikte middelen en het doel dat daarmee wordt beoogd te bereiken.</p> <p>De kern van de box 3-heffing per 1 januari 2017 is dat alle box 3-plichtigen worden belast naar een gemiddeld vermogensrendement op basis van een veronderstelde, gemiddelde vermogenssamenstelling. Belastingplichtigen met dezelfde vermogensomvang worden dus verondersteld identiek samengestelde vermogens te hebben waarover zij verondersteld worden identieke rendementen te hebben behaald. De werkelijke samenstelling van het vermogen en het werkelijk behaalde rendement daarop doen dus niet ter zake. Aldus is sprake van een gelijke behandeling van ongelijke gevallen, aldus het Hof Den Haag.</p> <p>Uit de wijze waarop het box 3-stelsel per 1 januari 2017 is vormgegeven volgt dat de wetgever, gelet op de door hem veronderstelde marktrendementen (zie 5.13), zich ervan bewust is dat met sparen (veel) lagere rendementen behaald worden dan met beleggen. Ook is de wetgever zich ervan bewust dat een groep van 40% van de belastingplichtigen met box 3-vermogen uitsluitend over spaartegoeden beschikt. Dit leidt het Hof af uit het ‘Keuzedocument box 3’ van 9 juni 2017 dat als bijlage is gevoegd bij de brief van 9 juni 2017 van de Staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer (<a rel="noopener" href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34552-84.html" target="_blank"><em>Kamerstukken II</em> 2016/17, 34522, nr. 83</a>). Het Hof ziet geen reden om te veronderstellen dat de verhouding tussen spaarders en beleggers in de jaren 2017 en 2018 significant anders was dan in voormelde documenten is vermeld.</p> <p>mee dat de wetgever bewust de keuze heeft gemaakt om 40% van de belastingplichtigen met uitsluitend spaartegoeden te belasten alsof zij hun vermogen ook gedeeltelijk hebben belegd, waardoor deze groep voor (veel) hogere inkomsten wordt belast dan zij feitelijk heeft genoten. Dat de wetgever zich van deze keuze bewust was, blijkt ook uit de memorie van toelichting bij de huidige box 3-regeling. </p> <p>Naar het oordeel van het Hof heeft de wetgever met deze keuze zijn ruime beoordelingsvrijheid overschreden. Gelet op het aanzienlijke aantal belastingplichtigen dat geconfronteerd wordt met een te hoge belastingdruk kan van dit forfaitaire stelsel niet worden gezegd dat daarmee wordt beoogd de werkelijkheid te benaderen.</p> <p>Gelet daarop acht het Hof de box 3-heffing in de jaren 2017 en 2018 in strijd met het discriminatieverbod.</p> <p><strong> </strong></p> <p><a rel="noopener" href="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1875" target="_blank" data-anchor="?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1875">ECLI:NL:GHDHA:2021:1875</a></p> <p><strong> </strong></p>
8 oktober 2021