Geschilbeslechting in de medische vervolgopleiding

Onbekendheid van opleiders met de opleidingsregelgeving bij de beoordeling van artsen in opleiding tot specialist (aios) kan nadelig uitpakken voor de kwaliteit van zorg. Het promotie-onderzoek van psychiater/jurist Judith Godschalx bestreek een niche betreffende de geschilbeslechting tussen artsen en hun opleiders waarin kennis over mediation, onderwijs-, arbeids- en gezondheidsrecht samenkomen. De opleider is in Nederland persoonlijk verantwoordelijk voor het beëindigen van de medische vervolgopleiding indien een arts ondanks adequate begeleiding onvoldoende blijft functioneren en/of ongeschikt is voor het specialisme. De regels voor de geschiktheidsbeoordeling binnen het competentiegericht opleiden zijn neergelegd in het Kaderbesluit College Geneeskundig Specialismen (CGS). Deze opleidingsstandaarden en regelgeving zijn gebaseerd op de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De eerste stap bij geschilbeslechting bestaat uit een verzoek van de aios tot mediation binnen de opleidingsinstelling zelf, eventueel gevolgd door mediation bij de landelijke geschillencommissie van de Registratie Commissie Geneeskundig Specialismen (RGS) of bij de rechtbank. Deze landelijke geschillencommissie biedt de artsen Alternative Dispute Resolution (ADR), wat kan resulteren in opleidingsbeëindiging of begeleiding binnen een andere instelling.

Het onderzoek betrof de werking van opleidingsregels bij opleidingsgeschillen, alsmede de toepassing van het arbeids- en het onderwijsrecht en wat daarvan valt te leren. Opleidingsziekenhuizen werden bevraagd over hun aanpak en uitkomsten bij mediation. Artsen waren terughoudend met verzoeken om interne mediation bij de opleidingscommissie en deden dat vooral bij sterk geëscaleerde conflicten. De meeste artsen die hun geschil over opleidingsbeëindiging binnen het ziekenhuis hadden voorgelegd (120 artsen, gemiddeld 1,2% van hun populatie) herhaalden daarna hun bemiddelingsverzoek bij de landelijke RGS geschillencommissie (onderzochte periode 2010-2021). Ongeveer 70% van de artsen die de opleiding moesten verlaten was met een onvoldoende beoordeeld op ten minste drie competenties, meestal communicatie, medische expertise en professionaliteit. De daarmee samenhangende patronen van onprofessioneel gedrag betroffen gebrekkige interactie/omgang met feedback (zelfreflectie/introspectie), gebrekkige inzet of onbereikbaarheid en soms een gebrek aan integriteit, zoals cv-fraude of ziekenhuismedicatie meenemen voor eigen gebruik. De succeskansen in geschilbeslechting verschilden per specialisme in termen van de uiteindelijke registratie als specialist, mogelijk vanwege verschillen in regelgeving voor be­­oordeling, begeleiding en opleidingsbeëindiging (de succeskansen tot opleidingsvoortzetting en specialistregistratie waren 17 en 3 % voor huisartsgeneeskunde en 43 en 18% voor ziekenhuisspecialismen). Het aantal geschillen bij de landelijke commissie evenals het aantal uitspraken in het voordeel van de arts daalde na de start van het onderzoek significant (van 56% in 2021 tot 17% in 2024).

Rechters respecteren, bij marginale toetsing (art. 7:904 lid 1 BW), doorgaans het oordeel van de RGS geschillencommissie, al werden er vanwege de aanzienlijke gevolgen voor het loopbaanperspectief van de arts hoge motiveringseisen aan het bindend advies van de geschillencommissie gesteld. Juridische uitspraken over opleidingsgeschillen zoals onderzocht zijn een waardevolle bron voor opleiders, opleidingsziekenhuizen en medische beroepsverenigingen om de regelgeving, en daarmee de kwaliteit van het proces van begeleiding, beoordeling en opleidingsbeëindiging, te verbeteren, inclusief de daarmee samenhangende docentprofessionalisering. 

Godschalx promoveerde op 8 april 2026 aan de Universiteit Maastricht. Promotor: prof. dr. Walther van Mook, copromotor: mr. dr. Rankie ten Hoopen.  


Judith Godschalx 
Learning from Law Cases: Exploring Regulations on Residents’ (Un)professional Performance in Postgraduate Medical Education 


Uitgave: 8 april 2026, Universiteit Maastricht
Optima Grafische Communicatie (OGC) Rotterdam 
ISBN 978 94 6534 222 1

Over de auteur(s)