Wet van 18-06-2026, Stb. 2026, 219
Wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en de Wet op de economische delicten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1619 met betrekking tot kapitaalvereisten voor banken en Richtlijn (EU) 2024/2994 met betrekking tot blootstellingen op centrale tegenpartijen (Implementatiewet kapitaalvereisten 2026)
—De te implementeren richtlijn wijzigt de richtlijn kapitaalvereisten (CRD), wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s. Tegelijk met die richtlijn is Verordening 2024/1623 vastgesteld die de verordening kapitaalvereisten (CRR) wijzigt. Waar nodig is aan die verordening uitvoering gegeven middels het Uitvoeringsbesluit kapitaalvereisten 2025 (Stb. 2025, 5).
De CRD en CRR voorzien samen in het prudentiële kader voor banken en bepaalde beleggingsondernemingen die van zodanige omvang zijn dat zij moeten voldoen aan dit prudentiële kader in plaats van het prudentiële kader voor beleggingsondernemingen uit de IFR -Verordening en de IFD Richtlijn). Deze prudentiële eisen zien onder andere op het aan te houden kapitaal, de aan te houden liquide middelen en het risicomanagement door banken. De aanpassingen in de CRD zijn vierledig. Als eerste zijn er aanpassingen gemaakt om ecologische, sociale en governance-risico’s (ESG-risico’s) te verankeren in het risicoraamwerk dat banken hanteren om hun risico’s te beheersen. Een tweede aanpassing ziet op de harmonisatie van toezichtsbevoegdheden en -instrumenten. De derde aanpassing volgt uit de situatie die is ontstaan na Brexit. De vierde aanpassing ziet op de onafhankelijkheid van de nationale toezichthouders. Het belangrijkste onderdeel dat de verordening toevoegt aan de CRR betreft de introductie van de kapitaalvloer. Om verschillen in kapitaalsvereisten, indien die door banken worden vastgesteld op basis van intern berekende risicogewichten (‘interne modellen’) te beperken, wordt de kapitaalvloer geïntroduceerd. De kapitaalvloer stelt een ondergrens vast voor de uitkomst van interne modellen. Op grond van deze ondergrens dienen de totale risicogewogen activa, zoals berekend volgens de interne modellen van de betreffende bank, minimaal 72,5% te zijn van wat de risicogewogen activa van de bank volgens de standaardbenadering zouden moeten zijn. De verordening voegt twee lidstaatopties toe aan de CRR. De eerste betreft het niveau van toepassing van de kapitaalvloer op banken binnen een lidstaat. De tweede maakt het mogelijk om tot en met 2032 de kapitaalvereisten voor laag risico hypotheken, die berekend worden op basis van interne modellen, tijdelijk te verlagen. Nederland maakt gebruik van beide lidstaatopties. De richtlijn leidt tot wijzigingen in de Wft, de Bankwet 1998, de Wet op de economische delicten en lagere regelgeving. Het merendeel van de wijzigingen in de richtlijn wordt middels deze wet geïmplementeerd in de Wft.
Inwerkingtreding
Inwerkingtreding op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.