De Raad voor Rechtsbijstand hanteert als uitgangspunt een reguliere voorschotregeling waarbij advocaten zelf kunnen kiezen of zij hun vergoeding voor verleende rechtsbijstand wekelijks of per kwartaal als voorschot ontvangen. Het kwartaalvoorschot is wettelijk vastgelegd in artikel 35 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en bedraagt tien procent van een normbedrag dat jaarlijks door de minister wordt vastgesteld. Dit normbedrag wordt door de RvR vermenigvuldigd met een kwart van het aantal toevoegingen dat in het voorafgaande jaar aan de advocaat is verstrekt. De uitgekeerde voorschotten worden per kwartaal verrekend met de toegekende vergoedingen binnen de rekening‑courantverhouding tussen de RvR en de advocaat.
In de praktijk doen zich echter soms uitzonderlijke situaties voor waarin deze reguliere regeling onvoldoende soelaas biedt. De RvR ontvangt incidenteel signalen van advocaten die in financiële problemen raken doordat werkprocessen bij overheidsorganisaties ernstig zijn verstoord. In dergelijke gevallen ontstaan aanzienlijke achterstanden bij de behandeling van aanvragen of procedures door bijvoorbeeld bestuursorganen of rechterlijke instanties. Als gevolg daarvan kunnen advocaten gedurende langere tijd feitelijk geen rechtsbijstand verlenen op basis van reeds afgegeven toevoegingen en kunnen zij deze ook niet bij de RvR declareren. Recente voorbeelden hiervan zijn de achterstanden bij de Belastingdienst in het kader van de herstelregelingen toeslagen en bij de Immigratie‑ en Naturalisatiedienst.
De RvR acht het van groot belang dat advocaten die door dergelijke externe omstandigheden buiten hun eigen invloedssfeer worden getroffen, behouden blijven voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Om in deze uitzonderlijke gevallen maatwerk te kunnen bieden, is het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 met ingang van 1 februari 2026 gewijzigd. In artikel 36 van het Bvr is vastgelegd dat de RvR beleidsregels kan vaststellen om in afwijking van de reguliere voorschotregeling een ander voorschot toe te kennen.
Op basis van die bevoegdheid heeft de RvR de Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen vastgesteld, die op 16 april 2026 in werking is getreden. Deze beleidsregel maakt het mogelijk om, indien aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, tijdelijk een verhoogd voorschot te verstrekken van 75 procent van het normbedrag. Dit hogere voorschot vervangt gedurende die periode het gebruikelijke voorschot van tien procent en is bedoeld om acute liquiditeitsproblemen bij advocaten te verlichten.
Bron: Raad voor Rechtsbijstand