Het zoeken naar relevante juridische informatie lijkt vaak op het zoeken naar een naald in een hooiberg, of eigenlijk naar een naald tussen duizenden hooibergen die steeds sneller steeds groter worden. Het recht is overal aanwezig en steeds beter digitaal toegankelijk, maar juist daardoor ook minder overzichtelijk. Relevante regels en uitspraken zijn verspreid en de hoeveelheid beschikbare rechtspraak blijft toenemen. Dit maakt het moeilijk om te bepalen waar men moet beginnen en welke uitspraken werkelijk van belang zijn. Voor burgers, juristen en onderzoekers wordt het daardoor steeds lastiger om het recht te vinden, te begrijpen en toe te passen. De problemen die hieraan ten grondslag liggen zijn veelzijdig. Deze dissertatie van Iris Schepers zoomt in op twee daarvan. De eerste is fragmentatie: rechten en rechtsbeginselen zijn verspreid over verschillende bronnen en rechtslagen, waardoor niet altijd duidelijk is bij welke jurisdictie of welk instrument moet worden aangesloten. De tweede is proliferatie: de hoeveelheid juridische informatie groeit sneller dan deze kan worden gelezen en verwerkt. Samen maken deze factoren het juridische landschap moeilijk te navigeren. Tegen deze achtergrond onderzoekt dit proefschrift hoe methoden uit de data science kunnen worden ingezet om structuur aan te brengen in grote corpora van rechtspraak. Het onderzoek verkent hoe computationele methoden kunnen helpen invloedrijke uitspraken te identificeren en rechtsontwikkeling zichtbaar te maken. Centraal in het onderzoek staan citaties tussen rechterlijke uitspraken: verwijzingen naar eerdere uitspraken, wetgeving of verdragen. Zij leggen expliciete relaties vast tussen juridische beslissingen en laten zien hoe een uitspraak zich verhoudt tot bestaand gezag. Omdat citaties zowel verbindingen creëren tussen uitspraken als onderdeel zijn van juridische argumentatie, vormen zij een geschikt aanknopingspunt om structuur aan te brengen in corpora van rechtspraak. Het onderzoek combineert computationele analyse van citatiepatronen met traditionele doctrinaire interpretatie. Het laat zien dat large language models eenvoudige kenmerken en citaties in rechterlijke uitspraken automatisch kunnen extraheren, maar dat het betrouwbaar identificeren van citaties complex blijft. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre kenmerken van een uitspraak kunnen voorspellen of deze later zal worden geciteerd. Metadata blijken bruikbaar om uitspraken te identificeren die waarschijnlijk geen grote rol zullen spelen in latere rechtspraak. Dit kan helpen de aandacht te richten op potentieel invloedrijke uitspraken. Door uitspraken via hun citaties met elkaar te verbinden, wordt zichtbaar hoe juridische invloed zich door het recht beweegt en welke beslissingen een centrale positie innemen. Netwerkanalyse kan helpen zogenoemde ‘landmark cases’ te identificeren. Toepassing op het recht op huisvesting laat zien dat internationale normen vaak via een beperkt aantal nationale ‘gateway cases’ doorwerken in nationale rechtspraak. Nederlandse rechters verwijzen vooral naar internationale normen wanneer bescherming onder nationaal recht relatief zwak is. De resultaten laten zien dat deze technieken juridisch onderzoek kunnen ondersteunen door grote hoeveelheden rechtspraak overzichtelijker te maken en onderzoekers te helpen mogelijke ‘naalden’ te vinden. Tegelijkertijd kan technologie het juridische oordeel niet vervangen: uiteindelijk blijft het aan juristen om te bepalen welke naald werkelijk de juiste is.
Schepers verdedigde haar proefschrift op 23 april 2026 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Promotoren: prof. mr. dr. Michel Vols, prof. dr. Martijn Wieling, en prof. mr. dr. Michelle Bruijn.
Iris Schepers
Collecting and Connecting: A Computational Contribution to Comprehending Citations
in Case Law
Het proefschrift is beschikbaar in de repository van de universiteit.