Nederlands Juristenblad 16
6 mei 2026
2026/5
Naar een evenwichtig zekerhedenrecht?
Het voorontwerp Wet modernisering pandrecht en cessie beoogt onder meer het zekerhedenrecht aan te passen aan het digitale tijdperk en de toegang tot financiering – met name voor het mkb – te verbeteren. Door het registratievereiste te vervangen door een vaste dagtekening en het grondslagvereiste grotendeels te schrappen, wil de wetgever de administratieve lasten verminderen en een gelijker speelveld creëren tussen bancaire en non-bancaire financiers. Maar deze hervormingen gaan veel verder dan een technische modernisering. Zij leiden tot een fundamentele systeemwijziging die het evenwicht tussen financiers en handelscrediteuren verder uit het lood zet. De taxatie van de wetgever dat schrapping van het grondslagvereiste leidt tot een level playing field is onhoudbaar. De schrapping zorgt er juist voor dat andere schuldeisers dan de eerste financier – anders dan in het huidige stelsel – in de regel geen enkele kans meer zullen hebben op eersterangs zekerheid op vorderingen op naam.

[verder lezen in InView]

Mondelinge onderdelen van de civiele procedure
De rol van ervaren procedurele rechtvaardigheid
In een civiele procedure wordt de mondelinge behandeling (na antwoord), ook wel het hart van de procedure genoemd. Het wettelijk uitgangspunt is dat in principe in alle civiele handelszaken een mondelinge behandeling plaatsvindt. Dat gebeurt echter vaak niet. Ook van de sinds 2017 bestaande mogelijkheid om mondeling eindvonnis te wijzen (in plaats van schriftelijk) maakt de rechter nog maar weinig gebruik. En slechts weinig mensen komen in kantonzaken naar de rolzitting om hun kant van het verhaal mondeling uiteen te zetten (in plaats van schriftelijk). Van de mondelinge elementen in civiele procedures wordt dus maar beperkt gebruik gemaakt. In dit artikel staat de vraag centraal: dragen de mondelinge elementen in de civiele procedure bij aan de ervaren procedurele rechtvaardigheid?

[verder lezen in InView]

De kosten van de strijd tegen de no-cure-no-pay-rechtshulp
In het debat over no-cure-no-pay-bureaus die onder meer in WOZ- en bpm-zaken optreden is het dominante narratief dat bestuursorganen en rechtbanken worden overweldigd door een eindeloze hoeveelheid zaken van gering belang waarin procederende burgers weinig te winnen hebben. Dat beeld miskent het feit dat deze rechtshulpverleners kunnen voorzien in een reële behoefte aan toegang tot de rechter én het onvermogen van bestuursorganen en rechtspraak om dit soort zaken op effectieve wijze te behandelen. Deze bijdrage bevat een analyse van de problematiek en doet suggesties hoe de voordelen van de no-cure-no-pay-praktijk voor de democratisering van de toegang tot het recht kunnen worden behouden, zonder dat het rechtssysteem vastloopt.

[verder lezen in InView]

Generatieve AI en de herconfiguratie van juridische legitimiteit
Over institutionele roltoedeling, kennisproductie en de transformatie van professionele verantwoordelijkheden
Juridisch werk berust al eeuwen op een ogenschijnlijk vanzelfsprekende verdeling: inhoudelijke expertise ontstaat binnen de beroepsgroep en normatieve legitimiteit wordt verleend via formele roltoedeling. Deze twee pijlers, kennis en mandaat, versterken elkaar en creëren een stabiel institutioneel model waarin juridische handelingen herkenbaar, verantwoord en gezaghebbend zijn. AI verandert die configuratie niet door een mensachtige deelnemer te willen worden, maar door een deel van de kennisproductie uit de beroepsgroep te verplaatsen. Daarmee ontstaat een nieuwe institutionele vraag: niet of AI juridisch kan denken, maar hoe het juridische systeem moet omgaan met een epistemische verschuiving zonder de legitimiteit van diens beslissingen te ondermijnen.

[verder lezen in InView]

Eerder verschenen
NJB 15 (2026)
22 april 2026
NJB 14 (2026)
15 april 2026
NJB 13 (2026)
8 april 2026
NJB 12 (2026)
1 april 2026
NJB 11 (2026)
25 maart 2026