Initiatiefwetsvoorstel van het lid Vliegenthart tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet afbreking zwangerschap en enige andere wetten in verband met het schrappen van abortus uit het strafrecht (Wet Abortus is zorg)
—Met dit wetsvoorstel wordt het wettelijk kader rondom abortus uit 1984 gemoderniseerd. Artikel 296, waarin abortus strafbaar is gesteld tenzij de behandeling is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden uitgevoerd, wordt geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht. De zorgvuldigheidseisen uit de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) worden ondergebracht in de Wet kwaliteit, klachten, geschillen zorg (Wkkgz). Hierdoor is abortus niet langer een strafbare gedraging. Het uitgangspunt van de wetgeving over de afbreking van zwangerschappen wordt dat abortus zorg is. De wettelijke waarborgen voor zorgvuldigheid en kwaliteit blijven in stand. Zo sluit het wettelijke kader aan bij de aard van de behandeling. Zorgvuldige abortuszorg wordt al gewaarborgd via medische wetgeving, professionele richtlijnen, toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en bestaande strafrechtelijke bepalingen tegen mishandeling en onbevoegde medische handelingen. Daarnaast werkt de plaats van abortus in het strafrecht stigmatiserend. Het suggereert dat abortus in beginsel een strafwaardige handeling is, terwijl het in de praktijk een legale medische behandeling is.
Welke regels blijven bestaan?
Het wetsvoorstel verandert niets aan de bestaande zorgvuldigheidseisen rond abortus. Onder meer de volgende bepalingen blijven gelden:
- een gesprek tussen arts en zwangere voorafgaand aan de behandeling;
- een gezamenlijke vaststelling van een beraadtermijn;
- zorgvuldig en vrijwillig genomen besluitvorming;
- informatie over alternatieven;
- nazorg;
- registratie van behandelingen;
- het recht van artsen om uit gewetensbezwaren medewerking te weigeren.
Ook blijft abortus een medische handeling die uitsluitend mag worden uitgevoerd door bevoegde zorgverleners.
Bescherming van de vrucht
De bescherming van de vrucht verdwijnt niet uit de wet. Voor de levensvatbaarheidsgrens blijft bescherming bestaan via de strafrechtelijke bescherming van de zwangere vrouw. Na de levensvatbaarheidsgrens (ongeveer 24 weken) blijft de vrucht zelfstandig strafrechtelijk beschermd via andere bepalingen in het Wetboek van Strafrecht. De huidige grens van 24 weken verandert niet.
Internationale voorbeelden
In landen als Canada en Zweden is abortus niet of nauwelijks meer via het strafrecht gereguleerd. Decriminalisering heeft daar niet geleid tot hogere abortuscijfers en de kwaliteit van de zorg is hoog gebleven.
Kamerstukken