Besluiten van vandaag werken door tot ver in de toekomst, maar in het overheidsbeleid krijgen die langetermijngevolgen nog te weinig gewicht. Dat concludeert de Raad van State in zijn jaarverslag over 2025. Volgens de Raad is het noodzakelijk dat de overheid structureel rekening houdt met de belangen van komende generaties en niet uitsluitend handelt vanuit de behoeften van het heden. Centraal in de jaarlijkse algemene beschouwing staat het beginsel van intergenerationele rechtvaardigheid. Dat uitgangspunt houdt in dat de huidige generatie verplicht is om natuurlijke hulpbronnen, economische mogelijkheden en maatschappelijke stabiliteit zodanig te beheren dat toekomstige generaties niet met onevenredige lasten worden opgezadeld.

Politieke focus te sterk gericht op korte termijn
|De Raad van State constateert dat regering en parlement zich vaak laten leiden door acute problemen en politieke actualiteit. Dat is verklaarbaar, maar volgens de Raad onvoldoende bij vraagstukken die zich uitstrekken over meerdere decennia. Het gaat daarbij onder meer om het pensioenstelsel, klimaatbeleid, migratie en de woningmarkt. Hoewel er initiatieven bestaan die proberen toekomstige belangen zichtbaarder te maken in het beleid, blijven die volgens de Raad fragmentarisch. Ze zijn vaak niet vast verankerd in besluitvormingsprocessen en missen samenhang. Daardoor is aandacht voor volgende generaties geen vast uitgangspunt, maar afhankelijk van politieke bereidheid op een bepaald moment.

Structurele aandacht vraagt om nieuwe instrumenten
Om toekomstgericht denken steviger te verankeren, pleit de Raad voor aanpassing van bestaande democratische praktijken. Zo kan langdurige burgerparticipatie, bijvoorbeeld via structurele burgerberaden, helpen om maatschappelijke keuzes breder en toekomstbestendiger te maken. Daarnaast noemt de Raad de invoering van specifieke functies of rollen, zoals een toekomstambassadeur binnen beleidsdomeinen of een onafhankelijke vertegenwoordiger voor toekomstige generaties. Ook wordt gewezen op het belang van systematisch gebruik van toekomstverkenningen en scenariomodellen. Omdat toekomstige belangen en omstandigheden vaak onzeker zijn, kan scenariodenken — zoals bijvoorbeeld future design — inzicht bieden in welke mogelijke rechten en belangen in de toekomst op het spel kunnen komen te staan. Dergelijke methoden maken zichtbaar welke risico’s en kansen huidige beslissingen op de lange termijn met zich meebrengen.

Grondwet als mogelijk ankerpunt
Een opvallend onderdeel van de beschouwing is de suggestie om te onderzoeken of de bescherming van toekomstige generaties expliciet in de Grondwet kan worden opgenomen. Een dergelijke bepaling zou richtinggevend kunnen zijn voor wetgeving, beleid en rechtspraak.  Tegelijkertijd benadrukt de Raad dat zo’n stap zorgvuldig moet worden afgewogen, omdat de Nederlandse Grondwet traditioneel terughoudend van opzet is. Volgens de Raad biedt het bestaande constitutionele kader overigens al aanknopingspunten: sociale grondrechten veronderstellen impliciet dat de overheid werkt aan duurzame levensvoorwaarden. Door dit explicieter te benoemen in wetsvoorstellen en toelichtingen kan dat uitgangspunt aan kracht winnen.

Langetermijnbeleid vraagt om politieke stabiliteit
De Raad van State wijst ook op het belang van politiek draagvlak over kabinetsperiodes heen. Meerjarige afspraken tussen parlement en maatschappelijke sectoren kunnen zorgen voor continuïteit op dossiers die essentieel zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het land. In dat kader ziet de Raad ook voor zichzelf een verantwoordelijkheid. De Afdeling advisering kan in haar adviezen nadrukkelijker aandacht besteden aan de vraag of voorgestelde wetgeving voldoende toekomstbestendig is.

Werkzaamheden Raad van State in 2025
Naast de inhoudelijke beschouwing bevat het jaarverslag cijfers over de werkzaamheden van de Raad van State. In 2025 bracht de Afdeling advisering in ruim driehonderd zaken advies uit. De meeste adviezen werden binnen enkele maanden afgerond en een meerderheid bevatte geen inhoudelijke opmerkingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dat jaar bijna 11.000 zaken. De gemiddelde doorlooptijd kwam uit op 36 weken. Woningbouwzaken kregen opnieuw prioriteit binnen het omgevingsrecht, een regeling die inmiddels is verlengd tot de zomer van 2026 vanwege het grote maatschappelijke belang.

 

Bron: raadvanstate.nl

Laatste nieuws