Wetsvoorstel (02-06-2026) tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1233 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (Implementatiewet GVVA-richtlijn 2024)

—Het wetsvoorstel implementeert de richtlijn door wijzigingen door te voeren in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Er wordt een geïntegreerd juridisch kader geïntroduceerd voor de toelating van derdelanders tot de Nederlandse arbeidsmarkt. De kern van de regeling wordt gevormd door de (verdere) invoering en herstructurering van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA), waarmee zowel het verblijfsrecht als het recht tot het verrichten van arbeid in één rechtsfiguur worden samengebracht. De richtlijn verplicht lidstaten een uniforme aanvraagprocedure en een samenhangend rechtenpakket voor derdelanders in te voeren.

Van een gescheiden vergunningenstelsel wordt middels dit wetsvoorstel overgegaan naar een vorm van gecoördineerde, samengestelde besluitvorming. Waar voorheen een verblijfsvergunning en een tewerkstellingsvergunning als afzonderlijke beschikkingen werden verleend door verschillende bestuursorganen, wordt de besluitvorming nu geconcentreerd in één integraal besluit. Dit besluit heeft een dubbel rechtsgevolg: het verleent zowel toegang tot het grondgebied als toegang tot de arbeidsmarkt. De GVVA kan in dit verband worden gekwalificeerd als een samengestelde beschikking in de zin van het bestuursrecht, waarbij meerdere beoordelingscriteria en bevoegdheden in één besluitvormingsproces worden geïntegreerd.

Hoewel voor de aanvrager sprake is van één procedure, blijft de inhoudelijke beoordeling gespreid over verschillende bestuursorganen. De IND is verantwoordelijk voor de verblijfsrechtelijke toetsing, terwijl het UWV een inhoudelijke beoordeling verricht van de arbeidsmarktcomponent, waaronder de toets of sprake is van prioriteitgenietend aanbod. Het wetsvoorstel regelt dat deze deelbeoordelingen worden gecoördineerd en samenkomen in één besluit. Hiermee wordt een model gecreëerd van interbestuurlijke besluitvorming, waarin verschillende bestuursorganen materieel bijdragen aan één formeel besluit.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel een uitgewerkt kader voor de aanvraagprocedure en besluitvorming. Er worden regels gesteld met betrekking tot de indiening van de aanvraag, de te verstrekken gegevens, de beoordelingscriteria en de beslistermijnen. Tevens regelt het voorstel de voorwaarden waaronder een GVVA kan worden verlengd, gewijzigd of ingetrokken. Deze bepalingen zijn mede van belang in het licht van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

Wat betreft de materiële toelatingscriteria bepaalt het wetsvoorstel dat een GVVA slechts kan worden verleend indien cumulatief wordt voldaan aan zowel verblijfsrechtelijke als arbeidsmarktgerelateerde voorwaarden. De arbeidsmarkttoets blijft een essentieel instrument in dit kader en fungeert als mechanisme om de instroom van derdelanders af te stemmen op de nationale arbeidsmarktbehoefte.

Het wetsvoorstel bevat daarnaast bepalingen inzake de rechtspositie van de vergunninghouder. Een verleende GVVA verschaft de houder het recht om gedurende de geldigheidsduur van de vergunning in Nederland te verblijven en arbeid te verrichten onder de in de vergunning gestelde voorwaarden. Tevens wordt uitvoering gegeven aan de Unierechtelijke verplichting tot het waarborgen van een minimum aan gelijke behandeling met nationale werknemers. Dit betreft onder meer aspecten van arbeidsvoorwaarden en toegang tot bepaalde sociale voorzieningen, voor zover deze binnen de reikwijdte van de richtlijn vallen.

Aangezien sprake is van één geïntegreerd besluit dat meerdere rechtsgevolgen omvat, rijst de vraag hoe bezwaar en beroep moeten worden ingericht en hoe de rechterlijke toetsing plaatsvindt. Het wetsvoorstel sluit op dat vlak aan bij het bestaande bestuursprocesrecht, maar de samengestelde aard van het besluit kan complexe vragen oproepen over de omvang van het geding, de toetsingsintensiteit en de verhouding tussen de verschillende beoordelingsonderdelen.

Ten aanzien van toezicht en handhaving blijft de systematiek van de Wet arbeid vreemdelingen in hoofdlijnen behouden. Werkgevers zijn verplicht te controleren of een werknemer rechtmatig arbeid verricht en moeten zich houden aan de voorwaarden die aan de GVVA zijn verbonden. Overtredingen kunnen leiden tot bestuursrechtelijke sancties, zoals boetes. Door deze handhavingsmechanismen te integreren in het nieuwe GVVA-stelsel wordt beoogd de naleving van de regels te waarborgen en misbruik en illegale arbeid tegen te gaan.

Tot slot brengt het wetsvoorstel diverse technische en systematische aanpassingen aan in bestaande wetgeving, teneinde de Vw 2000 en de Wav op elkaar af te stemmen binnen het nieuwe geïntegreerde systeem.

Kamerstukken