Trump, de ICC-rechters en wij

Bij de vergadering van de VN op 22 september jl. riep president Trump de lidstaten van het International Criminal Court (ICC) op om zich daaruit terug te trekken. Die oproep stond niet op zichzelf. Afgelopen augustus is de President van het ICC, de Japanse Tomoko Akane, op een Amerikaanse sanctielijst geplaatst. Datzelfde lot trof de Senegalese senior trial lawyer Abdoulaye Seye, die Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza onderzoekt. Het ICC noemde deze sancties een flagrante aanval op de onafhankelijkheid van een onpartijdig gerecht en merkte op: ‘When judicial actors are threatened for applying the law, it is the international legal order itself that is placed at risk.’

Het begon al eerder. Na de aankondiging van president Bush in 2002 dat de VS het Statuut van Rome niet zou ondertekenen, zijn er vanuit de VS verschillende – zij het overwegend kritische – geluiden over het ICC vernomen. President Trump zette in februari 2025 een vergaande stap met Executive Order 14203. Dit – onder meer op de National Emergency Act (!) gebaseerde – besluit maakt het mogelijk om functionarissen van het ICC te bestraffen die betrokken zijn bij onderzoek naar Amerikaanse of Israëlische onderdanen. Op grond daarvan zijn in juni 2025 vier rechters wegens machtsmisbruik op de sanctielijst geplaatst. Twee hadden een arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en minister van defensie Yoav Gallant geautoriseerd; de anderen bekrachtigden een onderzoek naar optreden van Amerikaanse militairen in Afghanistan. In augustus en december 2025 volgden nog twee aanklagers en vier rechters van het ICC.  

Plaatsing op de lijst heeft grote gevolgen. In interviews vertelden de Canadese rechter Kimberly Probst en de Franse rechter Nicolas Guillou niet alleen dat hun geld op Amerikaanse bankrekeningen is bevroren, maar ook dat Amazon, Uber, Google en Apple op zwart gaan en dat hun creditcards niet meer kunnen worden gebruikt, zelfs niet voor een overboeking van Nederland naar Engeland. In juni 2026 hebben Probst en twee van haar collega’s de plaatsing op de lijst aangevochten bij de Southern District Court in New York. Overigens zijn ook procedures gestart door anderen die door de Executive Order zijn getroffen, zoals Human Rights Watch.

Kort daarna, maar voorafgaand aan het ontslag van Karim Khan als hoofdaanklager bij het ICC, gingen alle remmen los. Op 13 juli 2026 kondigde minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio in de Wall Street Journal aan dat de Amerikanen het ICC ‘zo nodig steen voor steen zullen ontmantelen’. Hij waarschuwde met hysterische retoriek voor ‘a world in which U.S. soldiers, police officers, Border Patrol agents and elected leaders could be dragged before an international court, tried by judges from random countries across the globe, found guilty under international laws we neither consent to nor control’. Recent stelden de VS nieuwe sancties in het vooruitzicht.

Van de bondgenoten van Amerika wordt volgens de Executive Order verwacht dat ze hun steun aan het ICC zullen staken. Dat werd herhaald bij het bekendmaken van de sanctionering van Akane en bij de Navo-bijeenkomst in Brussel. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU gaf echter geen krimp en sprak in augustus over de ‘unwavering support’ van de Unie voor de ICC.

Bij dezelfde vergadering van de VN zei premier Jetten ‘handen af van het ICC’. Nederland heeft de sancties steeds afgekeurd. Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken wees eerder op de speciale verantwoordelijkheid van Nederland als gastland van het strafhof. Vanuit die rol doet Nederland er volgens hem achter de schermen alles aan om de sancties voor de getroffenen te verzachten. Dat werd bevestigd in de woorden van dank van president Akane ‘for the strong support provided by the Netherlands’.

Toch komen de Nederlandse reacties wat slap over in vergelijking met die van andere landen. En ook in vergelijking met de verklaring van vier netwerken van Europese rechters. Zij noemden de maatregelen onverenigbaar met rechtsstatelijke beginselen en rechterlijke onafhankelijkheid. Volgens de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Henk Naves, moet deze verklaring ‘het begin zijn van concrete steun van Europa aan het ICC. Het is tijd voor een ferme, eensgezinde reactie aan het adres van de Amerikaanse regering’.

President Trump hecht er kennelijk zeer aan dat Amerikaanse soldaten worden beschermd tegen buitenlandse vervolging, en dat de door een onafhankelijke VN-commissie vastgestelde oorlogsmisdaden van Israël niet nader worden onderzocht. Dat zit hem hoog. Maar de ontwikkeling van de internationale rechtsorde hoort ons Nederlanders volgens artikel 90 Grondwet even hoog te zitten. Dat is een opdracht om internationale vrede en veiligheid te bevorderen. In het licht van dat verschil in perspectief is het niet verrassend dat de Europese uitingen van zorg geen enkel effect hebben gehad op de Amerikaanse opstelling.

Wat te doen, als blijken van zorg niet aankomen? Een mogelijkheid is uitbreiding van de EU-blokkeringsverordening (Vo. 2271/96) om de effecten van deze sancties teniet te doen (zie ook Hartlief NJB 2026/1482). Die uitbreiding is echter vast niet genoeg. Veel Amerikaanse en zelfs Europese ondernemingen zullen er voor kiezen de Amerikaanse sanctiewetgeving tegen de ICC-rechters toch na te leven. Daarom moet ook worden gedacht aan Europese responsmaatregelen, bijvoorbeeld met het opleggen van handelsbeperkingen, door uitbreiding van het Anti-dwanginstrument (Vo. 2023/2675).

Dit is het moment waarop Nederland het initiatief moet nemen om aan de Europese Commissie toepassing of uitbreiding van die verordeningen voor te stellen. De regering moet nu meer gaan doen dan nuttig werk achter de schermen. Dat is lastig als we denken aan de verwevenheid met de Amerikaanse economie en de Israëlische defensie-industrie. Maar het is ook naar de eigen bevolking toe noodzakelijk om te laten zien dat Nederland daadwerkelijk optreedt als het om het behoud van de internationale rechtsorde en de rechtsstaat gaat.

Met deze klemmende woorden eindig ik het laatste Vooraf van mijn hand. Ik wens mijn opvolger, Vincent van den Brink, veel wijsheid en inspiratie.

Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/1693, afl. 30

Afbeelding: ANP

Over de auteur(s)
Author picture
Ybo Buruma
Oud-raadsheer in de Hoge Raad en hoogleraar