
Amerikaanse agressie en het Nederlandse strafrecht
De recente militaire operaties van de Verenigde Staten tegen Venezuela en Iran hebben wereldwijd vragen opgeroepen over de rechtmatigheid van dit geweld onder het internationale recht. Minder aandacht is er voor de strafrechtelijke dimensie van dit optreden: in hoeverre kan sprake zijn van het internationale misdrijf agressie, en welke betekenis heeft dat voor het Nederlandse strafrecht? In deze bijdrage wordt onderzocht of en wanneer Amerikaanse aanvallen kwalificeren als strafbare agressie, en welke gevolgen dit kan hebben voor strafrechtelijke aansprakelijkheid in Nederland, waaronder die van leiders, medeplichtigen en publieke uitingen die dergelijk geweld openlijk vergoelijken.
Eindelijk richting een EU-defensiebeleid?
Voor de vormgeving van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) maakt de Europese Unie steeds meer gebruik van niet-GVDB-rechtsgrondslagen (zoals industriebeleid en begrotingsinstrumenten) om defensiecapaciteiten te versterken. De oorlog in Oekraïne versnelde deze trend met instrumenten om productie en aankoop van defensiematerieel te reguleren en te kunnen bekostigen. Hoewel de Raad van Ministers formeel de leiding behoudt, neemt de Commissie een steeds centralere rol in, wat wijst op een geleidelijke supranationalisering van het EU-defensiebeleid. De ontwikkeling past weliswaar binnen de verdragsdoelstelling van een gemeenschappelijk defensiebeleid, maar roept vragen op over de grenzen van de oorspronkelijke afspraken.
Explosief erfgoed
Een analyse van juridische vraagstukken rondom niet-geëxplodeerde munitie op de zeebodem
De grootschalige inzet van explosieven in actuele conflicten, zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten, vestigt ook de aandacht op de langdurige milieugevolgen van oorlogsvoering. Explosieven verdwijnen niet wanneer de gevechten eindigen: zij laten een toxische nalatenschap achter. Zo herbergt de Noordzee nog steeds een erfenis van de Eerste en Tweede Wereldoorlog: grote hoeveelheden niet-geëxplodeerde munitie liggen op de zeebodem. Deze munitieresten vormen niet alleen een veiligheidsrisico, maar leiden ook tot chemische vervuiling door het vrijkomen van toxische stoffen zoals TNT. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Nederlandse staat op grond van nationale, Europese en internationale milieunormen juridisch gehouden is tot het nemen van maatregelen tegen deze gevaren.
Een Nederlandse kapitein op een Nederlands zeeschip
De nationaliteitseis voor de kapitein op een Nederlands zeeschip: ontwikkeling, evaluatie en toepassing
Sinds 1930 geldt op Nederlands gevlagde zeeschepen een wettelijke nationaliteitseis voor de kapitein. Wat begon als een instrument ter bescherming van nationale belangen en werkgelegenheid, is in de loop der decennia onder invloed van Europese integratie en arbeidsmarktkrapte meerdere malen versoepeld. Als gevolg daarvan zijn er bijvoorbeeld ook veel Russische kapiteins op Nederlandse zeeschepen werkzaam. Met de inwerkingtreding van de Wet bemanning zeeschepen per 1 juli 2025, de recente evaluatie van deze nationaliteitseis en de huidige geopolitieke spanningen is het de vraag of het huidige wettelijke kader nog in balans is.
Verdraagzaamheid en democratie
Verdraagzaamheid staat onder druk, ook in samenlevingen die zich democratisch en vrij noemen. Cancelen, uitsluiten en moraliseren kunnen leiden tot aantasting van de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting. Vanuit persoonlijke ervaringen en juridische reflecties een pleidooi voor tolerantie als fundament van de democratische rechtsorde.
Eerder verschenen

NJB 13 (2026)
8 april 2026

NJB 12 (2026)
1 april 2026

NJB 11 (2026)
25 maart 2026

NJB 10 (2026)
18 maart 2026

NJB 9 (2026)
11 maart 2026