Artikelen van Göran Sluiter
blog
Amerikaanse agressie en het Nederlandse strafrecht
De recente militaire operaties van de VS tegen Venezuela en Iran hebben wereldwijd vragen opgeroepen over de rechtmatigheid van dit geweld onder het internationale recht. Minder aandacht is er voor de strafrechtelijke dimensie van dit optreden: in hoeverre kan sprake zijn van het internationale misdrijf agressie, en welke betekenis heeft dat voor het Nederlandse strafrecht?


Tijdschrift
NJB 14 (2026)
Amerikaanse agressie en het Nederlandse strafrecht
De recente militaire operaties van de Verenigde Staten tegen Venezuela en Iran hebben wereldwijd vragen opgeroepen over de rechtmatigheid van dit geweld onder het internationale recht. Minder aandacht is er voor de strafrechtelijke dimensie van dit optreden: in hoeverre kan sprake zijn van het internationale misdrijf agressie, en welke betekenis heeft dat voor het Nederlandse strafrecht? In deze bijdrage wordt onderzocht of en wanneer Amerikaanse aanvallen kwalificeren als strafbare agressie, en welke gevolgen dit kan hebben voor strafrechtelijke aansprakelijkheid in Nederland, waaronder die van leiders, medeplichtigen en publieke uitingen die dergelijk geweld openlijk vergoelijken.
Eindelijk richting een EU-defensiebeleid?
Voor de vormgeving van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) maakt de Europese Unie steeds meer gebruik van niet-GVDB-rechtsgrondslagen (zoals industriebeleid en begrotingsinstrumenten) om defensiecapaciteiten te versterken. De oorlog in Oekraïne versnelde deze trend met instrumenten om productie en aankoop van defensiematerieel te reguleren en te kunnen bekostigen. Hoewel de Raad van Ministers formeel de leiding behoudt, neemt de Commissie een steeds centralere rol in, wat wijst op een geleidelijke supranationalisering van het EU-defensiebeleid. De ontwikkeling past weliswaar binnen de verdragsdoelstelling van een gemeenschappelijk defensiebeleid, maar roept vragen op over de grenzen van de oorspronkelijke afspraken.
Explosief erfgoed
De grootschalige inzet van explosieven in actuele conflicten, zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten, vestigt ook de aandacht op de langdurige milieugevolgen van oorlogsvoering. Explosieven verdwijnen niet wanneer de gevechten eindigen: zij laten een toxische nalatenschap achter. Zo herbergt de Noordzee nog steeds een erfenis van de Eerste en Tweede Wereldoorlog: grote hoeveelheden niet-geëxplodeerde munitie liggen op de zeebodem. Deze munitieresten vormen niet alleen een veiligheidsrisico, maar leiden ook tot chemische vervuiling door het vrijkomen van toxische stoffen zoals TNT. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre de Nederlandse staat op grond van nationale, Europese en internationale milieunormen juridisch gehouden is tot het nemen van maatregelen tegen deze gevaren.
Een Nederlandse kapitein op een Nederlands zeeschip
Sinds 1930 geldt op Nederlands gevlagde zeeschepen een wettelijke nationaliteitseis voor de kapitein. Wat begon als een instrument ter bescherming van nationale belangen en werkgelegenheid, is in de loop der decennia onder invloed van Europese integratie en arbeidsmarktkrapte meerdere malen versoepeld. Als gevolg daarvan zijn er bijvoorbeeld ook veel Russische kapiteins op Nederlandse zeeschepen werkzaam. Met de inwerkingtreding van de Wet bemanning zeeschepen per 1 juli 2025, de recente evaluatie van deze nationaliteitseis en de huidige geopolitieke spanningen is het de vraag of het huidige wettelijke kader nog in balans is.
Verdraagzaamheid en democratie
Verdraagzaamheid staat onder druk, ook in samenlevingen die zich democratisch en vrij noemen. Cancelen, uitsluiten en moraliseren kunnen leiden tot aantasting van de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting. Vanuit persoonlijke ervaringen en juridische reflecties een pleidooi voor tolerantie als fundament van de democratische rechtsorde.

Tijdschrift
NJB 11 (2020)
De Automated and Electric Vehicles Act
In 2018 is in Groot-Brittannië de Automated and Electric Vehicles Act (AEVA) aangenomen. De AEVA bepaalt onder meer dat zelfrijdende voertuigen een speciale verzekering dienen te hebben en creëert een risicoaansprakelijkheid voor de verzekeraar of de voertuigeigenaar. Ook in Nederland spelen vragen naar aansprakelijkheid bij autonoom rijdende voertuigen. In dit artikel wordt bezien in hoeverre het regime dat door de AEVA wordt geïntroduceerd, ook buiten Groot-Brittannië mogelijke problemen rond aansprakelijkheid bij schade veroorzaakt door zelfrijdende voertuigen kan helpen oplossen. Om die vraag te beantwoorden worden eerst enkele algemene punten uiteengezet met betrekking tot aansprakelijkheid voor zelfrijdende auto’s die schade veroorzaken. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van een casus met betrekking tot productaansprakelijkheid voor een defect zelfrijdend voertuig die zich zou kunnen voordoen in de nabije toekomst. Daarna wordt de AEVA in nader detail belicht, om tot slot te beschouwen of het regime van de AEVA ook bruikbaar kan zijn buiten Groot-Brittannië.
Lees het hele artikel in Navigator.
Verkapte uitlevering in de zaken Poch en Ridouan T?
Door de zaken Julio Poch en Ridouan T staat de wijze van verkrijging van rechtsmacht over verdachten in het buitenland volop in de belangstelling. Er is kritiek te vernemen op wat er in deze zaken is voorgevallen. Maar tussen ontvoering en een reguliere uitlevering zitten diverse tinten grijs, die echt niet allemaal tot de conclusie van onrechtmatigheid leiden bij verkrijging van rechtsmacht over een verdachte.
Lees het hele artikel in Navigator.
Naar een uniforme uitleg van artikel 2 lid 2 WTL
Op 17 december heeft de procureur-generaal twee vorderingen tot cassatie ingesteld die de Hoge Raad in de gelegenheid stellen de nodige duidelijkheid te scheppen over de juiste uitleg van artikel 2 lid 2 Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding; het artikel dat euthanasie op grond van een schriftelijke wilsverklaring mogelijk maakt. In het NJB van 7 februari 2020 hebben drie auteurs al aandacht aan de vorderingen besteed. In dit artikel wordt dieper ingegaan op het betoog van de P-G en een viertal punten aan de orde gesteld waarop de redenering van de P-G niet of niet geheel bevredigend wordt geacht.
Lees het hele artikel in Navigator.
Globalisering en vrije nationaliteitskeuze
Met zijn bijdrage in dit blad van 21 februari opent mijn oud-collega Jessurun d’Oliveira een prikkelend debat over de komende kabinetsplannen tot modernisering van de bestaande juridische regelgeving van dubbele nationaliteiten. Hij ziet daarbij echter één belangrijke en primaire optie over het hoofd, en wel die van volledige afschaffing van iedere dubbele nationaliteit; en daarmee van het hele probleem. Wie terugkeert naar de wortels van een probleem zal zich immers eerst moeten afvragen of men dit niet beter radicaal kan uitroeien.
Lees het hele artikel in Navigator.
Naschrift
Twan Tak doet me de eer aan met me in discussie te gaan. Hij wil meervoudige nationaliteit met tak en wortel uitroeien door iedereen het recht te geven vrij een nationaliteit te kiezen, maar dan ook maar één: "ware democratie vereist dat ieder individu in volle vrijheid zelf zijn eigen nationaliteit mag en moet kiezen".
Zijn voorstel is niet radicaal genoeg als hij de afschaffing van iedere dubbele nationaliteit bepleit. Hij heeft het oog alleen op de situatie waarin iemand vrijwillig een andere nationaliteit krijgt, door optie of naturalisatie. De meeste bipatriden krijgen intussen meer dan een nationaliteit door geboorte, en hebben daarbij geen enkele keus.
Zijn voorstel is niet radicaal genoeg als hij de afschaffing van iedere dubbele nationaliteit bepleit. Hij heeft het oog alleen op de situatie waarin iemand vrijwillig een andere nationaliteit krijgt, door optie of naturalisatie. De meeste bipatriden krijgen intussen meer dan een nationaliteit door geboorte, en hebben daarbij geen enkele keus.
Lees het hele artikel in Navigator.
Bekijk dit nummer in Navigator.