Het Openbaar Ministerie (OM) vreest dat de uitbreiding van de positie van slachtoffers in het nieuwe Wetboek van Strafvordering de strafrechtspraak verder onder druk zet.
In zijn advies over de Tweede Aanvullingswet waarschuwt het College van procureurs-generaal dat de voorgestelde maatregelen kunnen leiden tot langere en ingewikkeldere strafprocedures, terwijl de strafrechtsketen al met capaciteitsproblemen te maken heeft.
Een belangrijk bezwaar betreft het voorstel om een strafzaak in beginsel aan te houden wanneer een opgeroepen slachtoffer niet op de zitting verschijnt. Volgens het OM zou deze regeling jaarlijks ten minste 19.450 extra schorsingen van zittingen veroorzaken. Om het extra werk op te vangen, zouden naar schatting elf officieren van justitie en vier administratieve medewerkers nodig zijn. Het College adviseert de minister daarom van deze regeling af te zien. Ook een financiële tegemoetkoming bij niet-naleving van slachtofferrechten stuit op bezwaren, met name vanwege de uitvoeringslasten die daarmee gemoeid zijn.
Meer steun is er voor de voorgestelde aanpassing van het functioneel verschoningsrecht van advocaten. Daarbij krijgt de officier van justitie een grotere rol bij de eerste beoordeling van gegevens die mogelijk onder het verschoningsrecht vallen. De uiteindelijke beslissing over inzage door opsporingsdiensten blijft bij de rechter-commissaris. Het OM acht versnelling noodzakelijk: de huidige filtering van mogelijk vertrouwelijke informatie neemt gemiddeld 211 dagen in beslag, waarna een eventuele beklagprocedure gemiddeld nog eens 200 dagen duurt.
Daarnaast pleit het OM ervoor dat advocaten en andere geheimhouders hun vertrouwelijke communicatie beter herkenbaar maken, bijvoorbeeld door daarvoor speciale portalen te gebruiken. Ook zou in de wet duidelijker moeten worden vastgelegd welke verantwoordelijkheid bij de overheid ligt en welke bij de geheimhouder zelf. Ten slotte voorziet het OM een toename van de werklast als audiovisuele registraties worden gecombineerd met verkorte processen-verbaal.
Bron: OM