Wetsvoorstel (06-07-2026) tot Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de aanpassing van de regeling van hospitaverhuur en enkele andere wijzigingen
—Het wetsvoorstel heeft als doel hospitaverhuur aantrekkelijker te maken. Er zijn momenteel verschillende belemmeringen die mensen ervan weerhouden een kamer te verhuren. Van hospitaverhuur is sprake als de verhuurder een deel van de woning verhuurt waarin de verhuurder zelf zijn hoofdverblijf heeft. Bij hospitaverhuur gaat het altijd om een onzelfstandige woonruimte: dat betekent dat hospita en huurder een toegang of wezenlijke voorzieningen delen, zoals een keuken of badkamer. In de praktijk gaat het in de meeste gevallen om een kamer in een koop- of huurwoning. Maar er kan ook sprake zijn van de verhuur van een etage of een ander deel van de woning.
Vormgeving tijdelijke hospitahuurovereenkomst
Om een oplossing te bieden voor de problematiek rondom de duur van huurovereenkomsten bij hospitaverhuur wordt daarom een huurovereenkomst voor bepaalde tijd geïntroduceerd. Deze heeft de volgende kenmerken:
- Hospita en huurder kunnen een bepaalde tijd overeenkomen voor de verhuur van de onzelfstandige woning tot maximaal vijf jaar. Dit kan dus ook een kortere termijn zijn van bijvoorbeeld twee jaar of drieënhalf jaar.
- Er geldt een proeftijd van negen maanden waarin de hospita de huurovereenkomst zonder opgave van redenen kan opzeggen.
- Na het verstrijken van de proeftijd, kan de hospita de huurovereenkomst voor bepaalde tijd alleen tussentijds (dat wil zeggen vóór het verstrijken van de overeengekomen duur) opzeggen op de opzeggingsgronden uit dit wetsvoorstel. De proeftijd geldt voor alle soorten huurovereenkomsten indien sprake is van hospitaverhuur. De woonvorm hospitaverhuur is hierbij leidend, niet het type huurovereenkomst.
- De hospita heeft een aanzeggingsplicht. Dit betekent dat de hospita de huurder binnen een bepaalde termijn (niet eerder dan drie maanden en uiterlijk een maand voordat de bepaalde tijd is verstreken) schriftelijk moet informeren over de dag waarop de huurovereenkomst voor bepaalde tijd (aangegaan voor maximaal vijf jaar) eindigt. Als de hospita deze verplichting niet nakomt, wordt de huurovereenkomst – na het verstrijken van de overeengekomen duur – voor onbepaalde tijd verlengd. De huurder heeft dan dus een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, met de bijbehorende huurbescherming.
Met de onderdelen 2 en 3 wordt afgeweken van de gebruikelijke voorwaarden bij tijdelijke huurovereenkomsten, waarbij tussentijdse opzegging door verhuurders is uitgesloten. Het introduceren van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd met proeftijd creëert onzekerheid voor de hospitahuurder. Dit is in deze specifieke situatie echter noodzakelijk om potentiële hospita’s te stimuleren in het aanbieden van deze bijzondere en persoonlijke vorm van verhuur.
Zelfstandige woonruimte op hetzelfde kadastrale perceel en adres
Met dit voorstel wordt het mogelijk gemaakt om bij een zelfstandige woning op hetzelfde kadastrale perceel en bij aanvang van de huurovereenkomst op hetzelfde adres als dat waarop de verhuurder woont, de voor hospitaverhuur voorgestelde opzeggingsgronden toe te passen. Met dit wetsvoorstel wordt dus ook voor deze afgebakende categorie van zelfstandige woonruimten opzegging mogelijk bij de verkoop van de woning (inclusief executieverkoop door de kredietverstrekker) en bij overlijden van de verhuurder.
Nieuwe opzeggingsgronden voor eigenaar-bewoners
Het wetsvoorstel introduceert nieuwe opzeggingsmogelijkheden voor eigenaar-bewoners die een kamer verhuren.
Verkoop van de woning
Wanneer een eigenaar besluit zijn woning te verkopen, kan hij de hospitahuur beëindigen.
Executieverkoop
Wanneer een woning gedwongen wordt verkocht krijgt ook de koper de mogelijkheid de hospitahuur te beëindigen.
Overlijden van de verhuurder
Na overlijden van de verhuurder kunnen erfgenamen de huurovereenkomst beëindigen. Een bijzonderheid van deze voorgestelde opzeggingsregelingen is dat de huurovereenkomst in alle gevallen eindigt zonder rechterlijke tussenkomst.
Opzeggingsgrond voor huurders die kamer onderverhuren
Het wetsvoorstel introduceert ook een nieuwe opzeggingsgrond voor hospita’s die zelf een woning huren en daarin een kamer onderverhuren. Wanneer een huurder-hospita wil verhuizen, kan hij of zij de hospitahuurovereenkomst beëindigen. Volgens de regering voorkomt dit dat mensen afzien van hospitaverhuur uit angst dat een onderhuurder een toekomstige verhuizing bemoeilijkt. Voor de hospitahuurder geldt daarbij een opzegtermijn van drie maanden, zodat voldoende tijd resteert om vervangende woonruimte te vinden.
Daarnaast regelt het wetsvoorstel de situatie waarin een huurder-hospita overlijdt. Onder het huidige recht eindigt de hoofdhuurovereenkomst van de overleden huurder na twee maanden, terwijl de hospitahuurovereenkomst kan blijven bestaan. Het wetsvoorstel maakt hier een einde aan door te bepalen dat beide huurovereenkomsten in beginsel gelijktijdig eindigen.
Er is voorzien in overgangsrecht met betrekking tot deze nieuwe opzeggingsgronden.