Het wetsvoorstel heeft tot doel de sinds 2017 bestaande bevoegdheid tot intrekking van het Nederlanderschap te continueren. Die bevoegdheid stelt de minister van Justitie en Veiligheid in staat het Nederlanderschap af te nemen van meerderjarige Nederlanders die zich buiten het Koninkrijk hebben aangesloten bij een terroristische organisatie. De maatregel is destijds als tijdelijk instrument ingevoerd om uitreizigers te weren en risico’s voor de nationale veiligheid te beperken. Omdat de wettelijke grondslag op 1 maart 2027 afloopt, wordt nu voorgesteld deze bevoegdheid permanent te maken.

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is kritisch over dit voornemen. Zij benadrukt dat het verlies van het Nederlanderschap een ingrijpende maatregel is, met langdurige en in de praktijk vaak onomkeerbare gevolgen voor de betrokkene. Juist daarom vergt een blijvende bevoegdheid tot intrekking een zwaarwegende en overtuigende rechtvaardiging. Volgens de Afdeling schiet de toelichting bij het wetsvoorstel daarin tekort. Niet wordt duidelijk gemaakt waarom bestaande middelen, met name binnen het strafrecht, onvoldoende zijn om de nationale veiligheid te beschermen. Ook blijft onbesproken welke specifieke noodzaak of meerwaarde de maatregel heeft voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten, terwijl hij ook daar toepassing zou vinden.

Voor het geval een deugdelijke onderbouwing niet kan worden geleverd, wijst de Afdeling op een alternatief: verlenging van de bestaande regeling voor een beperkte periode van vijf jaar. In die verlengingsfase zou gericht onderzoek kunnen worden gedaan naar de effectiviteit en proportionaliteit van de intrekkingsbevoegdheid. Die optie verdient volgens de Afdeling nadrukkelijk een plaats in de afweging over het voortbestaan van de regeling.

Alles bij elkaar bezien adviseert de Afdeling om het wetsvoorstel in deze vorm niet in te dienen tenzij het voorstel inhoudelijk wordt aangepast en beter wordt gemotiveerd.

Bron: Raad van State 

Laatste nieuws