Artikelen van Redactie

Nareismaatregel heeft geen wettelijke basis
<p>De regering nam in augustus 2022 <a rel="noopener" href="https://open.overheid.nl/repository/ronl-dbd85806d6050d6cc54edb722bf926d54e922ec9/1/pdf/tk-brief-besluitvorming-opvangcrisis.pdf" target="_blank" title="een aantal maatregelen">een aantal maatregelen</a> vanwege de problemen met de opvang van asielzoekers. Een daarvan is de zogenoemde nareismaatregel, bedoeld om de instroom van familieleden van toegelaten asielzoekers te beperken. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat er geen wettelijke basis is voor deze nareismaatregel, nadat een echtgenoot en zes kinderen van een Syrische vrouw zich bij de vrouw willen voegen. De gezinsleden verblijven op dit moment in Soedan. De vrouw heeft een asielvergunning in Nederland gekregen. Al in oktober is aan de gezinsleden een zogenoemde machtiging tot voorlopig verblijf verleend. Maar zij mogen door de nareismaatregel deze pas in april volgend jaar afhalen tenzij zij eerder zelf geschikte woonruimte in Nederland vinden.</p> <p><strong>Mededeling heeft rechtsgevolg</strong><br />De voorzieningenrechter constateert allereerst dat gezinsleden een spoedeisend belang hebben bij hun verzoek. Het tijdelijk visum dat zij hebben om zo lang in Soedan te kunnen verblijven, verloopt. Ook blijven de kinderen door de nareismaatregel langer gescheiden van hun moeder. De voorzieningenrechter vindt verder dat de nareismaatregel, die bestaat uit de mededeling dat verzoekers hun machtiging tot voorlopige verblijf pas in april kunnen afhalen, rechtsgevolg heeft. De staatssecretaris had betoogd dat het een feitelijke mededeling is waarvoor geen wettelijke basis nodig is. Daarmee is de voorzieningenrechter het niet eens.</p> <p><strong>Nareismaatregel in strijd met Nederlands en Europees recht<br /></strong>Vervolgens constateert de voorzieningenrechter dat de nareismaatregel in strijd is met de Nederlandse Vreemdelingenwet. Ook is deze maatregel in strijd met twee bepalingen in de   Europese Gezinsherenigingsrichtlijn. De Nederlandse wetgever heeft ervoor gekozen om de regels van de Gezinsherenigingsrichtlijn ook van toepassing te laten zijn voor de categorie asielzoekers waartoe de vrouw behoort, en deze regels gelden in dit geval dan ook rechtstreeks en onvoorwaardelijk. Dat de nareismaatregel is getroffen om de verplichtingen tot opvang van andere asielzoekers of statushouders na te kunnen komen, betekent niet dat de staatssecretaris zijn verplichtingen tegenover de vrouw en haar gezinsleden daaraan nu ondergeschikt kan maken.</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12986" target="_blank" title="ECLI:NL:RBDHA:2022:12986" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12986">ECLI:NL:RBDHA:2022:12986</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Noord-Holland/Nieuws/Paginas/Geen-wettelijke-basis-voor-de-nareismaatregel-gezinsleden-asielzoekster-mogen-naar-Nederland-komen.aspx" target="_blank" title="www.rechtspraak.nl">www.rechtspraak.nl</a></p>
6 december 2022
Internetconsultatie aanbevelingen binding corporate rules (BCR)
<p>In een BCR legt een organisatie de waarborgen vast voor de bescherming van persoonsgegevens bij doorgifte naar landen zonder passend beschermingsniveau. De BCR moet in overeenstemming zijn met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De belangrijkste wijziging wat betreft de vereisten, is dat de gevolgen voor internationale doorgifte na de <a rel="noopener" href="https://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2020-07/cp200091nl.pdf" target="_blank" title="Schrems II-uitspraak">Schrems II-uitspraak</a> nu zijn verwerkt. Met het standaard aanmeldformulier wordt het aanmeldproces in alle lidstaten van de Europese Unie gelijkgetrokken, wat voor de aanvragers duidelijker is. De aanbevelingen van de EDPB gelden alleen voor verwerkingsverantwoordelijken die een BCR-aanvraag doen. Volgend jaar komt de EDPB met nieuwe aanbevelingen voor verwerkers die een BCR willen gebruiken.</p> <p>Iedereen die dat wil, kan tot en met 10 januari 2023 reageren op de aanbevelingen via de website van de EDPB: <a rel="noopener" href="https://edpb.europa.eu/our-work-tools/documents/public-consultations/2022/recommendations-12022-application-approval-and_en" target="_blank" title="Recommendations 1/2022">Recommendations 1/2022 on the Application for Approval and on the elements and principles to be found in Controller Binding Corporate Rules (Art. 47 GDPR)</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/nieuwe-edpb-aanbevelingen-voor-binding-corporate-rules-bcr" target="_blank" title="www.autoriteitpersoonsgegevens.nl">www.autoriteitpersoonsgegevens.nl</a></p>
6 december 2022
Trekkerrijder geen schuld aan dodelijk treinongeluk
<p>De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten tijde van het ongeval niet zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gereden, zodat van schuld als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 niet kan worden gesproken. Wel is bewezen dat verdachte als bestuurder van een tractor een trein niet voor heeft laten gaan met als gevolg een botsing tussen die trein en de gronddumper die achter de tractor hing.</p> <p><strong>Zichtlijnen voldoen niet aan de norm</strong><br />De rechtbank is evenwel van oordeel dat verdachte bij afwezigheid van alle schuld moet worden ontslagen van rechtsvervolging. Uit onderzoek van de NS en ProRail is gebleken dat op dat moment bij ongeveer de helft van alle onbewaakte spoorwegovergangen waar NS op rijdt de zichtlijnen niet voldeden aan de norm. Ook met zichtlijnen die voldoen aan de norm heeft zwaar of lang verkeer te weinig tijd bij hoge snelheden van de trein. Dit kan tot een situatie leiden waarbij, ondanks dat alles aan de normen voldoet en de bestuurder en machinist doen wat er van hen wordt gevraagd, er toch een ongeval kan plaatsvinden. Regen en grondmist zorgden voor verslechterde zichtomstandigheden voor overweggebruiker en machinist waardoor het zicht op elkaar beperkt werd. Voorts hebben de NS en ProRail naar aanleiding van het ongeval in Hooghalen direct een aantal maatregelen genomen om de veiligheid bij een onbewaakte spoorwegovergang te vergroten, waaronder het wijzigen van de kleurstelling van bepaalde type treinen. Machinisten hebben daarnaast direct na het ongeval de instructie gekregen om de frontlampen feller te zetten tijdens het naderen van een onbewaakte spoorwegovergang. Van verdachte kon niet worden verwacht dat hij op de hoogte was van alle feitelijke omstandigheden die zijn zicht zodanig beperkten dat hij, hoe zorgvuldig uitkijkend ook, een botsing met een trein zou kunnen veroorzaken.</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4469" target="_blank" title="ECLI:NL:RBNNE:2022:4469" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4469">ECLI:NL:RBNNE:2022:4469</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Noord-Nederland/Nieuws/Paginas/Uitspraak-in-zaak-treinongeluk-Hooghalen.aspx" target="_blank" title="www.rechtspraak.nl">www.rechtspraak.nl</a></p>
6 december 2022
Verplichte aangifte met eHerkenning toegestaan
<p>Vanaf 1 januari 2020 is voor de loonheffingen ingevoerd dat uitsluitend digitaal aangifte kan worden gedaan. Daarvoor is het nodig om in te loggen met het authenticatiemiddel eHerkenning omdat eHerkenning het enige beschikbare middel is dat voldoet aan het Europees vereiste beveiligingsniveau. Afhankelijk van het aantal jaren waarvoor het inlogmiddel wordt aangeschaft, bedragen de kosten € 20 tot € 25 per jaar. Het inlogmiddel is verkrijgbaar bij verschillende commerciële partijen.</p> <p><strong>Wettelijke grondslag verplichte aangifte met eHerkenning<br /></strong>De Hoge Raad oordeelt dat de regeling die het gebruik van eHerkenning bij het doen van aangiften loonheffingen in feite verplicht stelt, een op de Algemene wet inzake rijksbelastingen gegronde regeling is. Daarin is bepaald op welke wijze het elektronisch berichtenverkeer met de Belastingdienst plaatsvindt. Daarmee is sprake van een wettelijke grondslag voor de verplichting om voor het doen van dergelijke aangiften gebruik te maken van eHerkenning.</p> <p><strong>Aangifteplichtige kosten toelaatbaar<br /></strong>De Hoge Raad oordeelt dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat bij of krachtens een wettelijke regeling aan belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen verplichtingen worden opgelegd waaraan voor hen kosten zijn verbonden. Deze kosten mogen echter niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de desbetreffende regeling te dienen doelen. De Hoge Raad oordeelt dat de kosten voor de aanschaf van eHerkenning voor organisaties die een loonadministratie moeten voeren niet van een zodanige omvang zijn dat zij onevenredig zijn in verhouding tot de gerechtvaardigde doelen die met de regeling wordt nagestreefd.</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2022:1787" target="_blank" title="ECLI:NL:HR:2022:1787" data-anchor="?id=ECLI:NL:HR:2022:1787">ECLI:NL:HR:2022:1787</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2022/december/hoge-raad-verplichting-eherkenning-aangifte-loonheffingen-wettelijke/" target="_blank" title="www.hogeraad.nl">www.hogeraad.nl</a></p>
6 december 2022
Tweede Kamer neemt burgerinitiatief om abortus uit strafrecht te halen in ontvangst
<p>Het burgerinitiatief is een actie van BNNVARA, het tv-programma Spuiten en Slikken en het Humanistisch Verbond. De initiatiefnemers willen dat abortuszorg onder de reguliere zorg en dus het gezondheidsrecht gaat vallen. Het bezwaar dat abortus nu in het Strafrecht staat, is volgens de initiatiefnemers dat dit de regelgeving kwetsbaar en inflexibel maakt. De abortuszorg innoveren is hierdoor moeilijk en het taboe rondom abortus wordt er mede door in stand gehouden. De commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven gaat nu toetsen en beoordelen of het ingediende burgerinitiatief aan de voorwaarden voldoet.</p> <p><a rel="noopener" href="https://www.bnnvara.nl/abortusisgeenmisdaad/artikelen/burgerinitiatief" target="_blank" title="Burgerinitiatief ‘Abortus is geen misdaad’">Burgerinitiatief ‘Abortus is geen misdaad’</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/burgerinitiatief-om-abortus-uit-strafrecht-te-halen" target="_blank" title="www.tweedekamer.nl">www.tweedekamer.nl</a></p>
6 december 2022
RvS: afschaffen rechterlijke dwangsom in asielzaken mag niet
<p>De Afdeling verklaart de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND onverbindend voor zover de mogelijkheid is uitgesloten om een rechterlijke dwangsom op te leggen in asielzaken. Dit is namelijk in strijd met het beginsel van effectieve rechtsbescherming. Het is voor de rechtszekerheid en het vertrouwen in de overheid belangrijk dat de staatssecretaris op tijd beslist op asielaanvragen. Zo kan een vreemdeling die asiel krijgt, zo snel mogelijk starten met integreren en een vreemdeling die geen asiel krijgt spoedig terugkeren naar zijn land van herkomst. Zonder de rechterlijke dwangsom heeft een vreemdeling geen effectief middel om de staatssecretaris ertoe te bewegen op tijd een besluit te nemen.</p> <p><strong>Asielzaken uitsluiten van bestuurlijke dwangsom mag wel<br /></strong>De Afdeling oordeelt in een andere <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@134016/202203066-1-v1/" target="_blank" title="uitspraak op 30 november 2022">uitspraak op 30 november 2022</a> dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom in asielzaken niet in strijd is met het Europese beginsel van effectieve rechtsbescherming. Anders dan bij de rechterlijke dwangsom is de overheid automatisch een bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Dat betekent dat dit geen middel is voor een burger om de overheid ertoe te bewegen om tijdig een besluit te nemen. Ook is het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom niet in strijd met het zogenoemde gelijkwaardigheidsbeginsel. Dit beginsel vereist dat op vergelijkbare procedures dezelfde procedureregels van toepassing zijn. De Afdeling oordeelt dat de asielprocedure niet vergelijkbaar is met andere Nederlandse procedures. Een andere regeling is dus gerechtvaardigd.</p> <p><a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@134016/202203066-1-v1/" target="_blank" title="ECLI:NL:RVS:2022:3352">ECLI:NL:RVS:2022:3352</a> (bestuurlijke dwangsom)</p> <p><a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@134017/202203068-1-v1/" target="_blank" title="ECLI:NL:RVS:2022:3353">ECLI:NL:RVS:2022:3353</a> (rechterlijke dwangsom)</p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@134057/afschaffen-rechterlijke-dwangsom-asiel/" target="_blank" title="www.raadvanstate.nl">www.raadvanstate.nl</a></p>
1 december 2022
Geen financiële compensatie voor kolencentrales
<p>De zaak tegen de Staat is aangespannen door de eigenaren van de Eemshavencentrale, de MPP3-centrale en de Amercentrale. De eigenaren van deze drie kolencentrales vorderden financiële compensatie voor de gevolgen van de wet. Volgens hen maakt de wet inbreuk op hun eigendomsrecht. Zij vinden dat de wet niet ingevoerd had mogen worden zonder dat zij financieel gecompenseerd zouden worden. De rechtbank heeft hun vorderingen afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de wet weliswaar inbreuk maakt op het eigendomsrecht, maar dat die inbreuk niet onrechtmatig is. De maatregelen die de Staat met de wet heeft getroffen om de CO₂-uitstoot terug te dringen zijn proportioneel. De belangen van de eigenaren zijn daarbij voldoende in aanmerking genomen.</p> <p><strong>Verbod was te voorzien<br /></strong>Van belang is dat voor de eigenaren voorzienbaar was dat een dergelijk verbod zou worden opgelegd, als de uitstoot van de centrales vóór 2020 niet zeer sterk zou worden teruggebracht, bijvoorbeeld door met biomassa te stoken of door de CO₂ af te vangen en op te slaan of te hergebruiken. De rechtbank heeft ook meegewogen dat het verbod om met kolen te stoken niet meteen na de inwerkingtreding van de wet is ingegaan. De eigenaren hebben een overgangsperiode gekregen. Tijdens die overgangsperiode kunnen zij met de kolencentrales nog opbrengsten realiseren en hun schade beperken. Bovendien kunnen zij die periode gebruiken om andere gebruiksmogelijkheden voor de centrales te onderzoeken.</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12628" target="_blank" title="ECLI:NL:RBDHA:2022:12628" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12628">ECLI:NL:RBDHA:2022:12628</a> (Eemshavencentrale)</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12635" target="_blank" title="ECLI:NL:RBDHA:2022:12635" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12635">ECLI:NL:RBDHA:2022:12635</a> (Amercentrale)</p> <p><a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12653" target="_blank" title="ECLI:NL:RBDHA:2022:12653" data-anchor="?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12653">ECLI:NL:RBDHA:2022:12653</a> (MMP3-centrale)</p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Vorderingen-Kolencentrales-financile-compensatie-afgewezen.aspx" target="_blank" title="www.rechtspraak.nl">www.rechtspraak.nl</a></p>
1 december 2022
Onderzoek raamt extra kosten schadevergoedingskamer
<p>Op basis van het nieuwe Wetboek van Strafvordering kunnen slachtoffers van misdrijven hun schadeclaim indienen bij een nieuwe schadevergoedingskamer, als de strafrechter de behandeling daarvan tijdens de rechtszaak te complex vindt. Slachtoffers hoeven dan niet meer naar de civiele rechter met hun claim. Bovendien schiet de staat slachtoffers dan via de Voorschotregeling de toegewezen schadebedragen voor als de dader niet direct alles betaalt. Cebeon onderzocht wat de consequenties zijn van het instellen van een schadevergoedingskamer.</p> <p><strong>Maximering voorschot<br /></strong>De huidige Voorschotregeling kent voor ernstige gewelds- en zedenmisdrijven geen maximaal voorschot: de staat betaalt de kosten die de dader niet betaalt. Voor andere misdrijven is het voorschot gemaximeerd op 5.000 euro. In het <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/04/16/op-verhaal-komen---adviesrapport-commissie-donner/Op+verhaal+komen+-+adviesrapport+Commissie+Donner.pdf" target="_blank" title="advies van de commissie-Donner">advies van de commissie-Donner</a> over het stelsel van schadevergoeding voor slachtoffers van strafbare feiten wordt voorgesteld ook het voorschot bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven te maximeren, zonder een bepaald maximum te noemen. Daarom zijn in het onderzoek verschillende varianten van de Voorschotregeling doorgerekend. Ook zijn in het onderzoek aannames gehanteerd voor het aantal en de hoogte van schadeclaims. Gegeven de aannames en gegeven de voorbeeldvarianten van de Voorschotregeling wordt het risico voor de staat van instelling van een schadevergoedingskamer geraamd op tussen 4 miljoen euro en 34 miljoen euro.</p> <p><a rel="noopener" href="https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3224" target="_blank" title="Varianten Voorschotregeling Afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij">Varianten Voorschotregeling Afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2022/11/29/extra-staatskosten-afzonderlijke-behandeling-complexe-slachtofferclaims-geraamd" target="_blank" title="www.wodc.nl">www.wodc.nl</a></p>
1 december 2022
RvS publiceert voorlichting sanctionering gedragscode bewindspersonen
<p>De regering wilde weten of het toevoegen van een (intern of extern) mechanisme van toezicht en handhaving aan de gedragscode voor bewindspersonen past binnen de constitutionele grenzen. Ook vroeg de regering of er manieren zijn om de gedragscode minder vrijblijvend te maken.</p> <p><strong>Integriteit als morele waarde</strong><br />In deze vragen ligt de nadruk op toezicht, handhaving en sanctionering. Daarmee kan de suggestie worden gewekt dat integriteit vooral een juridisch vraagstuk is en uitsluitend effectief kan worden aangepakt met sancties. Deze benadering heeft als risico dat het begrip ‘integriteit’ te vergaand wordt gejuridiseerd. Bij integriteit gaat het om de intern gevoelde noodzaak bepaalde morele waarden na te streven en daaraan vast te houden. Dat geldt ook wanneer deze van buitenaf onder druk komen te staan of wanneer de verleiding groot is om ervan af te wijken. Voor effectieve versterking van integriteit als morele waarde moet vooral regelmatige agendering, bespreking van dilemma’s, leiderschap en voorbeeldgedrag centraal staan. De integriteit van het openbaar bestuur en de personen die voor de overheid werken is van groot belang voor het vertrouwen van de burger in de overheid en heeft permanent aandacht nodig. Dat geldt bij uitstek voor bewindspersonen.</p> <p><strong>Externe autoriteit<br /></strong>De instelling van een autoriteit die belast is met extern toezicht en handhaving van de integriteitsregels voor bewindspersonen is een ingrijpende wijziging van het staatsbestel. Zo’n autoriteit kan de positie van bewindspersonen, de minister-president en het parlement en hun onderlinge verhoudingen vergaand beïnvloeden. Voor een permanente autoriteit moet in elk geval de Grondwet worden gewijzigd. Als wordt gekozen voor een autoriteit die sancties (zoals een boete) kan opleggen aan bewindspersonen, dan is deze meest vergaande variant in strijd is met de Grondwet, omdat zo de autonomie van het parlement wordt doorkruist om over een bewindspersoon een oordeel te vellen. Wel is het constitutioneel toelaatbaar dat in een incidenteel geval extern onderzoek wordt gedaan naar een veronderstelde integriteitsschending.</p> <p><strong>Collectieve verantwoordelijkheid</strong><br />Het integriteitsvraagstuk is veelomvattend en vraagt om een gedifferentieerde aanpak. Bij ernstige overtredingen van integriteitsregels is strenge handhaving op zijn plaats. Tegelijkertijd kan een duurzame versterking van de integriteit binnen de overheid alleen worden bereikt als er oog is voor de complexiteit van de morele vragen en dilemma’s die vaak aan de orde zijn. Dat vraagt om reflectie en discussie waarin nuance, begrip en mildheid voorop staan. Het is een collectieve verantwoordelijkheid om een klimaat te scheppen dat dat mogelijk maakt.</p> <p><a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/november/samenvatting-voorlichting-gedragscode/@133031/w04-22-0097/" target="_blank" title="Voorlichting over het sanctioneren van een gedragscode voor bewindspersonen in relatie tot de ministeriele verantwoordelijkheid">Voorlichting over het sanctioneren van een gedragscode voor bewindspersonen in relatie tot de ministeriele verantwoordelijkheid</a></p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/november/samenvatting-voorlichting-gedragscode/" target="_blank" title="www.raadvanstate.nl"><span>www.raadvanstate.nl</span></a></p>
1 december 2022
Spreidingswet: zorgen over mensenrechten en uitvoerbaarheid
<p>Volgens het College voor de Rechten van de Mens kan de spreidingswet een belangrijke stap zijn richting duurzame opvang van asielzoekers, maar moeten bestaande gemeentelijke verplichtingen om mensenrechten te beschermen niet onderhandelbaar worden. </p> <p><strong>Mensenrechtelijke aandachtspunten<br /></strong>In de spreidingswet staat nu dat gemeenten die extra opvangplekken beschikbaar stellen aanspraak kunnen maken op financiële middelen, bovenop de compensatie voor gemaakte kosten. In feite is dit een beloning voor het nakomen van al bestaande mensenrechtelijke verplichtingen die lokale overheden hebben volgens Europese en Internationale regelgeving. Deze beloningsvorm ondermijnt de hardheid van de juridische verplichting die gemeenten hebben en schept het beeld dat er over het nakomen van die verplichtingen onderhandeld kan worden. Daarom adviseert het College om in de wet duidelijk te maken dat gemeenten die extra financiële middelen alleen kunnen gebruiken om kleinschalige opvang te realiseren. Daarnaast:</p> <ul> <li>adviseert het College om in het voorstel op te nemen dat het duurzaam voorkomen van noodopvang een centrale doelstelling van de spreidingswet is;</li> <li>adviseert het College om te verduidelijken en transparant te maken welke normen van toepassing zijn op opvanglocaties met een – volgens het COA - ‘normaal kwaliteits- en voorzieningenniveau’;</li> <li>en dringt het College erop aan een minimale periode van beschikbaarheid als voorwaarde voor de geschiktheid van een opvangvoorziening in het wetsvoorstel op te nemen.</li> </ul> <p><strong>COA: serieuze zorgen over uitvoerbaarheid<br /></strong>Volgens het COA is het wetsvoorstel een belangrijke stap in het bestendigen van de opvang van asielzoekers. Om de wet uit te kunnen voeren, is stabiele meerjarenfinanciering noodzakelijk voor personeel en opvangplekken. Daarnaast is het belangrijk dat een groot deel van de locaties lange tijd beschikbaar zijn (25 tot 30 jaar) en inzetbaar zijn voor álle asielzoekers. De mogelijkheid voor gemeenten om zelf opvang te exploiteren, moet goed doordacht en uitgewerkt worden. Daarbij is een landelijk vastgesteld kwaliteitskader voor opvang en begeleiding nodig. Het COA maakt zich bovendien zorgen of met het huidige wetsvoorstel de opvang van alleenreizende jongeren voldoende verzekerd is. Het wetsvoorstel is een kans om kleinschalige opvang mogelijk te maken. Tegelijkertijd betekent het werken met kleinere locaties ook dat er bijvoorbeeld meer personeel nodig is, terwijl de huidige arbeidsmarkt al krap is.</p> <p><a rel="noopener" href="https://publicaties.mensenrechten.nl/file/fe8d4f5f-de3f-72d6-8ff0-eebb260dc184.pdf" target="_blank" title="Wetgevingsadvies College Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen">Wetgevingsadvies College Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen</a></p> <p><a rel="noopener" href="https://www.coa.nl/sites/default/files/2022-11/22u.000501%20JenV%20-%20Reactie%20COA%20op%20spreidingswetsvoorstel%20-%20incl%20bijlage%20u..._0.pdf" target="_blank" title="Brief Uitvoeringsscan COA n.a.v. wetsvoorstel gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang-voorzieningen">Brief Uitvoeringsscan COA n.a.v. wetsvoorstel gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang-voorzieningen</a></p> <p>Bronnen: <a href="https://www.mensenrechten.nl/actueel/nieuws/2022/11/25/spreidingswet" title="www.mensenrechten.nl">www.mensenrechten.nl</a> en <a rel="noopener" href="https://www.coa.nl/nl/nieuws/spreidingswet-helpt-en-moet-op-onderdelen-beter-en-scherper" target="_blank" title="www.coa.nl">www.coa.nl</a></p>
1 december 2022