Artikelen van Redactie

Jaarverslag 2021 Centrale Raad van Beroep
<p>Enkele passages uit het voorwoord van Takvor Avedissian, president van de Centrale Raad van Beroep: </p> <p>'2021 stond opnieuw in het teken van de organisatiedoelstellingen externe oriëntatie, het wegwerken van werkvoorraden, het verkorten van doorlooptijden en beheersing van de werkdruk. De effecten van de Coronamaatregelen waren goed merkbaar. Het is voor veel medewerkers bij vlagen moeilijk geweest, maar de organisatie heeft zich ook van haar beste kant laten zien en we hebben veel geleerd. Online en hybride zittingen, thuiswerken en digitaal vergaderen zijn inmiddels meer gemeengoed geworden. Er was in het afgelopen jaar ook weer veel aandacht voor (vroege) regie en maatwerk, alternatieve en projectmatige afhandeling van zaken, digitalisering, verbetering van werkprocessen en versterking van ons personeelsbeleid.'</p> <p>'Hoewel de Centrale Raad van Beroep geen kinderopvangtoeslagzaken behandelt, heeft het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire<br />Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag de CRvB aanleiding gegeven intern te verkennen waar we kunnen reflecteren en leren in het domein waarin de CRvB de hoogste bestuursrechter is. (...) Geconstateerd is dat de menselijke maat van oudsher onderdeel vormt van de toetsingswijze van de Centrale Raad van Beroep, maar dat voortdurende alertheid geboden is. De antenne staat dan ook ‘extra aan’.'</p> <h4>Tijdige rechtspraak</h4> <p>De Centrale Raad van Beroep heeft ook in 2021 deelgenomen aan het landelijke programma Tijdige rechtspraak. Dit programma bestaat in de kern uit drie deelprogramma’s. Namelijk: Achterstanden, Roosteren &amp; plannen en Voorspelbaarheid.</p> <p>De Centrale Raad van Beroep is in 2019 gestart met een meerjarig traject om achterstanden (werkvoorraden) weg te werken en de doorlooptijden te verkorten, onder het motto ‘Samen sneller voor burgers en bestuursorganen’. In 2019 en 2020 heeft de Raad voor het verkorten van de doorlooptijden een aantal zaken in gang gezet. In 2021 is men verdergegaan op de ingeslagen weg en is de werkvoorraad wederom gedaald, sinds 2019 heeft de Centrale Raad ongeveer 2.000 zaken weggewerkt, aldus het jaarverslag. Daarin wordt nog specifiek ingegaan op het Project 36 en op het Project afronding oude zaken. In 2020/21 zijn 753 oude zaken daarmee afgerond. In Project 36 van de werkstroom Sociale Verzekeringen (in mei 2021 gestart) was de doorlooptijd voor nieuw ingestroomde zaken eind 2021 gemiddeld 31 weken. </p> <p>De gemiddelde doorlooptijden lagen verder over het algemeen nog een stuk lager:</p> <p>Per werkstroom: AVI* 71 weken • Bijstand: 92 weken • Sociale verzekeringen: 95 weken<br />Oud of nieuw: Nieuwe zaken (ingestroomd in 2020 of later): 73 weken • Oude zaken: 150 weken</p> <p>Er waren 4.641 ingekomen zaken en de uitstroom was 5.605 zaken.</p> <h4>Begrijpelijke en toegankelijke rechtspraak</h4> <p>De Centrale Raad van Beroep is in juni 2020 gestart met GOO, een project voor het bieden van oplossingsgerichte en snelle rechtspraak in begrijpelijke taal. GOO staat voor Gericht Op Oplossing. Met name Participatiewetzaken worden behandeld. In 2021 is de CRvB verdergegaan met het project GOO. Partijen worden op een dusdanige manier uitgenodigd, dat al vóór (en niet pas in de loop of aan het einde van) de zitting bekend is of men bereid is om aandacht te besteden aan het onderliggend conflict, de belangen en mogelijke oplossingen. Daarnaast wordt voor de zitting meer tijd uitgetrokken, zodat er nog meer dan gebruikelijk aandacht is voor de menselijke maat. In 2021 waren er 10 GOO-zittingen. </p> <p>In 2021 zijn de faciliteiten voor online zittingen stap voor stap verbeterd. Eind 2021 is de Centrale Raad van Beroep gestart met online zitten via Microsoft Teams. Verder zijn in afwachting van en als voorbereiding op de (landelijke) introductie van het Digitaal Werkdossier (DWD) meer en vaker dossiers gedigitaliseerd. Het gebruik van de e-mailoplossing ZIVVER is (landelijk) geïmplementeerd. </p> <p>Lees het gehele jaarverslag <a href="https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/jaarverslag-2021-crvb.pdf">hier</a>. </p>
19 mei 2022
Advies Raad voor de rechtspraak Wet hersteloperatie toeslagen
<p>Met het wetsvoorstel hersteloperatie toeslagen worden de belangrijkste bepalingen uit de met ingang van 7 juli 2020 in werking getreden Wet  hardheidsaanpassing Awir van de Awir verplaatst naar dat wetsvoorstel. Het betreft de compensatieregeling, de opzet / grove schuld  tegemoetkomingsregeling en een aantal procedurele bepalingen waaronder het in februari 2021 geïntroduceerde moratorium. De compensatieregeling wordt verbreed naar gedupeerden van de hardheid van het stelsel, waardoor de in de Awir opgenomen hardheidsregeling kan vervallen. Het kabinet beoogt met de integratie van de bepalingen in de Awir naar deze zelfstandige wet, met uitzondering van het laten vervallen van de overbodig geworden vangnetbepaling, geen inhoudelijke wijzigingen.</p> <p>Een deel van de maatregelen in het kader van het herstel kinderopvangtoeslag is daarnaast vooruitlopend op wetgeving uitgevoerd op basis van beleidsbesluiten. De maatregelen uit deze beleidsbesluiten worden in het wetsvoorstel hersteloperatie toeslagen gecodificeerd met terugwerkende kracht tot en met de datum waarop deze,vooruitlopend op wetgeving, in werking zijn getreden. Dat gaat – kort samegevat- om goedkeurende beleidsbesluiten betreffende:<br />- een noodvoorziening voor gedupeerden die geen financiële middelen hebben om bepaalde noodzakelijke uitgaven te doen;<br />- een uitbreiding van de O/GS-tegemoetkomingsregeling met situaties waarin de Belastingdienst/Toeslagen een buitengerechtelijke schuldregeling geweigerd heeft vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld;<br />- een aanvullende tegemoetkoming bij hogere werkelijke schade bij een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld;<br />- het uitbreiden van de compensatieregeling naar situaties waarin het stelsel van de kinderopvangtoeslag te hard uitpakte;<br />- het toekennen van een forfaitair bedrag van € 30.000;<br />- het kwijtschelden van belasting- en toeslagschulden;<br />- een compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden; en<br />- een compensatie voor gedupeerden in een wettelijk schuldentraject en buitengerechtelijke<br />schuldregeling. </p> <h4>Advies van de Raad voor de rechtspraak</h4> <p><em>Complex geheel van regelingen</em></p> <p>De Raad onderschrijft in dit kader het belang van de codificatie van de diverse beleidsbesluiten, maar merkt in de eerste plaats op dat daardoor in het wetsvoorstel een verscheidenheid aan methodes van genoegdoening is opgenomen zoals bijvoorbeeld een (aanvullende) compensatie, een tegemoetkoming, een forfaitair bedrag, kwijtschelding etc.. Die genoegdoening wordt in het ene geval ambtshalve toegekend, terwijl er in het andere geval een aanvraag voor ingediend moet worden. Daarbij is er ook nog voor gekozen om de rechtsbescherming voor de diverse onderdelen van dit wetsvoorstel onder te brengen bij verschillende gerechtelijke instanties. Hierdoor ontstaat een complex en ingewikkeld geheel van regelingen dat ook voor gedupeerden lastig te doorgronden is. Daarnaast legt het (opnieuw) een enorme last op de uitvoeringsorganisaties met een bijbehorend risico op het maken van (nieuwe) fouten. In dit verband merkt de Raad op dat het feit dat de betrokken uitvoeringsinstanties en ook de rechterlijke instanties met betrekking tot (beroepszaken over) toekenning en invordering van toeslagen vaak slechts gedeeltelijk zicht hadden op het geheel, mede oorzaak is geweest van de ontstane complexe problematiek. Bovendien bevatten de methodes van genoegdoening elementen die doen denken aan het stelsel zoals dat er eerder was, zoals de correcties op eerder toegekende bedragen (met name artikel 2.1.3 van het wetsvoorstel). Nu dit wetsvoorstel moet bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de burger, kan dit doel onder druk komen te staan als er toch weer een mogelijkheid is dat een reeds toegekende compensatie ten nadele moet worden herzien. </p> <p><em>Bewijslast institutionele vooringenomenheid </em></p> <p>Ingevolge artikel 2.1.1, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, van het wetsvoorstel kent de Belastingdienst/Toeslagen op aanvraag onder meer compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, indien ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de<br />kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen. De Raad adviseert om meer aandacht te besteden aan de bewijslast in deze. De hoofdregel binnen het bestuursrecht is dat de aanvrager de feiten aannemelijk moet maken om aan te<br />kunnen nemen dat in dit geval sprake was van institutionele vooringenomenheid. Die bewijslastverdeling lijkt minder goed te passen gezien de aard van dit wetsvoorstel.</p> <p><em>Rechtsbescherming</em></p> <p>De Raad merkt ook op dat in de MvT een aparte paragraaf ontbreekt waarin helder en overzichtelijk uiteen gezet wordt op welke wijze de rechtsbescherming in het wetsvoorstel is vormgegeven. Nu de rechtsbescherming tegen onderdelen van het wetsvoorstel in hoger beroep bij verschillende instanties is belegd, is mogelijk hierdoor afstemming tussen de hoger beroepscolleges nodig.</p> <p>Verder gaat het advies nog in op bepalingen van procedurele aard, op de werklast en op het gebruik van de termen (ex-)partner, (ex-)toeslagpartner en voormalig partner. De Raad voor de rechtspraak onderkent het belang van het wetsvoorstel maar is van oordeel dat het in de huidige vorm echter op een aantal bezwaren stuit. De Raad adviseert het wetsvoorstel op de in het advies genoemde onderdelen te verduidelijken dan wel aan te passen.</p>
19 mei 2022
Advies van Raad van State over nieuw Wetboek van Strafvordering
<h4>Belang van een modern Wetboek van Strafvordering</h4> <p>Het huidige wetboek uit 1926 is verouderd en na veel wijzigingen ontoegankelijk geworden. Het wetsvoorstel zorgt voor een grondige herstructurering. Het dient daarmee de rechtszekerheid en de bruikbaarheid van het wetboek in de praktijk. Ook wordt het wetboek inhoudelijk bij de tijd gebracht door jurisprudentie te codificeren en door een verdere digitalisering van het strafproces te faciliteren. De Afdeling advisering maakt in haar omvangrijke advies opmerkingen over verschillende aspecten en onderdelen van het gemoderniseerde wetboek.  </p> <h4>Doelstellingen en kernvragen</h4> <p>De doelstellingen van de modernisering van het wetboek worden in de toelichting bij het wetsvoorstel niet expliciet of alleen zijdelings genoemd. Het is belangrijk dat deze doelstellingen duidelijk zijn om te kunnen beoordelen of en hoe ze met het nieuwe wetboek daadwerkelijk kunnen worden bereikt. Ook aan andere kernvragen wordt in de toelichting te weinig aandacht besteed, zoals die naar de uitvoerbaarheid en de financiële gevolgen. In het bijzonder als met de modernisering ook concrete beleidsdoelen worden nagestreefd, zoals de reductie van administratieve lasten en de verkorting van doorlooptijden van rechtszaken, moeten deze kernvragen in de toelichting worden beantwoord. De modernisering kan bijdragen aan het bereiken van deze beleidsdoelen, maar een nieuw wetboek is daarvoor hooguit een noodzakelijke – en geen voldoende – voorwaarde. De verwachtingen over de resultaten van de modernisering van het wetboek moeten dan ook niet te hoog gespannen zijn. In elk geval zal het aanpassen van de wettelijke regels gepaard moeten gaan met aanvullende, organisatorische maatregelen en flankerend beleid.</p> <h4>De rol van de wetgever</h4> <p>De regering heeft het strafprocesrecht gemoderniseerd in samenspraak met organisaties op het terrein van de strafrechtspleging. Daarmee heeft het nieuwe wetboek voor een belangrijk deel het karakter van een compromis. Het nieuwe wetboek wil op sommige onderdelen vooral de rechtspraktijk faciliteren. Daarbij wordt de wijze waarop de nieuwe regeling wordt toegepast vaak aan de ketenpartners overgelaten. De Afdeling advisering merkt in haar advies op dat de wetgever een eigen afweging moet maken, mede op basis van de inbreng van de ketenpartners. Daarbij mag van de wetgever worden verwacht dat hij sturing geeft aan de rechtspraktijk en dat hij de wijze waarop de regels van strafvordering in de praktijk worden toegepast, nader normeert. Dat kan de wetgever doen door in de toelichting bij het wetsvoorstel een visie daarop te formuleren. Ook moet de toelichting meer duidelijkheid geven over de wijze waarop de adviezen zijn verwerkt van organisaties die over het wetsvoorstel zijn geconsulteerd.</p> <h4>Uitvoerbaarheid en digitalisering</h4> <p>Of de doelstellingen zullen worden behaald, hangt er in belangrijke mate van af of burgers en professionals in de praktijk met het nieuwe wetboek uit de voeten kunnen. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt weinig gezegd over de uitvoerbaarheid van de voorstellen. De Afdeling advisering vindt het noodzakelijk dat de toelichting op dit punt wordt aangevuld. Daarbij vraagt zij in het bijzonder aandacht voor de personeelscapaciteit bij uitvoeringsinstanties, de digitale voorzieningen en het zogenoemde ‘doenvermogen’ van burgers in het strafproces. Verder adviseert zij de regering in het wetsvoorstel een evaluatiebepaling op te nemen en in de toelichting te verduidelijken aan de hand van welke criteria en op welke termijn het nieuwe wetboek zal worden geëvalueerd.</p> <h4>Veranderende verhoudingen binnen het strafproces</h4> <p>Eén van de aanleidingen voor de modernisering van het wetboek is de veranderde rolverdeling tussen de actoren binnen het strafproces. Sinds de invoering van het huidige wetboek is de rechter teruggetreden, is de positie van de officier van justitie en van de politie versterkt en is het slachtoffer geëmancipeerd. Deze verschuivingen roepen de vraag op of de verhoudingen nu en na invoering van het nieuwe wetboek, nog in balans zijn. Vooral voor de positie van de verdachte kunnen deze verschuivingen negatieve consequenties hebben, in het bijzonder als de verdachte niet door een advocaat wordt bijgestaan. Daar komt bij dat ook andere ontwikkelingen voor de verdachte nadelig kunnen uitpakken. Het gaat dan in de eerste plaats om de ontwikkeling naar een meer ‘contradictoir procesmodel’. Hierin zijn tegenspraak, wat partijen verdeeld houdt, en dus de standpunten van de partijen van groter belang geworden voor de inrichting van het strafproces. Daarnaast kan worden gewezen op de zogenoemde ‘beweging naar voren’. Daarmee wil het nieuwe wetboek stimuleren dat de verdachte zich al in een vroeg stadium van het onderzoek actief opstelt.</p> <h4>Vier rode draden in concrete opmerkingen van de Afdeling advisering</h4> <p>In dit licht vindt de Afdeling advisering het noodzakelijk dat het nieuwe Wetboek van Strafvordering op een aantal punten wordt aangepast. De concrete opmerkingen die zij maakt bij specifieke onderdelen van het wetboek kunnen worden samengevat aan de hand van vier rode draden:</p> <ol> <li>het versterken van het (rechterlijk) toezicht op het optreden van de strafvorderlijke autoriteiten;</li> <li>ervoor zorgen dat de uitoefening van opsporingsbevoegdheden ook in de toekomst met voldoende waarborgen is omkleed;</li> <li>het verbeteren van de positie van de verdachte door de beschikbaarheid van adequate, gefinancierde rechtsbijstand en van de informatie die nodig is om effectief verdediging te kunnen voeren;</li> <li>het bevorderen van een actieve houding van de zittingsrechter om de kwetsbare positie van de verdachte (zonder raadsman) te compenseren.</li> </ol> <p> </p> <p>Lees <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@125095/w16-21-0105-ii/" target="_blank">hier</a> het gehele advies. </p>
19 mei 2022
Conclusie over evenredigheid in zaken over afsluitende regeling 'kinderpardon'
<h4>Afsluitingsregeling</h4> <p>Deze conclusie gaat over evenredigheid in zaken over de zogenoemde Afsluitingsregeling. Deze regeling is voor de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het beoogde sluitstuk van regelingen voor kinderen die langdurig in Nederland verblijven zonder verblijfsvergunning. Het gaat dan niet alleen om de beleidskeuze om de Afsluitingsregeling op deze manier vorm te geven, maar ook om de vraag of de toepassing van de Afsluitingsregeling in deze concrete zaken evenredig is. Deze conclusie gaat in bredere zin over de toetsing van beleidsregels aan het <a href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282584%26signature%3Dpr-SRZtwlD5ROzw75US5qV6lIDo&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499786675%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=ULPO9KWuThPXVeq5PD0qd1MvKzfiH7KllF0wmTwi0%2Fs%3D&amp;reserved=0">evenredigheidsbeginsel ‘nieuwe stijl’</a>.</p> <h4>Achtergrond van de zaken</h4> <p>De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak <a href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282585%26signature%3DNTXTh7xYLXMABRK_BEUApRvLH1M&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499786675%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=803qhG%2B%2FFk%2B5GhOPmPtPloYsDVFjzGpktD1ffMSqsjk%3D&amp;reserved=0">vroeg de staatsraad advocaat‑generaal om een conclusie te nemen</a> in twee zaken die de Afdeling bestuursrechtspraak op 24 maart 2022 op zitting heeft behandeld. In die zaken heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning te verlenen in het kader van de zogenoemde Afsluitingsregeling afgewezen. De staatssecretaris beoordeelt zulke aanvragen 'in de context van het gezin'. Dat betekent dat de staatssecretaris een verblijfsvergunning verleent aan alle gezinsleden als het kind een verblijfsvergunning krijgt. Maar het betekent spiegelbeeldig ook dat niemand van het gezin een verblijfsvergunning krijgt als op een van de gezinsleden een zogenoemde contra‑indicatie van toepassing is. In de ene zaak heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat een gezinslid de <em>identiteit niet heeft kunnen aantonen</em>. In de andere zaak vormt een gezinslid volgens de staatssecretaris een <em>gevaar voor de openbare orde</em>. In beide gevallen krijgt niemand van het gezin een verblijfsvergunning. Centrale vraag in beide zaken is of de staatssecretaris de aanvragen om deze reden heeft kunnen afwijzen.</p> <h4>Inhoud van de conclusie</h4> <p><em>Begunstigend en belastend</em></p> <p>Staatsraad advocaat‑generaal Widdershoven concludeert dat de Afsluitingsregeling een <em>begunstigende</em> beleidsregel is, omdat een verblijfsvergunning wordt verleend zonder dat de wet dit verplicht. Maar de beleidsregel bevat ook <em>belastende</em> elementen, zoals de contra-indicaties op grond waarvan een verblijfsvergunning wordt geweigerd. Volgens de staatsraad advocaat‑generaal kunnen deze contra-indicaties op evenredigheid worden getoetst door te kijken naar de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. Omdat de Afsluitingsregeling <em>begunstigend</em> beleid is en de staatssecretaris daarom meer ruimte heeft bij het vaststellen daarvan, is een terughoudende rechterlijke toetsing te rechtvaardigen. Omdat de <em>belastende</em> elementen ingrijpend zijn, kan daar juist de rechterlijke toetsing indringender zijn.</p> <p><em>Onderscheid</em></p> <p>Zo'n indringender rechterlijke toetsing is volgens staatsraad advocaat‑generaal Widdershoven in elk geval aan de orde als de staatssecretaris het handelen van de ouder tegenwerpt aan het kind, omdat de staatssecretaris in dat geval een onderscheid maakt tussen kinderen met ouders voor wie een contra‑indicatie geldt, en kinderen met ouders voor wie dat niet geldt. Dit onderscheid is volgens hem alleen toegestaan als het een gerechtvaardigd doel heeft en in het licht van dat doel geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.</p> <p><em>Ernst van de contra‑indicatie </em></p> <p>De staatsraad advocaat‑generaal concludeert verder dat het toerekenen van het gedrag van de ouder aan het kind evenwichtig moet zijn en niet onredelijk bezwarend mag zijn. Daarbij is ook de ernst van de contra‑indicatie van belang. Voor de contra‑indicatie 'gevaar voor de openbare orde' is van belang om te kijken naar de aard en ernst van het strafbare feit, het tijdsverloop en het gedrag van de betrokkene. De contra‑indicatie 'het niet kunnen aantonen van de identiteit' kan de staatssecretaris volgens staatsraad advocaat‑generaal Widdershoven alleen tegenwerpen als de ouder werkelijk identiteitsverwarring heeft veroorzaakt. Is die verwarring in een concrete zaak nauwelijks reëel, dan is het weigeren van de verblijfsvergunning niet evenwichtig.</p> <h4>Vier conclusies over het evenredigheidsbeginsel</h4> <p>Deze conclusie past in een serie van vier conclusies over toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. In de <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282586%26signature%3DNcH_v0DSVAN-AXCh7P9jnRHLrts&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=5LQfZP%2FWjU1URiEVMecOnOAvMwC1iv8Fh7yOfNamyTA%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282586%26signature%3DNcH_v0DSVAN-AXCh7P9jnRHLrts&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=5LQfZP%2FWjU1URiEVMecOnOAvMwC1iv8Fh7yOfNamyTA%3D&amp;reserved=0">conclusie van Wattel en Widdershoven</a> van juli 2021 is in algemene zin ingegaan op de toetsing door de bestuursrechter van besluiten aan het evenredigheidsbeginsel. Daarin kwam de toetsing van <em>wetten in formele zin</em>, van <em>lagere wetgeving</em>, van <em>beleidsregels</em> en van <em>beschikkingen</em> aan de orde. In de <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282584%26signature%3Dpr-SRZtwlD5ROzw75US5qV6lIDo&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=J6lDNH7ij0XgyJ270%2BFU8qNvddMCg%2F45we%2BjJPJ78rQ%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282584%26signature%3Dpr-SRZtwlD5ROzw75US5qV6lIDo&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=J6lDNH7ij0XgyJ270%2BFU8qNvddMCg%2F45we%2BjJPJ78rQ%3D&amp;reserved=0">uitspraak</a> van 2 februari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een algemeen kader geformuleerd voor toetsing van <em>beschikkingen</em> aan het evenredigheidsbeginsel. In zijn <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282587%26signature%3D6kll0D47Bc288u-2-gBxo161pi4&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=YIK2kIJAZg8DeGH7HVotbc8Wepz%2B%2FvrfLr7H5DIR3XM%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282587%26signature%3D6kll0D47Bc288u-2-gBxo161pi4&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=YIK2kIJAZg8DeGH7HVotbc8Wepz%2B%2FvrfLr7H5DIR3XM%3D&amp;reserved=0">conclusie</a> van 16 februari 2022 is staatsraad advocaat-generaal Wattel ingegaan op de toetsing van <em>lagere wetgeving</em> aan het evenredigheidsbeginsel. Op 22 februari 2022 volgden de conclusieverzoeken aan staatsraden advocaat-generaal <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282585%26signature%3DNTXTh7xYLXMABRK_BEUApRvLH1M&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=n7RRz9zh2bko%2BJpWAOC4I%2BvBZ8KEKuxi9YtfbUhzoo4%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282585%26signature%3DNTXTh7xYLXMABRK_BEUApRvLH1M&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=n7RRz9zh2bko%2BJpWAOC4I%2BvBZ8KEKuxi9YtfbUhzoo4%3D&amp;reserved=0">Widdershoven</a> en <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282585%26signature%3DNTXTh7xYLXMABRK_BEUApRvLH1M&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=n7RRz9zh2bko%2BJpWAOC4I%2BvBZ8KEKuxi9YtfbUhzoo4%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188253%26url%3D282585%26signature%3DNTXTh7xYLXMABRK_BEUApRvLH1M&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7C82af7f88354a43fe482808da38a69c74%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585499942926%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=n7RRz9zh2bko%2BJpWAOC4I%2BvBZ8KEKuxi9YtfbUhzoo4%3D&amp;reserved=0">Snijders</a> over de toetsing van <em>beleidsregels</em> respectievelijk <em>wetten in formele zin</em> aan het evenredigheidsbeginsel. O<span>p 18 mei 2022 is ook de </span>conclusie van <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@131242/202100115-2-a2-en-202006816-2-a2/" target="_blank">Snijders</a> <span>gepubliceerd.</span></p> <p> </p>
19 mei 2022
Wet alleen aan evenredigheid toetsen als wetgever niet alles onder ogen heeft gezien
<h4>Achtergrond</h4> <p>Snijders bracht op <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282562%26signature%3DzJAjgM10fQN9CLPwgNZF3KayIsY&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=iEZNZbuX70VD0Kl9wxFmrd8aNJtnXBWED1SjYnPhINY%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282562%26signature%3DzJAjgM10fQN9CLPwgNZF3KayIsY&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=iEZNZbuX70VD0Kl9wxFmrd8aNJtnXBWED1SjYnPhINY%3D&amp;reserved=0">verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak</a> een conclusie uit in twee rechtszaken over het te laat aanvragen van kinderopvangtoeslag. Hoewel beide ouders aan alle inhoudelijke eisen voldoen om over de hele periode kinderopvangtoeslag te ontvangen, komen zij volgens de Belastingdienst/Toeslagen door hun late aanvragen slechts in aanmerking voor een gedeeltelijke vergoeding. De ouders vinden dat de strikte toepassing van de wet nadelig voor hen uitpakt. Zij vragen daarom de Afdeling bestuursrechtspraak om in hun geval van de Wet kinderopvang af te wijken.</p> <h4>Conclusie staatsraad advocaat-generaal</h4> <p>De advocaat-generaal zegt in zijn conclusie dat wetten, en dus ook de Wet kinderopvang, normaal gesproken niet getoetst mogen worden aan het evenredigheidsbeginsel. Dat volgt namelijk uit het toetsingsverbod in artikel 120 van de Grondwet. Maar dit geldt niet als de wetgever bij zijn afweging bepaalde omstandigheden niet onder ogen heeft gezien. Het gaat dus om de vraag óf de wetgever aan deze specifieke omstandigheden heeft gedacht. Heeft de wetgever hier niet aan gedacht, dan is het mogelijk om de wet toch aan rechtsbeginselen en ongeschreven recht te toetsen. Dat wordt <em>contra legem</em> (tegen de wet) toetsing genoemd. Als de wetgever het specifieke geval wel onder ogen heeft gezien, is contra legem toetsing niet toegestaan. In dat geval zou rechterlijke toetsing van de wet de afweging van de wetgever namelijk doorkruisen. Dan geldt het toetsingsverbod wel.</p> <h4>Toepassing op de concrete kinderopvangtoeslagzaken</h4> <p>De staatsraad advocaat-generaal schrijft in zijn conclusie dat de ouders niet ervan op de hoogte waren dat zij de kinderopvangtoeslag binnen betrekkelijk korte termijn moesten aanvragen. In één van de zaken heeft een ouder grote uitgaven aan kinderopvang gedaan in de verwachting dat die zouden worden gedekt door de kinderopvangtoeslag. Uit de wetsgeschiedenis van de Wet kinderopvang valt volgens de staatsraad advocaat-generaal af te leiden dat de wetgever zich onvoldoende heeft gerealiseerd dat deze gevallen zich onvermijdelijk zouden voordoen en dat het daarbij om grote bedragen zou kunnen gaan. Die gevallen heeft de wetgever dus volgens hem niet onder ogen gezien. Daarom kan de rechter in die gevallen deze bepaling uit de Wet kinderopvang aan het evenredigheidsbeginsel toetsen.</p> <h4>Vier conclusies over het evenredigheidsbeginsel</h4> <p>Deze conclusie past in een serie van vier conclusies over toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. In de <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282563%26signature%3DSHz4vKTjtUAmxWVEwLvT-HZA8Jw&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=CUBY5ieo6wMFHzEn836fMmC%2BbYxiEEnF1tNC81sKk1E%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282563%26signature%3DSHz4vKTjtUAmxWVEwLvT-HZA8Jw&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=CUBY5ieo6wMFHzEn836fMmC%2BbYxiEEnF1tNC81sKk1E%3D&amp;reserved=0">conclusie van Wattel en Widdershoven</a> van juli 2021 is in algemene zin ingegaan op de toetsing door de bestuursrechter van besluiten aan het evenredigheidsbeginsel. Daarin kwam de toetsing van <em>wetten in formele zin</em>, van <em>lagere wetgeving</em>, van <em>beleidsregels</em> en van <em>beschikkingen</em> aan de orde. In de <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282564%26signature%3DIqdETvWcjlw61rYW8FmMH6kzSfc&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=I0OF%2BCoEdJI9hSUUUIwOPN72wnV0cVBJvxp0oJswjvw%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282564%26signature%3DIqdETvWcjlw61rYW8FmMH6kzSfc&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=I0OF%2BCoEdJI9hSUUUIwOPN72wnV0cVBJvxp0oJswjvw%3D&amp;reserved=0">uitspraak</a> van 2 februari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een algemeen kader geformuleerd voor toetsing van <em>beschikkingen</em> aan het evenredigheidsbeginsel. In zijn <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282565%26signature%3Dtca_mH8zYdUnLEp6GwQS72nDnKE&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=EZb7jciyxe%2F5Jstr7aPIyjkxIwQwMOT7zaR5xsgmKoo%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282565%26signature%3Dtca_mH8zYdUnLEp6GwQS72nDnKE&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=EZb7jciyxe%2F5Jstr7aPIyjkxIwQwMOT7zaR5xsgmKoo%3D&amp;reserved=0">conclusie</a> van 16 februari 2022 is staatsraad advocaat-generaal Wattel ingegaan op de toetsing van <em>lagere wetgeving</em> aan het evenredigheidsbeginsel. Op 22 februari 2022 volgden de conclusieverzoeken aan staatsraden advocaat-generaal <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@130032/conclusie-afsluitingsregeling/" target="_blank">Widdershoven</a> en <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@130037/conclusie-over-evenredigheidstoets/" target="_blank">Snijders</a> over de toetsing van <em>beleidsregels</em> respectievelijk <em>wetten in formele zin</em> aan het evenredigheidsbeginsel. Op 18 mei 2022 is ook de <a rel="noopener" href="https://nam04.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282567%26signature%3Dtd0Kwi7k8DC0BwXxCo2o7UJ2ZBA&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=FdrEslAlyLbXR2kaSvi6WUEgTuavmw6NZ6Xqtl1cVNg%3D&amp;reserved=0" target="_blank" data-anchor="?url=https%3A%2F%2Fmanage.pressmailings.com%2Fclick%2F%3Fid%3D49188169%26url%3D282567%26signature%3Dtd0Kwi7k8DC0BwXxCo2o7UJ2ZBA&amp;data=05%7C01%7Cnjb%40kluwer.nl%7Ca02ba678f8204f18fa2108da38a699cd%7C8ac76c91e7f141ffa89c3553b2da2c17%7C0%7C0%7C637884585459164803%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&amp;sdata=FdrEslAlyLbXR2kaSvi6WUEgTuavmw6NZ6Xqtl1cVNg%3D&amp;reserved=0">conclusie van Widdershoven</a> gepubliceerd.</p>
19 mei 2022
Risico’s aan gebruik algoritmes Rijk
<p>Voor dit onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer vorig jaar al in samenspraak met tal van (overheids)organisaties een toetsingskader ontwikkeld. De 9 algoritmes zijn nu aan dat kader getoetst.  </p> <h4>Gevonden risico’s</h4> <p>Bij het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens is de ontwikkeling en het beheer van het algoritme uitbesteed, maar ontbreekt het aan afspraken wie voor wat aanspreekbaar is. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens kan daardoor niet zelf nagaan of het algoritme de kwaliteit van pasfoto’s correct vaststelt. Dit kan discriminatie in de hand werken. Deze rijksdienst voert ook geen effectbeoordeling uit op gegevensbescherming. Bij het criminaliteitsanticipatiesysteem van de politie ontbreekt onder meer controle op mogelijke vooringenomenheid. Dit algoritme voorspelt waar het risico op incidenten hoog is.</p> <p>Verder ontbreekt volgens de Rekenkamer bij 6 van 9 onderzochte organisaties inzicht welke medewerkers toegang hebben tot data en het algoritme. Met als risico’s beschadiging of verlies van data en alle gevolgen van dien door ongeautoriseerde toegang. Het RVO (de coronacrisismaatregel Tegemoetkoming vaste lasten), het verzelfstandigde onderdeel Toeslagen van de Belastingdienst die de huurtoeslag toekent en de Sociale Verzekeringsbank die AOW-aanvragen beoordeelt, lopen op deze wijze risico’s, omdat het IT-beheer niet voldoende op orde is.</p> <h4>Algoritmes die wel voldoen aan de basisvereisten</h4> <p>De geautomatiseerde aanpak voor het vaststellen van medische rijgeschiktheid door het Centraal Bureau Rijvaardigheid voldoet aan alle basisvereisten. Dat geldt ook voor het koppelen van verkeersboetes aan kentekengegevens door het Centraal Justitieel Incassobureau en de controle via een algoritme op rechtmatigheid van bijstandsuitkeringen door het Inlichtingenbureau.</p> <h4>Vervolg</h4> <p>De staatssecretaris voor Digitalisering heeft aangegeven de tekortkomingen direct aan te willen gaan pakken met de uitvoeringsorganisaties. Voor het zomerreces wil zij de Tweede Kamer informeren over eventuele vervolgstappen. De Algemene Rekenkamer noemt de reacties van specifiek de politie en dienst Migratie op de uitkomst van het Rekenkameronderzoek zorgelijk, omdat zij lijken af te wijken van de inzet van de staatssecretaris voor Digitalisering.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2022/05/18/diverse-algoritmes-rijk-voldoen-niet-aan-basisvereisten" target="_blank">rekenkamer.nl</a></p>
19 mei 2022
Ingezonden mededeling: Wetgevingstechniek voor gemeentejuristen
<p><strong>Cursussen voorjaar 2022<br /></strong>- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-avg/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten AVG</a><br />dinsdag 7 juni 2022 | NOvA 4 PO<strong><br /></strong>- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-helder-en-overtuigend-beschikkingen-schrijven-voor-juristen/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Helder en overtuigend beschikkingen schrijven voor juristen</a><br />maandag 13 juni 2022 | NOvA 5 PO/KBvG 2/KNB 5<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-juridisch-schrijven-en-argumenteren/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Juridisch schrijven en argumenteren</a><strong><br /></strong>donderdag 9 en 16 juni 2022: fysiek | NOvA 10 PO/KNB 10<br />vrijdag 10 en 17 juni 2022: online | NOvA 10 PO/KNB 10<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-juridisch-schrijven-en-argumenteren/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Penitentiair recht</a><br />dinsdag 14 juni 2022 | NOvA 4 PO<strong><br /></strong>- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-aanbestedingsrecht/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten aanbestedingsrecht</a><br />dinsdag 21 juni 2022 | NOvA 4 PO/2PWO<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-bestuursrecht-bestuursprocesrecht-in-een-dagdeel/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten bestuursrecht/ bestuursprocesrecht</a><br />woensdag 22 juni 2022 | NOvA 4 PO/4 PWO<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-wgr/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten WGR</a><br />maandag 27 juni 2022 | NOvA 3 PO/3 PWO<strong><br /></strong>- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/cursus-actualiteiten-onderwijsrecht/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteiten onderwijsrecht</a><br />dinsdag 28 juni 2022 | NOvA 4 PO<br /><strong><br />Masterclasses Aanbestedingsrecht <br /></strong>- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-2/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht II</a> – donderdag 9 juni 2022<br />Thema: de interactie tussen het aanbestedingsrecht en het arbeidsrecht<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-3/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht III</a> – dinsdag 27 september 2022 <br />Thema: volgt<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/masterclass-aanbestedingsrecht-3/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Masterclass Aanbestedingsrecht IV</a> – dinsdag 15 november 2022<br />Thema: volgt <br /><br /><strong>Actualiteitenlezingen Pensioenrecht </strong><br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-2/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht II</a> - woensdag 29 juni 2022<br />Thema: De Wet toekomst pensioenen<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-3/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht III</a> - woensdag 28 september 2022<br />Thema: Pensioenrechtspraak<br />- <a href="https://vu.nl/nl/onderwijs/professionals/cursussen-opleidingen/actualiteitenlezing-pensioenrecht-4/inhoud?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB">Actualiteitenlezing Pensioenrecht IV</a> - woensdag 7 december 2022<br />Thema: De Wet toekomst pensioenen<br /><br /><strong>Online informatiesessie leergangen najaar 2022 <br /></strong>Leergang Onderwijsrecht - maandag 30 mei en donderdag 9 juni van 16.00 tot 17.00 uur<br />Leergang Aanbestedingsrecht voor juristen - maandag 6 juni en dinsdag 28 juni van 16.00 tot 17.00 uur<br />Leergang Specialisatie strafrecht - woensdag 15 juni van 16.00 tot 17.00 uur<br />Leergang Verdieping aanbestedingsrecht voor inkopers - mandag 20 juni en donderdag 7 juli van 16.00 tot 17.00 uur<br />Leergang Klimaatverandering en energietransitie - donderdag 23 juni van 16.00 uur tot 17.00 uur <br />Leergang Arbeidsrecht - woensdag 29 juni en dinsdag 30 augustus van 16.00 tot 17.00 uur<br /><strong><br /></strong><a href="https://fd20.formdesk.com/vuamsterdam/aanmeldformulier_informatiesessies_leergangen?utm_source=Advertorial&amp;utm_medium=online&amp;utm_campaign=week19&amp;utm_id=NJB"><strong>Meld u hier aan voor de online informatiesessie(s).</strong></a><br /><strong><br /></strong><br /><br /><br /><br /></p>
19 mei 2022
10 juni jaarvergadering Nederlandse Juristen-Vereniging!
<p> </p> <p>De locatie van de jaarvergadering is Nicolaaskerkhof 8 te Utrecht, aanvang: 10.00 uur. Het civielrechtelijk preadvies is geschreven door<span> </span><strong>prof. Anne Keirse en prof. Vanesssa Mak</strong>, het bestuursrechtelijk preadvies door<span> </span><strong>prof. Tom Barkhuysen en dr. Michiel van Emmerik</strong><span> </span>en het strafrechtelijk preadvies door<span> </span><strong>dr. Johannes Bijlsma, prof. Petra van Kampen en prof. Stijn Franken.</strong></p> <p><strong><em>U kunt zich <a href="https://www.ru.nl/cpo/symposia/vm/njv-jaarcongres-repressieve-samenleving-vanuit/?reload=true">via deze weg</a><span> </span>inschrijven.</em></strong></p> <p><strong><em><br />Het programma kunt u<span> </span><a href="https://www.ru.nl/cpo/symposia/vm/njv-jaarcongres-repressieve-samenleving-vanuit/programma/">hier</a><span> </span>vinden.</em></strong></p> <p> </p> <p>Leden van de NJV ontvangen het boek met preadviezen eind mei per post. Niet-leden kunnen het boek bestellen op de website van Wolters Kluwer. Zodra de digitale versie van de tekst beschikbaar is, wordt deze op de NJV-website geplaatst. U kunt dan al kennisnemen van de gedachten en voorstellen van de preadviseurs.</p> <p>Zie voor verdere gegevens over het programma de website van de NJV: <a href="http://www.njv.nl/">www.njv.nl</a>.</p>
18 mei 2022
Denk mee over de verdeling van onderzoeksgeld
<p>'Er moet meer geld naar de wetenschap!' Peter Duisenberg (voorzitter van UNL), Marcel Levi (voorzitter NWO), maar ook vele Kamerleden roepen het Kabinet op om fors te investeren in het hoger onderwijs. Zij baseren zich onder meer op een onderzoek van PwC waaruit bleek dat universiteiten te maken hebben met een structureel tekort van 1,1 miljard euro. Welke keuzes zouden wetenschappers zelf maken, als zij het voor het zeggen hadden? Tot en met 1 juli 2022 kunnen zij de politiek en universiteitsbestuurders adviseren over de toekomst van de wetenschapsfinanciering in Nederland. Deze raadpleging stelt de overheid in staat om het systeem van onderzoeksfinanciering af te stemmen op voorkeuren van onderzoekers.</p> <h4>Raadpleging</h4> <p>De Jonge Akademie heeft in samenwerking met TU Delft startup Populytics een raadpleging ontworpen waarmee wetenschappers als het ware op de stoel van de beleidsmakers worden gezet. Het keuzevraagstuk van de overheid wordt nagebootst in een online omgeving. Deelnemers krijgen 11 opties te zien waar de overheid geld aan zou kunnen besteden. Vervolgens kunnen ze per optie aangeven hoeveel van het beschikbare budget ernaartoe moet. Bij alle opties is te zien wat de slaagkans is, hoeveel tijd de aanvraagprocedure kost, wat ermee gerealiseerd kan worden.</p> <p>Deelnemende wetenschappers krijgen uitgebreid de mogelijkheid om hun keuzes te motiveren en te nuanceren en dit levert een scherp beeld op van hun waarden, zorgen en de kansen die zij zien. Ook kunnen deelnemers advies geven over veranderingen die volgens hen moeten worden doorgevoerd om – los van de financiering – de wetenschap te verbeteren.</p> <h4>Bruikbaarheid van de resultaten</h4> <p>Na afloop kan worden vastgesteld welke waarden verschillende groepen wetenschappers delen en hoe deze waarden kunnen worden vertaald naar beleid. Dit levert beleidsmakers concrete handelingsperspectieven op. De Jonge Akademie en Populytics vatten de uitkomsten van de raadpleging samen en communiceren de resultaten met universiteitsbesturen, geldverstrekkers, en de politiek.</p> <h4>Methode ontwikkeld door Nederlandse wetenschappers</h4> <p>De raadplegingsmethode die wordt toegepast is de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze methode is ontwikkeld door Nederlandse wetenschappers en eerder toegepast om Kamerleden te adviseren over Klimaatbeleid (www.tudelft.nl/klimaatraadpleging) en de versoepeling van coronamaatregelen https://www.tudelft.nl/covidexit. Toen adviseerden 30.000 Nederlanders binnen een week hun overheid over dit onderwerp.</p> <p> </p> <h4><em>Meedoen?</em></h4> <p>Wie mee wil doen aan de raadpleging vindt deze hier: <a rel="noopener" href="https://onderzoeksfinanciering.raadpleging.net/" target="_blank">https://onderzoeksfinanciering.raadpleging.net/</a></p> <p> </p> <p> </p>
12 mei 2022
Uithuisplaatsingen onderzocht
<p>Op verzoek van het parlement, dat meer zicht wilde hebben op de feiten in dit dossier, hebben prof. Marielle Bruning, dr. Kartica van der Zon (afdeling Jeugdrecht), prof. Lenneke Alink en dr. Sabine van der Asdonk (Pedagogische Wetenschappen) van de Universiteit Leiden een <a rel="noopener" data-udi="umb://media/a690c25af7e74fca9c5690d52ae5f670" href="/media/4711/f08bc0e9-e86d-4a87-ae50-7e68aa3f2b7c.pdf" target="_blank" title="F08bc0e9 E86d 4A87 Ae50 7E68aa3f2b7c (1)">factsheet</a> opgesteld over uithuisplaatsingen. In de factsheet zijn knelpunten bij uithuisplaatsingen belicht vanuit gedragswetenschappelijk (pedagogisch) en juridisch perspectief. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt wat de huidige stand van zaken is als het gaat om wetenschappelijke kennis die betrekking heeft op uithuisplaatsingen.<br /><br />Allereerst wordt een overzicht gegeven van overwegingen vanuit pedagogisch perspectief die van belang zijn bij een uithuisplaatsing. Vervolgens wordt ingegaan op het beslisproces en beschreven wat bekend is over de moeilijkheden in dat proces evenals mogelijke verbeterrichtingen. Vanuit juridisch perspectief wordt vervolgens aandacht besteed aan de zorgen die bestaan over de rechtsbescherming van ouders en kinderen die met een uithuisplaatsing te maken krijgen. Daartoe wordt op verschillende juridische aspecten van uithuisplaatsing ingegaan.</p> <h4>Conclusies</h4> <p>Uit de juridisch-wetenschappelijke bevindingen blijkt dat het gebrek aan rechtsbescherming het belangrijkste knelpunt is voor burgers die te maken krijgen met een uithuisplaatsing. Denk aan spoedprocedures zonder vooraf gehoord te worden, onzorgvuldige rapporten, het gebrek aan juridische bijstand, een open rechtsgrond (een rechtsgrond die een ruime interpretatie voor uithuisplaatsing mogelijk maakt wat leidt tot rechtsonzekerheid), een kinderrechter die maar een beperkte rol heeft en niet sturend kan optreden ten aanzien van de uitvoeringsorganisatie (de gecertificeerde instelling) en de uitvoering (zoals het perspectiefbesluit). Al deze zaken maken dat minderjarigen en hun ouders zwak staan tegenover een machtig uitvoeringsapparaat. Daarbij is het jeugdbeschermingsstelsel sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet onvoldoende op orde wat aanleiding is voor grote zorgen. Er is sprake van te weinig hulpaanbod, lange wachtlijsten en doorlooptijden; er zijn te weinig jeugdbeschermers, en gecertificeerde instellingen staan onder grote druk (en zijn soms al omgevallen). Dat betekent dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling (OTS) die gericht zou moeten zijn op terugplaatsing, onvoldoende tot zijn recht komt en dat broertjes en zusjes niet vaak genoeg bij elkaar kunnen blijven. De tekorten in het jeugdbeschermingsstelsel zijn het meest problematisch in situaties van een gesloten plaatsing waarbij sprake is van vrijheidsbeneming en vrijheidsbeperkingen, omdat dit leidt tot (te lange) vrijheidsbeneming zonder passende hulp en (trauma)behandeling.<br />Gedragswetenschappelijk onderzoek laat zien dat uithuisplaatsingen, hoewel in sommige gevallen noodzakelijk, vaak niet tot de gewenste verbeteringen in de ontwikkeling van het kind leiden en dat juist stabiliteit en veiligheid voor kinderen van uiterst belang zijn. Ook is duidelijk dat residentiële zorg alleen moet worden ingezet als aangetoond is dat dat de meest effectieve context voor behandeling is. Verder toont onderzoek aan dat, hoewel uithuisplaatsingsbeslissingen altijd binnen een bepaalde marge van onzekerheid worden genomen, een aantal onwenselijke vormen van biaseen rol speelt. Hoewel er nog geen bewezen effectieve procedures zijn waarmee de kwaliteit van uithuisplaatsingsbeslissingen kan worden verbeterd, bieden we hieronder enkele aanknopingspunten gebaseerd op de bestaande literatuur. Tevens is een belangrijk knelpunt dat er nog te weinig bewezen effectieve interventies zijn waarmee uithuisplaatsing kan worden voorkomen.</p> <h4>Aanbevelingen</h4> <p>De onderzoekers formuleren de volgende aanbevelingen om de situatie in de jeugdzorg te verbeteren:</p> <p>- Zet vol in op het voorkomen van uithuisplaatsingen, dat betekent tijdig de juiste hulp inschakelen door specialistische professionals. <br />- Besteed daarbij aandacht aan tijdige inzet van wetenschappelijk bewezen effectieve interventies om uithuisplaatsing te voorkomen. Om deze aanbeveling goed in de praktijk te kunnen brengen, is het investeren in wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van dergelijke interventies van cruciaal belang, gezien het beperkte aantal bewezen effectieve interventies.<br />- Besteed meer aandacht aan de rechtsbescherming van kinderen en ouders bij een uithuisplaatsing.<br />- Zorg voor voldoende mogelijkheden voor stabiele plaatsingen in pleegzorg.<br />- Zet in op een aanpassing van de rechtsgrond voor uithuisplaatsing en voor de rechtsgrond voor gesloten uithuisplaatsing.<br />- Zorg voor minder spoeduithuisplaatsingen door beleid te ontwikkelen en de rechtsgrond voor een spoeduithuisplaatsing aan te scherpen.<br />- Besteed aandacht aan het faciliteren van juridische ondersteuning van minderjarigen en hun ouders bij uithuisplaatsingen.<br />- Zet in op een versterking van de positie van uit huis geplaatste minderjarigen die onder voogdij staan en overweeg een geschillenregeling en een jaarlijkse toetsing van de uitvoering van de voogdij.<br />- Draag waar mogelijk zorg voor intensief contact tussen kinderen en hun ouders, vooral in de eerste periode van uithuisplaatsing, om de kans op terugplaatsing te maximaliseren.<br />- Zorg voor een verplichte rechterlijke toetsing bij terug- of overplaatsing van een kind na minimaal een jaar verblijf, niet alleen voor kinderen die in het kader van een OTS in een pleeggezin verblijven, maar ook wanneer zij in een gezinshuis wonen en/of in het kader van een voogdijmaatgel elders wonen.<br />- Besteed bij uithuisplaatsingsbeslissingen aandacht aan de volgende aspecten:<br />1. Faciliteren en stimuleren van intervisie en supervisie binnen organisaties;<br />2. Beslissingen nemen in teamverband en gezamenlijke besluitvorming met ouders en kinderen; <br />3. Open cultuur binnen organisaties waarin fouten of twijfels op constructieve <br />wijze besproken kunnen worden.<br />- Faciliteer wetenschappelijk onderzoek naar in elk geval de volgende aspecten:<br />1. De huidige rol van de kinderrechter tegenover een uitvoerende kinderbeschermingsinstantie in het perspectief van rechtsbescherming voor minderjarigen en ouders;<br />2. De effectiviteit van opvoedinterventies en andere vormen van ondersteuning in geval van ernstige gezinsproblematiek, waarmee uithuisplaatsing mogelijk voorkomen kan worden;<br />3. De effectiviteit van interventies op het voorkomen van voortijdige of ongunstige afgebroken pleegzorgplaatsingen om een negatieve reden;<br />4. De effectiviteit van verschillende vormen van therapeutische residentiële zorg en hoe het groepsproces waarbij jongeren elkaar versterken in ongewenst gedrag voorkomen kan worden;<br />5. Het verbeteren van betrouwbaarheid en validiteit van de gedragswetenschappelijke onderbouwing van uithuisplaatsingsbeslissingen.</p> <p> </p>
12 mei 2022