De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) had in 2025 te maken met een groeiende en complexere werklast, mede door aanhoudende geopolitieke spanningen en technologische ontwikkelingen. Het aantal door de AIVD en MIVD ingediende verzoeken voor de inzet van bijzondere bevoegdheden steeg met bijna 4% tot 4.615. De TIB beoordeelt deze verzoeken vooraf op rechtmatigheid, met oog voor de balans tussen nationale veiligheid en bescherming van grondrechten.

In 2025 werd 4,5% van de verzoeken als onrechtmatig beoordeeld, een stijging ten opzichte van 2024. Een aanzienlijk deel daarvan betrof vermijdbare fouten, zoals onvolledige motivering of onvoldoende aandacht voor proportionaliteit en gerichtheid. Ook sprak de TIB vaker principiële oordelen uit, onder meer over de inzet tegen zogeheten non-targets en over strategische operaties waarbij grote hoeveelheden (bulk)data worden verzameld.

De Tijdelijke wet, die sinds juli 2024 geldt, speelde in 2025 een beperkte rol: slechts 1,5% van de verzoeken viel daaronder. Wel leidde deze wet tot meer juridisering en extra werkdruk, onder andere door de mogelijkheid om tegen TIB-oordelen beroep in te stellen bij de Raad van State. De TIB en de CTIVD werkten intensiever samen en wisselden bevindingen uit.

Ook kabelinterceptie bleef een belangrijk aandachtspunt. Ondanks een intensievere inzet bleven er zorgen over de verhouding tussen de grote inbreuk op grondrechten en de relatief beperkte opbrengsten. De TIB benadrukt daarom het belang van strenge proportionaliteitstoetsing.

Met het oog op de aangekondigde herziening van de Wiv 2017 pleiten TIB en CTIVD voor één krachtige toezichthouder die toetsing, toezicht en klachtbehandeling combineert. In de vooruitblik voorziet de TIB dat de werklast verder zal toenemen en blijft zij inzetten op robuuste, onafhankelijke toetsing als essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat.

Bron: TIB 

Laatste nieuws