In steeds meer wetgeving is de ‘melding’ geïntroduceerd als alternatief voor een vergunning, omdat dit de administratieve lasten voor zowel de overheid als het bedrijfsleven zou verlagen. Onduidelijk is of een reactie van een bestuursorgaan op een melding een besluit is waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat. Binnenkort zal de Raad van State uitspraak doen. Vooruitlopend daarop is de conclusie van de staatsraad A-G verschenen.

In deze conclusie wordt betoogd dat de bestuursrechter rechtsbescherming moet verlenen tegen alle reacties die zich in de meldingenstelsels van de APV’s in kwestie voordoen. Dat geldt voor de uitdrukkelijke beslissingen die het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van een melding van de aanleg van een uitweg kan nemen, het verbod en de uitdrukkelijke acceptatie (al dan niet onder voorschriften), omdat zij kwalificeren als besluit in de zin van de Awb. Dat dient ook te gelden voor de ‘fictieve instemming’ door tijdsverloop op grond van beide APV’s, in kwestie die voor de rechtsbescherming met een besluit gelijk zou moeten worden gesteld. Aldus ontstaat er voor zowel de melder als voor derde belanghebbenden een coherent systeem van rechtsbescherming. In de conclusie wordt verder ingegaan op diverse vragen die in verband staan met de rechtsbescherming, zoals de inwerkingtreding van de diverse reacties op een melding en het vraagstuk van formele rechtskracht.

Bovendien beziet de conclusie het rechtskarakter van de bestuurlijke reacties in de meldingenstelsels in kwestie in onderlinge verhouding met het rechtskarakter van de reacties hiertegen in andere meldingenstelsels die in de Nederlandse wet- en regelgeving figureren, zoals de meldingenstelsels in het omgevingsrecht en diverse meldingenstelsels in de model APV. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de melding in verband met algemene regels, de melding als uitzondering op de vergunningplicht en de melding als gebod.  

Laatste nieuws