Wet van 09-07-2026, Stb. 2026, 185 en inwerkingtredingsbesluit van 09-07-2026, Stb. 2026, 197
Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (‘strategische rechtszaken tegen publieke participatie’)
—De richtlijn moest uiterlijk 7 mei 2026 zijn geïmplementeerd. Het doel van de richtlijn is dat bij publieke participatie betrokken personen, zoals journalisten, mensenrechtenverdedigers en onderzoekers, hun werk onbelemmerd kunnen doen. Hun bijdragen aan het publieke debat zijn onmisbaar in en voor een goed functionerende rechtsstaat. In en buiten de Europese Unie lijkt het aantal strategische rechtszaken tegen publieke participatie van journalisten, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), wetenschappers en maatschappelijke organisaties (‘strategic lawsuits against public participation’: SLAPPs) toe te nemen. SLAPPs worden ingezet om deelname van personen of organisaties aan het publieke debat te voorkomen, te beperken of te bestraffen. De richtlijn beoogt hindernissen weg te nemen voor de goede werking van burgerrechtelijke procedures en bescherming te bieden aan natuurlijke personen en rechtspersonen die vanwege hun publieke participatie in zaken van algemeen belang in rechte worden betrokken om hen te weerhouden van publieke participatie.
Op de in deze richtlijn opgenomen maatregel van zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding na, voorziet het Nederlandse (proces)recht reeds in de door de richtlijn voorgeschreven procedurele waarborgen, zoals de mogelijkheid om een vordering zo vroeg mogelijk in de procedure niet-ontvankelijk te verklaren. Hiervoor is dus geen afzonderlijke implementatie nodig. Dit wetsvoorstel implementeert daarom uitsluitend de maatregel van zekerheidstelling.
Zekerheidstelling voor proceskosten en schadevergoeding
Een verweerder in een civiele procedure krijgt de mogelijkheid om zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding te vragen van een eiser die volgens de wederpartij misbruik van procesrecht maakt. Met die zekerheid kan betaling worden gewaarborgd in het geval de rechter oordeelt dat de procedure een SLAPP is. Bij amendement is daar nog aan toegevoegd dat de in
het ongelijk gestelde partij in de volledige kosten wordt veroordeeld. Daarmee is er een duidelijke wettelijke plicht tot volledige kostenvergoeding in SLAPP-zaken, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten. Zo wordt het gat tussen toegekende forfaitaire tarieven en de reële kosten gedicht. Daarmee is de misbruikende eiser degene die het financiële risico draagt, en niet degene die zich verzet tegen juridische intimidatie. Daarmee wordt de preventieve werking van de wet vergroot doordat de dreigende kosten van een SLAPP-procedure het vaakst genoemd worden als reden om (delen van) publicaties te schrappen.
Inwerkingtreding op 14 juli 2026.