Artikelen van Frank Verstijlen

TijdschriftNJB 27 (2020)
Achter gesloten deuren
Nelleke Koffeman en Karin de Vries
In deze bijdrage wordt de bezoekregeling verpleeghuizen getoetst aan het recht op respect voor het gezinsleven en voor het privéleven van artikel 8 EVRM. Geconcludeerd wordt dat deze bezoekregeling een vergaande inmenging vormt in het recht op respect voor gezins- en privéleven van bewoners en hun naasten. Sinds 28 april ontbeert deze inmenging een wettelijke basis in de zin van artikel 8 EVRM, en vormt daarmee een schending van het verdrag. De bestaande kaders lijken bovendien te veel uit te gaan van de gedachte dat bezoek weer mág worden toegestaan en te weinig van het besef dat bezoek ook weer móet worden toegestaan wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is met inachtneming van het besmettingsrisico.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Whoa: omkering van waarden
Frank Verstijlen
De Wet homologatie onderhands akkoord is door de Tweede Kamer aanvaard. Op de valreep is een aantal amendementen aangenomen die in een tijdsbestek van weken een wetsvoorstel met een voorbereiding van jaren fundamenteel hebben veranderd. Er waait een nieuwe wind in het goederen- en insolventierecht. Het devies blijft: voorwaarts met de Whoa, ook al maakt die wat deukjes in het systeem.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Straatsburgse jurisprudentie en Nederlandse cassatierechtspraak
Matthias Borgers
Het proces van inpassing van Straatsburgse jurisprudentie in de nationale rechtsorde leidt soms tot complexe vragen. De nationale rechter moet, zo zou men kunnen zeggen, zich dan immers buigen over zowel de statische als de dynamische interpretatie van het EVRM en de Straatsburgse jurisprudentie. In deze bijdrage wordt een korte schets gegeven van de wijze waarop dat proces verloopt. De bijdrage spitst zich toe op de wijze waarop de Hoge Raad in recente rechtspraak de Straatsburgse jurisprudentie over het horen van getuigen heeft verwerkt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Het wetsvoorstel Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind schiet zijn doel voorbij
Dirk de Loor
Het wetsvoorstel Adviesrecht voor gemeenten bij de procedure rond beschermingsbewind wegens problematische schulden schiet zijn doel voorbij. De doelen van het voorstel kunnen beter op een andere manier worden bereikt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

8 juli 2020
TijdschriftNJB 32 (2018)
De verjaring voorbij
Frank Verstijlen
Met de work-around die de Hoge Raad in het Gemeente Heusden/M. c.s. heeft gevonden, heeft hij artikel 3:105 BW uitgehold en de bestolen eigenaar een kans gegeven ‘zijn’ zaak terug te krijgen. Een belangrijke plus. Maar daar staat tegenover dat daarvoor enig geweld moest worden toegepast op het systeem. Hoeveel geweld is geoorloofd om een nobel doel te bereiken? En wat zijn de implicaties van die systeemaanpassing, bijvoorbeeld op het terrein van de ongerechtvaardigde verrijking?


Lees het hele artikel in Navigator.

Gelijke gevallen?
Irene van Oorschot
Dit artikel beoogt enerzijds te laten zien hoe Wermink, De Keijser en Schuyt in 2012 met hun artikel ‘Verschillen in straftoemeting in soortgelijke zaken: Een kwantitatief onderzoek naar de rol van specifieke kenmerken van de dader’ (NJB 2012/647) een eigen en specifieke werkelijkheid schiepen. Ingezoomd wordt op de manier waarop de onderzoekers verschillen en overeenkomsten aanbrachten in hun data en hoe deze methode de strafrechtelijke praktijk heeft vormgegeven. Dat beeld wordt gecontrasteerd met de manier waarop politierechters zelf hun zaken zien. Dat deel van het artikel concentreert zich op de manier waarop de politierechters verschillen en overeenkomsten tussen zaken zien en hoe ze deze verschillen en overeenkomsten gevolg geven in hun straftoemetingsbeslissingen. Door deze twee manieren van verschillen maken te contrasteren ontstaat meer duidelijkheid over de precieze aard van de controverse, en kan ook een aantal aanbevelingen worden gedaan voor de verdere bestudering van discriminatie en strafrecht.


Lees het hele artikel in Navigator.

Gedwongen zorg in de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz
Sofie Steen en Brenda Frederiks
In dit artikel aandacht voor een aantal verschillen tussen de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz, wat betreft de procedures voor gedwongen zorg. Daartoe worden eerst de begrippen onvrijwillige zorg en verplichte zorg besproken, gevolgd door een toelichting op de procedures om deze vormen van zorg te mogen toepassen. Het belangrijkste verschil tussen deze procedures is dat in de Wet verplichte ggz altijd een rechter meekijkt naar de te verlenen verplichte zorg, terwijl in de Wet zorg en dwang de beslissingen over alle vormen van onvrijwillige zorg volledig bij de betrokken zorgprofessionals worden gelegd. Welke gevolgen heeft dat voor de rechtsbescherming van de personen waarop de twee wetten betrekking hebben?


Lees het hele artikel in Navigator.

Het indirecte belang van artikel 7 VEU
Ronald Janse
Als een lidstaat de waarden van artikel 2 VEU, waaronder de rechtsstaat, schendt, dan riskeert hij dat de artikel 7-procedure tegen hem wordt ingezet. De eerste fase van deze procedure kan ertoe leiden dat de Europese Raad ‘constateert’ dat er in de lidstaat een ‘duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van artikel 2’ en aanbevelingen doen (artikel 7 lid 1). Daarvoor is een meerderheid van viervijfde van de stemmen nodig. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan kan de Europese Raad ‘een ernstige en voortdurende schending van de in artikel 2 bedoelde waarden door een lidstaat constateren’ (artikel 7 lid 2).


Lees het hele artikel in Navigator.

Enkele kanttekeningen bij artikel Soetenhorst
Simon van der Linde en Rimco Spanjer
Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het artikel van collega Soetenhorst in het NJB van 14 september j.l. Het is goed dat in de kolommen van het Nederlands Juristenblad aandacht wordt geschonken aan de open access materie, want die raakt ons allen.


Lees het hele artikel in Navigator.

27 september 2018
TijdschriftNJB 16 (2014)
Pre-packing in the Netherlands
Frank Verstijlen
Er staat een nieuwe ster in de coulissen van het insolventierecht: de ‘stille bewindvoerder’ of (zoals deze figuur volgens het voorontwerp voor een Wet Continuïteit Ondernemingen I zal heten) de ‘beoogd curator’. Deze beoogd curator in een pre-pack vervult zijn functie in moeilijke omstandigheden. Er is nog generlei insolventieprocedure geopend, waaraan hij bevoegdheden kan ontlenen, maar insolventie zal al wel aanwezig of toch ten minste imminent zijn. Toch werpen zijn handelingen hun schaduw vooruit op het aanstaande faillissement; sterker nog, in de regel zullen die handelingen bepalend zijn voor dat faillissement. Dat is een fundamenteel andere positie dan die van de curator. Het voorontwerp knoopt in dat licht wat al te gemakkelijk aan bij de curator. De figuur van de beoogd curator verdient een verder doordachte uitwerking en bevoegdheden die toegesneden zijn op de gevaren waarmee de betrokkenen bij de pre-pack (waaronder degenen die in deze periode met de schuldenaar contracteren) worden geconfronteerd.
Preventieve hechtenis in Veen
Adriaan Wierenga en Jan Brouwer
Maakte Justitie misbruik van haar strafvorderlijke bevoegdheden door op 30 december vorig jaar álle bezoekers van een café in Veen aan te houden nadat een groep relschoppers het café was binnengevlucht? Het antwoord luidt bevestigend. Wat we missen in Nederland is een goed uitgedachte regeling tot preventieve bestuurlijke detentie. Die kan niet alleen bijdragen aan het voorkomen van openlijke geweldpleging, maar ook aan het oneigenlijk inzetten van strafvorderlijke middelen. Hiervoor is heus ruimte binnen de grenzen van het EVRM.
Het bewaren van DNA-profielen van ‘onschuldige en andere’ vrijgesprokenen
Marius Duker
Ten behoeve van de toepassing van de Wet herziening ten nadele zouden reeds beschikbare DNA-profielen van vrijgesprokenen aan nieuw onderzoek kunnen worden onderworpen. Dat zou bij uitstek de manier zijn om een eventueel novum aan het licht te brengen. Op basis van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken worden DNA-profielen na een vrijspraak echter vernietigd. En dus ligt er nu een ontwerpbesluit ter aanpassing van het DNA-besluit waarin wordt geregeld dat geen vernietiging plaatsvindt van in een strafzaak verkregen DNA-profielen van al diegenen, inclusief minderjarigen, die onherroepelijk zijn vrijgesproken ter zake van een misdrijf waarmee opzettelijk de dood van een ander is veroorzaakt. Deze bijdrage onderzoekt of de bewaarregeling verenigbaar is met het recht op privacy en met de onschuldpresumptie.
Reactie
Hans Storm
Reactie op ‘De onzichtbare cassatieschriftuur’
24 april 2014
TijdschriftNJB 31 (2013)
Contract en boedelschuld tussen partijautonomie en paritas
Frank Verstijlen
April 2013 was een vruchtbare maand voor het insolventierecht. In twee arresten omarmde de Hoge Raad een nieuw boedelschuldcriterium, introduceerde hij een criterium voor faillissementsschulden en wierp hij een nieuw licht op de plaats van het contract binnen faillissement. De nieuwe koers is positief te waarderen, maar roept toch vragen en ook wel bedenkingen op. Leidt hij tot een consistent en hanteerbaar systeem, met een adequaat evenwicht tussen de belangen van contractspartijen en van de bij de boedel betrokken belangen, tussen partijautonomie en paritas?
Het Sociaal Akkoord
Robin Kötter
Acrobatiek in de politiek?
Acrobaten staan bekend om hun behendigheid. Bij hun acts komt het vooral aan op timing en evenwichtsgevoel. In een tijd van economische crisis en grote werkloosheid zijn de ontwikkelingen in de politieke arena voor werkenden en werkzoekenden spannend en soms ook ingrijpend. Een verkeerde beslissing in de politieke arena kan immers ook voor dit publiek grote gevolgen hebben. Ook in de politieke piste komt het aan op de juiste timing en gevoel voor evenwicht. Wannéér voorgenomen sociaal-economische maatregelen worden ingevoerd, speelt een rol en ook is het van belang om het juiste evenwicht op de arbeidsmarkt te vinden tussen factoren als vraag en aanbod, flexibiliteit en zekerheid, insiders en outsiders en jong en oud. Ondoordachte beslissingen kunnen grote gevolgen krijgen waardoor werkenden en werkzoekenden de aansluiting missen en diep kunnen vallen. In dit artikel zal in het bijzonder worden ingegaan op de posities van ouderen en jongeren op de arbeidsmarkt en de effecten die werkgevers en werknemers van de in het Sociaal Akkoord aangekondigde maatregelen kunnen verwachten.
Het Europees recht en de bescherming van kwetsbare slachtoffers van misdrijven
Tomas Königs, Sohail Wahedi en No Records.
Kritische kanttekeningen bij Richtlijn 2012/29/EU
De Richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten biedt een hoge mate van bescherming aan bijzonder kwetsbare slachtoffers zoals kinderen, bijvoorbeeld waar het nodig is dat zij ondervraagd worden of moeten getuigen. Het is echter de vraag of de wijze waarop de Richtlijn deze bescherming biedt aan kindslachtoffers te verenigen is met het recht van de verdachte op een eerlijk proces.
Verhoging griffierecht hoger beroep en cassatie
Sjef van Swaaij
Inconsequent en zwakke argumentatie
Terrorisme on-Nederlands?
Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira
13 september 2013
TijdschriftNJB 11 (2013)
Van bestuurders, onrecht en verwijtbaarheid
Frank Verstijlen
De persoonlijke onrechtmatigedaadsaansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen geeft al decennialang aanleiding tot een schier onuitputtelijke en nogal ondoorgrondelijke rechtspraak. Duidelijk is wel dat de Hoge Raad, zoals dat tegenwoordig heet, ‘aan de knoppen aan het draaien is’. Met name het vereiste van het (persoonlijk) verwijt wordt gehanteerd om de aansprakelijkheidsrisico’s van bestuurders te temperen. Een recent arrest (HR 23 november 2012, Van de Riet/Hoffman), dat een nieuw licht op deze materie werpt, is aanleiding om de vraag te stellen waar nu de grenzen liggen en of de verwijtbaarheid wel het meest geschikte aanknopingspunt is om de rechtsontwikkeling te sturen.
Kenmerken Nederlanders die de rechtspraak wantrouwen zich door institutioneel wantrouwen in het algemeen?
Peter Achterberg en Peter Mascini
Aan de hand van een recent (in 2012) uitgevoerde enquête onder een representatieve uitsnede van de bevolking, onderzoeken de auteurs of wantrouwen ten aanzien van de rechtspraak deel uitmaakt van een meer algemeen institutioneel onbehagen. Ze vinden dat wantrouwen tegenover de rechtspraak samenvalt met andere vormen van institutioneel wantrouwen bijvoorbeeld wantrouwen in de media, de wetenschap en de politiek. Ook vinden ze dat wantrouwen ten aanzien van de rechtspraak voorkomt onder exact dezelfde groepen die ook uitblinken in wantrouwen ten aanzien van andere instituties: mannen, lager opgeleiden, ouderen en achterbannen van niet-gevestigde politieke partijen. Zij sluiten af met een bespreking van de beleidsmatige relevantie van de centrale conclusie dat wantrouwen ten aanzien van de rechtspraak deel uitmaakt van een bredere cultuur van institutioneel onbehagen.
Ben ik wel transparant genoeg?
Hugo Arlman
De meeste burgers kan de transparantie van de rechtspraak gestolen worden, tenzij er een spannende affaire in de publiciteit rondwaart.
Naschrift bij Ben ik wel transparant genoeg?
Henk Griffioen en Corien Prins
Reactie op NBW: Vanaf het begin verouderd?
W.J. Slagter
15 maart 2013