Academische vrijheid

Lees hier de scriptie Academische vrijheid en de Europese rechtsstaat van Joost Leegwater (Masterscriptie Open Universiteit, afstudeerrichting Internationaal en Europees recht, cijfer: 9,5, scriptiebegeleider: prof. dr. Jan Willem Sap, examinator: mr. dr. Ria Slegers)

In de scriptie van Joost Leegwater wordt de juridische borging van academische vrijheid in Nederland geanalyseerd aan de hand van het nationaal- en Europeesrechtelijk kader. In Nederland wordt academische vrijheid primair als niet-afdwingbaar beginsel beschouwd dat in concrete geschillen weinig extra bescherming biedt. Academici zijn voor hun bescherming daarom hoofdzakelijk aangewezen op de vrijheid van meningsuiting onder artikel 10 EVRM. De Nederlandse rechtspraak lijkt daarbij echter een te strikte lijn te hanteren en aan de academische context minder gewicht te geven dan aan een verstoorde arbeidsrelatie. Ook aan artikel 13 van het EU-Handvest voor de grondrechten (HVEU) kan meer bescherming worden ontleend dan vaak verondersteld wordt. Zolang een kwestie binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt, biedt dit artikel mogelijkheden voor de bescherming van institutionele autonomie. Omdat academische vrijheid ook steeds meer gezien kan worden als een onlosmakelijk onderdeel van de Europese rechtsstaat, kunnen instrumenten ter bescherming van de rechtsstaat mogelijk eveneens worden ingezet. Het opschorten van EU-financiering in geval van ernstige schendingen van de academische vrijheid is daarvan een voorbeeld. Voor een effectieve waarborg van de academische vrijheid is een stevigere juridische verankering in de WHW en een verdere uitwerking van artikel 13 HVEU noodzakelijk.

Over de auteur(s)