Veel van de kortetermijndoelen die de rijksoverheid zich had gesteld, zijn in 2025 niet gerealiseerd. Ook veel langetermijndoelen raken steeds verder uit zicht. Op verschillende terreinen, zoals wonen, strafrecht, economie en een gezonde leefomgeving, wekt de overheid verwachtingen die zij niet kan waarmaken. Daarmee wordt de rekening feitelijk doorgeschoven naar toekomstige generaties. Tot die conclusie komt de Algemene Rekenkamer in het verantwoordingsonderzoek.

Zo lijken de doelen voor het terugdringen van CO₂‑uitstoot en het voldoen aan normen voor schoon oppervlaktewater onhaalbaar. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de stikstofdoelen. In de strafrechtketen blijven de wachttijden bovendien lang en zijn ze niet verkort. Ook de ambitie om voldoende nieuwe woningen en flexwoningen te realiseren is niet waargemaakt. Hoewel er in vier jaar tijd 17.665 flexwoningen zijn gebouwd, lag het doel op 15.000 per jaar. Daarnaast is de concurrentiepositie van Nederland verzwakt en ontbreken op sommige beleidsterreinen zelfs concrete en realistische doelstellingen.

De problemen beperken zich niet tot beleidsdoelen, maar raken ook de uitvoering en bedrijfsvoering van de overheid. Wanneer de basis niet op orde is, ondervinden inwoners en bedrijven daar direct de gevolgen van. Zo moeten arbeidsongeschikten steeds langer wachten op een WIA‑beoordeling en lopen de wachttijden bij de IND verder op. Ook binnen de strafrechtketen blijven lange doorlooptijden een hardnekkig probleem.

In het bijzonder besteedde de Algemene Rekenkamer aandacht aan veiligheid. Ook hier blijkt dat zowel de prestaties als de basis tekortschieten. Er zijn grote knelpunten in de beveiliging van militaire objecten en in de strafrechtketen. De cybersecurity van digitale werkplekken van ambtenaren is weliswaar redelijk geregeld, maar het is onduidelijk hoe lang systemen uitvallen bij incidenten.

Het aantal rijksambtenaren is licht gestegen, van 157.015 naar 160.016 fulltime-equivalenten. Deze groei is kleiner dan in eerdere jaren. Tegelijkertijd is onduidelijk of de bezuinigingstaakstelling van 1 miljard euro van het kabinet-Schoof daadwerkelijk leidt tot een kleinere overheid. Opvallend is dat bij nieuwe wetgeving vaak onvoldoende inzicht bestaat in de personele gevolgen. Uit onderzoek naar 269 uitvoeringstoetsen blijkt dat in 38% van de gevallen geen duidelijke uitspraak wordt gedaan over de impact op personeel. Bij inspecties en toezichthouders ligt dit percentage zelfs op 76%, waardoor de uitvoering van beleid onder druk komt te staan.

Een ander structureel probleem is het gebrek aan coördinatie, vooral bij complexe vraagstukken die meerdere ministeries raken. Zo ontbreekt een centrale monitoring van de Veiligheidsstrategie en zijn er onvoldoende afspraken over verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld rond strategische voorraden in Caribisch Nederland.

Tegenover deze tekortkomingen staan ook enkele positieve ontwikkelingen. De arbeidsparticipatie is gestegen en er is een Nationale Zorgreserve van 5.000 reservisten opgezet. Verder is Nederland goed voorbereid op incidenten met het hoogspanningsnet en is de hersteloperatie in Groningen in 2025 versneld. Ook is de bedrijfsvoering rondom inkoop op veel ministeries verbeterd. Van de totale rijksuitgaven van 377,5 miljard euro is 99,46% rechtmatig besteed en van de inkomsten, 388,5 miljard euro, is 99,98% correct verantwoord.

Toch zijn er ook financiële aandachtspunten. Het aantal fouten en onzekerheden bij toekomstige verplichtingen ligt boven de norm van 1%. Vooral bij het ministerie van Defensie, waar 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden is geconstateerd, speelt een groot probleem. Dit komt onder meer door onvoldoende onderbouwing van uitzonderingen in aanbestedingsprocedures.

Hoewel de Algemene Rekenkamer de rijksrekening goedkeurt, plaatst zij hierbij duidelijke kanttekeningen. De omvangrijke fouten bij Defensie en Wajong-uitkeringen, evenals onzekerheden rondom belastinginkomsten, blijven aandacht vragen.

Het niet behalen van maatschappelijke doelen is misschien niet altijd direct zichtbaar in de financiële administratie, maar brengt wel grote en vaak onzichtbare kosten met zich mee voor huidige en toekomstige generaties. Om deze risico’s beter inzichtelijk te maken, heeft de Algemene Rekenkamer – op verzoek van de Tweede Kamer – een zogenoemde Hoogrisicolijst opgesteld. Deze lijst vormt een belangrijk instrument om structurele kwetsbaarheden in beleid en uitvoering te signaleren en bespreekbaar te maken.

De Hoogrisicolijst biedt een overzicht van de grootste risico’s die het realiseren van maatschappelijke doelen en een gezonde overheidsfinanciën in de weg staan. Het gaat daarbij niet alleen om concrete financiële tegenvallers, maar ook om bredere beleidsrisico’s, zoals ineffectieve maatregelen, gebrekkige sturing en onvoldoende samenhang tussen verschillende beleidsdomeinen. Zo wijst de Rekenkamer erop dat een bedrag van maar liefst 89 miljard euro gemoeid is met fiscale regelingen die mogelijk niet doeltreffend of doelmatig zijn. Dat betekent dat een groot deel van het publieke geld niet optimaal wordt ingezet, zonder dat altijd duidelijk is welk maatschappelijk effect daarmee wordt bereikt.

Ook benadrukt de Rekenkamer dat het niet halen van strategische doelstellingen op lange termijn grote gevolgen kan hebben. Zo vormt het risico dat Nederland de doelstelling van 3% van het bruto binnenlands product voor investeringen in research & development niet haalt, een bedreiging voor de innovatiekracht en internationale concurrentiepositie van het land. Dergelijke achterstanden werken vaak jarenlang door en zijn moeilijk in te halen.

Belangrijk is dat de Hoogrisicolijst niet bedoeld is als een uitputtend overzicht, maar als een startpunt voor politieke en maatschappelijke discussie. De lijst moet helpen om prioriteiten scherper te stellen en om bewuster om te gaan met keuzes in beleid en uitgaven. Daarbij vraagt de Rekenkamer nadrukkelijk aandacht voor de samenhang tussen korte- en langetermijnbeleid: maatregelen die op korte termijn effectief lijken, kunnen op langere termijn juist extra risico’s of kosten met zich meebrengen.

In combinatie met het eerder gepubliceerde dashboard Blik op Nederland biedt de Hoogrisicolijst volgens de Rekenkamer een belangrijk hulpmiddel om beter geïnformeerde afwegingen te maken. Door risico’s expliciet in beeld te brengen, ontstaat meer ruimte voor bijsturing en voor het versterken van de uitvoeringskracht van de overheid. Uiteindelijk moet dit bijdragen aan een overheid die realistischer plant, effectiever werkt en beter in staat is om het vertrouwen van burgers en bedrijven te herwinnen.


Bron: Algemene Rekenkamer 

Laatste nieuws