Bert Marseille is als hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische bestudering van het bestuursrecht, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij onder meer lid van de bezwaaradviescommissies van de gemeente Delfzijl en de provincie Drenthe, voorzitter van de redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrechter en annotator voor Ars Aequi. Zijn onderzoek richt zich op procedures van geschilbeschlechting, in het bijzonder die in het bestuursrecht. Gedurende de afgelopen jaren deed hij, samen met onder meer Kars de Graaf, Derek Sietses, Hanna Tolsma, Boudewijn de Waard, Heinrich Winter en Marc Wever, onderzoek naar de informele aanpak van bezwaren door bestuursorganen,de comparitie bij de Kantonrechter, de Nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht, de toepassing van de bestuurlijke lus door bestuursrechtelijke appelinstanties, de motieven voor het instellen van hoger beroep in het civiele, het straf- en het bestuursrecht en het functioneren van de bezwaarprocedure in de gemeente Tilburg.

Artikelen van Bert Marseille

TijdschriftNJB 41 (2019)
Snelheid, maatwerk en finaliteit in bestuursrechtelijke procedures bij de rechtbank
Bert Marseille en Marc Wever
De bestuursrechtspraak heeft het afgelopen decennium een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De bestuursrechter is van een tamelijk afstandelijke besluitentoetser veranderd in een betrokken communicator die snel werkt, maatwerk levert en de geschillen finaal beslecht althans, dat is het beeld dat uit de beleidsstukken van de bestuursrechters zelf naar voren komt. Om erachter te komen in hoeverre dat beeld met de werkelijkheid overeenstemt, hebben de auteurs een representatieve dwarsdoornede van uitspraken van de elf rechtbanken uit 2018 geanalyseerd. Het beeld dat daaruit over het functioneren van de bestuursrechtspraak naar voren komt, is genuanceerd maar stemt tegelijkertijd optimistisch.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter-plaatsvervanger
Ashley Terlouw en Mienke de Wilde
Rechters worden aangemoedigd eens in de zoveel tijd van sector te wisselen om het risico te verkleinen dat zij uiteindelijk op de automatische piloot beslissen. Ook ligt binnen de raadkamer altijd het gevaar van tunnelvisie op de loer. Er is gelukkig een voor de hand liggende oplossing om tunnelvisie en beslissen op de automatische piloot te voorkomen: de inzet van outsiders binnen de rechtspraak. Organisatorisch kost deze optie niet veel extra moeite. Er hoeft geen heel nieuw systeem te worden opgezet om outsiders toe te laten in de rechtspraak: ze zijn er al en ze heten ‘rechters-plaatsvervangers’. Wat is er voor nodig om de ‘frisse blik’ van deze outsiders beter tot zijn recht te laten komen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Wettelijk geregelde zaakstoedeling
Ulli d’Oliveira
Het recht op een eerlijk proces, binnenkort in onze grondwet opgenomen, impliceert het recht op een op grond van duidelijke criteria van te voren in of bij wet vastgelegde rechter in individuele zaken. Zo’n zaakstoedelingsregeling is er nu nog niet. Het werk eraan onder de paraplu van de Raad voor de rechtspraak is moeizaam en wordt extra bemoeilijkt door de aangekondigde inzet van flexrechters.


Lees het hele artikel in Navigator.

Partijdige rechtspraak
Paul Ruijs
Er is nog steeds het nodige af te dingen op de vermeende rechterlijke onafhankelijkheid in Nederland. Het bijbanenregister wordt door vele rechters niet of onvolledig ingevuld, nalatigheid in deze wordt met de mantel der liefde bedekt en ook de zaakstoedeling is een volstrekt schimmig gebeuren. Laat dat zaaksregister maar zitten en scherp daarentegen de verschoningplicht aan en laat rechters vóór acceptatie van een nieuwe zaak een verklaring ondertekenen dat ze volledig ‘vrij staan’ tegenover personen uit het voor hen liggende dossier.


Lees het hele artikel in Navigator.

27 november 2019
TijdschriftNJB 13 (2019)
Stelplicht, bewijslastverdeling en de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces
Ilou Felix en Alexander Schild
Om de vraag te beoordelen of een verdachte schadeplichtig is naar burgerlijk recht, moet de strafrechter in het strafproces zijn ‘civiele bril’ opzetten. De Hoge Raad heeft overwogen dat in de voegingsprocedure de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken gelden, en niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering. De voegingsprocedure functioneert echter in hoge mate als een schadebegrotingsprocedure. Het past bij de aard van deze procedure te aanvaarden dat de benadeelde partij een onderbouwingsplicht heeft. Het vasthouden aan de civiele regels voor stelplicht en bewijslastverdeling lijkt daarnaast niet zinvol.


Lees het hele artikel in Navigator.

De civiele rechter in Nederland op de schopstoel
Jan Vranken en Marnix Snel
De inktzwarte kritiek in het HiiL-rapport Menselijk en rechtvaardig. Is de rechtspraak er voor de burger? op de civiele rechtspraak in Nederland is tendentieus, eenzijdig en gemakzuchtig. De oplossing, een civiele rechter als problem solver, klinkt woest-aantrekkelijk, maar getuigt bij nadere analyse van wensdromen of, erger, van gevaarlijke arrogantie waar Jan Leijten 50 jaar geleden al voor waarschuwde. De Raad voor de rechtspraak en Minister Dekker spiegelen, net als HiiL, ‘de burger’ verwachtingen over een probleemoplossende rechter voor waarvan op voorhand vast staat dat die niet waargemaakt kunnen worden. Het zou ook in de professionele standaarden tot uitdrukking moeten komen. Iedere suggestie, laat staan eis, dat een civiele overheidsrechter het onderliggende probleem oplost, is verkeerd.


Lees het hele artikel in Navigator.

De opgedrongen bestuursrechter
Manon Hermans
Er komt een Instituut Mijnbouwschade Groningen, dat door middel van het nemen van besluiten in de zin van de Awb aardbevingsclaims zal afhandelen. Daartegen bestaat weerstand en wantrouwen. Dit wantrouwen en het feit dat Groningers de NAM niet meer kunnen aanspreken, moeten bij het behandelen van het wetsvoorstel serieus genomen worden. De wetgever, en uiteindelijk de praktijk, zullen de gedupeerde Groningers moeten overtuigen dat de bestuursrechtelijke rechtsgang daadwerkelijk de beste oplossing is.


Lees het hele artikel in Navigator.

Geef de bestuursrechter het voordeel van de twijfel
Janet van de Bunt
Een wetsvoorstel is in voorbereiding om de aardbevingsschade van inwoners van Groningen voortaan exclusief te laten afhandelen via de publieke weg door het Instituut Mijnbouwschade, een nog op te richten zelfstandig bestuursorgaan. De civiele weg zal voor het verhaal van die schade geheel worden afgesloten. Tegen de besluiten van het instituut kunnen gedupeerden de in het bestuursrecht gebruikelijke rechtsgang volgen: zij kunnen in bezwaar gaan bij het bestuursorgaan en (hoger) beroep aantekenen bij de bestuursrechter.


Lees het hele artikel in Navigator.

Mijnbouwschadegeschillen
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
In haar bijdrage Mijnbouwschade in Groningen. Waar is de civiele rechter? stelt Ruth de Bock dat mijnbouwschadegeschillen onder het concept-wetsvoorstel Wet Instituut Mijnbouwschade Groningen bij de bestuursrechter niet de behandeling zullen krijgen die ze verdienen. Die stelling berust op een onjuist beeld van de bestuursrechtelijke besluitvormings- en geschilbeslechtingsprocedure. We geven kort de argumenten van De Bock weer, om die vervolgens te weerleggen.


Lees het hele artikel in Navigator.

3 april 2019
TijdschriftNJB 2 (2019)
Een aantal dilemma’s voor de privacywetenschap
Bart van der Sloot
In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal vragen en dilemma’s dat momenteel aanleiding geeft tot veel intense discussies binnen de privacywetenschap. Voor het beantwoorden van deze vragen zou aansluiting kunnen worden gezocht bij reeds bestaande sectorspecifieke regelingen, bijvoorbeeld uit de medische sector. Echter, dergelijke sectorspecifieke regelingen bieden slechts nadere richtsnoeren ten aanzien van een beperkt aantal van de in deze bijdrage opgeworpen vragen. Daarenboven zijn ze vaak moeilijk veralgemeniseerbaar. Het zou daarom raadzaam zijn als er nadere standaarden en richtlijnen worden opgesteld voor de wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid, in ieder geval voor de privacywetenschap, maar wellicht ook breder.


Lees het hele artikel in Navigator.

Burgers in het digitale opsporingstijdperk
Eelco Moerman
De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen is geen sprake. Een dergelijke, meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?


Lees het hele artikel in Navigator.

Getuigenverhoor bij de rechter-commissaris
Annelies Vredeveldt
Overleg tussen getuigen kan zowel voor- als nadelen hebben. De vraag rijst derhalve hoe moet worden omgegaan met getuigen die met elkaar hebben gepraat. De beste oplossing zou zijn om ervoor te zorgen dat getuigenverklaringen zo snel mogelijk na het incident worden veiliggesteld, maar dat is niet altijd mogelijk. Tegen de tijd dat de getuige bij de R-C komt, is het essentieel dat die zo goed mogelijk in kaart brengt met wie de getuige heeft gesproken en waarover precies. De zittingsrechter moet er niet voor terugschrikken als getuigen met elkaar gesproken blijken te hebben, maar doet er goed aan om de ontstaansgeschiedenis van verklaringen kritisch te analyseren, waar nodig met behulp van een rechtspsychologisch deskundige. Die analyse van de ontstaansgeschiedenis dient te worden meegewogen in de beoordeling van de validiteit van de getuigenverklaringen, zonder daarbij te vervallen in een automatisch wantrouwen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak
Bert Marseille en Marc Wever
Uitspraken van rechters vormen een rijke bron voor empirisch onderzoek naar het functioneren van de rechtspraak. Zo lang niet alle uitspraken worden gepubliceerd, is in veel gevallen medewerking van de Rechtspraak bij het verkrijgen van uitspraken ten behoeve van onderzoek noodzakelijk. Je zou denken dat dat probleemloos gaat. Uitspraken zijn immers openbaar. Niets is echter minder waar: openbaarmaking wordt als gunst gezien. Dat moet anders.


Lees het hele artikel in Navigator.

De Dutch Russian Law Association
M. Wladimiroff en R.A. van der Pol
Onlangs is er een nieuwe vereniging opgericht, de Dutch Russian Law Association. De vereniging is een non-gouvernementele organisatie naar Nederlands recht en is in Den Haag gevestigd.


Lees het hele artikel in Navigator.

15 januari 2019
Blog
Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak: Gunst of recht?
Het beleid van de Rechtspraak zou moeten zijn dat elk verzoek om openbaarmaking zonder wat voor inhoudelijke beoordeling dan ook wordt gehonoreerd. Dat is niet een gunst, maar een recht
15 januari 2019 Artikel Bert Marseille Marc Wever
TijdschriftNJB 37 (2018)
Een gebruikersperspectief op aardbevingsschadevergoedingsprocedures
Bert Marseille, Herman Bröring en Kars de Graaf
De gaswinning in Groningen is, zo is de bedoeling, uiterlijk in 2030 verleden tijd. Vergoeding van de schade als gevolg van de gaswinning zal tot 2030 en misschien ook nog daarna de aandacht vragen. De discussie over de vraag bij wie gelaedeerden zich kunnen melden en welke procedures beschikbaar zijn om te beslissen of aanspraak bestaat op schadevergoeding, wordt nog volop gevoerd. In deze bijdrage vergelijken we de procedure die tot begin dit jaar beschikbaar was, de procedure die op dit moment geldt en de procedure zoals die voor de nabije toekomst is voorzien. Met welk van de drie zijn de gebruikers, Groningers met schade door aardbevingen ten gevolge van gaswinning, het beste af?


Lees het hele artikel in Navigator.

Strafrechtelijke gegevens in het bestuursrecht
Pieter Ronteltap
Een burgemeester ontvangt van de politie het signaal dat prostituees in een vergunde seksinrichting gedwongen (onveilige) seks moeten aanbieden. Een vertrouwenspersoon van de GGD heeft dit verklaard. Anonieme berichten op internetfora bevestigen dit. Echter, de betreffende prostituees wensen geen verklaring af te leggen. De beveiliging van de seksinrichting is namelijk in handen van (leden van) de plaatselijke Outlaw Motorcycle Gang (OMG). Zij zouden de sterke hand van de exploitant zijn en invloed op de bedrijfsvoering hebben. De politie heeft enkele processen-verbaal met bevindingen die zij kan verstrekken. Ook is het mogelijk om van de onderzoeksbevindingen een rapportage met een advies voor de burgemeester op te stellen. Omdat de betrokken medewerkers van de politie in dezelfde gemeente wonen als de leden van de OMG zijn ze terughoudend met het ondertekenen ervan. De burgemeester neemt het signaal serieus en beraadt zich op bestuursrechtelijke handhaving. Maar hoeveel waarde heeft het geschetste bewijs in een bezwaar- en beroepsprocedure? Dat staat in deze bijdrage centraal.


Lees het hele artikel in Navigator.

Waarom mogen Amerikanen schiettuig bij zich hebben?
Erik Jurgens
De Amerikanen danken dit recht aan het Second Amendment (1791): ‘A well regulated Militia, being necessary to the security of a free state, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed.’


Lees het hele artikel in Navigator.

Toetsing aan de Grondwet? Niks bijzonders!
Reiner de Winter
Als het aan de Staatscommissie-Remkes ligt, kunnen we opnieuw een debat over toetsingsrecht verwachten. Oude wijn… En erg zwaar aangezet, want de commissie denkt zelfs aan een speciaal constitutioneel hof.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het intrekken van het voorstel-Halsema is ongrondwettig
Toni van Gennip
De intrekking door GroenLinks van het initiatiefwetsvoorstel constitutionele toetsing door de rechter is ongrondwettig. Artikel 137 lid 1 en 4 Grondwet leggen namelijk de verplichting op dat een voorstel in tweede lezing overwogen zal worden. Het intrekken van een voorstel druist in tegen deze bepaling en ook het vervallen verklaren past hier niet bij. De Tweede Kamer kan dan niet meer over het voorstel beraadslagen en stemmen. Het voorstel zou (alsnog) op de agenda moeten worden gezet en in stemming moeten worden gebracht.


Lees het hele artikel in Navigator.

31 oktober 2018
TijdschriftNJB 29 (2018)
Wijzigingen van de artikel 12-procedure in Modernisering Strafvordering
Lisa Ansems, Miranda Boone en Leonie van Lent
In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering ligt er een wijziging voor van de procedure voor klachten tegen niet-vervolgen (artikel 12 Sv). De auteurs hebben in 2016 een onderzoek afgerond naar het functioneren van deze procedure. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de artikel 12 Sv-procedure besproken, om vervolgens te bespreken welke wijzigingen nu in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering worden voorgesteld en te beoordelen of deze tegemoet komen aan de door het onderzoek gesignaleerde knelpunten. De conclusie is dat de voorstellen niet zullen leiden tot verbetering van de kwaliteit van de beklagprocedure en de knelpunten daarvan niet zullen wegnemen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ziek en toch aan het werk
Saskia Montebovi
In Nederland vormen de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA een kloppend en sluitend systeem. Bovendien ligt bij beide regelingen de focus sterk op privatisering en re-integratie. De Nederlandse wetgever heeft echter weinig tot geen oog gehad voor grensoverschrijdende ziektesituaties. En dus moet de zieke werknemer die in het buitenland woont zijn heil ook vinden in Europese regels. Maar dat wringt, want in tegenstelling tot de omvangrijke Nederlandse re-integratieregels bij arbeidsongeschiktheid zijn de Europese regels heel beperkt. Slechts twee korte artikelen uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG bieden aanknopingspunten voor lidstaten, werkgevers en werknemers in grensoverschrijdende situaties waar re-integratie kan en soms moet. Om een metafoor te gebruiken: we hebben een kapstok met twee kleine haakjes waar een hele zware jas aan moet worden opgehangen. Werkt dit?


Lees het hele artikel in Navigator.

De raadsheer-commissaris als zittingsrechter
Jules Loyson, Bart Hofstra, Karien Schaffels en Emile Pfeil
Uit een arrest van 8 januari 2018 van de Hoge Raad volgen twee vragen: (i) is artikel 268 Sv wel of niet van overeenkomstige toepassing in hoger beroep, en (ii) wat is materieel gezien de rol van de poortraadsheer en hoe verhoudt deze zich tot artikel 268 lid 2 Sv? Dit artikel beperkt zich tot de bespreking van de eerste vraag. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 268 Sv en artikel 415 Sv alsmede uit de wetsvoorstellen in het kader van de Modernisering Strafvordering die betrekking hebben op deze beide artikelen, kan slechts één conclusie worden getrokken: artikel 268 Sv is van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.


Lees het hele artikel in Navigator.

Centrale Raad van Beroep en doorlooptijden
Takvor Avedissian
Bert Marseille en Marc Wever hebben in hun artikel ‘Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited’ (NJB 2018, afl. 24) verslag gedaan van hun onderzoek naar het functioneren van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Als president van de CRvB ben ik blij met de constatering dat onze rechtspraak als het gaat om het zo veel mogelijk definitief beslechten van geschillen goed scoort op het onderdeel finaliteit.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Bert Marseille en Marc Wever
In ons artikel waren wij kritisch over de Centrale Raad van Beroep, niet alleen vanwege de uiterst trage afhandeling van hogerberoepszaken, maar ook omdat geen verbetering ten opzichte van twee jaar geleden zichtbaar was en evenmin bleek van beleid om werk te maken van de doorlooptijden. Over de reactie van de president van de Centrale Raad van Beroep zijn wij enthousiast: het probleem wordt onderkend en er worden plannen gemaakt het aan te pakken. Maar gaan die ook voor de hoognodige verbetering zorgen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Bekijk dit nummer in Navigator.

5 september 2018
Blog
Empirical Legal Studies als integraal onderdeel van rechtswetenschappelijk onderzoek
Deze bijdrage geeft een typering van empirisch juridisch onderzoek (ELS) en beargumenteert dat ELS integraal onderdeel is van de rechtswetenschappelijke discipline (plus Call voor bijdragen Encyclopedie).
28 juni 2018 Gastposts Bert Marseille Catrien Bijleveld
Blog
Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited: intrigerend, voorspelbaar en teleurstellend
Twee jaar geleden deden auteurs onderzoek naar het functioneren van de ABRvS en de CRvB. Wat gaat er inmiddels beter, minder, even goed of even slecht als twee jaar geleden?
21 juni 2018 Artikel Bert Marseille Marc Wever
TijdschriftNJB 24 (2018)
Ondermijning en het openbare-orderecht
Mirjam Tuk en Michel Vols
De term ondermijning fungeert als frame en heeft een zodanige mobiliserende werking dat het ook steeds meer juridische relevantie krijgt. Een Ondermijningswet is reeds aangekondigd en talloze bevoegdheden op het terrein van de openbare orde worden geïntroduceerd of fors uitgebreid. Dit is echter niet geheel onproblematisch, omdat ondermijning een dusdanig vaag begrip is dat zowel bingohallen, drugsdealers als salafisten eronder vallen. Ondanks, of wellicht vanwege, deze fluïde betekenis krijgt het ondermijningsframe meer en meer aandacht en invloed. Dit artikel wil een eerste bijdrage leveren voor de bestudering van de invloed van dit frame in de meer juridische sfeer.


Lees het hele artikel in Navigator.

Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited
Bert Marseille en Marc Wever
Twee jaar geleden deden auteurs onderzoek naar het functioneren van de ABRvS en de CRvB. De opvallendste bevinding betrof een verschil tussen de procederende partijen. De overheid bleek zeer terughoudend in het gebruik van het rechtsmiddel van hoger beroep, burgers allerminst. De winst in hoger beroep bleek echter bijna zonder uitzondering voor de overheid. Wat gaat er inmiddels beter, minder, even goed of even slecht als twee jaar geleden? Om die vraag te beantwoorden deden de auteurs het onderzoek over. Bij de beantwoording concentreren ze zich op dezelfde drie aspecten van de hogerberoepsprocedure als in het eerdere onderzoek: snelheid, winstkans en finaliteit. Vooral de winstkans voor de burger nam significant toe.


Lees het hele artikel in Navigator.

De wijzende vinger bekeken
Marthe Goudsmit
Deze bijdrage bakent de inhoud van het begrip wraakpornografie af, teneinde een effectieve strafbaarstelling te ondersteunen. In de eerste plaats wordt de vraag gesteld: Wat is wraakpornografie? Daarnaast komt de vraag naar de inhoud van andere vormen van pornografie waarbij consent ontbreekt aan de orde. Vervolgens komt in deze bijdrage aan bod wat de kwalijke handelingen zijn die door een dader van wraakpornografie verricht worden, gevolgd door een analyse van drie gradaties van daderschap. Verheldering van deze punten zou een effectieve strafbaarstelling van wraakpornografie kunnen bevorderen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Annuleringskostenbeding in algemene voorwaarden
Gerhard Rijken
Annuleren kost geld, dat staat vaak in de algemene voorwaarden. Dat kan onredelijk bezwarend zijn, maar is dat meestal niet. Het zou heel wat consumentvriendelijker zijn een bedenktijd in contracten op te nemen.


Lees het hele artikel in Navigator.

20 juni 2018
TijdschriftNJB 4 (2018)
AI en de rechtspraak
Corien Prins en Jurgen van der Roest
In een periode van groeiende argwaan tegenover het vermogen van digitale technologie en ‘techbedrijven’, ambieert de rechterlijke macht een stap verder te zetten dan het enkele digitaliseren van werkprocessen bij het afhandelen van zaken. Een ‘robotrechter’ voor de afdoening van grote hoeveelheden standaardzaken lijkt aanstaande. Te midden van alle aandacht voor en discussie over een volledige geautomatiseerde rechtsgang lijkt te worden vergeten dat artificiële intelligentie (AI) de rechtspraak zoveel meer heeft te bieden. In deze bijdrage wordt daarvan een schets gegeven. Beschreven wordt ook dat deze toepassingen op gespannen voet kunnen staan met uitgangspunten, tradities en soms ook kernwaarden van rechtspraak en allerlei risico’s en dilemma’s met zich meebrengen. Voor de omgang hiermee wordt een voorzet voor een kompas gegeven.


Lees het hele artikel in Navigator.

Komt de robotrechter er aan?
Henry Prakken
Algoritmes die uitkomsten in rechtszaken voorspellen trekken veel aandacht. Velen concluderen uit het bestaan van zulke voorspelalgoritmes dat ook het automatisch beslissen van rechtszaken dichterbij is gekomen. Maar deze conclusie berust op een verkeerd begrip van voorspelalgoritmes en op veronachtzaming van het verschil tussen het voorspellen en het nemen van juridische beslissingen. Het is realistischer om in te zetten op ondersteuning van de menselijke beslisser met artificiële intelligentie, zodat mens en computer samen beter presteren dan mens of computer alleen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Huisvuil en responsiviteit
Bert Marseille en Marc Wever
Vertrouwen, ervaren procedurele rechtvaardigheid, responsiviteit en doenvermogen zijn de sociaalwetenschappelijke concepten die de kijk op het bestuursrecht de afgelopen jaren hebben beïnvloed. Nadat auteurs een aantal zittingen van een bezwaaradviescommissie bijwoonden doemde onmiskenbaar een vijfde concept op: uitlegbaarheid. Want regels waar de overheid haar burgers mee confronteert, moeten ruimte bieden voor responsiviteit en rekening houden met hun doenvermogen, maar bovenal uitlegbaar zijn. Zo niet, dan kan het ervaren van procedurele rechtvaardigheid nooit tot meer vertrouwen leiden.


Lees het hele artikel in Navigator.

Betere bescherming tegen afnemende wilsbekwaamheid
Willem van Tongeren
Uitgangspunt bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid is dat iedereen die wettelijk niet handelingsonbekwaam is wilsbekwaam is en dat de notaris desgevraagd in beginsel zijn ministerie moet verlenen en aan de wensen van een cliënt dient te voldoen. Daarom is het van belang dat de beoordeling van de wilsbekwaamheid van ouderen op het moment van het verrichten van rechtshandelingen met meer waarborgen wordt omgeven dan nu het geval is. Een wilsbeschikking niet meer ‘mogen’ maken, is erg. Maar op gevorderde leeftijd, oud en zwak, een wilsbeschikking maken die niet deugt en waarbij een eerdere, wél weloverwogen uiterste wilsbeschikking wordt herroepen, is erger.


Lees het hele artikel in Navigator.

25 januari 2018