Artikelen van Marc Wever

TijdschriftNJB 31 (2021)
Ongemotiveerde uitspraken in het hoger beroep in vreemdelingenzaken en de grenzen van behoorlijke rechtspleging
Bert Marseille, Marc Wever en Viola Bex-Reimert
Door bijna altijd gebruik te maken van de bevoegdheid neergelegd in artikel 91 lid 2 VW 2000 om bij een ongegrond hoger beroep af te zien van het motiveren van haar uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak haar taak als hogerberoepsrechter in vreemdelingenzaken uiterst beperkt ingevuld. De verandering die is ingezet met de Pilot 91-2, die inhoudt dat steeds als toepassing wordt gegeven aan dat artikel wordt gekeken of door middel van een korte standaardmotivering partijen iets meer duidelijkheid kan worden geboden over de reden dat het hoger beroep ongegrond is, verdient het met kracht te worden uitgebouwd. Aldus de auteurs, die de pilot op verzoek van de Afdeling onderzochten. Uitgangspunt zou moeten zijn dat ongegronde hoger beroepen van een motivering worden voorzien. Zo kan recht worden gedaan aan het belang van de individuele rechtsbedeling in de vreemdelingenzaken waarin de Afdeling als hoogste rechter oordeelt.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Toepasselijkheid van het oorlogsrecht in de Nederlands-Indonesische oorlog
Stan Meuwese, Jurjen Pen en Theo de Roos
De Nederlandse regering heeft het gewapend conflict tussen Nederland en de Republik Indonesia nooit een oorlog genoemd en nooit het geschreven oorlogsrecht formeel van toepassing geacht. Daarmee gingen de regering en de militaire autoriteiten eraan voorbij, dat er – gelet op de strafrechtelijke context (artikel 38 Wetboek Militair Strafrecht) – doorslaggevende gronden waren om aan te nemen dat het oorlogsrecht op het Nederlandse militair optreden formeel en materieel wel degelijk van toepassing was. Voor een beoordeling van de handelwijze van de Nederlandse strijdkrachten tijdens dit conflict is in ieder geval een ondubbelzinnig antwoord van belang op de vraag of dat werd genormeerd door het oorlogsrecht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Hoor en wederhoor, maar niet vragen naar de bekende weg
Han Jongeneel en Carole Keja
Twee kantonrechters stelden prejudiciële vragen over informatieverplichtingen voortvloeiend uit het Europees consumentenrecht. Inmiddels zijn in beide zaken grotendeels gelijkluidende conclusies genomen. De A-G is van mening dat het niet-behoorlijk nakomen van wettelijke informatieverplichtingen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan leiden. Voor de rechtspraktijk is dan wel van groot belang hoe dat ook praktisch in zijn werk moet gaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De BV-m: zwevend tussen nut en noodzaak
Esmée Driessen en Tine De Moor
Een voorstel met de uitgangspunten van een maatschappelijke BV, de BV-m, is in maart van dit jaar in consultatie gegaan. De doelstellingen van de BV-m zijn lovenswaardig, maar de uitwerking ervan is in het huidige voorstel zowel te beperkend, want alleen van toepassing op de BV, als te ruim met betrekking tot de transparantie- en participatieverplichtingen. Wil het voorstel echt werk maken van het stimuleren en faciliteren van sociaal ondernemerschap, dan is er nog werk aan de winkel. De minister zou er dan ook goed aan doen om het voorstel nog eens kritisch tegen het licht te houden en daarbij inspiratie op te doen bij al bestaande labels als de Code Sociaal Ondernemen en B-corp, maar ook bij de sociale ondernemingen die niet de BV, maar andere rechtsvormen gekozen hebben om hun maatschappelijke doelstellingen vorm te geven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

15 september 2021
TijdschriftNJB 17 (2021)
De kracht (en het gevaar) van cognitive illusions in het civielrechtelijk debat
Bas van Zelst
De kern van het probleem dat in deze bijdrage centraal staat, is dat mensen irrationele beslissingen nemen. Die beslissingen zijn vaak voorspelbaar en daarmee beïnvloedbaar. Dat geldt ook voor beslissingen van rechters. Dit kan worden verklaard door de werking van heuristics en biases. Het is niet moeilijk te bedenken hoe dit soort cognitieve illusies door advocaten kunnen worden gebruikt. Het gunstig presenteren van een zaak aan een geschiloplosser is een kernelement in het werk van de advocaat. Maar de fundamentele beginselen van civiel procesrecht zijn geen tandeloze tijger. Zij bieden een essentiële tegenkracht aan de gestelde neiging van advocaten voor niets anders oog te hebben dan het belang van de cliënt en leggen de advocaat een verplichting op actief bij te dragen aan een behoorlijke procedure en, daarmee, aan het voorkomen van negatieve gevolgen van cognitieve illusies op de kwaliteit van rechterlijk oordelen. Toegegeven: het systeem is mogelijk niet waterdicht.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Tussen recht en praktijk
Marc Bakkum en Annemarie Drahmann
Het onrechtmatig verwijderen van overheidsinformatie wordt op dit moment niet of nauwelijks gesanctioneerd. Hierdoor is er geen juridische ‘stok achter de deur’ om bestuursorganen te bewegen om hun informatiehuishouding op orde te krijgen. In dit artikel wordt ervoor gepleit om het toezicht op en handhaving van de informatiehuishouding te versterken. De Wet open overheid geeft namelijk ook nog te weinig hoop dat in de toekomst overheidsinformatie niet ten onrechte zal worden verwijderd.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Financiële geschillen en procedurele rechtvaardigheid
Marc Hertogh, Bert Marseille en Marc Wever
Kifid heeft in 2016 een ‘nieuwe visie op klachtbehandeling’ ingevoerd. Centraal in deze nieuwe visie staat de notie van ‘procedurele rechtvaardigheid’. Op het eerste gezicht lijkt uit evaluatieonderzoek te volgen dat deze nieuwe visie zijn vruchten afwerpt. Positieve oordelen over Kifid ‘in het algemeen’ verhullen echter grote verschillen in de waardering van verschillende Kifid-procedures. Het onderzoek dat in dit artikel wordt beschreven laat zien dat dit verschil in waardering sterk samenhangt met de ervaren procedurele rechtvaardigheid in beide procedures. Het effect van de nieuwe visie lijkt zich te beperken tot de voorfase van de procedure waarin een substantieel aantal zaken met succes wordt bemiddeld, maar zij heeft in de ogen van consumenten nog niet geleid tot een verbetering van de ‘oude’ Kifid-procedure die uitmondt in een uitspraak. Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken?

[verder lezen in NAVIGATOR]

Het betwistbare rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch
Harmen van der Wilt en Klaas Rozemond
In het NJB van 17 maart 2021 reageert Ward Ferdinandusse op onze opvattingen over het rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch. Ferdinandusse was de zaaksofficier in het Nederlandse onderzoek naar Poch. Ook de leden van de commissie, Ad Machielse en Egbert Myjer, hebben op onze opvattingen gereageerd. De piloot Julio Poch werd ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de doodsvluchten tijdens de militaire dictatuur in Argentinië in de periode van 1976 tot 1983. Poch werd op 22 september 2009 in Spanje aangehouden en via Spanje uitgeleverd aan Argentinië, dankzij de gegevens van zijn laatste vlucht als piloot van Transavia die door Nederland waren verstrekt. Wij willen in deze repliek enkele juridische knelpunten in deze zaak onder de aandacht brengen die tot nu toe niet of onvoldoende aan de orde zijn gekomen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Naschriften
Ward Ferdinandusse, Ad Machielse en Egbert Myjer
Van der Wilt & Rozemond stellen dat het nog steeds niet duidelijk is waarom Poch in 2009 niet werd aangehouden ter uitlevering en vragen zich af of dat wellicht te maken had met zijn Nederlandse nationaliteit. Dat verbaast mij. Dat Poch inderdaad niet uitgeleverd werd vanwege zijn Nederlandse nationaliteit valt niet alleen te lezen in het rapport van de Commissie Poch, maar is door de overheid al toegelicht in een kort geding in 20092 en nog verschillende malen sindsdien.

[verder lezen in NAVIGATOR]

In een hiervoor opgenomen bijdrage stellen Van der Wilt en Rozemond juridische vragen die in de zaak Poch niet of onvoldoende aan de orde zouden zijn gekomen. Het rapport en onze bijdrage in NJB 13 bevatten al veel antwoorden. Uit de in het rapport opgenomen onderzoeksopdracht kan bijvoorbeeld blijken waarom Poch en zijn raadsman niet zijn gehoord. Het stond hun overigens vrij zelf de commissie met relevante informatie te benaderen. Dat hebben zij niet gedaan.

[verder lezen in NAVIGATOR]

30 april 2021
TijdschriftNJB 40 (2020)
Professionele rechtshulpverleners en geschiloplossing in bestuursrechtelijke bezwaarprocedures
Marc Wever
Wat vinden professionele rechtshulpverleners de essentie van een goede geschilbeslechtingsprocedure? Maakt het voor de kwaliteit van geschilbeslechting uit hoe een procedure wordt ingericht? Kan voor ieder type geschil de perfecte procedure worden ontworpen? Uit empirisch onderzoek blijkt een significant verband tussen de mate waarin sprake is van een oplossingsgerichte werkwijze van de hoorder/gespreksleider en de ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling. Hoe oplossingsgerichter de procedure, hoe hoger de ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling. De door professionele rechtshulpverleners ervaren kwaliteit van bezwaarbehandeling hangt veel sterker samen met de opstelling van de persoon die de hoorzitting of het informeel gesprek leidt dan met de vormgeving/inrichting van de procedure. Wat dat laatste betreft werden er nauwelijks verschillen gevonden tussen op verschillende manieren ingerichte bezwaarprocedures. Bij de voorgenomen herziening van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand en de tijdelijke experimentenwet rechtspleging kan men zijn voordeel doen met deze bevindingen.

[verder lezen in NAVIGATOR]

Hoezo geen belanghebbende?
Harry Grosveld
Vraag tien huiseigenaren of zij er belang bij hebben dat het uiterlijk van hun buurt niet een rommeltje wordt door bouwsels die her en der aan voorgevels worden toegevoegd, dan antwoorden zeker acht ervan met ‘ja, maar natuurlijk’. Maar niet mijn gemeente en vervolgens ook rechtbank en Raad van State niet. Die stellen dat dit soort ‘algemene’ gevoelens voor de wet en jurisprudentie niet tellen. In deze bijdrage doe ik verslag van een (verloren) tweejarige procedure om als belanghebbende te worden aangemerkt in een bezwaar tegen een verstrekte omgevingsvergunning in mijn buurtje te Naarden. Dat karakteristieke buurtje bestaat uit 29 precies dezelfde woningen, in vier blokken gegroepeerd rondom een speelveldje van 40 x 40 meter, met een geheel eigen architectuur gekenmerkt door ritmisch uitspringende garages beneden en inspringende balkons en platte daken boven.

[verder lezen in NAVIGATOR]

De ‘public watchdog’ aan de ketting ter bescherming van de ‘guarantor of justice’
Sietske Dijkstra
Het gaat regelmatig hard tegen hard in de verhouding pers-rechtspraak in de casuïstiek van het EHRM. De pers bericht soms in felle woorden en met beschuldigingen van corruptie en partijdigheid over de rechtspraak en individuele rechters. Dit kan rekenen op een reactie in de vorm van juridische procedures gebaseerd op vooral smaad of belediging, geïnitieerd op institutioneel niveau of door de bekritiseerde rechters, en soms resulterend in forse veroordelingen. Uit Oost- en Zuid-Europa komen ook klachten bij het EHRM van rechters en officieren van justitie over een schending van hun vrijheid van meningsuiting. Uit deze en andere casuïstiek blijkt dat de disciplinaire systemen voor rechters in deze landen te veel ruimte geven aan politieke inmenging. Hoewel pers en rechtspraak dus soms tegenover elkaar staan, bevinden zij zich tegelijkertijd in hetzelfde schuitje. Beide staan onder druk.

[verder lezen in NAVIGATOR]

The real objective and the results of the so called ‘great reform’ of the Polish justice system
Dariusz Mazur
What is the real objective of the so-called ‘great reform of the justice system’ in Poland and what are the results of the numerous legislative changes of this system? The actual achievements of this ‘great reform’ of the judiciary are the new method of conducting disciplinary proceedings combined with full control of the Minister of Justice over the Prosecutors’ Office and his excessive administrative control over the judiciary, as well as the lack of effective constitutional control of a new law which constitute a real chilling effect generator. Judges are exposed to constant attacks, including black PR campaigns in public media. The conclusion drawn is depressing. The only objective of the so called ‘great reform of the justice system’ is to replace staff in functional positions in the justice system and subordinate the justice system to political factors, in particular the Minister of Justice in order to create a system of mono-power, by which the State authority is built on spreading fear among citizens who are deprived of effective legal protection.

[verder lezen in NAVIGATOR]

18 november 2020
TijdschriftNJB 41 (2019)
Snelheid, maatwerk en finaliteit in bestuursrechtelijke procedures bij de rechtbank
Bert Marseille en Marc Wever
De bestuursrechtspraak heeft het afgelopen decennium een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De bestuursrechter is van een tamelijk afstandelijke besluitentoetser veranderd in een betrokken communicator die snel werkt, maatwerk levert en de geschillen finaal beslecht althans, dat is het beeld dat uit de beleidsstukken van de bestuursrechters zelf naar voren komt. Om erachter te komen in hoeverre dat beeld met de werkelijkheid overeenstemt, hebben de auteurs een representatieve dwarsdoornede van uitspraken van de elf rechtbanken uit 2018 geanalyseerd. Het beeld dat daaruit over het functioneren van de bestuursrechtspraak naar voren komt, is genuanceerd maar stemt tegelijkertijd optimistisch.


Lees het hele artikel in Navigator.

De rechter-plaatsvervanger
Ashley Terlouw en Mienke de Wilde
Rechters worden aangemoedigd eens in de zoveel tijd van sector te wisselen om het risico te verkleinen dat zij uiteindelijk op de automatische piloot beslissen. Ook ligt binnen de raadkamer altijd het gevaar van tunnelvisie op de loer. Er is gelukkig een voor de hand liggende oplossing om tunnelvisie en beslissen op de automatische piloot te voorkomen: de inzet van outsiders binnen de rechtspraak. Organisatorisch kost deze optie niet veel extra moeite. Er hoeft geen heel nieuw systeem te worden opgezet om outsiders toe te laten in de rechtspraak: ze zijn er al en ze heten ‘rechters-plaatsvervangers’. Wat is er voor nodig om de ‘frisse blik’ van deze outsiders beter tot zijn recht te laten komen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Wettelijk geregelde zaakstoedeling
Ulli d’Oliveira
Het recht op een eerlijk proces, binnenkort in onze grondwet opgenomen, impliceert het recht op een op grond van duidelijke criteria van te voren in of bij wet vastgelegde rechter in individuele zaken. Zo’n zaakstoedelingsregeling is er nu nog niet. Het werk eraan onder de paraplu van de Raad voor de rechtspraak is moeizaam en wordt extra bemoeilijkt door de aangekondigde inzet van flexrechters.


Lees het hele artikel in Navigator.

Partijdige rechtspraak
Paul Ruijs
Er is nog steeds het nodige af te dingen op de vermeende rechterlijke onafhankelijkheid in Nederland. Het bijbanenregister wordt door vele rechters niet of onvolledig ingevuld, nalatigheid in deze wordt met de mantel der liefde bedekt en ook de zaakstoedeling is een volstrekt schimmig gebeuren. Laat dat zaaksregister maar zitten en scherp daarentegen de verschoningplicht aan en laat rechters vóór acceptatie van een nieuwe zaak een verklaring ondertekenen dat ze volledig ‘vrij staan’ tegenover personen uit het voor hen liggende dossier.


Lees het hele artikel in Navigator.

27 november 2019
TijdschriftNJB 2 (2019)
Een aantal dilemma’s voor de privacywetenschap
Bart van der Sloot
In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal vragen en dilemma’s dat momenteel aanleiding geeft tot veel intense discussies binnen de privacywetenschap. Voor het beantwoorden van deze vragen zou aansluiting kunnen worden gezocht bij reeds bestaande sectorspecifieke regelingen, bijvoorbeeld uit de medische sector. Echter, dergelijke sectorspecifieke regelingen bieden slechts nadere richtsnoeren ten aanzien van een beperkt aantal van de in deze bijdrage opgeworpen vragen. Daarenboven zijn ze vaak moeilijk veralgemeniseerbaar. Het zou daarom raadzaam zijn als er nadere standaarden en richtlijnen worden opgesteld voor de wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid, in ieder geval voor de privacywetenschap, maar wellicht ook breder.


Lees het hele artikel in Navigator.

Burgers in het digitale opsporingstijdperk
Eelco Moerman
De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen is geen sprake. Een dergelijke, meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?


Lees het hele artikel in Navigator.

Getuigenverhoor bij de rechter-commissaris
Annelies Vredeveldt
Overleg tussen getuigen kan zowel voor- als nadelen hebben. De vraag rijst derhalve hoe moet worden omgegaan met getuigen die met elkaar hebben gepraat. De beste oplossing zou zijn om ervoor te zorgen dat getuigenverklaringen zo snel mogelijk na het incident worden veiliggesteld, maar dat is niet altijd mogelijk. Tegen de tijd dat de getuige bij de R-C komt, is het essentieel dat die zo goed mogelijk in kaart brengt met wie de getuige heeft gesproken en waarover precies. De zittingsrechter moet er niet voor terugschrikken als getuigen met elkaar gesproken blijken te hebben, maar doet er goed aan om de ontstaansgeschiedenis van verklaringen kritisch te analyseren, waar nodig met behulp van een rechtspsychologisch deskundige. Die analyse van de ontstaansgeschiedenis dient te worden meegewogen in de beoordeling van de validiteit van de getuigenverklaringen, zonder daarbij te vervallen in een automatisch wantrouwen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak
Bert Marseille en Marc Wever
Uitspraken van rechters vormen een rijke bron voor empirisch onderzoek naar het functioneren van de rechtspraak. Zo lang niet alle uitspraken worden gepubliceerd, is in veel gevallen medewerking van de Rechtspraak bij het verkrijgen van uitspraken ten behoeve van onderzoek noodzakelijk. Je zou denken dat dat probleemloos gaat. Uitspraken zijn immers openbaar. Niets is echter minder waar: openbaarmaking wordt als gunst gezien. Dat moet anders.


Lees het hele artikel in Navigator.

De Dutch Russian Law Association
M. Wladimiroff en R.A. van der Pol
Onlangs is er een nieuwe vereniging opgericht, de Dutch Russian Law Association. De vereniging is een non-gouvernementele organisatie naar Nederlands recht en is in Den Haag gevestigd.


Lees het hele artikel in Navigator.

15 januari 2019
Blog
Het verstrekken van niet-gepubliceerde uitspraken door de Rechtspraak: Gunst of recht?
Het beleid van de Rechtspraak zou moeten zijn dat elk verzoek om openbaarmaking zonder wat voor inhoudelijke beoordeling dan ook wordt gehonoreerd. Dat is niet een gunst, maar een recht
15 januari 2019 Artikel Bert Marseille Marc Wever
TijdschriftNJB 29 (2018)
Wijzigingen van de artikel 12-procedure in Modernisering Strafvordering
Lisa Ansems, Miranda Boone en Leonie van Lent
In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering ligt er een wijziging voor van de procedure voor klachten tegen niet-vervolgen (artikel 12 Sv). De auteurs hebben in 2016 een onderzoek afgerond naar het functioneren van deze procedure. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de artikel 12 Sv-procedure besproken, om vervolgens te bespreken welke wijzigingen nu in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering worden voorgesteld en te beoordelen of deze tegemoet komen aan de door het onderzoek gesignaleerde knelpunten. De conclusie is dat de voorstellen niet zullen leiden tot verbetering van de kwaliteit van de beklagprocedure en de knelpunten daarvan niet zullen wegnemen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Ziek en toch aan het werk
Saskia Montebovi
In Nederland vormen de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA een kloppend en sluitend systeem. Bovendien ligt bij beide regelingen de focus sterk op privatisering en re-integratie. De Nederlandse wetgever heeft echter weinig tot geen oog gehad voor grensoverschrijdende ziektesituaties. En dus moet de zieke werknemer die in het buitenland woont zijn heil ook vinden in Europese regels. Maar dat wringt, want in tegenstelling tot de omvangrijke Nederlandse re-integratieregels bij arbeidsongeschiktheid zijn de Europese regels heel beperkt. Slechts twee korte artikelen uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG bieden aanknopingspunten voor lidstaten, werkgevers en werknemers in grensoverschrijdende situaties waar re-integratie kan en soms moet. Om een metafoor te gebruiken: we hebben een kapstok met twee kleine haakjes waar een hele zware jas aan moet worden opgehangen. Werkt dit?


Lees het hele artikel in Navigator.

De raadsheer-commissaris als zittingsrechter
Jules Loyson, Bart Hofstra, Karien Schaffels en Emile Pfeil
Uit een arrest van 8 januari 2018 van de Hoge Raad volgen twee vragen: (i) is artikel 268 Sv wel of niet van overeenkomstige toepassing in hoger beroep, en (ii) wat is materieel gezien de rol van de poortraadsheer en hoe verhoudt deze zich tot artikel 268 lid 2 Sv? Dit artikel beperkt zich tot de bespreking van de eerste vraag. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 268 Sv en artikel 415 Sv alsmede uit de wetsvoorstellen in het kader van de Modernisering Strafvordering die betrekking hebben op deze beide artikelen, kan slechts één conclusie worden getrokken: artikel 268 Sv is van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.


Lees het hele artikel in Navigator.

Centrale Raad van Beroep en doorlooptijden
Takvor Avedissian
Bert Marseille en Marc Wever hebben in hun artikel ‘Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited’ (NJB 2018, afl. 24) verslag gedaan van hun onderzoek naar het functioneren van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Als president van de CRvB ben ik blij met de constatering dat onze rechtspraak als het gaat om het zo veel mogelijk definitief beslechten van geschillen goed scoort op het onderdeel finaliteit.


Lees het hele artikel in Navigator.

Naschrift
Bert Marseille en Marc Wever
In ons artikel waren wij kritisch over de Centrale Raad van Beroep, niet alleen vanwege de uiterst trage afhandeling van hogerberoepszaken, maar ook omdat geen verbetering ten opzichte van twee jaar geleden zichtbaar was en evenmin bleek van beleid om werk te maken van de doorlooptijden. Over de reactie van de president van de Centrale Raad van Beroep zijn wij enthousiast: het probleem wordt onderkend en er worden plannen gemaakt het aan te pakken. Maar gaan die ook voor de hoognodige verbetering zorgen?


Lees het hele artikel in Navigator.

Bekijk dit nummer in Navigator.

5 september 2018
Blog
Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited: intrigerend, voorspelbaar en teleurstellend
Twee jaar geleden deden auteurs onderzoek naar het functioneren van de ABRvS en de CRvB. Wat gaat er inmiddels beter, minder, even goed of even slecht als twee jaar geleden?
21 juni 2018 Artikel Bert Marseille Marc Wever
TijdschriftNJB 24 (2018)
Ondermijning en het openbare-orderecht
Mirjam Tuk en Michel Vols
De term ondermijning fungeert als frame en heeft een zodanige mobiliserende werking dat het ook steeds meer juridische relevantie krijgt. Een Ondermijningswet is reeds aangekondigd en talloze bevoegdheden op het terrein van de openbare orde worden geïntroduceerd of fors uitgebreid. Dit is echter niet geheel onproblematisch, omdat ondermijning een dusdanig vaag begrip is dat zowel bingohallen, drugsdealers als salafisten eronder vallen. Ondanks, of wellicht vanwege, deze fluïde betekenis krijgt het ondermijningsframe meer en meer aandacht en invloed. Dit artikel wil een eerste bijdrage leveren voor de bestudering van de invloed van dit frame in de meer juridische sfeer.


Lees het hele artikel in Navigator.

Winstkans, finaliteit en snelheid in het bestuursrechtelijke hoger beroep revisited
Bert Marseille en Marc Wever
Twee jaar geleden deden auteurs onderzoek naar het functioneren van de ABRvS en de CRvB. De opvallendste bevinding betrof een verschil tussen de procederende partijen. De overheid bleek zeer terughoudend in het gebruik van het rechtsmiddel van hoger beroep, burgers allerminst. De winst in hoger beroep bleek echter bijna zonder uitzondering voor de overheid. Wat gaat er inmiddels beter, minder, even goed of even slecht als twee jaar geleden? Om die vraag te beantwoorden deden de auteurs het onderzoek over. Bij de beantwoording concentreren ze zich op dezelfde drie aspecten van de hogerberoepsprocedure als in het eerdere onderzoek: snelheid, winstkans en finaliteit. Vooral de winstkans voor de burger nam significant toe.


Lees het hele artikel in Navigator.

De wijzende vinger bekeken
Marthe Goudsmit
Deze bijdrage bakent de inhoud van het begrip wraakpornografie af, teneinde een effectieve strafbaarstelling te ondersteunen. In de eerste plaats wordt de vraag gesteld: Wat is wraakpornografie? Daarnaast komt de vraag naar de inhoud van andere vormen van pornografie waarbij consent ontbreekt aan de orde. Vervolgens komt in deze bijdrage aan bod wat de kwalijke handelingen zijn die door een dader van wraakpornografie verricht worden, gevolgd door een analyse van drie gradaties van daderschap. Verheldering van deze punten zou een effectieve strafbaarstelling van wraakpornografie kunnen bevorderen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Annuleringskostenbeding in algemene voorwaarden
Gerhard Rijken
Annuleren kost geld, dat staat vaak in de algemene voorwaarden. Dat kan onredelijk bezwarend zijn, maar is dat meestal niet. Het zou heel wat consumentvriendelijker zijn een bedenktijd in contracten op te nemen.


Lees het hele artikel in Navigator.

20 juni 2018
TijdschriftNJB 4 (2018)
AI en de rechtspraak
Corien Prins en Jurgen van der Roest
In een periode van groeiende argwaan tegenover het vermogen van digitale technologie en ‘techbedrijven’, ambieert de rechterlijke macht een stap verder te zetten dan het enkele digitaliseren van werkprocessen bij het afhandelen van zaken. Een ‘robotrechter’ voor de afdoening van grote hoeveelheden standaardzaken lijkt aanstaande. Te midden van alle aandacht voor en discussie over een volledige geautomatiseerde rechtsgang lijkt te worden vergeten dat artificiële intelligentie (AI) de rechtspraak zoveel meer heeft te bieden. In deze bijdrage wordt daarvan een schets gegeven. Beschreven wordt ook dat deze toepassingen op gespannen voet kunnen staan met uitgangspunten, tradities en soms ook kernwaarden van rechtspraak en allerlei risico’s en dilemma’s met zich meebrengen. Voor de omgang hiermee wordt een voorzet voor een kompas gegeven.


Lees het hele artikel in Navigator.

Komt de robotrechter er aan?
Henry Prakken
Algoritmes die uitkomsten in rechtszaken voorspellen trekken veel aandacht. Velen concluderen uit het bestaan van zulke voorspelalgoritmes dat ook het automatisch beslissen van rechtszaken dichterbij is gekomen. Maar deze conclusie berust op een verkeerd begrip van voorspelalgoritmes en op veronachtzaming van het verschil tussen het voorspellen en het nemen van juridische beslissingen. Het is realistischer om in te zetten op ondersteuning van de menselijke beslisser met artificiële intelligentie, zodat mens en computer samen beter presteren dan mens of computer alleen.


Lees het hele artikel in Navigator.

Huisvuil en responsiviteit
Bert Marseille en Marc Wever
Vertrouwen, ervaren procedurele rechtvaardigheid, responsiviteit en doenvermogen zijn de sociaalwetenschappelijke concepten die de kijk op het bestuursrecht de afgelopen jaren hebben beïnvloed. Nadat auteurs een aantal zittingen van een bezwaaradviescommissie bijwoonden doemde onmiskenbaar een vijfde concept op: uitlegbaarheid. Want regels waar de overheid haar burgers mee confronteert, moeten ruimte bieden voor responsiviteit en rekening houden met hun doenvermogen, maar bovenal uitlegbaar zijn. Zo niet, dan kan het ervaren van procedurele rechtvaardigheid nooit tot meer vertrouwen leiden.


Lees het hele artikel in Navigator.

Betere bescherming tegen afnemende wilsbekwaamheid
Willem van Tongeren
Uitgangspunt bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid is dat iedereen die wettelijk niet handelingsonbekwaam is wilsbekwaam is en dat de notaris desgevraagd in beginsel zijn ministerie moet verlenen en aan de wensen van een cliënt dient te voldoen. Daarom is het van belang dat de beoordeling van de wilsbekwaamheid van ouderen op het moment van het verrichten van rechtshandelingen met meer waarborgen wordt omgeven dan nu het geval is. Een wilsbeschikking niet meer ‘mogen’ maken, is erg. Maar op gevorderde leeftijd, oud en zwak, een wilsbeschikking maken die niet deugt en waarbij een eerdere, wél weloverwogen uiterste wilsbeschikking wordt herroepen, is erger.


Lees het hele artikel in Navigator.

25 januari 2018