De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 29 april 2026 advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet waarmee het verplicht eigen risico per 2027 wordt verhoogd tot € 455. Het advies is op 4 mei 2026 openbaar gemaakt. Aanleiding voor het wetsvoorstel is dat de tijdelijke bevriezing van de indexatie van het verplicht eigen risico eind 2026 afloopt. Op grond van de geldende wettelijke regeling wordt de indexatie daardoor automatisch hervat. Het wetsvoorstel regelt dat het verplicht eigen risico in 2027, na toepassing van deze indexatie, aanvullend met € 60 wordt verhoogd. 

Daarnaast kondigt de regering aan dat zij vanaf 2028 een zogenoemde tranchering van het verplicht eigen risico in de medisch-specialistische zorg wil invoeren. Dit betekent dat per behandelprestatie maximaal € 150 aan eigen risico in rekening kan worden gebracht. Deze maatregel maakt geen onderdeel uit van het voorliggende wetsvoorstel, maar zal op een later moment worden uitgewerkt in een wijziging van het Besluit zorgverzekering.

Het doel van het wetsvoorstel is dat mensen die gebruikmaken van zorg een groter deel van de kosten zelf meefinancieren. Volgens de regering leidt dit tot een groter kostenbewustzijn en worden mensen gestimuleerd bewuster af te wegen of zorggebruik op dat moment noodzakelijk is. Dit zogenoemde remgeldeffect zou ertoe moeten leiden dat gemiddeld genomen minder zorg wordt gebruikt en de zorgkosten afnemen. Van de aangekondigde tranchering verwacht de regering dat deze de financiële drempel tot zorg verlaagt, ongewenste zorgmijding tegengaat en dat het kostenbewustzijn over een langere periode behouden blijft.

De Afdeling advisering heeft begrip voor de hervatting van de indexatie en voor de keuze om daarbij een inhaalslag te maken. Tegelijkertijd wijst zij erop dat de hoogte van het verplicht eigen risico in het afgelopen decennium meerdere malen onderwerp van maatschappelijk en politiek debat is geweest. In dat licht benadrukt de Afdeling het belang van consistent en voorspelbaar beleid voor burgers en uitvoeringsorganisaties. Voor de langere termijn is volgens haar een meer bestendige en waar mogelijk meer geobjectiveerde balans nodig tussen medefinanciering van zorgkosten via het verplicht eigen risico en het remgeldeffect enerzijds, en collectieve financiering via de zorgpremie anderzijds. Daarbij dient ook aandacht te zijn voor ondersteuning van groepen die financieel kwetsbaar zijn.

In de toelichting bij het wetsvoorstel wijst de regering op het belang van flankerend beleid, omdat de financiële gevolgen van het verplicht eigen risico vooral neerslaan bij chronisch zieken en kunnen leiden tot ongewenst zorgmijdend gedrag. Als mogelijke vormen van ondersteuning worden onder meer de zorgtoeslag, voorzieningen via de Wet maatschappelijke ondersteuning en de gemeentepolis genoemd, een collectieve zorgverzekering voor mensen met een laag inkomen. De Afdeling advisering merkt op dat hiermee verwachtingen worden gewekt over wat gemeenten in het algemeen voor bepaalde groepen verzekerden kunnen betekenen, terwijl niet duidelijk wordt of gemeenten deze rol ook daadwerkelijk kunnen waarmaken. Ook blijft onduidelijk welke gevolgen het wetsvoorstel voor gemeenten heeft en of hierover overleg heeft plaatsgevonden. De Afdeling adviseert de regering daarom om in de toelichting bij het wetsvoorstel nader in te gaan op deze punten.

Alles afwegend komt de Afdeling advisering tot de conclusie dat het wetsvoorstel aanleiding geeft tot een aantal opmerkingen en aandachtspunten. Zij adviseert de regering om deze in de verdere uitwerking te betrekken voordat het voorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Bron: Raad van State 

Laatste nieuws