Wet van 11-09-2026, Stb. 2026, 294 en Inwerkingtredingsbesluit van 11-09-2026, Stb. 295
Wet van de leden Paulusma, Becker, Westerveld, Dobbe en Kostić tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met het strafbaar stellen van handelingen gericht op het veranderen of onderdrukken van de seksuele gerichtheid of genderidentiteit (Wet strafbaarstelling conversiehandelingen)
—Conversiehandelingen hebben tot doel om de seksuele gerichtheid of genderidentiteit van mensen te veranderen tot de heersende norm. Onder conversiehandelingen valt een spectrum van activiteiten, waaronder pastorale gesprekken, gebedsgenezing, gedragsinterventies en duivelsuitdrijving. Slachtoffers van conversiehandelingen bevinden zich vaak in een kwetsbare positie. Het gaat voornamelijk om jonge mensen die opgroeien in een religieuze omgeving met strenge normen met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit. Gelet op de zeer schadelijke gevolgen die conversiehandelingen kunnen hebben, moeten kwetsbare slachtoffers door een specifieke strafbaarstelling van conversiehandelingen worden beschermd tegen dergelijke handelingen. Daartoe strekt deze wet. Ethisch zijn conversiehandelingen niet te verantwoorden in het licht van de wetenschap. Daarbij is nooit aangetoond dat conversiehandelingen effectief zijn in het veranderen van de genderidentiteit of seksuele gerichtheid. Hoewel sommigen zich naar buiten toe weten aan te passen aan de heersende norm, is seksuele gerichtheid niet te veranderen met therapieën. De risico’s die aan deelname aan conversiehandelingen zijn verbonden, zijn daarentegen niet gering. Mensen ondervinden blijvende schade als positieverlies in de familie en maatschappij, een verlaagd zelfvertrouwen, angst- en schuldgevoelens, depressie, paniekaanvallen, zelfhaat, sociale isolatie en disfunctioneren op seksueel vlak. De strafbaarstelling van conversiehandelingen stelt twee typen gedragingen strafbaar. Enerzijds gaat het om een verbod op het beroepsmatig of in organisatieverband uitvoeren van handelingen die strekken tot het veranderen of onderdrukken van de seksuele gerichtheid en genderidentiteit van een minderjarige dan wel van een meerderjarige door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Anderzijds bevat deze wet een verbod op het aanbieden van de voornoemde handelingen, ongeacht de leeftijd van de beoogde slachtoffers. Het bestanddeel ‘stelselmatig of anderszins op indringende wijze’ in de delictsomschrijving drukt uit dat de beoogde strafbaarstelling zich alleen uitstrekt tot fysieke en psychische inwerkingen die stelselmatig worden verricht of een anderszins indringend karakter hebben.
Met de leeftijdsgrens en het opsplitsen van het verbod in uitvoeren en aanbieden doet de wet recht aan zowel de kwetsbaarheid als de autonomie van hen die in aanraking komen met conversiehandelingen. Niet strafbaar is de zorgverlener die volgens de professionele standaarden van zijn of haar beroepsgroep zorg verleent wanneer zij adviseren volgens het beleid van ‘watchful waiting’ of andere zorgvuldig onderbouwde benaderingen van genderdysforie. Doel van dit beleid is om de mogelijkheid open te houden voor de genderidentiteit van het kind om zich op een natuurlijke manier te ontwikkelen, zonder dat de zorgverlener of ouders gedwongen worden om te besluiten tot een vroege sociale of medische transitie.
De wet treedt per 1 januari 2027 in werking.
Kamerstukken
- TK 2021/22, 36178, nr. 1
- TK 2021/22, 36178, nr. 2
- TK 2021/22, 36178, nr. 3
- TK 2023/24, 36178, nr. 4
- TK 2023/24, 36178, nr. 5
- TK 2023/24, 36178, nr. 6
- TK 2023/24, 36178, nr. 8
- TK 2023/24, 36178, nr. 10
- TK 2024/25, 36178, nr. 11
- TK 2024/25, 36178, nr. 14
- TK 2024/25, 36178, nr. 18
- EK 2024/25, 36178, nr. A
- EK 2025/26, 36178, nr. C
- EK 2025/26, 36178, nr. D
- EK 2025/26, 36178, nr. F
- EK 2025/26, 36178, nr. G
- EK 2025/26, 36178, nr. H