Helpen om de praktijk beter te maken, dat is de drijfveer van Anne-Sophie Fritschij. Ze timmert flink aan de weg. Vorig jaar schreef ze met een collega jurist een boek en dit jaar won ze een internationale prijs.
Waarom ging je rechten studeren?
‘Ik wilde geneeskunde studeren, maar ik ging met iemand mee naar een open dag van rechtsgeleerdheid. Dat vond ik ook heel interessant. Ik dacht toen vooral aan international business law, maar naarmate de bachelor vorderde ging ik het strafrecht steeds boeiender vinden. Jurisprudentie in het strafrecht leest bijna als een thriller. De psychologie erachter, alles wat erbij komt kijken qua opsporing. Daarom koos ik voor de master strafrecht. En omdat ik, ook tijdens mijn studie, heb gewerkt bij Bol.com, Lukkien en Capgemini, heb ik de business-kant ook wel meegekregen. Het is natuurlijk iets heel anders dan geneeskunde, maar de rode draad is dat ik mensen wil helpen.’
Was het ook een optie geweest voor jou om bij de Politie te gaan werken?
‘Ik sluit niet uit dat ik dat gedaan had als het eerder op mijn pad was gekomen. Een vriendin wees me op de vacature bij Capgemini. Ik zag dat zij werkten voor opdrachtgevers als het Openbaar Ministerie (OM), Politie en Defensie. Dat sprak me erg aan. Het leek me leuk om bij al die organisaties een kijkje in de keuken te nemen. Het is er tot nu toe alleen nooit van gekomen. Ik zit voor Capgemini al vijf jaar bij de Politie en ik heb nooit een andere opdrachtgever gehad omdat ik het hier erg naar mijn zin heb. Als de Politie dat ook wil en ik mijzelf kan blijven ontwikkelen zou ik daar graag de komende jaren blijven, omdat het nieuwe Wetboek van Strafvordering naar verwachting in 2029 ingaat. Overigens heb ik wel contact met andere organisaties, waaronder het OM en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), omdat ik bij Capgemini ook Market Lead Justitie & Veiligheid ben. Ook in mijn rol bij de Politie heb ik contact met veel andere ketenpartners in de strafrechtketen.’
Is het bijzonder om met een master strafrecht bij de Politie terecht te komen?
‘Het is niet gebruikelijk. Mensen gaan er vaak vanuit dat je advocaat of officier van justitie wordt. Dat zijn de gebaande wegen. Het leuke was dat ze in Utrecht op de eerste dag van de master zeiden: met deze keuzevakken kun je richting de advocatuur, met deze keuzevakken richting het OM en met deze keuzevakken richting de Politie. Die laatste keuzevakken heb ik gekozen. Mijn scriptie ging over de mogelijkheid tot verplicht grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek in cold cases. Aan het einde van mijn studie ben ik vrijwilliger geworden bij de Politie. Ik zat bij het Cold Case team van de eenheid Oost-Nederland. Bij Capgemini heb ik ook aangegeven dat ik voor mijn eerste opdracht graag naar de Politie wilde. Eerst ben ik adviseur geweest voor de CTO op onder andere lifecycle management van systemen. Dat was interessant, maar ik kon er mijn passie niet volledig in kwijt. Toen kwam het nieuwe Wetboek van Strafvordering eraan. Nu kan ik impact maken voor de praktijk, dacht ik. Ik help de Politie met de implementatie ervan. Dit doen we in een groot programma en ik vind het bijzonder dat ik mijn steentje mag bijdragen.’
Waar zie jij jezelf over vijf of tien jaar?
‘Dat vind ik een lastige vraag. Ik had een soort bucketlist voor mijn werk, maar heel veel dingen op die lijst heb ik inmiddels al gedaan. Ik heb podcasts gemaakt, ben naar het buitenland geweest voor mijn werk en heb aan verschillende talentenprogramma’s meegedaan. Soms vraag ik aan oudere collega’s bij Capgemini en bij de Politie: wat is het mooiste traject dat je in je carrière hebt gedaan? Dan noemen veel mensen de millenniumomslag of de invoering van de euro. Iets groots dus. Nu ben ik bezig met de grootste verandering in de strafrechtketen van de afgelopen 100 jaar. Dit heeft een heel grote impact op de strafrechtketen. We hebben zoiets nooit eerder in deze omvang gedaan. Voor mij is dit het tofste project dat ik kan bedenken. Waarschijnlijk noem ik dit als mensen mij ooit vragen naar het mooiste traject uit mijn carrière. Ik kan niet goed bedenken wat ik hierna wil doen. Wel vind ik het fijn om stappen omhoog te blijven maken en te blijven leren. Nu ben ik medeverantwoordelijk voor de ketenafstemming. Dan heb je onder andere contact met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het OM, de Koninklijke Marechaussee, de Buitengewone Opsporingsdiensten, zoals de Fiod. Daar leer ik veel van.’

Wie inspireert jou in je vak?
‘De mensen die werken in de strafrechtketen, of dat nu bij de Politie is of het OM of het NFI. Iedere partij in de strafrechtketen heeft een bijzondere rol. Ik heb ontzettend veel respect voor het werk dat zij doen. Zij zien en doen dingen die veel andere mensen niet zouden doen. Dat inspireert mij om mijn werk goed te doen. Omdat het belangrijk is dat ook consultants zich kunnen verplaatsen in de mensen die in de strafrechtketen werken, organiseer ik voor Capgemini werkbezoeken en verzorg ik leergangen. Zelf loop ik elke maand twee of drie diensten mee met de Politie. Vaak ’s avonds of ’s nachts of ik neem er een dag vrij voor. Binnenkort ga ik bijvoorbeeld mee met de speurhonden, maar ook weleens met de noodhulp of de forensische opsporing. Mijn werk is bedoeld om de praktijk beter te maken, dus moet ik de praktijk goed kennen.’
Wat is jouw grootste zakelijke succes tot nu toe?
‘Het grootste succes vind ik hoe we nu het nieuwe Wetboek van Strafvordering implementeren bij de Politie. En de publicatie van het boek “De strafrechtelijke grenzen aan een virtuele werkelijkheid”. Ik denk dat we daarmee de praktijk verder helpen. Over virtual reality en strafrecht is in de praktijk nog weinig te vinden in Nederland. We hebben ook een hoofdstuk toegevoegd over wat de verschillende partners uit de keten doen rondom virtual reality. Het boek geeft handvatten en is echt bedoeld om mensen aan het denken te zetten. Uit de praktijk krijgen we positieve reacties. Mensen zeggen: jullie hebben ons hier echt mee geholpen.’
Je kreeg ook een belangrijke prijs. Was dat niet bijzonder?
‘Ik was winnaar van de 2026 Women Changing the World Global Award in de categorie Women in Law en ik ben tweede geworden in de categorie Women in Corporate & Public Sector. Aan deze verkiezingen nemen 97 landen deel en er waren meer dan 1.500 vrouwen genomineerd. Ik kreeg de prijs voor de combinatie van het werk dat ik doe, zowel als Market Lead als voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Maar ook het docentschap, de publicaties en de algehele bijdrage aan de opsporingspraktijk. Voor mij voelt dat werk heel normaal, maar zij vinden het bijzonder. Ik voel me er soms ongemakkelijk bij, want ik houd er niet van om persoonlijk in de belangstelling te staan. Het werk is voor mij belangrijker dan de prijs. Ik vond het ook zo heftig klinken, Women Changing the World Award. Ik heb helemaal niet het idee dat ik de wereld aan het veranderen ben. Er zijn vrouwen die in mijn ogen veel belangrijker werk doen. Dat neemt niet weg dat ik enorm dankbaar ben dat ik de prijzen heb mogen winnen. Het voelt bijzonder om erkenning te krijgen buiten de Nederlandse strafrechtketen voor het werk dat ik doe.’
Vind je publiceren belangrijk?
‘Alleen als het een doel dient. Ik vind kennisdeling heel belangrijk. En het moet natuurlijk iets nieuws zijn, niet een onderwerp dat door slimme mensen al helemaal uitgedokterd is. Ik wil wel echt een bijdrage leveren. Binnenkort verschijnt er een artikel waarvan ik co-auteur ben met Puck Bijleveld over de inzet van humanoids in de strafrechtketen in Trends in Veiligheid, een trendrapport van Capgemini. Ik vind het proces van het schrijven ook leuk en interessant. Al was het met ons boek over de virtuele werkelijkheid soms best lastig, omdat daar zo weinig over te vinden is. We hebben zelf veel onderzoek gedaan.’
Hoe zie je de rol van de uitgever?
‘De uitgever gaf ons veel vertrouwen en creatieve vrijheid, maar ze gaf ook sturing. Het helpt enorm dat er een redactieteam is dat stukken leest en commentaar geeft. Daardoor krijg je net iets meer scherpte. Het was ook fijn dat de uitgever ons een deel van het proces uit handen heeft genomen, zoals de contacten met de opmaak en de drukker. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar ik vond de samenwerking heel bijzonder.’
Wat is jouw favoriete arrest?
‘Een van mijn favoriete arresten is het Posbank-arrest over de Mr. Big-methode. In die zaak deed de politie zich maandenlang voor als een criminele organisatie om het vertrouwen van een verdachte te winnen. Uiteindelijk legde de verdachte een bekentenis af, maar de vraag was of die bekentenis nog wel echt vrijwillig en betrouwbaar was. De Hoge Raad heeft daar belangrijke grenzen aan gesteld. Wat mij daarin fascineert is niet alleen de inventiviteit van zo’n opsporingsmethode, maar vooral hoe het recht zich vervolgens ontwikkelt om daar duidelijke kaders voor te geven. Die voortdurende wisselwerking tussen de praktijk van de opsporing en de ontwikkeling van het strafrecht vind ik misschien wel het mooiste aan mijn vak.’
In de interviewreeks Young Professionals zijn eerder gesprekken met Micha Venderbos, Léon Dijkman, Marize Verhagen, Ali al Khatib, Anna Berlee, Yael Diamant, Ronald Olivier, Maarten Remmink, Pim Huisman en Niels Jak, Elbert de Jong, Jannemieke Ouwerkerk, Ralpf Frins, Kasper Jansen, Jeroen Rheinfeld en Justine van Lochem gepubliceerd.
Tekst: Wilma van Hoeflaken - Fotografie: Berly Damman

