Wetsvoorstel (29-06-2026) tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
—De Wet biometrie vreemdelingenketen (Wbvk) (Stb. 2014, 2) voorzag in een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) om het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen uit te breiden en daarmee de identiteitsvaststelling van vreemdelingen te verbeteren. De in die wet opgenomen nationale bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (artikel 106a Vw 2000) had in eerste instantie een tijdelijk karakter en zou per 1 maart 2026 komen te vervallen. Dan zouden alle gezichtsopnamen en vingerafdrukken in de vreemdelingenadministratie moeten worden vernietigd. Met de Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (Wbbbgv) (Stb. 2026, 47) is de nationale bevoegdheid zonder horizonbepaling bestendigd. Gelet op het naderende einde van de termijn in de horizonbepaling vond de parlementaire behandeling van de Wbbbgv plaats onder grote tijdsdruk. Daardoor is onvoldoende gelegenheid geweest voor een zorgvuldige inhoudelijke behandeling van het wetsvoorstel. Tijdens het debat is daarom toegezegd dat voor de zomer van 2026 een wetsvoorstel wordt ingediend om de nationale bevoegdheid opnieuw een tijdelijk karakter te geven. Met dit wetsvoorstel wordt aan die toezegging uitvoering gegeven. Daartoe wordt in de Vw 2000 een horizonbepaling opgenomen voor de nationale bevoegdheid tot afname en verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen die aldus luidt: ‘De artikelen 106a en 107, eerste lid, onderdeel a van de Vreemdelingenwet 2000 vervallen vijf jaar na inwerkingtreding van dit artikel, tenzij vóór afloop van die termijn bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet is ingediend dat strekt tot voortzetting van de in artikel 106a geregelde bevoegdheid.’
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat het wetstraject tot nu toe onzorgvuldig is verlopen en onderschrijft dan ook het doel van de regering om alsnog een inhoudelijk debat over de verwerkingsbevoegdheid mogelijk te maken. Daarover zijn kritische adviezen verschenen, onder meer van de Afdeling zelf.