Wetsvoorstel (03-07-2026) tot Uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen)

—Doel van de verordening kritieke grondstoffen is het verbeteren van de werking van de interne markt door een kader vast te stellen waarmee de toegang van de Europese Unie tot een veilige, veerkrachtige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen wordt gewaarborgd, onder meer door het bevorderen van efficiëntie en circulariteit in de hele waardeketen. Dit wetsvoorstel is nodig omdat de verordening vereist dat lidstaten een of meer centrale contactpunten oprichten of een of meer autoriteiten aanwijzen als centraal contactpunt. In het wetsvoorstel worden de Nederlandse autoriteiten aangewezen. Naast deze aanwijzingen voorziet het wetsvoorstel in een sanctieregime. Het wetsvoorstel bevat verder geen aanvullende nationale maatregelen. De Minister van Klimaat en Groene Groei wordt aangewezen als het centrale contactpunt voor projecten met betrekking tot de winning van kritieke grondstoffen. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt aangewezen als het centrale contactpunt voor projecten met betrekking tot de verwerking of recycling van kritieke grondstoffen. De aanwijzing wordt geregeld in de Omgevingswet, omdat de belangrijkste vergunningen voor projecten inzake kritieke grondstoffen in de Omgevingswet worden geregeld. De daadwerkelijke uitvoering van het centraal contactpunt zal door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gebeuren die ook een faciliterende en coördinerende rol zal vervullen bij vergunningverlening voor projecten inzake kritieke grondstoffen. In geval van strategische projecten wordt ook toegezien op de naleving van de verordening.

Kamerstukken