Wereldwijd worden constitutionele democratieën uitgehold. Uit het V-dem rapport van 2025 blijkt dat er voor het eerst in 20 jaar minder democratieën zijn dan autocratieën, en dat op dit moment bijna drie op de vier personen in een autocratie leven. Het hoogste aantal sinds 1978. Ook in Nederland is recent door juristen, politici en wetenschappers gewaarschuwd voor het verval van de democratische rechtsstaat. Hierbij wordt vaak gewezen naar zowel externe dreigingen, zoals ondermijning door buitenlandse actoren of klimaatopwarming, als interne dreigingen, zoals desinformatie en de opkomst van het populisme. Een van die interne dreigingen vormt voor juristen een interessante paradox: democratisch verkozen politici die de structuren van de democratische rechtsstaat gebruiken om deze uit te hollen. In het proefschrift van Jorieke Manenschijn is onderzocht op welke manier het idee van de weerbare rechtsstaat een antwoord kan bieden op rechtsstatelijk verval veroorzaakt door politieke actoren zelf. Het proefschrift is opgedeeld in drie delen. In het eerste deel wordt, door middel van een gevalstudie
van het Verenigd Koninkrijk, geïllustreerd hoe rechtsstatelijk verval eruitziet. Deze gevalstudie maakt duidelijk dat rechtsstatelijk verval, zeker in het beginstadium, lastig te herkennen is. Rechtsstatelijk verval vindt vaak plaats door middel van een reeks kleine, subtiele veranderingen, die op zichzelf genomen niet schadelijk lijken, maar in samenhang leiden tot uitholling van de rechtsstaat. Het tweede deel gaat in op de bestaande theorieën rondom de weerbare democratie en de weerbare rechtsstaat. Uit dit deel blijkt dat de bestaande theorieën van de weerbare democratie niet goed genoeg zijn afgestemd op het probleem van rechtsstatelijk verval. Dit terwijl de ideeën rondom de weerbare rechtsstaat nog onvoldoende zijn uitgewerkt. Zo ontbreekt het in de huidige literatuur aan een duidelijk kader om te analyseren wanneer de rechtsstaat in verval is, en vooral wanneer dat verval gevaarlijk wordt voor het voortbestaan van de democratische rechtsstaat. Ook is er nog weinig bekend over de instrumenten die ingezet kunnen en mogen worden ter bescherming van de democratische rechtsstaat.
In het derde en laatste deel wordt uiteengezet hoe een volwaardige theorie van de weerbare rechtsstaat eruit zou kunnen zien. Allereerst wordt, op basis van een metastudie van empirisch onderzoek naar de effectiviteit van constitutionele waarborgen, een overzicht geboden van de ‘formele instrumenten’ die onderdeel zouden kunnen zijn van een theorie van de weerbare rechtsstaat, en wordt inzicht geboden in de effectiviteit van deze waarborgen. In het laatste hoofdstuk wordt vervolgens gepleit voor een minimale theorie van de rechtsstaat. Hierbij ligt de nadruk op het beschermen van een rechtsstatelijke ondergrens, gebaseerd op het idee van ‘effective checks and balances’. Tot slot wordt betoogd dat zo’n dergelijke, minimalistische theorie van de weerbare rechtsstaat kan bijdragen aan het tegengaan van rechtsstatelijk verval. Het biedt zowel een duidelijk kader voor het analyseren van constitutionele veranderingen, en biedt inzicht in de maatregelen die getroffen kunnen worden om constitutionele democratieën weerbaarder kunnen maken. En hoewel zulke institutionele waarborgen verval niet oneindig zullen tegenhouden, kan het wel leiden tot het vertragen van rechtsstatelijk verval. En tijd kan essentieel zijn voor de verdediging van de democratische rechtsstaat.
Manenschijn promoveerde op vrijdag 13 februari 2026 cum laude aan de universiteit Leiden. Promotoren: prof.dr. Afshin Ellian en dr. Gelijn Molier.
Jorieke Manenschijn
Towards a theory of militant constitutionalism
Later dit jaar zal er een handelseditie van het proefschrift verschijnen.