Artikelen van Redactie

Algoritmen kunnen publieke waarden bedreigen, maar nieuwe regels zijn vaak niet nodig
<p><span>In het onderzoek van de Universiteit Utrecht zijn de kansen en risico’s van algoritmische besluitvorming op het gebied van de bescherming en realisering van publieke waarden en belangen nader bekeken. Ook is onderzocht of de bestaande juridische kaders voldoende mogelijkheden bieden om kansen te verwezenlijken of risico’s te voorkomen of onwenselijke gevolgen tegen te gaan. </span></p> <p><strong>Risico's<br /></strong>Het gebruik van algoritmen kent ook risico’s. Als algoritmen niet goed worden ‘getraind’ dan kan dat bijvoorbeeld leiden tot discriminatie. Algoritmen maken bovendien veel gebruik van persoonlijke data en kunnen gevoelige gegevens ook aan elkaar koppelen. Daardoor kunnen overheden en bedrijven veel te weten komen over mensen en kunnen dus privacyrisico’s ontstaan. Daarnaast is niet altijd duidelijk hoe zelflerende algoritmen tot een uitkomst komen. Dit maakt het moeilijk, en soms onmogelijk, om argumenten aan te voeren tegen een algoritmisch besluit. Daardoor komt de rechtsbescherming in het gedrang. Hoewel sommige van deze risico’s ook bestaan als mensen zelf beslissingen nemen, benadrukken de onderzoekers dat het gebruik van algoritmen grote gevolgen kan hebben, omdat algoritmen het mogelijk maken om snel en op grote schaal te beslissen.</p> <div class="paragraph"> <p><strong>Bescherming door handhaving van bestaande regels<br /></strong>In het onderzoek, dat vandaag door de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer is gestuurd, concluderen de onderzoekers dat het wetboek de komende tijd niet drastisch op de schop hoeft. Bestaande wetgeving biedt nu vaak al voldoende bescherming van de publieke waarden van non-discriminatie, privacy en rechtsbescherming. Wel moeten de bestaande regels worden gehandhaafd als algoritmen beslissingen nemen met gevolgen voor mensen. Daar ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook rechters zullen bestaande regels moeten toepassen en daarbij de risico’s van algoritmen niet uit het oog verliezen. De uitspraak in de SyRI-zaak, waarin de rechter een streep haalde door het gebruik van algoritmen om fraude te ontdekken, is daarvan een goed voorbeeld.</p> </div> <div class="paragraph"> <p> </p> </div> <p><span>Lees het volledige rapport: </span><a rel="noopener" href="https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2947-regulering-van-algoritmen-die-zelfstandig-besluiten-nemen.aspx" target="_blank" class="external">Juridische aspecten van algoritmen die besluiten nemen: Een verkennend onderzoek - Met casestudy’s naar contentmoderatie door online platformen, zelfrijdende auto’s, de rechtspraak en overheidsincasso bij verkeersboetes</a></p>
3 juli 2020
RSJ raadt aan Voorontwerp Wet Deelgezag te herzien
<p>Dat staat in het RSJ advies<span> </span><a rel="noopener" href="https://www.rsj.nl/documenten/rapporten/2020/07/02/rsj-advies-voorontwerp-wet-deelgezag" target="_blank"><em>Voorontwerp Wet Deelgezag</em></a>. De RSJ vraagt zich af of de Wet deelgezag de gewenste uitwerking in de praktijk zal hebben, en of het daarmee een zinvolle wijziging van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betreft.</p> <p><strong>Bescherming relatie tussen (mede)opvoeder en kind<br /></strong>Het wetsontwerp beoogt bescherming te bieden ten aanzien van de relatie tussen het kind en een derde (en vierde) volwassene die betrokken is bij de opvoeding en verzorging van het kind. Het wettelijk beschermen van deze relatie kan volgens de RSJ inderdaad in het belang van het kind zijn.</p> <p>De RSJ waardeert dat de continuïteit in de opvoedingsrelatie in dit wetsontwerp het uitgangspunt vormt. Daarnaast staat de RSJ achter het uitgangspunt dat een wijziging in het gezagsrecht zo min mogelijk moet leiden tot een toename van het aantal conflicten rond het kind.</p> <p><strong>Knelpunten</strong><br />Tegelijkertijd constateert de RSJ, ten aanzien van vijf onderwerpen, een groot aantal knelpunten bij dit wetsontwerp.</p> <p>Zo acht de RSJ onder meer de vestiging van (met name) procedurele rechten voor de derde (en vierde) opvoeder, in plaats van het geven van een inhoudelijke betekenis aan de relatie tussen deze opvoeder en het kind, niet in het belang van het kind. Het kind kan daardoor bij onnodige formele conflicten betrokken raken.</p> <p>Naar oordeel van de RSJ wordt het kind bovendien onvoldoende betrokken bij het vestigen en eindigen van de wettelijke positie van deze opvoeder.</p> <p><strong>Aanbevelingen</strong><br />In geval het wetsontwerp toch in deze vorm wordt ingediend, doet de RSJ enkele aanbevelingen ter verbetering. Zie voor deze aanbevelingen<span> </span><a rel="noopener" href="https://www.rsj.nl/documenten/rapporten/2020/07/02/rsj-advies-voorontwerp-wet-deelgezag" target="_blank">het advies</a>.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rsj.nl/actueel/nieuws/2020/07/02/rsj-raadt-aan-voorontwerp-wet-deelgezag-te-herzien" target="_blank">www.rsj.nl</a></p>
3 juli 2020
Verdachte met LVB vindt moeilijk juiste zorg en gaat opnieuw in de fout
<p><a data-udi="umb://media/038e70cdf4b24a0bb928ce0e750ed869" href="/media/3857/nscr_rapport-levensloopstudie-lvb.pdf" title="NSCR Rapport Levensloopstudie LVB"><em>Levenslange obstakels</em></a> is de eerste levensloopstudie in Nederland naar jongeren met een LVB, die in hun jeugd in aanraking zijn geweest met justitie. Hoe vergaat het hen in de tien jaar na afronding van een jeugdreclasseringsmaatregel? Justitiële documentatie laat zien dat tweederde van de onderzoekspopulatie (N=120) recidiveert. De kans hierop is het grootst in de eerste twee tot drie jaar na afronding van de jeugdreclasseringsmaatregel. De recidivisten plegen veelal vermogens- en geweldsdelicten, waarna gevangenisstraf het meest werd opgelegd.</p> <p>LVB’er kampt met multiproblematiek en bouwt schulden op<br />Uit de studie blijkt een disbalans tussen de ‘opdracht’ vanuit de overheid om te participeren in de maatschappij en de door LVB’ers zelf gewenste autonomie én hun feitelijke (on)vermogen. Geleidelijk ontstaat een multiproblematiek rondom levensdomeinen als wonen, werken, financiën, geestelijke gezondheid, middelengebruik en vrijetijdsbesteding, maar ook in contacten met politie en justitie. Door deze factoren bouwt een groot deel van de onderzoekspopulatie schulden op. Hoewel de LVB’ers met enige regelmaat in beeld zijn van verschillende hulpverleningsinstanties, blijkt het moeilijk hulpverlening te vinden die past bij hun specifieke behoeftes. De resultaten van de ingezette hulp zijn niet altijd positief. Het risico op discontinuïteit van de zorg is groot en de hulpverlening wordt geregeld onderbroken door perioden van hechtenis.</p> <p><strong>Impact van een LVB wordt mogelijk onderschat </strong><br />Begeleiders van LVB-reclasseringscliënten ervaren hun taak met betrekking tot deze groep als zwaar. Omgekeerd vinden de LVB’ers het zwaar om begeleid te worden. Overschatting van de mogelijkheden en (te) hoge verwachtingen spelen aan beide kanten een rol. Mogelijk wordt de impact van het hebben van een LVB door instanties onderschat. Als het reclasseringstoezicht niet naar behoren is verlopen, blijkt het onduidelijk wat het Openbaar Ministerie vervolgens besluit over het wel of niet opleggen van de voorwaardelijke straf. Ook is niet duidelijk welke impact dit heeft op de criminele carrière van de cliënt.</p> <p><strong>Is het strafrecht de juiste aanpak voor verdachten met een LVB?</strong><br />Tot slot geeft de levensloopstudie aanwijzingen voor een samenhang tussen contacten met het strafrecht en een toename van multiproblematiek. Dit roept dan ook de vraag op of het strafrecht de meest doeltreffende route is voor verdachten met een LVB. Het NSCR start komend jaar met onderzoek naar mogelijke alternatieven.</p> <p> </p> <p><strong>Publicatiegegevens </strong></p> <p>Teeuwen, M., Bruggeman, M., Dirkse, M. &amp; Malsch, M. (NSCR 2020), <a href="https://nscr.nl/"><em>Levenslange obstakels: een levensloopstudie naar licht verstandelijk beperkten in het strafrecht en in de zorg</em></a><strong><em>. </em></strong></p> <p> </p>
3 juli 2020
Ingezonden mededeling: Verbeter de leesbaarheid van uw beschikkingen
<p><em>PAO vaardigheidscursus Helder en overtuigend beschikkingen schrijven voor juristen.</em></p> <p><img style="width: 100px; height: 100px; margin-right: 25px; float: left;" src="/media/3852/vula-vu-logo-100x100px-072-002.jpg?width=100&amp;height=100" alt="" data-udi="umb://media/f94470e6c9a749f5ad28b0fe33508419" />In de praktijk blijkt echter dat het schrijven van een goed leesbare beschikking lastig en tijdrovend is. Bovendien vrezen veel juristen dat aan de juridische betekenis afbreuk wordt gedaan door te simpel taalgebruik.</p> <p>Tijdens de training van drs. Mascha Furth <em>Helder en overtuigend beschikkingen schrijven voor juristen</em> krijgt u handvatten aangereikt om de begrijpelijkheid van uw beschikkingen te vergroten. U verbetert de leesbaarheid van uw beschikking, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de juridische inhoud. Daarbij worden tips gegeven om de argumentatie en wet- en regelgeving die aan de beschikking ten grondslag ligt, zo op de lezer over te brengen dat de gedachtegang duidelijk en goed te volgen is. Door meer inzichtelijk te maken waarom een beslissing is genomen, vergroot u de overtuigingskracht en daarmee de acceptatie van de beslissing.</p> <p>Start: 19 november 2020</p> <p> </p> <p>VU Law Academy PAO programma najaar 2020</p> <p> </p> <p><strong>Aanbestedingsrecht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/lezingen-masterclasses/cursus-masterclasses-aanbestedingsrecht/index.aspx">Masterclasses aanbestedingsrecht</a>**</p> <p>17 september 2020:  Masterclass aanbestedingsrecht I: Gefaseerd aanbesteden m.b.v. het twee-fasen-proces</p> <p>13 oktober 2020: Masterclass aanbestedingsrecht II: Motivering van de gunningsbeslissing</p> <p>26 november 2020: Masterclass aanbestedingsrecht lll</p> <p>16 december 2020: Masterclass aanbestedingsrecht lV</p> <p>o.l.v. prof. mr. Chris Jansen</p> <p>NOvA 2 PO/2 PWO | €245,- per masterclass</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actualiteiten-aanbestedingsrecht.aspx">Actualiteiten aanbestedingsrecht</a> voor juristen en inkopers**</p> <p>woensdag 9 december 2020 o.l.v. prof. mr. Chris Jansen</p> <p>NOvA 4 PO/4 PWO | €445,-</p> <p> </p> <p><strong>Arbeidsrecht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/actualiteiten-arbeidsrecht-in-het-onderwijs.aspx">Actualiteiten arbeidsrecht in het onderwijs</a>**</p> <p>donderdag 19 november 2020</p> <p>o.l.v. mr. Willem Lindeboom</p> <p>NOvA 4 PO/MfN 4 | €445,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Ontwikkelingen-ontslagrecht.aspx">Ontwikkelingen in het ontslagrecht</a>**</p> <p>dinsdag 15 december 2020 o.l.v. prof. mr. Willem Bouwens e.a.</p> <p>NOvA 6 PO/MfN 6 | €550,-</p> <p> </p> <p><strong>Bestuurs(proces)recht</strong></p> <p> <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actualiteiten-wgr.aspx">Actualiteiten WGR</a></p> <p>maandag 16 november 2020 o.l.v. mr. Rob de Greef</p> <p>NOvA 3 PO | €335,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/actualiteiten-omgevingsrecht.aspx">Actualiteiten omgevingsrecht</a>**</p> <p>donderdag 26 november 2020 o.l.v. mr. Jan van Oosten</p> <p>NOvA 3 PO | €335,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actualiteiten-bestuursprocesrecht-2020.aspx">Actualiteiten bestuurs(proces)recht</a>**</p> <p>maandag 14 december 2020 o.l.v. prof. dr. Richard Neerhof, mr. dr. Pim Huisman</p> <p>NOvA 4 PO | €395,-</p> <p> </p> <p><strong>Burgerlijk(proces)recht</strong></p> <p>Masterclass <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Masterclass-rechtspersonenrecht-in-het-onderwijs.aspx">rechtspersonenrecht in het onderwijs</a>** <strong>NIEUW</strong></p> <p>donderdag 1 oktober 2020 o.l.v. mr. Helen Overes, mr. Thérèse Penders</p> <p>NOvA 4 PO| €395,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actualiteiten-burgerlijk-procesrecht-en-rechtspleging-2020.aspx">Actualiteiten burgerlijk procesrecht en rechtspleging</a>**</p> <p>donderdag 10 december 2020 o.l.v. prof. mr. Constant van Nispen, mr. Bas van Overeem</p> <p>NOvA 4 PO/KBvG 4 | €395,-</p> <p> </p> <p><strong>Contractenrecht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Opstellen-en-beoordelen-van-contracten.aspx">Opstellen en beoordelen contracten</a>**</p> <p>donderdag 12 november 2020 o.l.v. mr. Cyril Christiaans en mr. dr. Edwin van Wechem</p> <p>NOvA 6 PO/KBvG 6/KNB6 | € 550,-</p> <p> </p> <p>Actualiteiten contractenrecht**</p> <p>datum n.n.b. o.l.v. prof. mr. Lodewijk Smeehuijzen</p> <p> </p> <p><strong>Financieel toezichtrecht </strong></p> <p>Masterclass <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Masterclass-Banking-union-jurisprudence.aspx">Banking union jurisprudence</a>** <strong>NIEUW</strong></p> <p>donderdag 24 september 2020 o.l.v. dr. Karl Philipp Wojcik en prof. dr. Bart Joosen</p> <p>NOvA 3 PO | Geen kosten</p> <p> </p> <p><strong>IT &amp; Recht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Data-en-AI-law.aspx">Data en AI Law</a>**</p> <p>dinsdag 3 november 2020 o.l.v. dr. Albert Bomer en prof. mr. Arno Lodder</p> <p>NOvA 4 PO | € 395,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actualiteiten-privacy-auteurs-en-internetrecht.aspx">Actualiteiten privacy, auteurs en internetrecht</a>**</p> <p>maandag 7 december 2020 o.l.v. prof. mr. Arno Lodder, mr. ir. Arnoud Engelfriet, mr. Joran Spauwen, Thomas van Essen</p> <p>NOvA 4 PO | €395,-</p> <p> </p> <p><strong>Migratierecht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/actualiteiten-vluchtelingenrecht-2020.aspx">Actualiteiten vluchtelingenrecht </a>**</p> <p>dinsdag 8 december 2020 o.l.v. mr. dr. Marcelle Reneman e.a.</p> <p>NOvA 6 PO/RvR | € 520,-</p> <p> </p> <p><strong>Ondernemingsrecht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/actualiteiten-ondernemingsrecht.aspx">Actualiteiten ondernemingsrecht</a>**</p> <p>woensdag 2 december 2020 o.l.v. prof. mr. Jan Bernd Huizink, prof. mr. Wino van Veen</p> <p>NOvA 4 PO/KNB 4 | €395,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Bedrijfsovername-en-bedrijfsopvolging.aspx">Bedrijfsovername en bedrijfsopvolging</a>***</p> <p>donderdag 10 en 17 december 2020 o.l.v. prof. mr. Wino van Veen e.a.</p> <p>NOvA 10 PO | €885,-</p> <p> </p> <p><strong>Onderwijsrecht</strong></p> <p>Masterclass <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Masterclass-rechtspersonenrecht-in-het-onderwijs.aspx">rechtspersonenrecht in het onderwijs</a>** <strong>NIEUW</strong></p> <p>donderdag 1 oktober 2020 o.l.v. mr. Helen Overes, mr. Thérèse Penders</p> <p>NOvA 4 PO| €395,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/actualiteiten-arbeidsrecht-in-het-onderwijs.aspx">Actualiteiten arbeidsrecht in het onderwijs</a>**</p> <p>donderdag 19 november 2020 o.l.v. mr. Willem Lindeboom</p> <p>NOvA 4 PO/MfN 4 | €445,-</p> <p> </p> <p><strong>Pensioenrecht</strong></p> <p>Lezingen <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/lezingen-masterclasses/lezingen-pensioenrecht/index.aspx">Actualiteiten Pensioenrecht</a>**</p> <p>woensdag 30 september 2020, lezing I en II</p> <p>woensdag 2 december 202, lezing lll en lV</p> <p>o.l.v. <em>prof. dr. Erik Lutjens e.a.</em></p> <p>NOvA 2 PO/ VvPJ 2 | €240,- per lezing</p> <p> </p> <p><strong>Straf(proces)recht</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Actuele-ontwikkelingen-in-het-strafprocesrecht.aspx">Actuele ontwikkelingen straf(proces)recht</a>**</p> <p>donderdag 17 december 2020 o.l.v. mr. dr. Klaas Rozemond e.a.</p> <p>NOvA 4 PO | €395,-</p> <p> </p> <p><strong>Professionele vaardigheden</strong></p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Helder-en-overtuigend-beschikkingen-schrijven-voor-juristen.aspx">Helder en overtuigend beschikkingen schrijven voor juristen</a>** <strong>NIEUW</strong></p> <p>donderdag 19 november 2020 o.l.v. <em>drs. Mascha Furth</em></p> <p>NOvA 5 PO/KBvG 2/KNB 5 | €475,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/Cursus_juridisch_schrijven.aspx">Juridisch schrijven en argumenteren</a>**</p> <p>donderdag 3 en 10 december 2020 o.l.v. dr. Janne Maaike Gerlofs</p> <p>NOvA 10 PO/KBvG 5/KNB 10 | €950,-</p> <p> </p> <p><a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/Cursusaanbod/juridisch-pao/cursussen/conflicthantering-voor-juristen.aspx">Conflicthantering voor juristen</a>**</p> <p>vrijdag 4 december 2020 o.l.v. prof. dr. Dick Allewijn</p> <p>NOvA 4 PO/MfN4 | €350,-</p> <p> </p> <p><em>Ons streven is om onze onderwijsactiviteiten op de VU te laten plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is vanwege coronamaatregelen, zijn wij voornemens de activiteiten online te plaatsen.</em></p> <p> </p> <p>LEERGANGEN NAJAAR 2020</p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/aanbestedingsrecht-voor-juristen/index.aspx">Aanbestedingsrecht voor juristen</a></p> <p>Start: 7 september 2020 o.l.v. prof. mr. Chris Jansen</p> <p> NOvA 38 PO/ prijs €4.980.-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/aanbestedingsrecht-voor-inkopers/index.aspx">Aanbestedingsrecht voor inkopers</a></p> <p><span> </span>Start: 9 september 2020</p> <p>Prijs €3.695,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/opleiding-mbo-manoeuvreren-tussen-wetgeving-en-beleid/index.aspx">MBO: manoeuvreren tussen wetgeving en beleid</a>  <strong>NIEUW</strong></p> <p>start 10 september 2020 o.l.v. prof. dr. Renée van Schoonhoven</p> <p>NOvA 12 PO/ prijs €2.700,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/specialisatie-strafrecht/index.aspx">Specialisatie Strafrecht</a></p> <p>Start: 14 september 2020 o.l.v. mr. dr. Bas de Wilde</p> <p>NOvA 48 PO/ prijs €4.700,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/samenwerkingsverbanden-decentrale-overheden/index.aspx">Governance van Samenwerkingsverbanden voor overheidsjuristen en beleidsadviseurs</a></p> <p>start 21 september 2020  o.l.v. mr. Rob de Greef</p> <p>16 PWO/ prijs €1.750,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/verbintenissenrecht/index.aspx">Verbintenissenrecht</a></p> <p>Start:  22 september 2020 o.l.v. prof. mr. Lodewijk Smeehuijzen</p> <p>NOvA 18 PO/ prijs €2175,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/verdieping-aanbestedingsrecht-voor-inkopers/index.aspx">Verdieping Aanbestedingsrecht voor inkopers</a></p> <p>start 24 september 2020 o.l.v. mr. Sophie Prent en prof. mr. Chris Jansen</p> <p>prijs €1.990,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/leergang-grondslagen-vennootschapsrecht-ondernemingsrecht/index.aspx">Grondslagen vennootschaps- en ondernemingsrecht</a></p> <p>Start: 29 september 2020 o.l.v. prof. mr. Jan Bernd Huizink</p> <p>NOvA 18 PO/ prijs €2.175,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/mergers_acquisitions/index.aspx">Mergers &amp; Acquisitions, Law, Finance, Skills</a> </p> <p>Start 1 oktober 2020 o.l.v. prof. mr. Wino van Veen</p> <p>NOvA 53 PO/ prijs €5.750,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/leergang-verdieping-contractenrecht/index.aspx">Verdieping contractenrecht</a></p> <p>Start: 26 oktober 2020 o.l.v. prof. mr. Lodewijk Smeehuijzen</p> <p>NOvA 21 PO/ prijs €2.365,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/financieel-economisch-strafrecht/index.aspx">Financieel-economisch strafrecht – handhaving, opsporing en verdediging</a></p> <p>Start: 27 oktober 2020 o.l.v. prof. mr. Roan Lamp</p> <p>NOvA 34 PO/ prijs €3.700,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/de-gemeentejurist-van-de-toekomst-het-toepassen-van-het-bestuursrecht-in-gesprek-met-politici-bestuurders-en-burgers/index.aspx">De gemeentejurist</a> <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/de-gemeentejurist-van-de-toekomst-het-toepassen-van-het-bestuursrecht-in-gesprek-met-politici-bestuurders-en-burgers/index.aspx">binnen een dynamische, complexe bestuurlijke context</a> </p> <p>Start: 30 oktober 2020 o.l.v. prof. dr. Richard Neerhof en dr. Duco Bannink</p> <p>20 PWO/ €2.975,-</p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/opleiding-effectieve-conflicthantering-onderhandelen-en-mediation-voor-juristen/index.aspx">Effectieve conflicthantering, onderhandelen en mediation voor juristen</a>   </p> <p>Start: 10 november 2020 o.l.v. prof. mr. Dick Allewijn</p> <p>NOvA 24 PO/ prijs €2.800,-</p> <p><u> </u></p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/sociaal-zekerheidsrecht/index.aspx">Sociaal Zekerheidsrecht</a> <strong>NIEUW</strong></p> <p>Start: 12 november 2020 o.l.v. prof. mr. Willemijn Roozendaal</p> <p>NOvA PO/ prijs €1.675,-</p> <p><strong>RvR erkend</strong></p> <p> </p> <p>Leergang <a href="https://rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/sport-en-recht/index.aspx">Sport &amp; Recht</a></p> <p>Start: 17 november 2020 o.l.v. prof. mr. Marjan Olfers</p> <p>NOvA 24 PO/ prijs €2.500,-</p> <p> </p> <p><a href="https://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen-voor-professionals/juridisch-pao-leergangen/index.aspx?utm_source=AdvertorialNJBjuni2020algemeen&amp;utm_medium=AdvertorialNJBjuni2020algemeen&amp;utm_campaign=AdvertorialNJBjuni2020algemeen&amp;utm_term=AdvertorialNJBjuni2020algemeen&amp;utm_content=AdvertorialNJBjuni2020algemeen">Algemene informatie over onze PAO activiteiten: leergangen en juridische PAO cursussen vindt u op de site vulaw.nl</a></p> <p> </p> <p><em>Ons streven is om onze onderwijsactiviteiten op de VU te laten plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is vanwege coronamaatregelen, zijn wij voornemens de activiteiten online te plaatsen.<br /></em></p>
26 juni 2020
‘Gebleken onschuld’ in civiele schadevergoedingsprocedure na vrijspraak
<p>Dit adviseert advocaat-generaal Bleichrodt in zijn conclusie van 19 juni naar aanleiding van prejudiciële vragen die het Hof Den Haag aan de Hoge Raad heeft gesteld. In de zaak waarin deze vragen zijn gesteld gaat het om een voormalige verdachte die in een strafzaak is vrijgesproken en via een civiele procedure vergoeding vordert van de schade die hij door het overheidsoptreden heeft geleden, een vordering uit onrechtmatige daad. Als schadevergoeding wordt gevorderd via een civiele procedure, is het criterium van ‘gebleken onschuld’ leidend. Dit criterium houdt in dat het optreden van politie en/of justitie achteraf bezien als onrechtmatig moet worden aangemerkt, indien uit de uitspraak van de strafrechter of uit de stukken van het strafdossier blijkt dat de verdachte onschuldig was en de verdenking waarop het optreden berustte ongefundeerd was.<br />Op grond van dit criterium kan handelen dat op het moment van toepassing rechtmatig was alsnog een onrechtmatige daad opleveren. Het gerechtshof wil weten of de toepassing van het ‘gebleken onschuld criterium’ wel in overeenstemming is met de onschuldpresumptie, zoals opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).<br />De zaak Een man die verdachte is geweest in het onderzoek naar de in 2004 gepleegde Haagse metselmoorden heeft een civiele zaak aangespannen tegen de Staat. Van het medeplegen van deze moorden is hij vrijgesproken en hij eist nu vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van de tijd die hij in detentie heeft doorgebracht. Het gerechtshof moet beoordelen of de Staat een onrechtmatige daad heeft begaan door de man destijds zijn vrijheid te ontnemen. Op grond van de rechtspraak van de Hoge Raad ziet het Hof<br />Den Haag zich voor de vraag gesteld of uit de uitspraak van de strafrechter of de overige stukken van de strafzaak blijkt van de onschuld van de verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop zijn detentie berustte.<br />Prejudiciële vragen Het Hof Den Haag heeft in een tussenarrest van 17 december 2019 twee prejudiciële vragen gesteld. Het gerechtshof wil ten eerste weten of het hiervoor genoemde criterium dat de voormalige verdachte onschuldig<br />Tegen de achtergrond van EHRM-rechtspraak bevindt de rechterlijke beoordeling aan de hand van het ‘gebleken onschuld’criterium zich in de gevarenzone<br />is gebleken in strijd is met de onschuldpresumptie, in het bijzonder als de verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Als het antwoord op deze eerste vraag bevestigend luidt, vraagt het gerechtshof zich ten tweede af aan de hand van welke maatstaven in dat geval wel kan worden beslist of de onherroepelijk vrijgesproken verdachte aanspraak kan maken op schadevergoeding van de Staat.<br />Conclusie A-G A-G Bleichrodt gaat in zijn advies uitvoerig in op het juridisch kader voor de vergoeding van schade aan voormalige verdachten en belicht de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over de onschuldpresumptie. Bleichrodt vindt dat de rechterlijke beoordeling aan de hand van het ‘gebleken onschuld’-criterium zich tegen de achtergrond van die rechtspraak in de gevarenzone bevindt. Weliswaar kan niet worden gezegd dat uit de Europese rechtspraak volgt dat het criterium in algemene zin en in alle gevallen met de onschuldpresumptie in strijd is, maar wel is aannemelijk dat het criterium meer dan incidenteel zal leiden tot een beslissing die een schending van de onschuldpresumptie oplevert. Dat vindt hij een argument om te overwegen afscheid te nemen van het ‘gebleken onschuld’-criterium. Kiest de Hoge Raad daar inderdaad voor, dan adviseert Bleichrodt de tweede prejudiciele vraag zo te beantwoorden dat voor de voormalige verdachte nog maar één mogelijkheid bestaat een vordering tot schadevergoeding door de burgerlijke rechter toegewezen te krijgen. Die mogelijkheid doet zich voor als het optreden van politie en/ of justitie al op het moment van dat optreden met een rechtsregel in strijd was.</p> <p>rechtspraak.nl: <a rel="noopener" href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2020:619&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%3aNL%3aPHR%3a2020%3a619" target="_blank" data-anchor="?id=ECLI:NL:PHR:2020:619&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%3aNL%3aPHR%3a2020%3a619">ECLI:NL:PHR:2020:619</a></p>
23 juni 2020
Wetsadvies ACVZ over Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND
<p style="margin-bottom: .0001pt;">De ACVZ merkt ten aanzien van de in dit wetsvoorstel voorgenomen maatregelen in <a href="https://www.adviescommissievoorvreemdelingenzaken.nl/publicaties/publicaties/2020/06/16/wetsadvies-over-tijdelijke-wet-opschorting-dwangsommen-ind">haar advies</a> op dat deze een verontrustende tendens aangeven dat rechten van vreemdelingen worden ingeperkt als gevolg van falen van de overheid. Al decennia is het beeld dat als gevolg van oplaaiende brandhaarden in de wereld het aantal asielaanvragen in Nederland tijdelijk exponentieel stijgt. Dat heeft zich in het verleden bijvoorbeeld voorgedaan als gevolg van gewapende conflicten in Joegoslavië, Irak, Afghanistan, de Hoorn van Afrika en meer recent in Syrië. De omstandigheid dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst gefinancierd wordt op instroom, waarbij geen rekening is gehouden met de bestaande werkvoorraad, is er in belangrijke mate debet aan dat beslistermijnen in heel veel zaken ruimschoots zijn overschreden. Het is de overheid te verwijten dat niet tijdig een correctie heeft plaatsgevonden.</p> <p style="margin-bottom: .0001pt;">De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is in werking gesteld om een financiële prikkel voor bestuursorganen in te stellen om te bewerkstelligen dat zij tijdig op aanvragen beslissen. Gelet op de hoge dwangsommen die aan de IND zijn opgelegd en de ontoereikende capaciteit om op aanvragen te beslissen, is de regering van oordeel dat deze financiële prikkel niet langer het beoogde effect heeft. De ACVZ begrijpt dat, gelet op de ontstane situatie, het voor de staatssecretaris lastig is om op korte termijn te bewerkstelligen dat de IND zich aan de wettelijke voorgeschreven beslistermijnen houdt. De ACVZ heeft er dan ook begrip voor dat de mogelijkheden om de IND in gebreke te stellen en de bestuursrechter een dwangsom op te laten leggen aan de IND, tijdelijk buiten toepassing worden gelaten. De regering anticipeert echter met een wetsvoorstel voor een permanente afschaffing, op het geheel onmogelijk maken van beide maatregelen. Volgens de regering zal worden gezocht naar een andere, passende prikkel om tijdig beslissen door het bestuursorgaan te bevorderen. Het is onzeker of een effectievere prikkel wordt gevonden en of een wetsvoorstel met die strekking daadwerkelijk zal worden ingediend en aangenomen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het doel van het opleggen van een dwangsom is om een sterke financiële prikkel te introduceren zodat de overheid beslistermijnen beter naleeft. De ACVZ is niet overtuigd van de noodzaak tot het vinden van een andere prikkel dan het opleggen van een dwangsom. De regering maakt niet duidelijk waarom het tijdig beslissen op asielaanvragen wezenlijk anders is dan het tijdig beslissen op andere bestuursrechtelijke zaken.</p> <p style="margin-bottom: .0001pt;">In de memorie van toelichting wordt door de regering een voorschot genomen op een permanente wet door erop te wijzen dat waar het asielaanvragen betreft het niet in balans is dat enerzijds tijdens de procedure in de kosten van levensbehoeften van aanvragers en gratis rechtsbijstand wordt voorzien, terwijl anderzijds deze aanvragers bij een te late beslissing grote bedragen kunnen ontvangen. De kosten van levensonderhoud en gratis rechtsbijstand werden ook al door de overheid bekostigd toen de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen door de Staten-Generaal werd aangenomen. Dit waren destijds geen redenen om de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassing te verklaren op verblijfsrechtelijke procedures.</p> <p style="margin-bottom: .0001pt;"> </p> <p style="margin-bottom: .0001pt;"><strong>Geen beroep mogelijk</strong></p> <p style="margin-bottom: .0001pt;">Het wetsvoorstel voorziet er in, dat gedurende één jaar na inwerkingtreding van de wet geen beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het bestuursorgaan. De adviescommissie wijst erop dat het recht op toegang tot de rechter en het recht op een effectief rechtsmiddel fundamentele rechten zijn die in het concrete geval niet beperkt kunnen worden op grond van algemene efficiency argumenten. De beperking moet in het concrete geval proportioneel zijn in verhouding tot het legitieme (algemene) belang dat ermee gemoeid is. De absolute beperking van de toegang tot de bestuursrechter in het concrete geval kan niet gebaseerd worden op het (algemene) belang de IND te ontlasten.</p> <p style="margin-bottom: .0001pt;"> </p> <p style="margin-bottom: .0001pt;"><strong>Verlenging beslistermijn</strong></p> <p style="margin-bottom: .0001pt;">Ook is door de staatssecretaris aangekondigd dat de beslistermijn in asielzaken wordt verlengd van zes naar twaalf maanden. Dit besluit van de staatssecretaris is (mede) gebaseerd op de Richtsnoeren van de Europese Commissie. In deze richtsnoeren wordt overwogen om de noodbepaling uit de Procedurerichtlijn - die een verlenging van de beslistermijn mogelijk maakt indien er een groot aantal asielzoekers tegelijk asiel aanvraagt - ook toe te passen op een situatie die voortvloeit uit de COVID-19-pandemie, omdat in de richtlijn deze situatie niet is voorzien. De ACVZ is van mening dat de aangekondigde verlenging van de beslistermijn niet in overeenstemming is met deze bepaling uit de Vw 2000, aangezien het aantal asielaanvragen gedurende de Corona-crisis juist is afgenomen.</p>
19 juni 2020
Beoordeling gevolgen verlies Nederlandse nationaliteit
<p>Iedereen die beschikt over de Nederlandse nationaliteit beschikt ook over het EU-burgerschap. Het EU-burgerschap maakt het onder andere mogelijk dat om vrij te reizen en te wonen op het grondgebied van de EU en om daar te werken. Verlies van de Nederlandse nationaliteit betekent mogelijk ook verlies van het EU-burgerschap. De mogelijkheid van vrij reizen, wonen en werken binnen de EU vervalt dan.<br />De Raad van State heeft op 12 februari 2020 en 20 mei 2020 bepaald dat de Nederlandse Rijksoverheid op individuele basis moet onderzoeken wat de concrete gevolgen zijn, als iemand het EU-burgerschap kwijtraakt. Als de Rijksoverheid oordeelt dat de gevolgen van het verlies van het EU-burgerschap onevenredig zijn, herleeft met terugwerkende kracht het Nederlanderschap.</p> <p><strong>De evenredigheidstoets<br /></strong>De Rijksoverheid voert deze evenredigheidstoets alleen op verzoek uit voor mensen die:</p> <ul> <li>Een Nederlands paspoort of een Nederlandse identiteitskaart hebben aangevraagd bij een ambassade of consulaat.</li> <li>De Nederlandse nationaliteit zijn kwijtgeraakt:</li> </ul> <p style="padding-left: 40px;">- omdat ze langer dan 10 jaar buiten Nederland, de Europese Unie, Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonden of</p> <p style="padding-left: 40px;">- omdat vrijwillig een andere nationaliteit is verkregen, op het moment dat men de Nederlandse nationaliteit bezat.</p> <ul> <li>Die toen geen nationaliteit hadden van een ander EU-land.</li> </ul> <p>De persoon in kwestie moet zelf bewijzen dat het verlies van het EU-burgerschap voor hem of haar onevenredige gevolgen heeft gehad.</p> <p><strong>Nagaan of de Nederlandse nationaliteit is kwijtgeraakt<br /></strong>De Rijksoverheid heeft <a rel="noopener" href="https://www.nederlandwereldwijd.nl/wonen-werken/nederlandse-nationaliteit-terugkrijgen" target="_blank">een tool</a> ter beschikking gesteld waarmee achterhaald kan worden of de Nederlandse nationaliteit is kwijtgeraakt. De tool is een hulpmiddel en geeft alleen aan of mogelijk de Nederlandse nationaliteit is kwijtgeraakt. Blijkt uit de tool dat de Nederlandse nationaliteit is kwijtgeraakt? Dan wordt door het aanvragen van een Nederlands paspoort of een Nederlandse identiteitskaart de evenredigheidstoets uitgevoerd. De tool geeft aan, aan welke voorwaarden moet worden voldaan om die toets te kunnen laten doen. Het laten uitvoeren van een evenredigheidstoets is geen garantie voor het terugkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Dat hangt van de persoonlijke omstandigheden af die in de evenredigheidstoets worden beoordeeld.</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/06/15/beoordeling-gevolgen-verlies-nederlandse-nationaliteit" target="_blank">www.rijksoverheid.nl</a></p>
19 juni 2020
Ook Rechtspraak heeft moeite met open normen coronawet
<p>De Raad realiseert zich dat dit wetsvoorstel onder zeer grote tijds- en maatschappelijke druk tot stand is gekomen en onderschrijft het belang ervan. Maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis zijn nu neergelegd in  noodverordeningen van de veiligheidsregio’s. Deze noodverordeningen leggen<br />beperkingen op aan het gedrag van burgers en kunnen daardoor niet te lang duren. Met het wetsvoorstel wordt voorzien in de specifieke grondslag in een wet in formele zin, die de Grondwet eist als het gaat om beperking van de rechten en vrijheden van burgers. Dit neemt niet weg dat vanuit staatsrechtelijk<br />perspectief de vergaande delegatie naar het niveau van ministeriële regelingen en algemene maatregelen van bestuur in dit verband een punt van zorg is.</p> <p>Potentieel kunnen de bepalingen uit dit wetsvoorstel en de (nog onbekende) daarop gebaseerde regelgeving aanzienlijke beperkingen opleveren op grondrechten zoals het recht op privacy, recht op ‘family life’, de vrijheid van vereniging, vergadering en betoging en de godsdienstvrijheid. De Raad<br />mist in de toelichting bij het wetsvoorstel een uitgebreide toets van de verschillende artikelen (afzonderlijk en in samenhang beschouwd) aan de Grondwet en internationale (mensenrechten)verdragen. De Raad meent dat hier meer en explicieter aandacht aan moet worden besteed. Dit klemt des te meer nu (nog) onduidelijk is hoe lang de inbreuk op deze grondrechten gaat<br />duren. </p> <p><strong>Open normen en rechtszekerheid</strong><br />Voorts valt op dat veel normen heel ruim, open en vaag zijn geformuleerd. Dit is begrijpelijk vanuit de beoogde flexibiliteit, maar maakt de noodzakelijke voorafgaande toets door de wetgever aan de Grondwet wel lastiger. Ook is dit vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onwenselijk. </p> <p><strong>Kenbaarheid van ingangsdatum en tijdstip van de nader te bepalen regels</strong><br />Niet alleen is het voor burgers, handhavers en rechters belangrijk te weten wat precies de inhoud van de norm is, ook is bij regelmatig wijzigende regelgeving van belang dat heel helder is op welke datum en welk tijdstip een (wijziging van) de regeling ingaat.</p> <p>Verder maakt de Raad nog opmerkingen over onder andere de kwalificatie van gerechtsgebouwen als 'besloten plaats', het overgangsrecht en de aandacht voor kwetsbare groepen. Wat dat laatste betreft werpt de Raad de vraag op of er in het wetsvoorstel voldoende rekening wordt gehouden met groepen<br />die moeite hebben met de naleving, zoals bijvoorbeeld slechtzienden, mensen met een licht verstandelijke beperking etc. De bijzondere positie van dergelijke kwetsbare groepen verdient aandacht bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel. In dit kader wordt eveneens bijzondere aandacht gevraagd voor jongeren. Zij kunnen door de maatregelen onevenredig worden getroffen in hun ontwikkelingstaken. In het wetsvoorstel lijkt geen rekening te worden gehouden met de bijzondere positie, het ontwikkelingsniveau en de ontwikkelingstaken van jongeren waar het gaat om inhoud van de maatregelen, handhaving en<br />berechting. Ook dit verdient nadere aandacht bij de verdere uitwerking. </p> <p> </p> <p>Bron: <a data-udi="umb://media/b167192156134a648a07b34a0322581c" href="/media/3842/2020-19-advies-tijdelijke-wet-maatregelen-covid-19.pdf" title="2020 19 Advies Tijdelijke Wet Maatregelen Covid 19">Advies</a> d.d. 10 juni 2020 Raad voor de rechtspraak. Zie ook <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Rechtspraak-moeite-met-de-open-normen-coronawet-.aspx" target="_blank">www.rechtspraak.nl</a>.</p>
19 juni 2020
Proef CRvB met snelle, oplossingsgerichte rechtspraak
<p><strong>Gezamenlijke oplossing</strong><br />GOO is een procedure voor partijen die samen tot een oplossing willen komen. Via een aselecte steekproef krijgen partijen een brief over GOO. Als beide partijen binnen vier weken laten weten dat zij een GOO behandeling willen, wordt in overleg met hen op korte termijn een zitting gepland.</p> <p>Omdat nog onbekend is hoe vaak partijen van deze gelegenheid gebruik zullen maken en de zittingsruimte door de Coronamaatregelen beperkt is, gaat de proef op bescheiden schaal van start.</p> <p><strong>Wat biedt de Centrale Raad van Beroep aan?</strong></p> <ul> <li>Extra tijd voor de zitting (gemiddeld 2 uur per zaak).</li> <li>Behandeling op een enkelvoudige zitting, dat wil zeggen een zitting met één rechter.</li> <li>Een rechter die meer dan gebruikelijk is getraind in communicatieve vaardigheden en kan helpen om de verschillende belangen die bij partijen spelen in kaart te brengen; ook de gezamenlijke belangen. Aan de hand van vragen bespreekt de rechter op de zitting de juridische én de niet juridische kanten van de zaak. Daardoor is de kans op een voor beide partijen bevredigende oplossing groter.</li> <li>De rechter kan op de zitting een voorlopig oordeel geven over de zaak.</li> </ul> <p><strong>Wat wordt van partijen verwacht?</strong></p> <ul> <li>Onderhandelingsbereidheid en onderhandelingsruimte. Partijen moeten voor zichzelf helder hebben wat voor hen het belangrijkste is en zij moeten bereid zijn om zich in te leven in de belangen van de andere partij. Zo wordt duidelijk wat een doeltreffende oplossing voor beiden kan zijn.</li> <li>Informatie over de huidige situatie.</li> <li>Mandaat, dat wil zeggen de bevoegdheid om op de zitting concrete afspraken te maken over beëindiging van het geschil.</li> </ul> <p>Als partijen tot een oplossing komen wordt dat opgeschreven in een proces-verbaal, dat binnen een week naar partijen wordt gestuurd.</p> <p>Als partijen op de zitting niet tot een gezamenlijke oplossing komen, doet de rechter uitspraak. Als dat mogelijk is, zal de rechter direct mondeling uitspraak doen. De rechter wordt geen mediator en blijft in de uitspraak gebonden aan de wet.</p> <p>Voor partijen die wel een GOO behandeling willen, maar geen brief hebben gekregen, is ook een GOO behandeling mogelijk. Partijen kunnen hiervoor een gezamenlijk verzoek indienen bij de griffie van de Centrale Raad van Beroep.</p> <p><em>Meer informatie</em><br />Voor vragen over dit bericht kunt u contact opnemen met de afdeling communicatie, via 088 – 3614238 of communicatie.crvb@rechtspraak.nl</p> <p> </p> <p>Bron: <a rel="noopener" href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Centrale-Raad-van-beroep/Nieuws/Paginas/CRvB-start-proef-met-snelle-oplossingsgerichte-rechtspraak-.aspx" target="_blank">www.rechtspraak.nl</a></p>
19 juni 2020
Versterk maatschappelijke inbedding van ondernemingen
<p>Het is de wettelijke norm voor bestuurders en commissarissen om zich te focussen op het belang van de vennootschap en haar onderneming. Daarom is het goed mogelijk om vooral te sturen op financiële doelstellingen ten behoeve van aandeelhouders. Of het nu gaat om milieuschade, beloningsdiscussies of excessieve medicijnprijzen, telkens doen zich incidenten voor waaruit blijkt dat het schuurt tussen ondernemingen en de samenleving. Tegelijkertijd betaalt de belastingbetaler in de huidige crisis mee aan de ondersteuning van het bedrijfsleven.</p> <p><strong>Een nieuw sociaal contract</strong><br />De hoogleraren bepleiten het winststreven in te bedden in een kader van verantwoord handelen en stellen dit voor:<br /><em>Responsible corporate citizenship</em>: Bestuurders moeten zorgen dat de vennootschap zich in de samenleving verantwoordelijk gedraagt. Hiermee wordt beoogd dat bestuurders vaker de dialoog aangaan over de verantwoordelijke deelname aan het maatschappelijk verkeer.<br /><em>Raison d’être</em>: Ondernemingen worden uitgenodigd een bestaansgrond te formuleren en in hun statuten op te nemen: het doel dat de onderneming in de samenleving nastreeft.<br /><em>Verantwoording</em>: In het jaarverslag moet betere verantwoording worden afgelegd over de invloed van de vennootschap op werknemers, de gemeenschappen waarin zij opereert, het milieu en het klimaat. <br />Bestuurders, commissarissen en ­aandeelhouders genieten het voorrecht dat in beginsel alleen de ­vennootschap aansprakelijk is voor haar schulden en voor schade aan derden, maatschappij of milieu. Als tegenprestatie mag de samenleving ­verlangen dat bestuurders en commissarissen ervoor zorgen, en ­aandeelhouders aanvaarden, dat de vennootschap zich verantwoordelijk gedraagt.</p>
16 juni 2020