Meerderjarigenbescherming in Europa

Wanneer moeten rechters en instanties ingrijpen om volwassenen te beschermen, en wanneer moeten zij een stap terugdoen om hun keuzes te respecteren? Door de vergrijzing hebben steeds meer mensen ondersteuning nodig bij het nemen van juridische beslissingen. Meerderjarigenbescherming, zoals curatele en bewind, is een manier om die ondersteuning te bieden. Een rechtbank of een andere bevoegde instantie kan bepalen dat een vertegenwoordiger juridische beslissingen met of voor iemand neemt die niet in staat wordt geacht deze beslissingen zelfstandig te nemen. Deze maatregelen kunnen vergaande gevolgen hebben: zij kunnen iemands mogelijkheden beperken om te trouwen, geld te beheren, in te stemmen met een medische behandeling, of te bepalen waar hij of zij wil wonen.

Dit proefschrift onderzoekt meerderjarigenbescherming in Europa vanuit een rechtsvergelijkend en mensenrechtelijk perspectief. Het richt zich op drie samenhangende mensenrechtennormen uit het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (IVRPH) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): handelingsbekwaamheid, wil en voorkeuren, en procedurele waarborgen. Bijzondere aandacht gaat uit naar volwassenen met dementie, omdat de progressieve aard van hun aandoening specifieke vragen oproept over hoe hun handelingsbekwaamheid en hun wil en voorkeuren gerespecteerd kunnen worden naarmate hun beslisvaardigheid afneemt. Het proefschrift combineert juridisch-dogmatisch onderzoek en rechtsvergelijking. Om inzicht te krijgen in de praktijk zijn daarnaast dertig semigestructureerde interviews afgenomen met rechters, vertegenwoordigers, advocaten en beleidsadviseurs in Duitsland en Ierland.

Uit de rechtsvergelijking blijkt dat in heel Europa een verschuiving zichtbaar is naar een bredere erkenning van handelingsbekwaamheid van volwassenen. Het traditionele ‘alles of niets’-model is in alle onderzochte landen afgeschaft. De meeste Europese landen vereisen dat beperkingen van handelingsbekwaamheid proportioneel zijn. In veel landen bestaan minder ingrijpende alternatieven, en bepaalde procedurele waarborgen zijn breed verankerd in de wetgeving.

Op andere gebieden is de aansluiting bij de mensenrechtennormen complexer. De strikte interpretatie van artikel 12 IVRPH door het IVRPH-Comité wordt vrijwel nergens in Europa volledig gevolgd. Zelfs in landen waar beperkingen van handelingsbekwaamheid wettelijk niet mogelijk zijn, treden in de praktijk indirect toch beperkingen op. De meeste landen blijven daarnaast de best interests norm gebruiken, in plaats van iemands wil en voorkeuren als doorslaggevend te behandelen.

Bij alle normen bestaan duidelijke verschillen tussen wat er in de wet staat en wat er in de praktijk gebeurt. Mensen die formeel handelingsbekwaam zijn, worden soms toch niet als zodanig behandeld. Professionals in de zorg en financiële sector communiceren soms liever met vertegenwoordigers dan met de personen zelf. Rechters passen beperkingen van handelingsbekwaamheid soms breder toe dan noodzakelijk. Vertegenwoordigers worstelen met de vraag hoe zij de wil en voorkeuren van personen moeten respecteren.

De bijdrage van dit proefschrift ligt in het zichtbaar maken van de kloof tussen recht en realiteit en in het formuleren van een realistischer benadering van meerderjarigenbescherming. Het onderzoek bespreekt concrete voorbeelden uit Europese landen waarop wetgevers kunnen voortbouwen, zoals het loskoppelen van meerderjarigenbescherming van beperkingen van handelingsbekwaamheid en het gebruik van een sociaal rapport in de instellingsprocedure. De uitdaging is om ervoor te zorgen dat beperkingen van handelingsbekwaamheid uitsluitend als laatste redmiddel worden ingezet en gepaard gaan met passende procedurele waarborgen. Dat vraagt niet alleen om wetswijzigingen, maar ook om de bereidheid te luisteren naar de mensen die het aangaat en naar degenen die hen ondersteunen. Alleen zo komen recht en realiteit dichter bij elkaar.

Schuthof promoveerde op 30 april 2026 aan de Universiteit Utrecht. Promotoren: prof. dr. Wendy Schrama, prof. dr. Masha Antokolskaia en prof. dr. Leon Verstappen. Het proefschrift werd (mede) mogelijk gemaakt met financiële steun van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en Alzheimer Nederland. Het proefschrift maakt deel uit van het STRIDE-project, een multidisciplinair consortium van onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, de Universiteit Utrecht, de Rijksuniversiteit Groningen, het Amsterdam UMC en het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. 

 
Fiore Schuthof
Adult Guardianship in Europe: A Human Rights and Comparative Perspective. Between Rights and Realities


Boom 2026
ISBN 978 90 4730 329 9

Over de auteur(s)