Artikelen van Emil Verheul

Tijdschrift
NJB 16 (2026)
Naar een evenwichtig zekerhedenrecht?
Het voorontwerp Wet modernisering pandrecht en cessie beoogt onder meer het zekerhedenrecht aan te passen aan het digitale tijdperk en de toegang tot financiering – met name voor het mkb – te verbeteren. Door het registratievereiste te vervangen door een vaste dagtekening en het grondslagvereiste grotendeels te schrappen, wil de wetgever de administratieve lasten verminderen en een gelijker speelveld creëren tussen bancaire en non-bancaire financiers. Maar deze hervormingen gaan veel verder dan een technische modernisering. Zij leiden tot een fundamentele systeemwijziging die het evenwicht tussen financiers en handelscrediteuren verder uit het lood zet. De taxatie van de wetgever dat schrapping van het grondslagvereiste leidt tot een level playing field is onhoudbaar. De schrapping zorgt er juist voor dat andere schuldeisers dan de eerste financier – anders dan in het huidige stelsel – in de regel geen enkele kans meer zullen hebben op eersterangs zekerheid op vorderingen op naam.
Mondelinge onderdelen van de civiele procedure
In een civiele procedure wordt de mondelinge behandeling (na antwoord), ook wel het hart van de procedure genoemd. Het wettelijk uitgangspunt is dat in principe in alle civiele handelszaken een mondelinge behandeling plaatsvindt. Dat gebeurt echter vaak niet. Ook van de sinds 2017 bestaande mogelijkheid om mondeling eindvonnis te wijzen (in plaats van schriftelijk) maakt de rechter nog maar weinig gebruik. En slechts weinig mensen komen in kantonzaken naar de rolzitting om hun kant van het verhaal mondeling uiteen te zetten (in plaats van schriftelijk). Van de mondelinge elementen in civiele procedures wordt dus maar beperkt gebruik gemaakt. In dit artikel staat de vraag centraal: dragen de mondelinge elementen in de civiele procedure bij aan de ervaren procedurele rechtvaardigheid?
De kosten van de strijd tegen de no-cure-no-pay-rechtshulp
In het debat over no-cure-no-pay-bureaus die onder meer in WOZ- en bpm-zaken optreden is het dominante narratief dat bestuursorganen en rechtbanken worden overweldigd door een eindeloze hoeveelheid zaken van gering belang waarin procederende burgers weinig te winnen hebben. Dat beeld miskent het feit dat deze rechtshulpverleners kunnen voorzien in een reële behoefte aan toegang tot de rechter én het onvermogen van bestuursorganen en rechtspraak om dit soort zaken op effectieve wijze te behandelen. Deze bijdrage bevat een analyse van de problematiek en doet suggesties hoe de voordelen van de no-cure-no-pay-praktijk voor de democratisering van de toegang tot het recht kunnen worden behouden, zonder dat het rechtssysteem vastloopt.
Generatieve AI en de herconfiguratie van juridische legitimiteit
Juridisch werk berust al eeuwen op een ogenschijnlijk vanzelfsprekende verdeling: inhoudelijke expertise ontstaat binnen de beroepsgroep en normatieve legitimiteit wordt verleend via formele roltoedeling. Deze twee pijlers, kennis en mandaat, versterken elkaar en creëren een stabiel institutioneel model waarin juridische handelingen herkenbaar, verantwoord en gezaghebbend zijn. AI verandert die configuratie niet door een mensachtige deelnemer te willen worden, maar door een deel van de kennisproductie uit de beroepsgroep te verplaatsen. Daarmee ontstaat een nieuwe institutionele vraag: niet of AI juridisch kan denken, maar hoe het juridische systeem moet omgaan met een epistemische verschuiving zonder de legitimiteit van diens beslissingen te ondermijnen.

Tijdschrift
NJB 36 (2024)
Tokenisation in het Nederlandse goederenrecht
Door ‘tokenisation’ wordt aan een goed een bepaalde unieke code toegekend, die vervolgens fungeert als ‘token’ die het desbetreffende goed representeert. Die token kan vervolgens verhandeld worden op de blockchain. In deze bijdrage, die een poging doet dit fenomeen in te passen in het Nederlandse goederenrecht, wordt de token benaderd als een hulpmiddel om een ander object over te dragen. Kan een enkele boeking via de blockchain bewerkstelligen dat een vordering op naam of roerende zaak overgaat op een ander? Hoewel de formaliteiten die de wet stelt aan levering op het eerste gezicht hiervoor weinig ruimte lijken te bieden, blijkt na analyse dat zij toch geen onoverkomelijke hindernis vormen. Bij de levering van vorderingen kan evenzeer via de blockchain – ook hier met enig passen en meten – een overdracht worden bewerkstelligd. Nieuwe wetgeving zou een en ander verder kunnen faciliteren maar voorlopig lijkt er genoeg winst te boeken met tokenisation binnen ons huidige systeem.
‘Dat waterkanon is het aller-engst’
In Nederland ontstond in het najaar van 2023 ophef over de aanwezigheid van kinderen bij klimaatdemonstraties van XR in Den Haag. Om te bereiken dat de actievoerders naar een andere locatie zouden gaan, zette de politie een aantal keren een waterwerper in. Dit werd de inzet van een door de Vrienden van XR aangespannen (en verloren) kort geding. In die uitspraak staat geen enkele verwijzing naar het kinderrechten perspectief, hoewel vaststaat dat er tientallen kinderen aan de XR-blokkades deelnamen. Omdat ouders hun kinderen in gevaar zouden hebben gebracht, deed de politie ook meldingen bij Veilig Thuis. De wens kinderen uit veiligheidsoverwegingen weg te houden van vreedzame demonstraties, zeker als ze zijn verboden, is begrijpelijk. Maar de door het VN-Kinderrechtencomité voorgeschreven positieve interpretatie van het IVRK vereist dat kinderen die bij een vreedzame demonstratie aanwezig (willen) zijn, in staat worden gesteld dat veilig te doen.
De 99,92% handhaving van de Europese grensbewaking
Nog verdere perfectionering van het grensbewakingsbeleid staat hoog op allerlei agenda’s. Maar waarschijnlijk is het juist die perfectionering die het aantal op zee omgekomen migranten gestaag heeft laten stijgen.
De kwetsbare strafrechtspleging en een pleidooi voor integere opsporing
Deze bijdrage illustreert dat er anno nu een aantal vergaande en controversiële opsporingsmethoden worden toegepast door politie en OM. Methoden die als het ware worden voortgestuwd en gelegitimeerd door het strafvorderlijk controlesysteem. Tellen we hier de tijdgeest van law and order bij op, dan ontstaat een giftige cocktail waarin te vergaande opsporingsmethoden kunnen worden toegepast die de geloofwaardigheid en integriteit van opsporingsinstanties aantasten, twijfel aan de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal doen ontstaan en/of (levens)gevaar opleveren voor betrokkenen.

Tijdschrift
NJB 30 (2023)
Obligatoire zekerheid op zaken
Dwingende regels van goederenrechtelijke aard kunnen een belemmering vormen voor verduurzaming. Daaraan komen kostbare apparaten te pas die door natrekking deel kunnen gaan uitmaken van het gebouw waarop of waarin zij zijn geplaatst. Dat kan een obstakel vormen als de eigendom en de verantwoordelijkheid bij een exploitant blijven en de gebouweigenaar slechts groene energie of warmte of andersoortig genot van de zaak als dienst afneemt. In de praktijk is daarom een alternatieve, op het verbintenissenrecht gestoelde, (financierings)structuur ontwikkeld die in dit artikel, met alle haken en ogen, wordt beschreven en geanalyseerd.
Persoonsgegevens en de strijd om de kiezer
Voor politieke partijen die in het kader van hun verkiezingscampagnes een bepaalde doelgroep willen bereiken, biedt microtargeting een effectief instrument. Maar voor effectief microtargeten is de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk, die gegevens zijn immers nodig om de gewenste doelgroep te bereiken. De risico’s die aan deze politieke microtargeting kleven zijn intussen bekend en Europese regelgeving om die risico’s, bovenop de door de AVG gestelde randvoorwaarden, te beteugelen is aanstaande in de vorm van de voorgestelde Transparantieverordening. Dat voorstel herbergt anderzijds ook wel wat ongewenste implicaties voor het verkiezingsproces.
OOR
Gerechtelijke bestuurders hebben het al gauw aan de stok met hun rechters. Naast de leden van de Raad voor de rechtspraak zijn er nogal wat van die bestuurders vandaag-de-dag! Niet alleen presidenten, per gerecht heb je ook een aantal ‘afdelingshoofden’ en ‘teamleiders’ (of hoe ze ook mogen heten). Kortom: de ‘leidinggevenden’. Zij managen de rechtspraak. Kan dat eigenlijk wel?
Samen op koers
Na de onlangs afgeronde onderzoeksevaluaties van de Nederlandse rechtenfaculteiten reflecteert de Raad der Decanen op de uitkomsten daarvan en daarmee op de staat van het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland. De Raad beoogt daarmee een landelijk beeld te schetsen van de huidige en toekomstige kansen en kwetsbaarheden van de rechtswetenschap. Tegelijkertijd wordt met deze reflectie aan een breed publiek inzicht verschaft in de huidige realiteit van rechtswetenschappelijk onderzoek en de belangrijkste ontwikkelingen die gaande zijn. Ook hoopt de Raad dat deze reflectie bijdraagt aan een ontwikkeling waardoor er binnen de verschillende faculteiten meer wordt gediscussieerd over de uitkomsten van dit soort evaluaties.