Besluit van 13-07-2026, Stb. 2026, 222
Besluit houdende tijdelijke economische beperkingen voor het tegengaan van het in stand houden van de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden)
—De Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden en Syrische Golanhoogvlakte is, en de Israëlische nederzettingen aldaar zijn onrechtmatig. De regering schaart zich achter de oproep van het Internationaal Gerechtshof om de onrechtmatige bezetting zo spoedig mogelijk te beëindigen. Recent Israëlisch optreden in deze gebieden rechtvaardigt een aanpassing van het huidige beleidskader en een verhoging van de druk. Derhalve introduceert de regering nadere nationale maatregelen die ertoe strekken te voorkomen dat economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie die strijdig is met het internationaal recht bestaande uit een nationaal verbod op het invoeren, aankopen en het in de handel brengen of op de markt aanbieden van goederen afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen en op het leveren van tussenhandeldiensten die verband houden met deze producten. Het gaat daarbij om goederen die geheel of gedeeltelijk verkregen of geproduceerd zijn in een onrechtmatige nederzetting in de door Israël bezette gebieden. Het besluit bevat zowel een douanemaatregel (invoerverbod), diverse markttoezichtmaatregelen (aankoopverbod, verkoopverbod en het verbod op het verlenen van tussenhandeldiensten), alsook een verbod op het omzeilen van deze verboden. Voor de vaststelling van dit sanctiebesluit als AMvB geldt krachtens de Sanctiewet 1977 een aantal specifieke procedurele vereisten. Zo treedt een dergelijke sanctiebesluit niet eerder in werking dan twee maanden na de uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Omdat dit besluit strekt ter nadere invulling van vier aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, voorziet de Sanctiewet 1977 ook in parlementaire betrokkenheid. Binnen één maand na de uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, kan door of namens één der Kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van één van de Kamers de wens te kennen worden gegeven dat het besluit bij de wet zal worden bekrachtigd. Als dat gebeurt moet de regering zo spoedig mogelijk dat wetsontwerp indienen en als dat door één van de Kamers wordt verworpen, wordt het besluit onverwijld ingetrokken. Tot slot geldt als bijzonderheid dat een sanctiebesluit, behoudens eerdere intrekking, drie jaren na inwerkingtreding ervan vervalt, tenzij bij nadere wet anders wordt bepaald.
Inwerkingtreding
Inwerkingtreding met ingang van 22 september 2026.