Vanaf 1 januari 2027 geldt voor Nederlandse onderzoeksinstellingen een vernieuwde gedragscode voor wetenschappelijke integriteit. De code uit 2018 is in opdracht van de landelijke wetenschapsorganisaties herzien. Daarmee actualiseert de onderzoekssector zijn eigen normen voor zorgvuldig en betrouwbaar wetenschappelijk handelen.

De uitgangspunten veranderen niet. Eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid blijven de vijf leidende principes. Wel is de uitwerking daarvan aangepast. Daarbij ligt het accent minder op verboden en overtredingen en meer op de manier waarop onderzoekers in de praktijk invulling kunnen geven aan wetenschappelijke integriteit.

Een andere belangrijke verandering is dat integriteit nadrukkelijker als een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt beschouwd. Niet alleen individuele onderzoekers, maar ook onderzoeksinstellingen hebben een taak bij het waarborgen ervan. De zorgplichten van instellingen zijn daarom uitgebreid. Daarnaast geeft de nieuwe code duidelijker aan hoe moet worden omgegaan met vermoedens van schendingen en hoe de klachtenprocedure verloopt.

Vertrouwen in wetenschap
De gedragscode vormt het algemene kader voor wetenschappelijke integriteit bij onder meer universiteiten, universitair medische centra, hogescholen en onderzoeksinstituten. Het uitgangspunt is dat betrouwbaar onderzoek noodzakelijk is om wetenschappers in staat te stellen voort te bouwen op elkaars werk. Tegelijkertijd is integriteit van belang voor het vertrouwen van de samenleving in wetenschap en voor de maatschappelijke betekenis van onderzoek.

Van fundamenteel tot praktijkgericht onderzoek
De code is breed toepasbaar. Zij geldt ongeacht de wetenschappelijke discipline, de wijze van financiering of het type onderzoek. Zowel fundamenteel als toegepast en praktijkgericht onderzoek valt eronder, net als publiek en privaat gefinancierde projecten. Ook beperkt de werking van de code zich niet tot de uitvoering van onderzoek. De normen gelden gedurende het gehele onderzoeksproces, vanaf de voorbereiding en het ontwerp tot de verslaglegging, peer review en communicatie over de uitkomsten. Nieuwe technologieën vormen daarop geen uitzondering. Ook wanneer onderzoekers bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie inzetten, moeten zij zich houden aan de principes en standaarden van de gedragscode.

Verantwoordelijkheid van onderzoeksinstellingen
De herziene code besteedt daarnaast nadrukkelijk aandacht aan de omgeving waarin onderzoekers hun werk verrichten. Onderzoeksinstellingen moeten omstandigheden creëren waarin integer handelen wordt gestimuleerd en beschermd. Dat betekent onder meer dat wetenschappelijke integriteit een vaste plaats moet krijgen in het beleid en de organisatie. Van bestuurders en leidinggevenden wordt verwacht dat zij de uitgangspunten actief uitdragen en ervoor zorgen dat integriteit binnen verschillende lagen van de organisatie regelmatig aan de orde komt. Voor situaties waarin twijfel ontstaat over de integriteit van onderzoek bevat de code richtlijnen voor de behandeling van klachten. Vermoedelijke schendingen moeten via een zorgvuldig ingerichte procedure worden onderzocht. De code verduidelijkt daarbij welke verantwoordelijkheden onderzoekers, bestuurders en andere betrokkenen hebben en welke maatregelen mogelijk zijn wanneer daadwerkelijk is vastgesteld dat de normen niet zijn nageleefd.

Bron: KNAW

Laatste nieuws