Artikelen van Redactie

Nieuws
Europese Commissie onderzoekt verslavende werking Instagram en Facebook op kinderen

Volgens de Commissie kunnen de systemen van zowel Facebook als Instagram, met inbegrip van hun algoritmen, gedragsverslavingen bij kinderen stimuleren en een konijnenhol-effect veroorzaken. Het konijnenhol-effect verwijst naar de versterkende werking van algoritmen, die gebruikers steeds meer van hetzelfde voorschotelen en zo steeds dieper samenzweringstheorieën in kunnen trekken. Daarnaast kijkt de Commissie ook naar de door Meta ingevoerde methoden voor leeftijdszekerheid en verificatie.

Verplichtingen Meta

De ingezette procedure is onder meer gebaseerd op een voorlopige analyse van het risicobeoordelingsverslag dat Meta in september 2023 heeft toegezonden en de antwoorden van Meta op verzoeken van de Commissie om informatie over de bescherming van minderjarigen en heeft betrekking op het volgende:

  • De naleving door Meta van de verplichtingen uit hoofde van de Wet inzake digitale diensten inzake de beoordeling en beperking van risico's als gevolg van het ontwerp van de online-interfaces van Facebook en Instagram, die de onervarenheid van minderjarigen kunnen uitbuiten en verslavend gedrag kunnen veroorzaken of het konijnhol-effect kunnen versterken. Een dergelijke beoordeling is nodig om potentiële risico's voor de uitoefening van het grondrecht op het lichamelijk en geestelijk welzijn van kinderen en voor de eerbiediging van hun rechten tegen te gaan.
  • De naleving door Meta van de vereisten van de digitaledienstenverordening met betrekking tot de risicobeperkende maatregelen om de toegang van minderjarigen tot ongepaste inhoud te voorkomen, met name door Meta gebruikte leeftijdsverificatie-instrumenten, die mogelijk niet redelijk, evenredig en doeltreffend zijn.
  • De naleving door Meta van de verplichtingen uit hoofde van de wet inzake digitale diensten om passende en evenredige maatregelen te treffen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen te waarborgen, met name met betrekking tot standaardprivacyinstellingen voor minderjarigen als onderdeel van het ontwerp en de werking van hun aanbevelingssystemen.
  • Indien deze tekortkomingen worden bewezen, vormen zij inbreuken op de art. 28, 34 en 35 van de digitaledienstenverordening.

Bron: www.ec.europa.eu

16 mei 2024
Nieuws
Mediation in strafzaken kan volgens onderzoek beter worden benut

Sinds 2017 kunnen slachtoffers en verdachten worden doorverwezen naar MiS. De bij de mediation gemaakte afspraken worden door de officier van justitie of de rechter meegewogen bij het nemen van een beslissing over de zaak. Verwijzers zeggen in het onderzoek dat ze zaken waarbij het slachtoffer en de verdachte elkaar kennen en verkeerszaken het meest geschikt vinden voor mediation. Bij zwaardere zaken en zaken waarbij slachtoffer en verdachte elkaar niet kennen, ervaren verwijzers een hogere drempel om het slachtoffer te benaderen. Ze veronderstellen vaak dat slachtoffers geen behoefte hebben aan contact. De registratiegegevens lijken echter uit te wijzen dat na verwijzing het mediation-traject even vaak start bij zwaardere als bij lichtere feiten, ook wordt even vaak overeenstemming bereikt. Terughoudendheid om te verwijzen is daarmee een oorzaak van de beperkte inzet van MiS. Verder bestaat er volgens de onderzoekers de misvatting dat MiS niet kan worden ingezet parallel aan strafrechtelijke vervolging. Daarom verwijzen officieren van justitie het liefst zo vroeg mogelijk, zodat niet op de mediation-uitkomst hoeft te worden gewacht bij het nemen van de beslissing over de zaak. In de praktijk is die vroege verwijzing vaak niet haalbaar, omdat slachtoffers en verdachten hier niet voor openstaan of omdat het niet in het belang is van het strafrechtelijk onderzoek. Rechters verwijzen vrijwel uitsluitend vanaf de inhoudelijke zitting. De zaak moet dan worden aangehouden, hetgeen onwenselijk wordt gevonden vanuit het oogpunt van efficiëntie en een tijdige uitspraak in de zaak.

Mediation als recht in het strafproces

Volgens de onderzoekers is er sprake is van een groot onbenut potentieel aan zaken waarin slachtoffers en verdachten gebaat kunnen zijn bij MiS, maar die nu niet worden verwezen. Ook met betrekking tot de inbedding bij OM en rechtspraak en de samenwerking met advocaten en ketenpartners kunnen nog stappen worden gezet. Het WODC pleit er op basis van de bevindingen uit het onderzoek voor om Mediation in strafzaken te onderzoeken als recht van slachtoffers en verdachten in het strafproces. Dat zou onder meer kunnen door:

  1. Tegengaan van oneigenlijke selectiviteit in het verwijsproces. Onderdeel hiervan kan zijn verdere integratie van MiS in de werkprocessen van het OM en de rechtspraak, continue inzet op bewustwording onder medewerkers en betere motivering van afgewezen verzoeken.
  2. Versterken van de rol van de mediation-bureaus. Onderdeel hiervan kan zijn het mogelijk maken van directe aanmelding door ketenpartners, advocatuur en slachtoffers en verdachten en mediation-functionarissen in alle zaken de eerste uitvraag bij het slachtoffer te laten doen.
  3. Streven naar een sterkere organisatorische inbedding van MiS in het strafproces, zonder het unieke karakter te verliezen. Onderdeel hiervan kan zijn intensievere betrokkenheid van ketenpartners en advocaten bij het mediation-traject en het standaard terugkoppelen van de beslissing in de strafzaak aan mediation-bureaus en mediators.
  4. Aanpakken van knelpunten in voorlichting en communicatie. Meer aandacht voor de behoeften van slachtoffers en verdachten met betrekking tot informatievoorziening en de timing van het mediationaanbod. Meer aandacht in voorlichting aan verwijzers en ketenpartners voor de mogelijke psychologische voordelen van deelname aan MiS voor zowel slachtoffers als verdachten, ook in zwaardere zaken en zaken waarbij de partijen elkaar niet kennen, en voor het gegeven dat MiS niet in de plaats komt van de strafrechtelijke afdoening.

Plan- en procesevaluatie Mediation in strafzaken

Bron: www.wodc.nl

15 mei 2024
Blog
Uithongering en kernbepalingen inzake internationale misdrijven
In het onderzoek van Jolanda J. Andela wordt er gekeken naar de vraag of hongersnood, gedreven door gewapend conflict, zou kunnen worden gekwalificeerd als een oorlogsmisdrijf, misdrijf tegen de menselijkheid, of genocide.
14 mei 2024 Proefschrift Redactie
Blog
Indirecte toetsing door de bestuursrechter
In het onderzoek van Melanie van Zanten wordt ingegaan op de vraag welke verdere stappen de Nederlandse bestuursrechter kan zetten bij het indirect toetsen van algemeen verbindende voorschriften, niet zijnde formele wetgeving, aan nationale algemene rechtsbeginselen.
14 mei 2024 Proefschrift Redactie
Nieuws
Jaarverslag Raad voor de rechtspraak: problemen bij de overheid bemoeilijken rechtspraak

In zijn jaarbericht schrijft Naves dat maatschappelijke problemen decennialang niet worden opgelost omdat oplossingen politiek zeer moeilijk haalbaar zijn, maar ook door de Nederlandse zuinigheid. De problemen stapelen zich op, raken met elkaar vervlochten en worden zo nog groter. Voor de Rechtspraak geldt, schrijft Naves, dat we ons moeten blijven afvragen of (ondersteuning van) de rechterlijke capaciteit zo goed mogelijk wordt ingezet. Maar of het nu gaat om rechtspraak of om klimaat, woningbouw, immigratie, bestaanszekerheid of een ander maatschappelijk onderwerp, keuzes moeten altijd worden gemaakt binnen de kaders van de rechtsstaat. De fundamentele uitgangspunten van de rechtsstaat moeten altijd gelden. Een daarvan is dat de uitspraak van de rechter altijd wordt uitgevoerd.

Cijfers jaarverslag 2023

Rechters hebben in 2023 bijna 1,4 miljoen uitspraken gedaan. Er werkten vorig jaar meer dan 12.000 mensen in rechtbanken, waarvan bijna 2700 rechters en raadsheren en ruim 10.000 ondersteunende medewerkers. Vijf jaar geleden ging het nog om 2500 rechters en raadsheren en 11.000 ondersteunende medewerkers. Ondanks deze toename, is er nog altijd een tekort. Het aantal opleidingsplekken is de afgelopen jaren daarom uitgebreid. Waren er in 2019 nog 192 rechters in opleiding, in 2023 waren dat er 256. Het aantal gepubliceerde uitspraken op rechtspraak.nl steeg van 49.800 in 2022 naar 58.200 in 2023.

Trends wet- en regelgeving
De Raad heeft in 2023 ruim 50 wetgevingsadviezen uitgebracht en signaleert in het jaarverslag de volgende trends:

  • Stijgend aantal bestuursrechtelijke wetsvoorstellen gericht op herstel of compensatie
    De Rechtspraak constateert dat hiermee sprake lijkt te zijn van een verschuiving in
    de functie van wetgeving, waarbij deze steeds vaker achteraf wordt ingezet als
    correctiemiddel om maatschappelijke pijn, die mede is veroorzaakt door wetgeving
    of beleid van de overheid, te verzachten.
  • Samenloop tussen verschillende handhavingsregimes
    De keuze voor de inzet van handhavingsinstrumenten dient altijd zorgvuldig afgewogen te worden. In de toelichtingen werd echter niet altijd duidelijk waarom er naast bestuursrechtelijke of civielrechtelijke handhaving ook voor strafrechtelijke handhaving was gekozen.
  • Rechtsbescherming in wetgeving
    De Raad blijft onverkort van mening dat een afzonderlijke rechtsbeschermingsparagraaf in nieuwe wetgeving bevorderlijk is voor de rechtsbescherming. Inzicht en helderheid over de rechtsbescherming en de toegang daartoe draagt bij aan het vertrouwen tussen burgers en hun overheid. De Rechtspraak roept daarom nogmaals op om de rechtsbeschermingsaspecten in de toelichtingen bij wetgeving in een aparte rechtsbeschermingsparagraaf op te nemen.
  • Licht stijgend aantal voorgelegde initiatiefwetsvoorstellen
    De Raad adviseerde in 2023 over 4 initiatiefwetsvoorstellen.
  • Substantieel aantal adviesaanvragen over invoering van EU-wetgeving
    Een vijfde van de ter advisering voorgelegde wetsvoorstellen betrof wetgeving ter invoering van EU-wetgeving.
  • Leesbaarheid en begrijpelijkheid van wetgeving verdienen meer aandacht
    In het algemeen valt bij de ter advisering voorgelegde wet- en regelgeving op dat deze vaak een hoog technisch of specialistisch karakter heeft. Dat komt de begrijpelijkheid en leesbaarheid veelal niet ten goede. In het bijzonder bij invoeringswetgeving van EU-wetgeving valt op dat het vaak gaat om zeer technische en moeilijk te doorgronden materie.

Innovaties in de rechtspraak

  • Wijkrechtspraak
    De wijkrechtspraak is in 2023 uitgebreid. Met de evaluatie van de wijkrechtbank Eindhoven van de rechtbank Oost-Brabant en de positieve ervaringen in Rotterdam en Amsterdam is besloten ook in andere plaatsen te starten met wijkrechtspraak.
  • Schuldenfunctionaris
    Met de inzet van schuldenfunctionarissen wordt geprobeerd de schuldenproblematiek terug te dringen. In de rechtszaal kan blijken dat iemand meerdere hoge schulden heeft, maar geen contact heeft met de gemeentelijke schuldhulpverlening. De schuldenfunctionaris, een medewerker van de rechtbank die hiervoor wordt opgeleid, gaat direct in gesprek met de betrokkene.
  • Zorgverzekeringszaken
    Er is veel belangstelling voor het project zorgverzekeringszaken van de rechtbank Amsterdam. Het doel van deze procedure, die stoelt op art. 96 Wetboek van Rechtsvordering, is een goedkoper en effectiever alternatief te bieden dan de huidige dagvaarding-incassoprocedure.
  • Nabijheidsrechter
    De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nabijheidsrechter is na voorbereidend werk eind 2023 in consultatie gegaan, zodat de rechtbanken Den Haag, Overijssel, Rotterdam en Zeeland-West-Brabant per 1 januari 2025 met de werkwijze kunnen starten. Noord-Holland is de controlerechtbank. De voorbereidingen voor deze pilots lopen sinds 2022.
  • Gezinsadvocaat
    De evaluatie van het project gezinsadvocaat van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is in 2023 gepubliceerd. Hierbij staan een gezinsadvocaat en een gedragswetenschapper een scheidend paar bij. Uit de evaluatie blijkt dat deze werkwijze beter is voor de betrokken kinderen, sneller en bovendien goedkoper.
  • Online dispute resolution
    De Rechtspraak experimenteert op kleine schaal met een vorm van online dispute resolution, als aanvulling op de huidige rechtspraak. Het doel is vergroting van de toegang tot het recht en de rechter. In 2023 is het platform voorRecht-rechtspraak.nl gelanceerd dat informatie en hulp biedt aan mensen met problemen met een Vereniging van Eigenaren (VvE).

Jaarverslag 2023 Raad voor de rechtspraak

Bronnen: www.rechtspraak.nl (jaarverslag) en www.rechtspraak.nl (jaarbericht)

14 mei 2024
Nieuws
FNV begint petitie voor terugdraaien decentralisatie sociaal domein

Gemeenten mogen sinds 2015 eigen regels maken voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Dit beleid heeft volgens de bond rampzalig uitgepakt en heeft tot honderden rechtszaken geleid over de WMO. Verder zitten mensen met een beperking die graag willen werken, thuis zonder goede werkplek. De decentralisatie moet volgens de FNV daarom deels teruggedraaid worden. De bond hoopt genoeg handtekeningen te verzamelen om het deels terugdraaien van die decentralisatie op de agenda van de Tweede Kamer te zetten. De bond vindt dat de Tweede Kamer haar verantwoordelijkheid moet nemen en in moet grijpen.

Bron: www.fnv.nl

14 mei 2024
Nieuws
Risico op discriminatie door gebruik algoritmen in het onderwijs

Het onderzoek laat zien dat allerlei algoritmische toepassingen in zowel het basisonderwijs als het hoger onderwijs worden ingezet. 40 tot 60 procent van de basisscholen gebruikt adaptieve leersystemen, waarbij het systeem oefeningen automatisch aanpast op basis van het gedrag van de leerling. In het hoger onderwijs zetten onderwijsinstellingen onder andere software in die een automatische score geeft aan hoe diepgaand de aantekeningen van studenten zijn. Ook gebruiken veel onderwijsinstellingen algoritmes om data over leerlingen automatisch te analyseren om bijvoorbeeld te voorspellen of een leerling risico loopt uit te vallen of extra ondersteuning nodig heeft, om fraude op te sporen - bijvoorbeeld of iemand ChatGPT heeft gebruikt - en om te bepalen welke leerling naar welke onderwijsinstelling gaat.

Grote verschillen tussen leerlingen en scholen

Als digitale systemen niet goed getest worden, kunnen zij de vooroordelen van mensen versterken door deze te systematiseren en te verspreiden. Dit kan leiden tot discriminatie en kansenongelijkheid. Het kan zijn dat een systeem moeite heeft om het niveau van een kind goed in te schatten wanneer een leerling op een andere manier leert, bijvoorbeeld als een kind ADHD, dyslexie of autisme heeft, of andere woorden gebruikt, dan de groep leerlingen waarop het systeem getraind is. Of een systeem geeft een kind het label ‘zwak’ en houdt dat label aan, ook al is het kind inmiddels beter gaan leren. Hierbij kan ook een zorg zijn dat leerlingvolgsystemen veel data over kinderen verzamelen, waardoor mogelijk hun recht op privacy en autonomie wordt geraakt. Niet elke leerling heeft bovendien evenveel toegang tot technologie. Ook tussen scholen zijn de verschillen groot.

Draagt het systeem bij aan goed onderwijs

Volgens het College moeten onderwijsinstellingen voordat ze digitale systemen gaan gebruiken, een waardenafweging maken of en wanneer technologie een bijdrage levert aan goed onderwijs. Scholen kunnen en moeten eisen stellen aan softwareleveranciers op het gebied van gelijke behandeling, privacy, autonomie en transparantie. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat middelen uitgebreid op verschillende groepen leerlingen worden getest. Het is moeilijk voor docenten en schoolleiders om altijd kritisch te kijken naar de middelen die ze gebruiken. Mensen hebben nu eenmaal de neiging te geloven wat een computer zegt. Daarnaast is er vaak beperkt informatie beschikbaar over hoe een systeem werkt, waardoor het moeilijk is dit te beoordelen. Bovendien komt een groot deel van het aanbod vanuit grote technologiebedrijven. De invloed van deze bedrijven kan sturend zijn en kan scholen van hun producten afhankelijk maken. De Minister van OCW kan onder meer met samenwerkingsverbanden, kennisinstituten, en onderwijsinstellingen een normenkader ontwikkelen dat duidelijkheid schept waar een systeem in ieder geval aan moet voldoen om discriminatie te voorkomen.

Onderzoeksrapport Algoritmen in het onderwijs

Factsheet Digitale systemen in het onderwijs

Bron: www.mensenrechten.nl

13 mei 2024
Nieuws
ABRvS doet laatste uitspraak gaswinning Groningerveld inzake waakvlambesluit

Met ingang van 1 oktober 2023 is de gaswinning in Groningen gestopt. In het Gronings gaswinningsbesluit 2023-2024 heeft de staatssecretaris bepaald dat de NAM in bijzondere situaties tijdelijk en beperkt gas moet winnen in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 vanwege de leveringszekerheid bij koud weer. Het gaat dan om het tijdelijk opstarten van een of meer productielocaties en het op de waakvlam brengen als zeer strenge kou is voorspeld. Zowel de NAM als de provincie Groningen, enkele Groningse gemeenten, waterschappen en de Veiligheidsregio Groningen gingen in beroep tegen het besluit. De NAM vindt dat de staatssecretaris het Groningenveld vanaf 1 april 2024 had moeten sluiten, omdat de koude periode zich dan niet meer voordoet en zij geen kosten hoeft te maken om productielocaties te blijven onderhouden.

Arrest ABRvS

De Afdeling verklaart het beroep van de NAM gegrond. Sluiting van het Groningenveld per 1 april is te vroeg omdat het koude periode zich in die maand nog zou kunnen voordoen, maar er redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit vanaf 1 mei niet het geval is. De Afdeling verklaart het beroep van de overige partijen ongegrond. In het vaststellingsbesluit is voldoende duidelijk welke operationele strategie de NAM moet uitvoeren. Verder heeft de staatssecretaris de veiligheidsrisico’s voor omwonenden op juiste wijze beoordeeld en goed gemotiveerd waarom het Groningenveld als reserve nodig is om te voorzien in de leveringszekerheid van eindafnemers. Dat betreft in elk geval voor een deel van het gasjaar 2023-2024. Daarnaast heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de Afdeling voldoende rekening gehouden met de belangen van de inwoners van het aardbevingsgebied bij zo spoedig mogelijke beëindiging van de gaswinning.

ECLI:NL:RVS:2024:1965

Bron: www.raadvanstate.nl

8 mei 2024
Nieuws
Rechtbank: rechter heeft geen rol in Mulderzaken

Het enige wat de rechter kan, is vaststellen dat het Openbaar Ministerie te laat is. Maar dat is niet meer dan een symbolische beslissing die de procedure niet versnelt. De conclusie van de rechtbank is daarom dat er geen belang is om een procedure te voeren over niet tijdig beslissen in zaken over verkeersboetes. In alle 433 zaken is daarom niet verder beoordeeld of er te laat is beslist. Deze mensen moeten wachten op de beslissing van het Openbaar Ministerie. De rechtbank benadrukt in de uitspraak dat zij géén oproep aan de wetgever wil doen om voor deze zaken alsnog iets in de wet te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van een dwangsom. In de zaken waarin het Openbaar Ministerie wél tijdig een beslissing heeft genomen, moeten mensen nu al lang wachten op een behandeling door de rechter. De rechtbank ziet een enorme instroom aan Mulderzaken. Met een dwangsom voor het Openbaar Ministerie zou het gewenste effect, een versnelling van de procedure, niet bereikt worden.

Schutting

Het grote aantal zaken over verkeersboetes staat in de maatschappelijke belangstelling. De rechtbank heeft deze zaken met voorrang en met drie rechters behandeld, omdat de uitkomst ook voor andere zaken relevant is. Daarom is niet verder onderzoek gedaan naar de rol van het juridische bureau in deze zaken, maar de rechtbank maakt daar in de uitspraak wel een opmerking over. Het heeft er namelijk alle schijn van dat er zonder enige selectie een groot aantal zaken over de schutting van de rechtbank is gegooid, ook omdat een deel daarvan vervolgens weer is ingetrokken.

ECLI:NL:RBMNE:2024:2836

Bron: www.rechtspraak.nl

7 mei 2024
Nieuws
RvS: oprekken beslistermijnen hersteloperatie toeslagen juridisch kwetsbaar

Het wetsvoorstel moet een verlenging van een aantal beslistermijnen op aanvragen en bezwaren bij de hersteloperatie toeslagen regelen. De beslistermijnen op aanvragen worden verdubbeld van nu zes tot twaalf maanden naar twaalf tot vierentwintig maanden. De beslistermijnen op bezwaar van nu zes tot achttien weken worden verlengd naar beslistermijnen van twaalf tot dertig maanden. Aanleiding voor het wetsvoorstel zijn uitspraken van de ABRvS in rechtszaken over het niet tijdig nemen van een beslissing door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). De ABRvS oordeelde dat het niet de taak van de bestuursrechter is om de problemen op te lossen met het halen van de beslistermijnen, die al voorzien waren bij de inwerkingtreding van de Wet hersteloperatie toeslagen.

Nieuwe impasse

De juridische risico’s van het voorliggende voorstel zien volgens de Afdeling op de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsprocedures. De voorgestelde verlenging is kwetsbaar in het licht van het grondwettelijk recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn. De Afdeling merkt op dat moet worden voorkomen dat in het licht van deze risico’s een nieuwe impasse ontstaat. Het advies aan de regering is om vooral in te zetten op maatregelen die het proces van afhandeling van aanvragen en bezwaren versnellen. Als dit niet mogelijk is, dan adviseert de Afdeling de regering om in de toelichting bij het wetsvoorstel dragend te motiveren waarom dit niet kan.

Advies Wet aanpassing termijnen en nabestaandenregeling hersteloperatie toeslagen

Bron: www.raadvanstate.nl

6 mei 2024